cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Ik wil meer lezen

‘Er waait een andere wind’

Colin van Heezik

In zijn boek Grote verwachtingen. In Europa 1999-2019 en als verteller van een nieuwe In Europa-reeks betrapt Geert Mak de Europese geschiedenis van de 21ste eeuw op heterdaad. ‘Waar waren we ook alweer gebleven?’

Geert Mak

In 2004 verscheen In Europa, waarin we in de koffer van Geert Mak mochten meereizen door de Europese geschiedenis van de twintigste eeuw. 852 pagina’s, een bestseller. Geïnspireerd door het boek maakte de VPRO tussen 2007 en 2009 een reeks tv-documentaires met de auteur. Het Verdrag van Versailles, de Spaanse burgeroorlog, de Hongaarse Opstand van 1956: Mak friste ons geheugen op, werd de nationale geschiedenisleraar. Maar In Europa was meer dan een geschiedenisles: elke documentaire verraste met nieuwe verhalen en gezichtspunten. Regisseur Roel van Broekhoven maakte met zijn team maar liefst 35 afleveringen. En telkens weer zei Mak op station Haarlem: ‘Waar waren we ook alweer gebleven?’
Deze herfst verscheen Grote verwachtingen, waarin Mak (1946) verder gaat waar hij gebleven was: in het jaar 1999. Optimisme was volgens Mak het sleutelwoord van dat moment, al vreesde men een millenniumbug die alle computers in de war zou brengen. De bug bleef uit, maar het optimisme bleek al even onterecht. Vooral de crisis van 2007-2008 hakte er hard in. Europa werd getroffen door golven van populisme en immigratie. In Grote verwachtingen tracht Mak de geschiedenis van deze jaren (1999-2019) te schrijven: een heidens karwei, aangezien alles nog zo vers is. Maar de uitdaging past goed bij de journalist en auteur, die zich in zijn boeken vaak toelegt op het beschrijven en duiden van de recente geschiedenis.
De VPRO brengt dit keer twintig afleveringen onder de vertrouwde titel In Europa, verspreid over twee tv-seizoenen. In de eerste aflevering vertelt Mak hoe hij tijdens een strandwandeling een bordje vond dat hem deed denken aan Victor Klemperer: de romanist die in 1928 een bordje zag met de tekst ‘Juden nicht erwünscht. Later, na de oorlog, ‘verbaasde hij zich over zijn eigen naïviteit,’ zegt Mak aan het begin van In Europa. ‘Hij had het wel opgeschreven in 1928, maar geen moment bedacht dat dit onnozele bordje een voorbode was van alle ellende met Hitler die toen nog zou volgen.’
De documentaires van In Europa gaan op zoek naar zulke momenten in het tijdvak 1999-2019. Ze zijn gemaakt door wisselende regisseurs, met een vast team van researchers van de VPRO en onder eindredactie van Roel van Broekhoven (In Europa, HhhH) en Stefanie de Brouwer (In Europa, Op zoek naar Frankrijk). Samen met Mak trachten de makers de geschiedenis op heterdaad te betrappen. Het leitmotiv zijn die typische ‘Klemperer-momenten’ – historische sleutelmomenten, waarvan je achteraf denkt: dat was een gebeurtenis die ons had kunnen waarschuwen.
Hollandse Hoogte / Dieter Telemans
‘Mensen zijn onrustig. Vragen zich af: wat is er in hemelsnaam aan de hand?’
Geert Mak
We spreken Geert Mak over serie en boek, eind oktober, in het tuinhuis van zijn uitgeverij Atlas Contact.
De vorige keer begon de tv-reeks pas drie jaar na het verschijnen van uw boek. Dit keer werden de tv-documentaires al gemaakt terwijl u het boek nog aan het schrijven was.
Mak: ‘Ja, het waren dit keer echt twee parallelle projecten. Ik treed in de tv-serie alleen op als verteller. Ik ben zelf op pad geweest voor het boek, de VPRO’ers voor de serie. De vorige keer had de VPRO ook al veel zelf gedaan, hoor. Ze deden veel meer dan alleen het boek verfilmen. In dit geval overlapt het nog minder: we hebben allebei dezelfde periode bij de kop gepakt, maar ik als schrijver en zij als tv-makers. Zij hebben gelet op de wetten van televisie. Voor televisie heb je beeld nodig. Ik kan in mijn boek op andere dingen letten: analyses, een mooi citaat, structuren en grote lijnen. Ik ben veel meer historisch bezig. Zij ook wel, maar op een andere manier. Het vult elkaar prachtig aan, denk ik. We hebben veel aan elkaar gehad. Ik heb grote lijnen uitgezet, maar zij hebben weer heel leuke mensen en verhalen uit dat rare Europa van de 21ste eeuw getakeld. We tipten elkaar ook de hele tijd. Dat was een feestelijke samenwerking.’
Wanneer kreeg u het idee een geschiedenisboek over de 21ste eeuw te schrijven?
‘Zoals Henk Hofland zei: iedere journalist heeft een kleine seismograaf in zijn hoofd die gaat trillen als er belangrijke politieke ontwikkelingen op handen zijn. Bij mij danste dat apparaatje vanaf 2014 van de tafel. Het was voor mij dus een onvermijdelijk boek. Ik werkte hiervoor aan mijn boek over Jan Six, wat ik erg leuk vond, maar ik was bezig met de huwelijksperikelen van een man uit de zeventiende eeuw, terwijl de Europese Unie op haar grondvesten stond te schudden. Dus ik ben na Six meteen met dit nieuwe project aan de slag gegaan.’
Is het niet lastig geschiedenis te schrijven over het heden of zeer recente verleden?
‘Inderdaad, je bedrijft geschiedschrijving terwijl de verf nog nat is en soms schrijf je over geschiedenis die zelfs nog gaande is. Bij het eerste decennium viel het nog wel mee, daar zijn al veel boeken over verschenen. Bij het tweede decennium moet je het echt hebben van je eigen waarnemingen en analyses. En van krantenartikelen, nota’s van de Europese Unie en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, verhalen uit The Economist, tv-documentaires. Allemaal brokjes waaruit je je eigen verhaal samenstelt.’
Als u over 1918 vertelt, denken mensen vaak: o ja, hoe zat het ook alweer? Als u over 2018 praat, denken ze misschien: ik weet het nog goed en volgens mij zit dat heel anders in elkaar.
‘Nou, dat is toch goed! Ik probeer naar eer en geweten te beschrijven wat ik denk en vooral wat ik gezien heb en wat ik constateer. Geschiedschrijving is een grote discussie. Als het dat niet zou zijn, zou het dood zijn, de dood in de pot. Dus alsjeblieft, laat dit niet het laatste woord zijn!’
U schrijft dat mensen vaak wel aanvoelen dat ze zich op een kantelpunt van de geschiedenis bevinden.
‘Ja, ik zie dat nu overal om me heen. Mensen zijn onrustig. Vragen zich af: wat is er in hemelsnaam aan de hand? Mede daarom voer ik een geschiedenisstudent uit 2069 op, die bepaalde dingen beter zal zien dan wij nu. Ik ben jaloers op wat hij weet. Maar tegelijk zien wij nu dingen die hij niet ziet.’
Iedereen kan zien dat het rommelt. Mensen gaan de straat op in Chili, Frankrijk en Libanon. Populistische, illeberale leiders worden gekozen in Groot-Brittannië, Hongarije, Polen en Brazilië. Wat is er aan de hand?
‘Het stormt en het rammelt, maar de meeste democratieën blijven als systeem best overeind. De winst van populisten laat zien dat de democratieën een groot maatschappelijk ongenoegen registreren. Democratie is ook een systeem van waarschuwingen, het meet de temperatuur in de samenleving. Die metertjes blijken nu goed te werken. Maar de boodschap is niet vrolijk stemmend. Veel mensen zijn hun vertrouwen in bestaande politici verloren. Dat komt ook door dertig jaar neoliberalisme. Vanaf de jaren zeventig ontstond een cultuur waarin de vrije markt heilig was, alles meetbaar was en eigenlijk geen politieke keuzes gemaakt werden.
Hollandse Hoogte / Dieter Telemans
‘De vragen die populisten stellen zijn vaak best terecht. Met de antwoorden heb ik alleen gigantische problemen.’
Populisme is een logische reactie daarop, een gevolg van drie decennia negeren door de politiek, negeren van fundamentele keuzes en fundamentele waarden.’
In uw boek lijkt u erg boos over het marktdenken, dat vanaf 2000 heeft ingezet en de zorg en het onderwijs heeft uitgehold.
‘Bij neoliberalisme hoort een beleid van afbraak van de publieke sector. En in Europa zijn we na de crisis van 2008 gaan bezuinigen. Dat moet je niet doen, daar zijn bijna alle economen het over eens. De VS heeft juist, in een zeldzame samenwerking van Republikeinen en Democraten, miljarden in de economie geïnvesteerd. Zo kwam hun economie er snel weer bovenop. In Europa zijn we dus gaan bezuinigen, en op de onvrede over de gevolgen daarvan kon populisme goed gedijen.’
U schrijft een aantal keer over ‘de nadagen van het neoliberalisme’. Denkt u dat we inderdaad al in de nadagen zitten? En wat komt er dan hierna?
‘Nou, kijk maar in Nederland. Troonrede, regeringsverklaring, debatten: opeens wordt er weer gepraat over kwaliteit van bestaan. Er waait opeens een totaal andere wind. Zelfs bij de VVD begint men te beseffen dat de vrije markt niet zaligmakend is. De discussies over het klimaat zorgen ook voor verandering, zelfs in het bedrijfsleven. En inderdaad is er veel sociale onrust. Ik heb het gevoel dat de manier van denken aan het kenteren is.’
Als u schrijft over de invoering van de euro en de Griekse crisis, denk ik vaak: dit zal Baudet instemmend lezen.
‘Dat is het grote probleem met populisten. De vragen die ze stellen zijn vaak best terecht. Alleen de antwoorden, daar heb ik gigantische problemen mee. Ik schaar me in niemands kamp. Ik probeer gewoon eerlijk te zijn.’

U bent vrij kritisch over Europa en Brussel. Ze liggen soms ‘met het hoofd op de tafel te slapen’, schrijft u, omdat de vergaderingen zo saai zijn.
‘Het komt ook doordat ze keihard werken, daar aan de top in Brussel. Je kunt schelden wat je wilt, maar ze staan voor duivelse dilemma’s. Je kunt mopperen op Juncker, maar ze hadden echt plannen voor een gezamenlijk immigratiebeleid. Dat is door de nationale leiders en parlementen afgeschoten. Ze zitten vaak in onmogelijke situaties.’

U schrijft dat de Brusselse bubbel niet meer wil weten ‘dan absoluut nodig is om als bubbel te blijven voortbestaan’. Dan kan de lezer denken: Mak is in een euroscepticus veranderd. 
‘Ik betoog niet zo veel, ik constateer. Iedereen die in Brussel werkt geeft het ook toe. Het probleem met de EU is de hele tijd: het is een soort federatief verband, maar niet echt. De EU is een rijke en welvarende wereldmacht, maar kan niet als zodanig functioneren omdat het te verdeeld is. Dat is steeds het probleem.’
Denkt u dat dit goed kan komen? Aan het einde van uw boek zegt u namelijk: ‘Het is een bijna onmogelijke taak.’
‘U heeft mijn kleine zinnetjes goed gelezen.’
Sceptici zeggen: het zou misschien een federatie moeten worden, maar dat zal niet gebeuren omdat de lidstaten het niet willen en het niet eens kunnen worden – dus dan kunnen we de EU maar beter weer afbreken.
‘Nee! Willen we in de 21ste eeuw overleven als Nederland, of als België of Frankrijk, dan moeten we dat samen doen. Puur om te overleven. Ook om het klimaatprobleem aan te pakken. Maar ook voor onze onafhankelijkheid van machten als Rusland, Amerika en China. We worden ongenadig tegen elkaar uitgespeeld. Als we uiteenvallen worden we echt, zoals de Vlamingen dat zo mooi zeggen, “een vogeltje voor de kat”. Maar detailkwesties moeten veel meer losgelaten worden.’
Ja, u heeft het over het Europa van ‘de geitenkazen’.  
‘Al die regeltjes zorgen voor zoveel ruis. Dat kan niet zo doorgaan. Op grote zaken, zoals buitenlands beleid, is er juist te weinig samenwerking. Daar moeten we echt gaan beseffen dat we het gezamenlijk moeten doen. We kunnen leren van de geschiedenis, wat dat betreft. Het debat over Europa doet me denken aan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Populisten zoals Baudet zijn als de vertegenwoordigers van Holland. Die zeggen: laten we maar weer apart gaan.
Zo viel de Republiek in 1795 uit elkaar. We waren allemaal weer op onszelf, Frankrijk marcheerde binnen en weg waren we. In 1815 ontstond er weer een eenheidsstaat, die een voorbode was van de stevige staat die volgde. Ik zal het niet meer meemaken, maar het zou kunnen dat mijn student uit 2069 zegt: tot 2020 had je fase 1 van de EU en daarna, van 2020 tot 2030, kwamen er allerlei crises, waaruit een reële Europese constructie voortvloeide – een beperkt federaal verband voor belangrijke onderwerpen, en de rest laten we over aan de nationale overheden. Dat is een mogelijk toekomstscenario.’
U constateert in het boek dat we met zijn allen toch wat Europeser zijn geworden.
‘Zeker, bij de laatste verkiezingen was de opkomst een kwart hoger! Europa is altijd gezien als een droom. Ik denk dat het een realiteit is. Nationalisme wordt gezien als een realiteit. Ik denk dat het een nostalgische droom is.’
Geert Mak: Grote verwachtingen. In Europa 1999-2019 (Atlas Contact)

In Europa – de geschiedenis op heterdaad betrapt
NPO 2, Zondag 22 en 29 december 21.10 uur

terug naar de gids