wil jij een verhaal dat verder gaat?

help ons vooruit!

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

De dochters van Tout Lui Faut

Elja Looijestijn

Maartje Duin en Peggy Bouva zijn met elkaar verbonden door de plantage van hun voorouders. ‘Stelselmatige vernedering is heel moeilijk te erkennen.’

Maartje Duins betbetovergrootmoeder Antonia van Lynden-van der Heim,
die tot de afschaffing van de slavernij in 1863 mede-eigenaar was van Tout Lui Faut

Podcastmaker Maartje Duin (1975) komt uit een adellijke familie, haar moeder is barones van Lynden. Haar stamboom gaat terug tot de veertiende eeuw en er zijn straten naar haar familieleden vernoemd. In haar jeugd bracht ze de vakanties door op het familielandgoed in Zeeland waar haar grootvader is opgegroeid. Haar voorname voorouders zijn vastgelegd door beroemde schilders en haar familie heeft zelfs een uitgebreide Wikipediapagina.
Maar er is één ding waarover ze maar weinig weet: het kan bijna niet anders of haar invloedrijke familie heeft ook een aandeel gehad in slavenplantages. Is dat niet ook een onderdeel van haar erfenis? En wordt het anno 2020 niet eens tijd om dit onder ogen te zien? Hierover gaat haar achtdelige podcast De plantage van onze voorouders.
Peggy Bouva en Maartje Duin 

Peggy Bouva en Maartje Duin 

In het Nationaal Archief vindt Maartje inderdaad een suikerplantage waarvan een van haar voormoeders aandeelhouder was: Tout Lui Faut in Suriname. En het duurt ook niet lang tot ze stuit op een achternaam van een slavenfamilie, die alleen daar voorkomt: Bouva. Op Facebook vindt ze al snel de naam van Peggy Bouva (1978). Deze Rotterdamse kwaliteitsmedewerker bij gemeenten wist ook wel het een en ander van haar familiegeschiedenis, maar niet zo veel als ze zou willen. Ze stamt af van Afrikaanse slaven in Suriname. Ze had al eerder geprobeerd haar stamboom uit te zoeken, maar kwam toen niet erg ver. ‘Ik was nieuwsgierig naar de geschiedenis van mijn familie, voornamelijk op de plantage, maar ik kreeg de puzzel niet compleet. Dus toen Maartje vroeg of ik zin had om samen met haar op onderzoek uit te gaan, zag ik dat meteen zitten. Natuurlijk was het wel een beetje apart toen ze vertelde dat ze een nazaat is van een plantage-eigenaar. Maar ik vond het moedig dat ze me durfde te benaderen en dacht: dit is een mooi moment om die zoektocht op te pakken.’

Schuld

Het bleek het begin van een bijzondere samenwerking, maar Maartje was in eerste instantie huiverig om Bouva te benaderen. Haar Facebookpagina staat vol met filmpjes en artikelen die opkomen voor de zwarte gemeenschap. ‘Toen ik aan het project begon, was ik nog erg bezig met de schuldkwestie,’ zegt de podcastmaker. ‘Ik zag Peggy’s pagina, waar ze ook woede en kritiek op de Nederlandse samenleving uit, en betrok dat automatisch op mezelf. De eerste avond dat we elkaar spraken, vroeg ik of ze mij zag als een dader. Ik kreeg de vraag terug: “Zie jij jezelf als een dader?” Tijdens het hele proces bleef Peggy mij die spiegel voorhouden. Ondertussen zijn we samen het verleden in gedoken, om te proberen uit te zoeken waar onze familielijnen elkaar hebben gekruist. Ons persoonlijke verhaal is een kapstok voor een zoektocht naar een complexe geschiedenis, waar we nog maar heel weinig van weten.’
‘Mensen die de geschiedenis bagatelliseren hebben soms geen idee wat ze teweegbrengen bij nazaten, die nog dagelijks worstelen met emoties’
Peggy Bouva
Maartje Duin is de verteller van het verhaal, maar Peggy Bouva is de belangrijkste hoofdpersoon, en ze staan ook samen op het beeldmerk van de podcast. Wist ze waar ze aan begon toen ze toezegde om mee te werken? Bouva: ‘Het is een groot project geworden, maar ik ben er heel bewust ingestapt. Door de samenwerking aan te gaan kun je voor een evenwichtig beeld zorgen. De zwarte gemeenschap wordt te weinig gehoord, aan de ene kant omdat mediamakers ze niet benaderen. Of ze willen zelf niet meewerken, omdat ze het niet eens zijn met het beeld dat wordt geschetst. Maar toen deze kans zich voordeed, wilde ik juist mijn stem laten horen en mijn kant van het verhaal laten zien.’
Was u speciaal op zoek naar iemand als Peggy Bouva?
Duin: ‘Jazeker. Ik kan wel op zoek gaan naar de sporen van mijn familie, maar kan ik daarmee het verhaal van het slavernijverleden vertellen? Die mensen zaten in Nederland. Geschreven bronnen gaan ook altijd uit van het perspectief van de machthebber. Zo stuitten we op koloniale verslagen waarin het aantal zweepslagen voor “halsstarrige weigering” van het werk minutieus was vastgelegd. En een notariële akte waarin mijn betbetovergrootmoeder tekende voor de ontvangst van compensatiegelden. Want bij de afschaffing van de slavernij in 1863 kregen niet de vrijgemaakten, maar de plantage-eigenaren betaald: 300 gulden per vrijgemaakte. We gingen ook op zoek naar mondelinge overlevering binnen de familie Bouva. Sommige van deze verhalen gingen terug tot begin negentiende eeuw, en zij vulden vaak de geschreven bronnen aan. Ik wilde me ook verbinden met het maatschappelijk debat van nu: wat is de emotionele waarde van het slavernijverleden? Hoe kan het dat er anno 2020 nog bevolkingsgroepen lijnrecht tegenover elkaar staan in een zwartepietendiscussie? Waarom komen die witte geschiedschrijving en de zwarte beleving niet bij elkaar?’
Dat is nogal een opdracht.
Duin: ‘Ja, zeker! En het is ontzettend moeilijk. Telkens als ik dacht te weten hoe het zat, bleek het toch nog een slagje ingewikkelder. Ik werd daarbij ook geconfronteerd met de blinde vlekken die ik heb vanwege de cultuur waarin ik ben opgegroeid. Als witte mens hoefde ik nooit te bedenken hoe het is om zwart te zijn. Terwijl de zwarte mens in Nederland heel goed weet hoe hij om moet gaan met de witte meerderheid. Ik liet Peggy een montage horen waarin mijn moeder iets onhandigs zegt over Zwarte Piet. Ik dacht dat ze dat misschien heel erg zou vinden. Maar dan zegt Peggy: “Nee joh, dat weet ik toch allang. Dat is mijn leven.” Terwijl ik er nu pas voor het eerst over na moet denken.’

Stelselmatige vernedering

Het valt niet mee om een geschiedenis van twee kanten te vertellen. Duin is in de podcast regelmatig aan het stamelen, zoekend naar de juiste woorden, hopend niemand op de tenen te trappen. ‘Er is veel schaamte, aan beide kanten,’ zegt ze. ‘Dat heeft volgens mij te maken met vernedering. Slavernij is zo mensonterend. Als je met elkaar een oorlog uitvecht en je verliest, is dat iets anders dan eeuwenlange, stelselmatige vernedering. Dat is iets wat wij zelf ook heel moeilijk vinden om te erkennen, ofwel dat je vernederd bent, ofwel dat je vernederd hebt. Dat is met schaamte beladen.’
‘Dat herken ik wel,’ zegt Bouva. ‘Mensen die de geschiedenis bagatelliseren hebben soms geen idee wat ze teweegbrengen bij nazaten, die nog dagelijks worstelen met emoties die ze zelf ook niet altijd kunnen plaatsen. Generaties die niet geboren zijn in slavernij, maar wel in de systemen die bedacht zijn door de voormalige slavenmeesters. Ook in de Surinaamse gemeenschap is er een groep die het liever laat rusten. Maar dat wil niet zeggen dat het opgelost is en die emoties er niet meer zijn.’
 ‘Die adel is iets waar wij in ons gezin onze schouders een beetje over ophalen, maar dat is ook een privilege’
Maartje Duin
Maar ook die mening is te horen in De plantage van onze voorouders, geuit door familieleden van Bouva. Duin is niet de vertegenwoordiger van de witte kant van de zaak, en Bouva niet van de zwarte. Beiden hebben ze een persoonlijk verhaal en blijven ze in gesprek met elkaar. Dat is een prettig genuanceerd tegenwicht voor de extreme meningen en boze woorden die vaak de boventoon voeren in het slavernijdebat. ‘Maar die boosheid vind ik ook begrijpelijk,’ zegt Duin. ‘Bij mij zit het er zo ingebakken om kalm te blijven: we doen rustig, we gaan niet schreeuwen. Daardoor blijft ook de status quo behouden: behoudend zijn is niets oprakelen en niets opschudden. Ik vind het wel verfrissend dat Peggy soms wel boos wordt. Peggy, heb ik in de podcast het redelijke midden nou te veel willen opzoeken? Daar twijfel ik nog steeds over.’
‘Nee, ik denk dat je wel een realistisch beeld geeft,’ antwoordt Bouva. ‘Ik denk niet dat je aan sugar-coating hebt gedaan, omdat er ook in de zwarte gemeenschap veel nuances zijn. Een deel is zo boos dat men er niet over kan praten. Een ander deel zegt: ik heb er niets mee. In de podcast zijn alle gevoelens goed weergegeven. Ik vond het ook mooi om te zien dat bij mensen uit Maartjes familie het bewustzijn groeide.’
‘Ik weet dat niet iedereen in mijn familie er blij mee is dat ik dit onderdeel van onze geschiedenis heb uitgeplozen,’ zegt Duin. ‘Ik ben wel zenuwachtig hoe sommigen erop zullen reageren. Die adel is iets waar wij in ons gezin onze schouders een beetje over ophalen, maar dat is ook een privilege, want als we meer over onze voorouders willen weten, kunnen we dat zo vinden. Dat is een pijnlijk contrast met de nazaten van tot slaaf gemaakten.’
Wat heeft het uitzoeken van de familiegeschiedenis voor u betekend?
Bouva: ‘Het ging mij ook om erkenning van mijn voorouders. Ik wist dat ze in slavernij hadden geleefd, maar ik wist hun namen niet. Ik heb ook veel geleerd over hoe het eraan toeging op de plantage zelf, bijvoorbeeld hoe en waarvoor de slaven gestraft werden. We hebben brieven gevonden van een Zwitserse toezichthouder over het leven op de plantage in 1825. Hij beschreef hoe de tot slaaf gemaakten bij springtij vier dagen en nachten achter elkaar moesten werken om met de watermolen het suikerriet te persen. Er lagen ook mensen aan de ketting. Mijn voorouders leefden in die tijd ook op Tout Lui Faut, dus dat soort concrete details maakten veel indruk. Ik vroeg me af wat er in mijn voorouders omging. Drie, vier generaties zijn in slavernij geboren. Heb je dan het idee dat het ooit afgelopen zal zijn? En hoe zouden zij naar hun nazaten kijken? 
Ik vind het belangrijk om meer te weten over ons slavernijverleden, om het te verwerken en waardig te gedenken. En ook om het respect te ontvangen van de mensen die daar een belangrijke rol in hebben gespeeld. De dag van de afschaffing van de slavernij is belangrijk om bij stil te staan, maar dat gebeurt lang niet overal. Als ik op mijn werk zei dat ik er 1 juli niet was, moest ik altijd uitleggen waarom. Ik vind het heel mooi dat ik me daar door de podcast in heb kunnen verdiepen.’

De plantage van onze voorouders (Prospektor/VPRO) is vanaf zaterdag 30 mei te horen op vpro.nl/plantage en in de podcastapps.

De serie wordt vanaf 31 mei wekelijks op zondagochtend om 10.00 uur uitgezonden in OVT (NPO Radio 1).

terug naar de gids