wil jij een verhaal dat verder gaat?

help ons vooruit!

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

Halfdan Pisket over migratie

Nicoline Baartman

Elke aflevering van In Europa – de geschiedenis op heterdaad betrapt wordt in de VPRO Gids geflankeerd door een interview met een ooggetuige van de recente geschiedenis. Bij aflevering 5 is dit de Deense striptekenaar Halfdan Pisket, die een veelbesproken trilogie maakte over zijn vader. ‘Het is moeilijk om geen politiek kunstenaar te zijn.’

Illustratie Jenna Arts

‘Dit verhaal hadden we nodig’ was een veelgehoorde reactie. Op basis van vijftien getekende pagina’s kreeg grafisch kunstenaar Halfdan Pisket een contract voor de drie boeken die hij wilde maken.
‘Ik dacht: als het stil blijft na het eerste boek, heb ik nog een tweede en een derde kans.’ Zijn uitgever aarzelde geen moment. ‘Integendeel.’ Eind 2013 was Digte verschenen van Yahya Hassan, een jonge dichter uit Aarhus van Palestijnse komaf. ‘Daar was veel over te doen.’
Kennelijk was de literatuur toe aan een nieuwe stem in het voorheen zo vrijzinnige land, waar het populisme van de Dansk Folkeparti in 2001 in het centrum van de macht was beland: die van tweedegeneratiemigranten. Maar anders dan Hassan, die zijn moslimouders de maat nam, introduceerde Pisket een personage, zijn vader, dat in weerwil van goede bedoelingen boksbal van de omstandigheden wordt.
Pisket: ‘Ik realiseerde me dat ik aan de hand van zijn geschiedenis drie soorten migratieverhalen kon vertellen: van de vluchteling, van de gastarbeider en van de genaturaliseerde nieuwkomer.’ De boeken staan op de leeslijst van Deense scholen. Ze zijn in het Nederlands, Duits, Frans en Spaans vertaald. In 2019 won de trilogie de eerste prijs op het festival van Angoulême, het mekka van de Europese stripwereld.
Alom raakt de indringende grafische vertelling een snaar. Ook op onverwachte wijze, vertelt hij in zijn flat in Amagerbro. Amper een week na het verschijnen van Desertør, het eerste deel, in 2014 ontving hij een uitnodiging van de Turkse ambassade.
Daarna volgde er een van de Armeense ambassade. Hij googelde de namen van degenen die hem hadden ‘ontboden’ en constateerde dat ze in Rusland waren opgeleid. ‘Voor de zekerheid heb ik de grootste en sterkste van mijn vrienden gevraagd mee te gaan.’
In beide gevallen kreeg hij complimenten, felicitaties. Ze dronken thee, aten baklava. Er viel geen onvertogen woord – maar toch. ‘Ik dacht: jongens, waar gaat dit over? Een stripboek!’

Onwennig

In het stripboek – Deserteur, Kakkerlak en Staatsburger heten de delen – vangt Halfdan Pisket (Kopenhagen, 1985) het leven van zijn vader in dramatisch zwart-wit. ‘James’ noemt hij hem, geboren in de grensstreek tussen Turkije en Armenië, geboortejaar onbekend. 
‘Van jongs af aan loog ik tegen iedereen. Ook dat is onwennig: een verhaal vertellen over iets wat geheim moest blijven.’
Halfdan Pisket
Het was een titanenklus, hij windt er geen doekjes om. Drie jaar lang werkte hij zes dagen per week, tien uur per dag. Maar het móest. Al kostte het hem zijn relatie, leed zijn gezondheid eronder en verloor hij deels zijn anonimiteit, waaraan hij in het bijzonder hecht. ‘Ik wist: als het werd opgepikt, en ik wilde dat het lezers zou bereiken, moest ik interviews geven.’ Voor iemand met een activistische inborst en roots in de punk- en kraakbeweging is dat best een offer. ‘Maar laten we het ook niet overdrijven. Ik kan gewoon over straat.’
Zijn vader was een crimineel. ‘En ook dat is een stereotype als het over buitenlanders gaat. Ik heb het altijd geweten, ja. Het was een deel van het gezinsleven dat voor de buitenwereld verborgen bleef. Van jongs af aan loog ik tegen iedereen, mijn vrienden en hun ouders, leraren op school. Ook dat is onwennig: ineens een verhaal vertellen over iets wat geheim moest blijven.’
Hij staat op om een sigaret te roken in de open balkondeur. ‘Ik had als kind geen innige relatie met hem. Het is niet leuk om een criminele vader te hebben. Zo’n vader heeft weinig tijd. Die is er nooit, omdat hij even moet onderduiken of in de bak zit. En als hij er wel is, is hij druk met andere dingen.’
Afgelopen februari overleed ‘James’. Hij had kanker en zijn zoon was dankzij ‘het gekke, nieuwe leven’ dat hij tegenwoordig leidt in staat voor hem te zorgen. ‘Het is goed zo,’ zegt hij. ‘Hij heeft mijn leven beter gemaakt en ik dat van hem.’ Voor de wake die hij in Christiania organiseerde, zocht hij zijn vaders oude vrienden op: drugsdealers in Pusher Street, net als hij. ‘Ze vonden hem aardig en hulpvaardig, een slechte crimineel dus.’

Scarface

En nu woont Pisket in zijn vaders flat, ook dat is een deel van de nieuwe werkelijkheid. De muren, die ‘oranje van de wietdampen’ waren, zijn fris gesausd. Hij heeft een studio in zijn eigen appartement, dat in een nette buurt staat: voorbeeldig geval van gentrificatie, ‘terwijl ik vroeger in een jaar op negen verschillende adressen woonde’. Voor het raam staat zijn vaders schaaktafeltje. Pisket maakt koffie, zet een schaaltje met vijgen neer.
Ziet hij zichzelf als een politiek kunstenaar? ‘Het is moeilijk om er geen te zijn,’ stelt hij nuchter vast. ‘Hoeveel mensen verdrinken er jaarlijks op weg naar Europa? Twee-, drieduizend? Ik heb een missie. Ik wil elke dag opstaan met het idee dat ik iets zinvols doe. Maar het is geen propaganda, ik wil een goed verhaal vertellen.’
‘Ik werd een paar keer opgepakt en ik had mijn vader als voorbeeld. Ik wilde niet eindigen zoals hij.’
Halfdan Pisket
Amagerbro was niet altijd zo’n populaire buurt. Toen het gezin er kwam wonen in 1985 – Halfdan (letterlijk: ‘half-Deens’) was vier – had de buurt nog een grimmige reputatie. Zijn ouders kregen een woning toegewezen, niet deze flat, in het kader van herhuisvesting. Hun oude huis werd gesloopt.
Op school was hij het jochie dat rusteloos met zijn vingers op het tafelblad trommelde en opveerde bij de tekenles. Als puber zette hij met vriendjes de buurt op stelten. ‘Ik werd een paar keer opgepakt en ik zag dat het bij vrienden van kwaad tot erger ging. Ik had mijn vader als voorbeeld. Ik wilde niet eindigen zoals hij.’
Toen al wist hij dat hij ooit iets met zijn vaders levensverhaal zou doen. ‘Ik hield van Scarface en mijn idolen waren rappers. Met die ogen keek ik ook naar de Pusher-films over de onderwereld van Kopenhagen. Maar toen zag ik alleen het stoere gangsterverhaal.’

Zelfmoord

Tot zijn verrassing werd hij op zijn zeventiende toegelaten op de Koninklijke Deense Kunstacademie. Een vader van een klasgenoot op de middelbare school had zijn talent herkend en zich als mentor opgeworpen. Halfdan bekwaamde zich in alle mogelijke disciplines, terwijl hij in eigen beheer strips uitgaf en actief was in een anarchistische muziekgroep. 
‘Toen ik 21 was, pleegde mijn beste vriend zelfmoord. We groeiden samen op, niemand zag het aankomen. Het heeft lang geduurd voordat ik ermee kon omgaan. Ik herinner me dat ik er uiteindelijk ook met mijn vader over praatte, hier in deze kamer.
Hij vroeg waarom ik altijd zo’n terneergeslagen indruk maakte. Hij zat daar op de bank en begon te vertellen over het verlies van zijn vriend, toen hij jong was in Turkije. Op dat moment realiseerde ik me dat het criminele gedoe maar bijzaak was. Ik bedacht dat ik hem beter wilde leren kennen.’
Pisket keerde de kunstwereld de rug toe. ‘Ik wilde een vak leren, ergens goed in zijn. Toen heb ik besloten alleen nog maar te tekenen.’ De gesprekken die hij in de loop van zes à zeven jaar met zijn vader voerde – ‘in het Deens, ik spreek geen Turks, dat leek mijn ouders beter’ – vormen deels de basis van zijn trilogie. De rest is fantasie, inlevingsvermogen en research, hij wilde bijvoorbeeld ook de Armeense genocide erin verwerken.
Bezocht hij ook zijn vaders geboortestreek? ‘Daar had ik geen geld voor. Maar toen het eerste deel uit was, kreeg ik een stipendium. Van dat geld heb ik mijn vader meegenomen naar Turkije.’

Getto

De beschrijving van die reis tart het voorstellingsvermogen. Van de plekken uit zijn vaders jeugd bleek niets over. Vlak nadat ze waren gearriveerd, werden ze klemgezet door een klein leger gewapende politiemannen en gearresteerd. ‘Na zes uur ondervraging werden we de stad uitgegooid. Het was bizar, het verhaal waaraan ik al die tijd had gewerkt, was nog steeds niet tot een einde gekomen.’
Toch was er ook een goede afloop: in een naburig stadje stuitten ze bij toeval op familie. ‘Ze dachten dat mijn vader dood was, omdat ze veertig jaar lang niks van hem hadden gehoord.’ Aan de familiegalerij in het huis van zijn 92-jarige oudoom konden de portretten van ‘James’ en Halfdan worden toegevoegd. De familielijn was hersteld. ‘Het was mooi hoe mijn vaders zelfbeeld was veranderd. Eerst schaamde hij zich, maar nu was hij de vader van een bekende kunstenaar. Daarom kon hij zijn familie onder ogen komen. Hij had iets om trots op te zijn.’
In zijn werkkamer wijst Pisket op een stapel tekeningen voor zijn nieuwe boek. ‘Het is te vroeg, ik kan er nog niks over zeggen.’ Zeker is dat hij zijn bestemming heeft gevonden. Opstaan, tekenen, zich nuttig maken, ‘alsof het elke dag tekenles is’.
Intussen maakt hij zich over de Deense politiek weinig illusies, al hebben de sociaaldemocraten bij de laatste verkiezingen gewonnen. ‘Het is één pot nat.’
En de ‘getto’s’ die door de overheid zijn aangewezen als een soort verbeterlaboratoria? ‘Mjølnerparken is zo’n wijk, ik heb er zelf gewoond. Leuke buurt, heel gemengd, ga er maar kijken. Als je mensen wijsmaakt dat ze in een getto leven, leven ze inderdaad in een getto. Voor de straatjochies is het een vorm van erkenning. Beter kun je het niet krijgen als je Scarface wilt zijn. Maar volgens mij is het vooral een manier om mensen weg te krijgen en een excuus om nog meer dure appartementsgebouwen neer te zetten.’

The Love Bridge

In ‘De liefdesbrug’ (regie: Roel van Broekhoven, research: Nadia Moussaid, Qali Nur en Suzanne Hendriks), de vierde aflevering van In Europa, richten de makers het vizier op Denemarken, waar de populisten hun stempel op de migratie- en integratiewetgeving hebben gedrukt.
Er waait een gure wind voor nieuwkomers en hun in Denemarken geboren kinderen. Hoe Deens zijn zij eigenlijk? Het reclamecollectief Gorilla Media – de eigenaars zijn van gemengde komaf – deed met het filmpje ‘#JegErDansk’ (#IkBenDeens) veel stof opwaaien. Kleine kinderen worden tot tranen toe ondervraagd over hun identiteit.
Hoe moeilijk het is de Deense nationaliteit te krijgen, bewijzen de verhalen van Masi en Mevka. ‘Achteraan in de rij’ krijgen ze bij het minste of geringste te horen. Soms zit er niets anders op dan naar Zweden te vluchten, als dieven in de nacht. Dat is precies wat het Deens-Filipijnse gezin van Jacky en Jennifer deed. De brug tussen Denemarken en Zweden, bekend van tv-serie The Bridge, is verworden tot een uitvalsweg voor mensen die geen andere mogelijkheid meer zien.
In Europa – de geschiedenis op heterdaad betrapt: De liefdesbrug
NPO 2, zondag 22.10-22.55 uur
terug naar de gids