It’s a Sin, vanaf 5 maart te zien op NPO Plus, draait om een groep homoseksuelen in het Londen van de jaren tachtig. Voor het eerst geeft schrijver Russell T Davies de aidsepidemie een prominente plek. ‘Het is tijd om ons de levens te herinneren.’

cadeautje

Je leest dit artikel uit de VPRO Gids gratis op VPRO Cinema. Wil je meer lezen over oa documentaires, podcasts en boeken? Neem dan een digitaal abonnement.

In de dertiende minuut van It’s a Sin, de grandioze nieuwe miniserie van Russel T Davies, komt aids voor het eerst voorbij. Al wordt het op dat moment nog omschreven als ‘een soort kanker’. Het is 1981 en in New York zijn 41 mannen met deze variant ontdekt, vertelt een studente. ‘Ze zijn allemaal tegelijkertijd overleden en waren allemaal homoseksueel.’ Het meisje naast haar reageert vol ongeloof. ‘Allemaal op dezelfde dag?’ ‘Ja, ze hadden dezelfde soort van kanker’, vervolgt de studente.

Maar de camera is niet bezig met de meisjes. De twee zijn zelfs onscherp in beeld gebracht. De focus ligt op Ritchie (Olly Alexander), de jongen die naast hen zit. De negentienjarige is zo diep in gedachten verzonken dat hij niet hoort wat er twee stoelen verder wordt gezegd. Ritchie kijkt naar de prachtig gespierde armen van een lange, knappe jongen in een mouwloos shirt die een paar meter verderop staat. Tot zijn gestaar het meisje naast die jongen opvalt. ‘Vind je hem leuk?’, vraagt ze Ritchie geamuseerd. ‘Zijn naam is Ash en hij is ook een nicht.’

Het meisje heet Jill (Lydia West) en ondanks dat Ritchie direct tegenwerpt dat hij niet op mannen valt – Ritchie is net in Londen aangekomen vanuit het meer conservatieve Isle of Wight en er nog niet helemaal gewend dat hij plots openlijk homoseksueel kan zijn – staan ze diezelfde avond samen in een homobar. Met Ash (Nathaniel Curtis).

En aan het einde van de eerste aflevering delen Ritchie, Jill en Ash een appartement samen met de fantastisch extraverte Roscoe/Gloria (Omari Douglas) en de brave en zo aandoenlijke Colin (Callum Scott Howells). Het vijftal vormt het hart en ziel van It’s a Sin.

Ze dopen hun woning The Pink Palace. En iedereen mag er zijn wie ze willen zijn. En seks hebben met wie ze willen.

‘Ik wilde personages creëren van wie je gaat houden, zodat je ze mist wanneer ze wegvallen’

RUSSELL T DAVIES

Viering

It’s a Sin is, na Queer As Folk en CucumberRussell T Davies’ derde dramaserie over het wel en wee van homoseksuele mannen. En toch is het voor het eerst dat hij aids een rol in hun levens laat spelen. Ondanks dat Queer As Folk eind jaren 90 werd onthaald als vernieuwende televisie, was er kritiek uit de activistische hoek omdat hij de ziekte volledig links had laten liggen. Maar op dat moment, het negentiende jaar van de epidemie, was aids niet altijd meer een doodvonnis. ‘En ik was vastbesloten dat wij niet meer gekarakteriseerd zouden worden door een ziekte,’ zegt de scenarioschrijver in The New Yorker. ‘Hiv en aids waren tot dan toe een constante in het leven van alle homoseksuele mannen die in fictie voorbijkwamen – in politieseries, drama’s, soapseries – het was onvermijdelijk dat ze de ziekte met zich meesleepten.’ Hij wilde de personages daarvan vrij maken.

Maar nu, veertig jaar later, nu de ouders van al die jongens en mannen die in de jaren ’80 door het virus zijn getroffen, langzaam aan het wegvallen zijn, vond Davies het tijd om ze te memoreren. It’s a Sin is dan ook niet zozeer een aidsdrama, als wel een ode aan veel te veel jongens en mannen die hun veertigste verjaardag nooit mochten bereiken. Een viering van hun bestaan eigenlijk. ‘Het is echt een vreselijk virus. Een kleine gemene fucker’, aldus Davies in The New Yorker. ‘Maar ik denk dat we heel veel tijd hebben besteed aan het memoreren van de sterfbedden. Het is tijd om ons de levens te herinneren.’

Precies die insteek maakt It’s a Sin een van de meest aangrijpende drama’s die recent zijn uitgekomen. En een van de beste series die we in tijden hebben gezien. Het is Davies gelukt zijn personages allemaal zo geloofwaardig te maken, zo menselijk met hun prachtige kanten en slechte eigenschappen, plus het vermogen om te groeien als persoon, dat je ze aan het einde van de eerste aflevering stuk voor stuk in je hart hebt gesloten. Om er nooit meer uit te laten. En niet alleen de vijf hoofdpersonen; zelfs het overlijden van personages die slechts een of twee afleveringen meedraaiden, is hartverscheurend. En dat is knap.

Omari Douglas in It's a Sin

Homogriep

Wat It’s a Sin ook goed doet, is inzichtelijk maken hoe weinig informatie er in het begin van de epidemie over aids bestond. Alles was onduidelijk. De ziekte. De oorzaak. De overdracht. Zelfs aan het bestaan ervan werd volop getwijfeld. Het zou uit een Russisch lab komen. Of verzonnen zijn om seks tussen mannen tegen te gaan. In de tweede aflevering zet Ritchie het hele idee van een ziekte die alleen homoseksuele mannen treft in een energieke, haast feestelijke montage weg als onzin. ‘En biseksuelen dan? Die worden alleen maar om de dag ziek?’, schampert hij. ‘Ze noemen het de homogriep. Je gaat niet dood aan de griep!’ De tirade eindigt in een club waar het feest gewoon doorgaat.

In Engeland, waar de serie onlangs werd uitgezonden, werd Ritchie hierom bestempeld als aidsontkenner. Maar volgens Davies was iedereen dat in die tijd. ‘Het begon echt als een gerucht aan de horizon’, zegt hij tegen de BBC. ‘Het was iets Amerikaans. Het voelde heel ver weg. En toen kwam het letterlijk steeds dichterbij, tot het aan je voordeur stond, tot het mensen wegnam van wie je hield. Op een gegeven moment – ergens midden tot eind jaren 80 – was het simpelweg: je kent iemand die het heeft en doodgaat.’ 

Davies was zelf een jonge twintiger in die jaren. Hij verwerkte zijn eigen ervaringen in de serie. En hoewel geen van de personages autobiografisch is, is Jill gebaseerd op een goede vriendin. De echte Jill (die in de serie een klein rolletje heeft als Lydia Wests moeder) woonde met vrienden in Londen in een appartement dat The Pink Palace heette. Een plek waar Davies in de weekenden graag kwam voor de feestjes. Jill, die op het diepste punt van de epidemie uren doorbracht op de aidsafdelingen van Londense ziekenhuizen om de hand vast te houden van mannen die anders alleen zouden sterven aan de ziekte, was een van zijn inspiratiebronnen voor It’s a Sin.

Niet onze schuld

Ook in de serie helpt Jill mannen die er alleen voor staan. De angst om het thuis te vertellen is vaak groot, ook omdat de familie vaak niet eens weet dat hun zoon op mannen valt. Doordat homoseksualiteit in die tijd nog vooral werd weggezet als een zonde, werd aids veel te lang door de maatschappij en politiek genegeerd. De schaamte was zelfs zo diepgeworteld, dat ook de jongens en mannen die eraan stierven ergens geloofden dat het hun eigen schuld was, zo betoogt de serie in een vreselijk emotionele scène.

It’s a Sin gaat niet voorbij aan de haast opzettelijke maatschappelijke incompetentie die de epidemie enkel erger maakte. Wanneer Jill in de tweede aflevering haar huisarts vraagt of hij misschien een informatiefoldertje over aids heeft, kapt hij haar boos af. ‘Wat heeft dat met mij te maken?’ Ouders liegen over de reden waarom hun zoon is overleden (en negeren daarbij zijn hele leven als homoseksuele man). En uitvaarders weigeren crematies en begrafenissen van aidsslachtoffers. Wanneer een van de personages ziek wordt, wordt hij op bevel van de rechter opgesloten in een lege zaal. Niemand mag bij hem en hij mag er niet uit. ‘Dus hij is gearresteerd?’ vraagt zijn moeder vol ongeloof. ‘Het is belangrijk om te weten dat dit alles niet onze schuld is,’ antwoordt de politieagent met afkeuring in zijn stem.

Het zijn scènes die woedend maken en tranen in de ogen laten prikken. Toch blijf je na vijf perfecte afleveringen van It’s a Sinvooral achter met een hart dat uit elkaar spat van liefde. Precies zoals Davies voor ogen had. ‘Ik wilde personages creëren van wie je gaat houden zodat je ze mist wanneer ze wegvallen, precies zoals wij de mensen missen die wij verloren.’

Beluister hieronder de aflevering van de VPRO Koos Podcast over It's a Sin

It's a Sin is vanaf 5 maart in zijn geheel op NPO Plus te bekijken. In de zomer wordt de serie uitgezonden op NPO 3.