VPRO Gids 46

14 november t/m 20 november
Pagina 22 - ‘‘Mijn geduld is op’’
22

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

‘Mijn geduld is op’

Hugo Hoes

Iedereen die 50.000 betalende leden weet te ronselen kan een plekje in het omroepbestel veroveren. Wie zijn de mensen die dit ambiëren en waar staan ze voor? In de serie Zendingsdrang presenteren we een aantal gegadigden. Aflevering 3: Omroep X. Ooit presenteerden Guilly Koster en Ivette Forster VPRO-talkshow Bij Lobith, nu wil het duo een omroep beginnen. ‘Dit geluid móét gehoord worden.’

Wat wil Omroep X…

Guilly Koster (1955): ‘Ik heb zeer sterk mijn twijfels over de gebruikte methodiek bij het toelaten van nieuwe omroepen. Het is niet meer van deze tijd om 50.000 mensen aan je te koppelen door middel van lidmaatschappen. Mensen uiten hun betrokkenheid op andere manieren.’

Maar we hebben nu eenmaal dit systeem.

‘Ik heb net een brief opgesteld voor minister Arie Slob met het verzoek de telling een jaar uit te stellen. Ook namens andere nieuwkomers.’

Waarom?

‘Vanwege corona. Wij kunnen alleen werven via sociale media, er zijn geen festivals. Geen Kwaku, geen Ketikoti, Bevrijdingsdag of Koningsdag. Daar had ik overal kunnen staan. Dat voordeel hadden aspirant-omroepen vorige keer wel. Als het ek, het Eurovisiesongfestival en de Formule 1 in Zandvoort kunnen worden uitgesteld, waarom dan niet de uitgifte van de concessie? Raar toch? Ik voorspel dat niemand van ons, ook Zwart niet, die 50.000 gaat halen. Als niemand het haalt is het systeem failliet en uitgewerkt.’

‘Ik heb niets. Alleen mijn gedachten. Daarmee duw ik de wereld vooruit en trek ik jouw aandacht.’

Guilly Koster
Ongehoord Nederland heeft ze al.

‘Dat zeiden ze, maar dit is niet meer zo. Toen ik hoorde dat ON in december binnen drie weken 50.000 leden had, dacht ik: shit, what the fuck, weet je wel.’

Dat kan ik ook.
‘Dat móét ik ook. Ik wil het niet. Ik moet het. Ik wil programma’s maken. Hugo, ik sta met één been in het graf, godverdomme, ik word 65. En met mijn andere been sta ik op een bananenschil. Denk je dat ik zin heb om een omroep te beginnen? Nee, maar ik wil wel dat het bestel eindelijk gaat werken. Net voordat je kwam kreeg ik een link van de allereerste Bij Lobith, een talkshow uit 1988 die ik voor de vpro presenteerde met Ivette Forster. Ik klik erop en denk: shiiiit, al zó lang bezig met hetzelfde verhaal. Holy fuck, er is niets wezenlijk veranderd. Voor mij is dit echt méér dan alleen een omroep beginnen.’

 

Het zit u hoog.

‘Heel hoog, mijn geduld is op. En mijn tijd ook bijna. Ruim dertig jaar geleden had je Guilly Koster op televisie en daarna niks. Niemand heeft hetzelfde gepresteerd als wat ik met Ivette gedaan heb.’

Waarom is u dat destijds wel gelukt? U kunt niet toveren.

Nee, maar ik ben wel uitzonderlijk goed in wat ik doe. Welbespraakt, ik kan iets uitleggen en heb een grote algemene kennis. En ik had gigantische mazzel op dat moment. Ik sta hier ook niet voor mensen zoals ik. Ruud Gullit is een extreem goede voetballer, daarom komt hij er. Derek Walcott is een extreem goede schrijver, daarom wint hij een Nobelprijs. Maar ik vind dat er ook een plek moet zijn voor al die andere fokking kneuzen die ik ook op televisie zie bij witte mensen. Zwarte mensen moeten twee keer zo goed zijn om half zo ver te komen. En als we daar zitten moeten we vooral met onze tengels afblijven van witte kroonprinsesjes, otherwise you die.’

En dat is overal.

‘O-ver-al. We hebben 150 Kamerleden en niet een lijkt op mij. Ze lijken allemaal op jou! Dat moet veranderen. Mijn kinderen, daar doe ik dit voor. Ik ben hier doorheen gegaan, mijn broer, de generatie daarvoor en daarvoor.’

Niet nog een generatie.

‘En nog een. En nog een. Dat kan ik niet doen. Ik moet hiermee bezig zijn.’

Hier word ik een beetje verdrietig van, want bij omroep M24 hoorde ik hetzelfde.

‘Weet je hoe het is, Hugo… en hier kan ik écht om huilen. Weet je hoe beledigend het is om aan een tafel te zitten bij mensen die óver jou praten in plaats van mét jou? Dat is zo’n waardeloos gevoel. Ik ben er doorheen gegaan en kan ermee leven, want jij komt naar mij toe, hè. Omdat ik extra hard roep. In feite heb ik niets, alleen mijn gedachten. Daarmee duw ik de wereld vooruit en trek ik jouw aandacht. Ik kan huilen omdat ik weet dat er in de maatschappij zo veel getalenteerde mensen zijn die niet meedoen. Ik vraag niets extreems, maar gewoon gelijke kansen. Gelijke uitgangspunten. Is dat zo moeilijk? In dit democratische land waar we allemaal zo trots op zijn.’

Nu moet ik ook...

‘Anders dan dit kan ik het niet zeggen. Het komt uit mijn tenen, en uit mijn hart. Ik wil voor jou en mijn kinderen precies hetzelfde. Dat ze een beetje geluk hebben en gewoon hun leven kunnen leiden zonder anderen lastig te vallen. Sorry dat ik hier zo geëmotioneerd van raak.’

Dit raakt mij ook.

‘Het is geen foefje. Ik bedenk dit niet. Zo steek ik in elkaar, dat is waarom ik die omroep van de grond wil krijgen. Koste wat het kost. Linksom of rechtsom, maar dit geluid móét gehoord worden. Omdat anders de maatschappij naar de tering gaat. Dan komen mensen tegenover elkaar te staan die niet tegenover elkaar horen staan. Ze moeten samen aan tafel met een kopje thee, zoals jij en ik, en het er dan over hebben. Godverdomme. Excuse my language. Je snapt waar het allemaal vandaan komt. Dat is mijn intrinsieke motivatie om met Omroep x aan de slag te gaan.’

Zo kan ik m’n werk niet professioneel uitvoeren.

‘Hoeft niet. Soms moet je werken met je hoofd, soms met je hart, en zo het juiste verhaal te vertellen. Dat is wat het is. Nou, wil je een shot whiskey?’