cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Ik wil meer lezen

Lidija Zelovic over Bosnië

Nicoline Baartman

Elke aflevering van In Europa wordt in de VPRO Gids geflankeerd door een interview met een ooggetuige van de recente geschiedenis. Bij aflevering 4 is dat filmmaker Lidija Zelovic, die op haar 21ste uit Sarajevo vluchtte. ‘Ik wil door het zwijgen heen breken.’

Lidija Zelovic was 21 toen ze vertrok. Haar reistas lag nog voor het grijpen van een skivakantie. Ondergoed voor een week erin en klaar. Langer zou ze niet in Belgrado blijven. ‘Ik dacht: nu heb ik een mooi excuus als ik straks het tentamen Oudslavische talen niet haal. Dat zou ik de week erna hebben.’ Het leven lachte haar weer toe. Haar droom, een internationale kunstschaatscarrière, was uiteengespat. Maar ze studeerde Servo-Kroatische literatuur én ze was nieuwslezer en presentator bij het ‘AT5 van Sarajevo’.
Niet veel later bevond de flat in Sarajevo, waar ze met haar broer en ouders woonde, zich in de frontlinie van oorlogsgebied. Zij bleven achter, terwijl Lidija in Belgrado werd opgevangen door Servische familie van vaders kant. ‘Lieve, genereuze mensen,’ zegt ze. ‘Ik wist niet eens van hun bestaan.’ Een week werd drie maanden. ‘Toen zei mijn vader aan de telefoon: “Je moet daar weg.”’
 ‘Weet je wat we dachten? Wij worden het volgende CNN! Niet: mijn god, wat gebeurt er met ons land!’
Lidija Zelovic
Via Boedapest reisde ze met trein en bus naar Zagreb, waar ze belandde bij de Kroatische familie van haar moeder. Het Zagreb dat ze van vakanties kende, bestond niet meer. ‘Ineens was iedereen fascistisch. Ook mijn familie.’
Ze werkte intussen als tolk; ter plekke vertaalde ze de verhalen van concentratiekampslachtoffers voor medewerkers van de Verenigde Naties en de IND, die vluchtelingen kwamen halen voor Nederland. Zij haalden haar over weg te gaan. ‘Mijn verweer was steeds: this is home, maar dat argument werkte niet meer.’ Zo begon een reeks van omzwervingen, die haar uiteindelijk naar Amsterdam voerde. Op Koninginnedag 1993 arriveerde ze op Schiphol.

Tito

De stem van Lidija Zelovic (49) is de voice-over van de In Europa-aflevering over Bosnië, waarin het grote zwijgen na de oorlog het centrale thema is. In het Servo-Kroatisch praat ze de verhaallijnen aan elkaar, helder en betrokken. ‘Dat is wat ik telkens probeer te doen, ook voor mijn zoon: vertellen wat er gaande was. Met afstand natuurlijk.
Maar juist die afstand geeft een bepaalde verantwoordelijkheid. Na verloop van tijd moet je weten waarover je praat. Elk woord moet overwogen zijn: wat je zegt, en hoe en wanneer.’
Met Sergej van dertien, een volgens haar iets te serieuze gymnasiast, woont de filmmaker op een bovenwoning in Amsterdam. Rollerskates op de trap, Tito’s portret naast de kapstok. Hij is voor haar de personificatie van het land van milk and honey van haar jeugd. En nog altijd viert ze met andere ‘Joego’s’ op 29 november de geboortedag van de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië.
‘Ik zou willen dat mijn kind zo’n onbezorgde jeugd had. Ik leefde een prachtig leven met een prachtige doctrine. Een doctrine ja, maar met prachtige ideeën van broederschap en eenheid waarin ik geloofde. Ik heb er zero aan getwijfeld. Als het dan misgaat, duurt het lang voordat je dit echt beseft.’
Wat moet ze anders, zegt ze, dan haar documentaires wijden aan datgene wat haar leven heeft bepaald: oorlog. Ook haar bijdrage aan In Europa ziet ze zo. Voor haar film My Friends (2006) gebruikte ze haar eigen huwelijksfeest op het Bosnische platteland als excuus om haar vriendinnen, uitgewaaierd naar Zweden, Canada, Sarajevo en Nederland, te herenigen.
De toon van My Own Private War (2015) is anders, vertwijfelder. Zelovic zoomt in op de verdeeldheid die ook tussen haar en haar geliefden aan de oppervlakte is gekomen – en op haar eigen verscheurdheid. ‘De mens beyond the war, dat is mijn zoektocht.’

Chaos

Ze was misschien naïef, zegt ze, maar ze zag geen reden voor ongerustheid, ook al zat ze als jonge tv-journalist boven op de gebeurtenissen. ‘Het is bizar: het discours verandert en het vocabulaire verandert. Woorden als Servisch, Kroatisch en Moslim sluipen erin. Maar het zijn andermans woorden die je leest. Of beter: het zijn maar woorden, om me heen veranderde er niks.’
Ook toen in april 1992 de tv-studio pal tegenover het regeringsgebouw in Sarajevo onder vuur werd genomen, was er geen reden tot paniek. Zij en haar collega’s liepen in en uit, filmden vanuit het raam. ‘De eerste beelden die naar buiten kwamen via de staatstelevisie waren onze beelden. Weet je wat we dachten? Wij worden het volgende CNN! Niet: mijn god, wat gebeurt er met ons land!’
Pas toen ze vluchtte, drong het tot haar door, op het vliegveld met haar vader en haar nichtje, dat ook mee mocht naar Belgrado met het laatste Joodse konvooi. Niet dat ze Joods is, ‘maar ik was wel lid van de Joodse gemeenschap, omdat ik deel uitmaakte van het Bosnisch-Joodse team voor de Maccabi Games’.
De herinnering grijpt haar nog altijd aan. ‘Het was eng, heel eng. Je voelt andermans angst. Je komt in een chaos terecht. Overal mensen en een legervliegtuig met een ruim, geen zitplaatsen. Je staat nog buiten. Iemand zegt: “Het is vol, nog tien mensen.” En ik voelde dat mijn vader me een duw gaf. Als ik daar nu aan denk: stel dat ik Sergej op die manier… We hielden ons vast, mijn nichtje en ik, alsof we in een volle tram stonden. De klep ging dicht en ik zag mijn vader tussen al die mensen om zich heen kijken.’

Zwijgen

Ze slikt, maakt een reuzenstap in de tijd: ‘In het begin ben je alleen maar blij dat je het hebt overleefd. Maar daar kun je niet een leven lang op teren. Begrijp me goed, ik ben er een beter mens door geworden. Ik kan extra scherp naar de wereld kijken. Maar soms zou ik het makkelijker willen. Ik wil Sergej graag ontspannen opvoeden. Maar als je dat steeds moet zoeken in jezelf… Ik vraag me af hoe hij zou zijn als ik geen oorlog had gekend, als ik hier was geboren.’
Op vakantie in Bosnië ving haar zoon, hij was nog klein, de stoere verhalen van vriendjes op – hoe goed hun vaders konden vechten. ‘Ik wilde hem behoeden. Maar natuurlijk kwam hij met vragen. En ik dacht: hoe kun je het niet vertellen?’ Ze refereert aan de Arabische tolk met wie ze optrok in Israël tijdens de tweede intifada. Soms nam hij zijn vierjarige zoon mee, tot ergernis van zijn vrouw. ‘Hij zei: “I cannot protect him from the world, I can only show him the world.” Dat heeft me zo geraakt.’
Zelovic doet hetzelfde. ‘Ik wil door het zwijgen heen breken. Hier heb ik dat geleerd: openheid kan bevrijdend zijn.’ In haar geboorteland is het geen optie. ‘Iedereen is het met elkaar eens. De verschillende kampen hebben geen contact meer met elkaar. Dus je hoeft het ook nergens over te hebben.
Maar het is ook onderdeel van onze cultuur. Bij ons wals je om de dingen heen. Dat zachte is ook mooi: de gemeenschap is belangrijker dan jouw persoonlijke leven. Maar het kan ook verstikkend zijn.’    
‘De verschillende kampen hebben geen contact meer met elkaar. Dus je hoeft het ook nergens over te hebben.’
Lidija Zelovic
De wordingsgeschiedenis van My Own Private War is wat dat betreft exemplarisch. Die film zou haar ‘ultieme, ware, eerlijke film’ over de oorlog worden. Ze wilde verslaggever en goede vriend Snjezan Lalovic opzoeken; hij volgde Mladic tijdens de oorlog op de voet. ‘We hebben samengewerkt in Sarajevo en hij was mijn Servische fixer, toen ik films maakte voor de BBC.’
De deal was: hij nam haar mee naar Srebrenica, zij zou met hem Servische doelen opzoeken. ‘Ik vroeg me af wat er zou gebeuren als ik me zou openstellen voor zijn waarheid. Hij, iemand van wie ik houd, meent: de Moslims zijn het kwaad, terwijl ik de Serven als boosdoeners zie. Ik wilde onderzoeken hoe open-minded we zijn.’

Falen

Lalovic ging akkoord en Zelovic reisde af – om bot te vangen. Dat werd snel duidelijk toen ze aankwam met haar crew. ‘Dan zie je hoever dat eromheen draaien gaat.’ Het ongemakkelijke gesprek dat ze filmde op zijn terras, is veelzeggend. Lalovic zegt: ‘Waarom zou ik iemand anders’ versie van mijn verhaal willen horen?’ En terwijl hij opstaat en wegbeent: ‘Snap jij welke complicaties het met zich meebrengt, als ik vanuit een naïeve wens om jou te helpen…’
Zelovic: ‘Het was inderdaad naïef van mij, naïef en arrogant. Hij kan het zich niet permitteren om na te denken. Wat als hij in Srebrenica ontdekt dat zijn premisses niet kloppen. Dan stort zijn wereld in. Hij heeft een gezin, is een publiek figuur. Natuurlijk gaat hij die doos van Pandora niet openen. Hij zou een overloper zijn. Maar dat bedacht ik me later pas.’
Onderweg naar huis dacht ze vooral: hoe ga ik het aan de Ikon en het Mediafonds vertellen. ‘Ik dacht: mijn film is mislukt.’ Totdat ze besefte: dit is het verhaal. ‘Het falen, de onmogelijkheid ervan, dat is het verhaal dat ik wil vertellen.’ Ze zocht haar neef op die sluipschutter was en confronteerde haar vader met het feit dat hij zich Servisch zegt te voelen – voor haar een schokkende ontdekking.
Zo werd het een film met een bredere scope: over een wankel evenwicht, wat mensen te verliezen hebben, hoe kwetsbaar ze zijn. ‘Voor mij is het doel: graven, graven, graven. Daarin ligt de bevrijding en niet in volgzame solidariteit met mensen die het met je eens zijn. Daarom is daar geen contact mogelijk. Dat zou meteen tot problemen leiden. Maar ja, wat gebeurt er met de tweede generatie? Wat gebeurt er met Bosnië? Ik houd mijn hart vast.’

Zwijgen als het graf

In ‘Zwijgen als het graf’ (regie: Stefanie de Brouwer, research: Frédérique Melman, Mandy Duijn, Goran Trkulja), de vierde aflevering van In Europa, reizen de makers af naar het voormalige Joegoslavië waar de oorlog in stilte nawoedt.

In het provinciestadje Prijedor leren de kinderen over Duitse concentratiekampen, maar niet over de kampen in hun directe omgeving. Jongerenorganisatie KVART probeert het stilzwijgen te doorbreken, maar loopt tegen muren op als ze de recente geschiedenis bespreekbaar wil maken. Ook de macabere voorgeschiedenis van Hotel Vilina Vlas in Višegrad blijft in nevelen gehuld: toeristen kunnen ongestoord tot rust komen in het luxe resort dat tijdens de oorlog fungeerde als het martelcentrum van militie-eenheid de Witte Adelaars.

Het verleden lijkt weggewassen, geen haan die ernaar kraait. Voor ‘de man met de schop’ is het niet-weten onverteerbaar.

Waar zijn zijn familieleden gebleven? Nog altijd spit hij in de omgeving van zijn ouderlijk huis de grond om, op zoek naar hun resten. Tot slot is er het bizarre verhaal van Daut en Dane: de eerste vocht mee met de Moslims, de tweede streed aan de kant van de Serven.

Op een dag in 2006 komen ze oog in oog met elkaar te staan in het dorpscafé, terwijl Daut meent dat hij Dane heeft doodgeschoten. De twee raken bevriend, maar als het over de oorlog gaat, blijkt de ruimte voor dialoog beperkt.

In Europa – de geschiedenis op heterdaad betrapt: Zwijgen als het graf
NPO 2, zondag 22.10-22.55 uur
terug naar de gids