‘Ernest Hemingway schreef: “Als je ouder wordt, is het moeilijker in helden te geloven. Maar je hebt ze wel nodig”.’ Hartstikke lovenswaardig natuurlijk, deze woorden van geschiedenisleraar Jurre (Jeroen Spitzenberger) aan het eind van de eerste reeks van misdaadserie Anoniem. Maar wat maakt nu eigenlijk een held? Want ja, natuurlijk lijkt deze Jurre – type saaie, ingedutte huisvader – in eerste instantie een held, wanneer hij een jong meisje redt dat dreigt te worden verkracht.
Maar vervolgens ontwikkelt Jurre zich tot iemand die in de avonduren bijklust als parttime wreker, en vergaart hij zelfs een soort internetroem als ‘Anoniem’, een soort Batman, maar dan uit de Vinexwijk. En zeker als er allerlei drugsgespuis in het spel komt, worden de acties van ‘Anoniem’ steeds gewelddadiger.
Toch eindigde de eerste reeks van Anoniem zonder al te veel zorgen. De drugsbaron met wie Jurre het aan de stok kreeg, werd ten slotte doodgeschoten door zijn vrouw, officier van justitie Saar (Anniek Pheiffer). Natuurlijk waren er wat schuldgevoelens, maar het gezin was weer vrolijk bij elkaar. Eind goed, al goed!
Belangrijker nog was dat Saar en Jurre een soort militante volksbeweging stimuleerden, met allerlei ‘normale’ mensen die ingrijpen waar de rechtspraak tekortschiet. Een drugsbaron wordt geliquideerd, een grijpgrage hoofdofficier vermoord en serieverkrachters worden opgehangen om een signaal af te geven. Rechtvaardigheid is één ding, maar wat onderscheidt de helden in dit geval eigenlijk nog van de daders?