Netflixproductie The Big Flower Fight maakte korte metten met het belegen imago van bloemschikken. De tv-wedstrijd zette VPRO Gids-redacteur Katja de Bruin aan tot een verkenning van het bloemsiervak. Ze belandde in een wereld waar floral designers volle zalen trekken, krankzinnige bloemeninstallaties worden gemaakt en miljonairs hun feestjes floraal laten opluisteren. ‘Het staat heel ver af van wat je in een bloemenwinkel doet.’

De zaal is gevuld met duizend Chinezen. Op het podium staat een jonge Nederlandse vrouw met een lange vlecht en een headset op. Via een tolk geeft ze instructies aan een bataljon van ten minste twintig Chinese assistenten. De toeschouwers volgen al haar bewegingen, intussen ijverig aantekeningen makend. Over welke unieke talenten beschikt de vrouw met de vlecht? Ze is bloemist.


Wie niet thuis is in de wereld van de bloemsierkunst denkt bij het begrip bloemist aan de winkel op de hoek waar je een bos pioenrozen voor je zieke buurvrouw haalt, misschien een tafelstuk voor het gouden huwelijk van je ouders bestelt, of dat ene bruidsboeket, maar daarmee houdt het meestal wel op. En bloemschikken, dat is iets voor vrouwen met kleurige brillen en gezonde schoenen die tijdens de Libelle Zomerweek in de weer zijn met sierappeltjes en steekschuim.


Van dat belegen beeld blijft weinig over nadat je op Netflix The Big Flower Fight hebt gezien: een tv-wedstrijd als The Great British Bake Off maar dan met bloemen in plaats van banket. De deelnemers maken een jurk van bloemen, een eetbare troon of een metershoog insect. Er wordt gemeten, gezaagd, getimmerd en gelast om constructies te creëren die de bloemenpracht kunnen torsen zonder om te vallen.


The Big Flower Fight bewijst dat er naast topkoks, topsporters en topcriminelen ook topbloemisten bestaan, Hun wereld is een stuk spannender dan je denkt. Alleen kent niemand die wereld. Tijd dus voor een rondleiding.

Allereerst die term bloemist. Die kan je zomaar op het verkeerde been zetten. Lang niet alle bloemisten verkopen namelijk bloemen. Het is een verzamelnaam voor mensen in het bloemenvak. De hoogst haalbare titel is die van meesterbinder, al geldt dat woord inmiddels als antiek. Tegenwoordig noemen meesterbinders zich liever erkend bloemsierkunstenaar. Zij hebben de Proeve van Meesterschap met goed gevolg afgelegd en behoren nu tot een select gezelschap. Sinds 1996 zijn er een kleine honderd geslaagd.

De vrouw met de vlecht die de halve wereld over vliegt om masterclasses te geven, heet Hanneke Frankema en ze werd op haar 21ste de jongste meesterbinder ooit. Zelf noemt ze zich floral designer. Hanneke behoort tot de absolute top. Ze is zo goed dat ze op de dag dat we elkaar spreken eigenlijk op het EK bloemsierkunst in Katowice had moeten zijn. Dat kampioenschap werd, zoals alle grote evenementen, afgelast. Nu mag Frankema volgend jaar in april alsnog naar Polen om de Hollandse eer te verdedigen. Ze noemt het ‘de wedstrijd van mijn leven’.


Volgend voorjaar mogen 27 deelnemers uit evenzoveel landen alsnog komen opdraven om hun bloemsierkunsten te vertonen. De zes opdrachten die ze moeten uitvoeren, staan in het teken van muziek, te beginnen met een tafelstuk voor een schoolreünie. Titel: ‘Every Life Has a Soundtrack’. In anderhalf uur moeten de deelnemers iets spectaculairs laten zien. Hun culturele identiteit moet voelbaar zijn in het werk, net als hun individuele muzikale voorkeuren.


De tweede taak is een installatie, getiteld ‘Dance in the Rain’, die de schoonheid van dans en beweging moet ademen. Voor ‘Dancing Queen’ moeten de deelnemers in twee uur op basis van een soundtrack een danser decoreren. Het handboeket dient geschikt te worden volgens het motto ‘Life Is Much Like a Song’.
 

Hanneke Frankema

leeftijd: 37
titel: erkend meesterbinder (2004)
werk: gastarrangeur; floral designer; bloempromotie; masterclasses
wapenfeiten:  winnaar Barcelona World Flower Cup 2012; jurylid Hollands beste bloemstylist SBS6 2015 en 2016; Nederlands kampioen Bloemsierkunst 2018; deelnemer EK Bloemsierkunst 2021 in Katowice
specialisatie: techniek en ondergronden
favoriet materiaal: draad, qua bloemen kan een goede designer met alle soorten bloemen werken

 

 

Kunst

Op haar website vergelijkt Hanneke Frankema haar ‘florale leven’ met een ‘almaar doordenderende rollercoaster’. Als gastarrangeur geeft ze masterclasses en demonstraties over de hele wereld. Op Instagram heeft ze 17.900 volgers, die reageren met opmerkingen als: ‘Wat zo mooi is aan jouw werk is dat het ten eerste supermooi is maar ook dat je meteen ziet dat het van jou is.’


Deze bloemist heeft, zoals dat heet, een duidelijke signatuur. Als meisje deed ze de bloemschikopleiding in Leeuwarden, waar ze hoge cijfers haalde en alles won wat er te winnen viel. Vraag je aan Frankema of ze zichzelf als kunstenaar beschouwt, dan antwoordt ze zonder aarzeling: ‘Ja, ik denk dat ik dat wel kan zeggen.’


Ze maakt bloemwerken in kastelen waarvoor ze rustig 15.000 bloemen gebruikt. ‘Dat gaat wel wat verder dan een boeketje in elkaar draaien. Dat is echt kunst.’ Over de volle zalen die ze in China trekt, zegt ze: ‘Als je daar staat, met hoogwerkers en muziek erbij, dat is echt theater. Dat staat wel heel ver af van wat je in een bloemenwinkel doet.’
 

video

Vlog: Hanneke geeft haar eerste les in China

Nederlands signatuur

Veel topbloemisten volgden een groene mbo-opleiding, waarna ze zichzelf verder ontwikkelden, maar er bestaat ook een volwaardige hbo-opleiding. Aan de Aeres Hogeschool in Wageningen kun je de associate degree bloemsierkunst halen. Hier worden docenten bloemsierkunst opgeleid, maar de opleiding levert ook studenten af die bijvoorbeeld als plantaardig vormgever aan de slag gaan. Janneke Camps, docent bloemsierkunst, vertelt enthousiast over haar innovatieve studenten. ‘Er is bijvoorbeeld een oud-student die van afvalresten uit bloemenwinkels papieren schalen en frames voor de bloemenbranche maakt, en een andere afgestudeerde die zich helemaal heeft gespecialiseerd in eetbare bloemen.’


In 2004 werd Camps zelf erkend bloemsierkunstenaar. Nu begeleidt ze als mentor bloemisten die deze titel ook hopen te behalen. Dat lukt niet altijd. ‘Het gebeurt maar een of twee keer per jaar dat je iemand dat insigne kunt opspelden.’
 

Janneke Camps

leeftijd: 41
titel: erkend meesterbinder (2004)
werk: docent Bloemsierkunst Aeres Hogeschool, Wageningen; nature designer; trainer; mentor; inspirator
wapenfeiten: begeleidde drie erkend bloemsierkunstenaars;  leverde ruim tweehonderd vakdocenten en professionele beroepsbeoefenaars af; leefde en werkte drie maanden bij de Aboriginals voor haar Proeve van Meesterschap ‘Aborigineel’
specialisatie: verbinding vinden en leggen tussen mens en natuur
favoriet materiaal: bijenwas

Wie eenmaal bevoegd docent is, hoeft niet in Nederland te blijven. Ook in landen als Japan, Korea en China zijn Nederlandse docenten in trek. Maar waarom eigenlijk? Bestaat er zoiets als specifiek Nederlands bloemwerk? Volgens Camps wel. ‘De aanpak van het bloemwerk is anders dan die van hen. Nederlanders hebben een heel eigen signatuur. Je ziet bij ons zelfs verschil tussen het westen en het zuiden van het land. Studenten uit het westen nemen vaak hele kisten veilingmateriaal mee, terwijl studenten uit het zuiden meer seizoensbloemen uit de tuin gebruiken.’
 

Bestaat er zoiets als specifiek Nederlands bloemwerk?

 

 

 

 

 

 

 

Waar Nederlanders vooral in uitblinken, is hun royale gebruik van bloemen. Dat klinkt voor de hand liggend, maar is het niet. Wie je ook spreekt over Nederlandse bloemisten, iedereen is het erover eens dat ze verwend zijn door het enorme aanbod en de lage prijzen.


Han Fokkink, voormalig Nederlands kampioen en nu alweer jaren actief als jurylid bij wedstrijden in binnen- en buitenland: ‘Wij zijn een massaland, een Nederlander gebruikt tien bloemen waar een buitenlander er misschien vijf nodig heeft. In het buitenland zijn bloemen veel kostbaarder.’


Fokkink weet waar hij het over heeft. Hij heeft jaren in Canada gewerkt. ‘Ik zat in een wintersportresort en deed daar veel bruiloften. In augustus had ik er soms wel drie op een dag. Het was een uitdaging om daar aan bloemen te komen. In Vancouver heb je wel een veiling, maar het is echt niet te vergelijken met wat we hier hebben. Je moet ook een naam opbouwen. In het begin belde ik kwekers en dan zeiden ze: Fokking who?”’

Han Fokkink

leeftijd: 53
titel: erkend meesterbinder (1990)
werk: eigenaar Bloemenatelier Lochem en Borculo; jureren van nationale en internationale wedstrijden; demonstraties in binnen-en buitenland; aankleding Floriade
wapenfeiten: deelnemer EK 1995 in Hamburg (10de plaats); Nederlands kampioen 1995-1996; jurylid EK Bloemsierkunst 2021 in Katowice
specialisatie: kweken van bijzondere bloemen
favoriet materiaal: zomer - zinnia en cosmea; herfst – bessen en vruchten; winter – helleborus en sneeuwklokjes; lente – tulpen en ijslandse papavers

Sensatie

De Hollandse overdaad leidt gemakkelijk tot spilzucht. De bloemenwereld heeft sowieso nog wel een slag te maken op duurzaamheidsgebied. Janneke Camps leert de komende generatie in elk geval ‘holistisch nadenken over je footprint’ en vindt het ook belangrijk dat ze kritisch kijken naar modeproducten als gewaxte amaryllisbollen of geverfde bloemen. ‘Wij werken met de natuur. Persoonlijk vind ik er iets van dat bloemen gekleurd worden. Waarom wil je iets dat geel is oranje maken? Waarom is de schil van een amaryllisbol niet mooi?’


Ze vertelt over rozen uit Ethiopië, met van die hele lange stelen. ‘Die worden zo verschrikkelijk behandeld. Er zitten daar Nederlandse rozenkwekers die die rozen helemaal inspuiten met gif zodat ze het transport overleven. In Nederland worden ze op de veiling verhandeld en gaan ze soms weer door naar Frankrijk of België. Zo’n roos is compleet ondergedompeld in gif en vliegt de hele wereld over. Bovendien is er heel veel water nodig voor die rozen, in een land waar water erg schaars is. Al het moois van die roos verdwijnt zodra je het verhaal erachter kent. Wij leren onze studenten dat schoonheid ook gewoon in de berm staat.’


Onze achteloze omgang met bloemen werd fraai geïllustreerd in Hollands beste bloemstylist, dat vijf jaar geleden door SBS6 werd uitgezonden en online nog steeds te zien is. Deze bloemenvariant op Heel holland bakt stierf na twee seizoenen een stille dood. De kandidaten, veelal mensen die in een bloemenwinkel of tuincentrum werkten, moesten in dat programma onder meer een molen op de Zaanse Schans versieren, handboeketjes maken voor Amalia, Alexia en Ariane, en een bruidsboeket voor Patty Brard ontwerpen.


Zoals bij elke tv-wedstrijd waren de kandidaten niet primair geselecteerd op hun vakkennis of uitzonderlijke talent, maar op tv-kwaliteit. Dus betraden archetypes als de gepiercete alto met paars haar, de gebronsde valse nicht en de gezellige moeke het strijdperk.
 

Hoewel Janneke Camps blij was met de aandacht voor het vak, is ze niet erg te spreken over de manier waarop er in dat programma met het materiaal werd omgesprongen. Dat de kandidaten tegelijk een sprintje moesten trekken om bloemen te bemachtigen waarbij emmers omver werden geschopt en men elkaar soms takken uit de armen rukte, is niet de manier waarop je hoopt dat je werk in de tv-etalage wordt gezet. 


Hanneke Frankema is positiever over het programma. Geen wonder, want zij was een van de juryleden. ‘Voor mij is het heel goed geweest. Als je acht weken lang met je snoet op tv komt, is dat wel goed voor je bekendheid en ik heb er veel van geleerd.’ Op de vraag of wat we daar zagen recht deed aan het vak, aarzelt ze even.


‘Dat is moeilijk te zeggen. Niet helemaal. Ze willen dat er fouten worden gemaakt. Als je daar alleen maar bloemisten neerzet, knipt niemand in z’n vinger en valt er niks om. De makers wilden sensatie, er moesten brokken gemaakt worden, er moest een relnicht in, en een excentriekeling, en een mooi modepoppetje.’


 

Nieuwsbrief van de VPRO Gids?

Meld je nu aan voor de tweewekelijkse nieuwsbrief van de VPRO Gids en mis niets.

 

 

The Ritz

Die aanpak had onvermijdelijk consequenties voor het gemaakte bloemwerk. ‘De consument vond het waarschijnlijk al heel bijzonder, maar wij als jury dachten vaak: jee, dit ziet er niet uit! Op echte wedstrijden, bijvoorbeeld het Nederlands kampioenschap, ligt het niveau echt veel hoger.’


Wordt er tijdens zulke kampioenschappen eigenlijk ook om bloemen gevochten?

‘Naar een emmer bloemen rennen gebeurt daar niet. Iedereen krijgt evenveel bloemen. Maar er is wel een algemene kar met draad en takken. Als je die het snelste pakt, heb je wel een voorsprong.’


Over het algemeen gaat het er volgens Frankema wel vreedzaam aan toe tijdens wedstrijden, al kent ze ook verhalen over onderlinge haat en nijd. ‘Een van de regels is dat je thuis alleen dingen mag voorbereiden met dood materiaal. Je mag dus wel kraaltjes rijgen, maar geen besjes. Als jij thuis stiekem besjes hebt geregen en je trekt die tijdens de wedstrijd snel uit de doos, kan een andere deelnemer die dit toevallig ziet dat melden bij de jury. Er zijn ook wel eens bloemen uit elkaars stand gejat hoor. Dan had iemand hele speciale bloemen besteld en al klaargezet en dan waren die ineens weg. Zelf heb ik dat nooit meegemaakt, maar het komt wel voor.’
 

Zo’n wedstrijd zonder camera’s waaraan uitsluitend professionals meedoen, is natuurlijk niet te vergelijken met een tv-show die bedoeld is als vermaak voor een breed publiek. De Britse Netflixproductie The Big Flower Fight voldoet aan alle tv-wetten van dit genre. Er wordt gevochten om materiaal, de opdrachten zijn krankzinnig, de presentatie is ronduit hysterisch en de kandidaten zijn geselecteerd volgens alle denkbare diversiteitscriteria.

'Ik was er een beetje huiverig voor dat ze ons in de montage alleen als clowns zouden afschilderen'

Een van hen is Henck Röling. Ooit kwam hij voor de liefde naar Londen, waar hij nu al jaren als freelancer werkt in het hoogste bloemensegment. Waar hij ook komt, Röling baart opzien door zijn kleurrijke verschijning. Een roze legging met panterprint, een groen geverfde baard, een gele tulband, uitzinnige oordecoraties – het kan hem niet bont genoeg. Maar vergis je niet. Dit is een man die voor een Indiase bruiloft een pauw van bloemen maakt, die om halfvier ’s nachts vazen voor The Ritz staat op te maken en die door multimiljonairs wordt ingehuurd om hun feestjes floraal op te luisteren.


‘In Londen heb je mensen met heel veel geld die niet bang zijn het uit te geven. Die huren voor een feest rustig het National History Museum af. Dat kost 20.000 pond voor een avond.’


Daarnaast heeft hij jaarlijks een aantal grote vaste klussen, zoals Chelsea in Bloom, onderdeel van het Chelsea Flower Festival, en het Orchid Festival in de beroemde botanische Kew Gardens. Naast The Ritz werkt hij ook voor het chique warenhuis Fortnum & Mason en veilinghuis Sotheby’s. Veel hoger kun je niet zitten in de bloemenboom. Toch noemt Röling zichzelf ‘niet zo ambitieus’. Dat hij te zien is in The Big Flower Fight is te danken aan collega Yan Skates, een al even excentrieke broeder uit het Londense bloemistencircuit die hem vroeg of hij zin had mee te doen.
 

Henck Röling

leeftijd: 48
titel: erkend meesterbinder (1993)
werk: freelance bloemist in Londen; stijlicoon; kunstenaar
wapenfeiten: deelnemer The Big Flower Fight (Netflix 2020); design Orchid Festival Kew Gardens; design Chelsea in Bloom
specialisatie: grootschalige installaties; plantaardige beelden
favoriet materiaal: kippengaas, voor bloemen hangt het af van het seizoen

Orang-oetan

Dat de heren door de selectie zouden komen, snap je zodra ze hun entree maken in de arena. ‘Waarschijnlijk dachten de andere kandidaten dat wij alleen voor het entertainment waren. Ik was er een beetje huiverig voor dat ze ons in de montage alleen als clowns zouden afschilderen,’ vertelt Röling vanuit Londen. ‘Want ja, we zijn een beetje clownerig en we nemen het niet zo serieus. Het leven is al zo taai soms.’


Dus verfde hij voor de aflevering waarin groenten en fruit centraal stonden zijn korte haar als een watermeloen: roze, met zwarte pitjes en een groen randje, terwijl collega Yan voor de gelegenheid een buitenmodel koksmuts droeg. Knotsgekke kerels dus, maar wat ze maken dwingt grote bewondering af. Niet voor niets schopten ze het tot de finale.
 

Voor elke aflevering werd vier dagen gefilmd, waarbij iedereen in hetzelfde hotel werd ondergebracht. Een bont gezelschap van hippe New Yorkse instagrammers, stoere Ierse landschapsarchitecten, gays uit de alternatieve kunstscene, een boomlange transvrouw en een hartveroverende vader die zijn onzekere zoon onvermoeibaar moed in bleef praten. Volgens Röling vormden ze met z’n allen een grote bloemenfamilie.


Ondanks het onvermijdelijke showelement is hij toch wel ingenomen met het resultaat.

‘Ik denk dat het goed is voor het vak. De show legde de nadruk ook op hergebruiken, dat vond ik supergoed. Tiewraps mochten eigenlijk niet gebruikt worden. Single-use plastic werd ontmoedigd, net als steekschuim, want dat is ook slecht voor het milieu. Voor de kijker is dat misschien niet zo duidelijk, maar daar werd wel echt op ingezet.


Yan en ik wilden met onze orang-oetan van grassen het probleem van ontbossing en de menselijke expansiedrift op de kaart zetten. De show moet voor een groot publiek aantrekkelijk zijn, dus aanvankelijk waren ze daar niet zo enthousiast over. Het moest iets meer Disney zijn, maar uiteindelijk konden we dat verhaal toch vertellen. Het is echt meer dan een show met leuke bloemetjes.
 


 

The Big Flower Fight werd pas op 18 mei gelanceerd op Netflix, maar Röling heeft nu al fans van over de hele wereld. Zijn Instagram is ontploft, en hij krijgt privéberichten vanuit de verste uithoeken. Dat het duo commerciële potentie heeft, is niet onopgemerkt gebleven. ‘Ik kreeg een bericht uit Amerika: jij en Yan zijn echt een brand, jullie moeten je brand builden. Als je dat doet, nodig ik jullie uit om workshops te geven.’ Röling moet er smakelijk om lachen. ‘Dat is zó niet mij. Ik ga niet mijn ziel verkopen, daar ben ik een te nuchtere Hollander voor.’


Om dezelfde reden heeft hij ook nooit meegedaan aan wedstrijden. Zo’n EK, voor Hanneke Frankema een droom die uitkomt, is niks voor Henck Röling. Maar zelfs als je het talent en de ambitie hebt, dan nog is deelname aan zo’n EK niet voor iedereen weggelegd, zegt EK-jurylid Han Fokkink.


Hoe zit dat? Dat blijkt een ordinaire geldkwestie. Wie mee wil doen, heeft sponsoren nodig, want het materiaal wordt maar voor een klein deel door de organisatie geleverd. En dan hebben we het niet over een emmertje bloemen.


‘De ondergronden, de bloemen, bij een grote wedstrijd gaat het om fikse bedragen. Je praat echt wel over 50.000 euro. Vooral de ondergronden zijn vaak heel duur. Die worden speciaal gemaakt, meestal van metaal en het is allemaal maatwerk. Thuis maken de deelnemers ze al een paar keer om te oefenen en uiteindelijk moeten die ondergronden op transport naar Polen.’

video

Fragment: Henck Röling en Yan Skates in Netflix-serie The Big Flower Fight

Zelfmoordenaars

Hanneke Frankema is iemand die sowieso al veel werkt met sponsoren. Kwekers die een nieuwe soort hebben, willen die graag onder de aandacht brengen. Veel van haar werk maakt ze met gesponsorde bloemen. Voor het EK had ze de benodigde middelen net bij elkaar geschraapt toen het werd afgelast.


De nuchtere Fokkink vindt dat deelnemers soms een beetje doorslaan. ‘Er zijn jaren geweest dat het uit de hand liep met die ondergronden. Een mooie ondergrond wil nog niet zeggen dat het een mooi bloemstuk is. Je hoeft ook niet per se heel veel bloemen te gebruiken om iets bijzonders te maken. Iemand kan zich onderscheiden door minder bloemen te gebruiken, maar wel erg bijzondere, waar je veel moeite voor moet doen. Als jurylid kijk je ook of iemand alleen bloemen gebruikt die aangeboden worden op de veiling, of dat iemand met iets originelers komt.’


Nu komt hij op stoom. Hij neemt ons mee van Katowice naar het Brabantse Ravenstein, waar hij op een halve hectare grond bijzondere bloemen teelt. Er zijn maar heel weinig bloemisten die dat doen. Hij vertelt over de dahlia’s die hij kweekt (‘een moeilijke bloem om bij de groothandel te kopen, je moet hem vers snijden’), over rode distels (‘heel schaars, ik heb er nu tweehonderd aangeplant’) en over zinnia’s (‘zelfmoordenaars, die kunnen niet tegen de koeling, dan gaan hun kopjes draaien van de stress’).


Als hij tijdens zijn vele reizen iets bijzonders ziet neemt hij zaad mee en probeert hij het zelf te kweken. Er komen wel eens collega’s bij hem kijken. Die kopen alles op de veiling en hebben geen idee hoe de producten waarmee ze werken eigenlijk groeien.


Spuiten doet hij nagenoeg niet, en hij gebruikt gewoon wat koemest. ‘Ik probeer zo duurzaam mogelijk te werken. Ik loop er zelf de hele dag in, en mijn kinderen ook, dus ik wil daar geen rommel hebben. Door de media worden kwekers afgeschilderd als heel milieuonvriendelijk. Dat valt reuze mee, in Nederland zijn we heel vooruitstrevend op dat gebied.’
 

Han Fokking teelt bloemen in Ravenstein. ‘Ik probeer zo duurzaam mogelijk te werken. Ik loop er zelf de hele dag in, en mijn kinderen ook, dus ik wil daar geen rommel hebben.’

Van die halve hectare daar in Brabant gaan we toch nog even terug naar Katowice. Want hoe vertaal je zoiets abstracts als ‘dans en beweging’ nou in bloemen en hoe moet je dat als jurylid beoordelen?
 

‘Het zijn wel lastige thema’s,’ erkent Fokkink. ‘Ik ga me in de materie storten en bedenken hoe ik het zelf zou oplossen. Ik kijk altijd eerst naar een opdracht alsof ik zelf meedoe. Je leert wel om je persoonlijke voorkeur niet te laten meespelen. Als iemand een heel mooi werkstuk maakt met chrysanten moet je dat waarderen, ook al is een chrysant niet mijn bloem. Ik heb vroeger een leraar gehad die zei: als jij een bloem niet mooi vindt, is dat jouw probleem. Iedere bloem is mooi, iedere bloem is een schoonheid, je moet er iets mee doen waardoor hij wel mooi wordt.’


Hanneke Frankema kan naar eigen zeggen met alle bloemen uit de voeten. ‘Ik ben echt zo’n bloemist die alles mixt en die niet werkt in de vakjes van het seizoen. Ik gebruik rustig een tropische bloem bij een ranonkel.’


Docent Janneke Camps pleit juist vurig voor het volgen van de seizoenen. ‘Eigenlijk is het logisch dat je in de winter en late herfst veel materialen niet kunt krijgen. Die hyacinten die je met kerst al kunt kopen, dat zijn couveuseplantjes waar heel veel lichtvervuiling aan te pas komt. Tijdens die donkere dagen moeten de kassen hard werken.’


Ook Henck Röling werkt het liefst met seizoensbloemen. Op de vraag of er bloemen zijn waar hij een hekel aan heeft, is hij duidelijk. ‘Sommige bloemen zijn misschien een beetje stijf of niet helemaal mijn smaak, maar het blijven toch bloemen. En bloemen haten mag niet van mij.’
 

—  KATJA DE BRUIN