Eind 1965 neemt Evelyn ‘Brandy’ Foster haar achtjarige zoon Lucius mee naar een auditie voor een commercial voor zonnecrème Coppertone. Brandy, een gescheiden moeder met vier kinderen, heeft jaren in Hollywood gewerkt bij een pr-bureau en ziet voor haar Lucius – bijnaam ‘Buddy’ – een toekomst weggelegd in entertainment. Lucius’ driejarige zusje Alicia is toevallig ook mee en door haar frisse en vrolijke verschijning maakt zij meteen indruk. Lang verhaal kort: aan het eind van de dag wordt Alicia gecast voor de commercial en Lucius niet. Alicia’s bijnaam? Jodie.
Buddy Foster zal later wel degelijk rollen spelen in commercials en in tv-series, maar zijn carrière verbleekt bij die van zijn jongere zus, die door hun moeder vanaf dat moment van auditie naar auditie gesleept wordt. Dat brengt Jodie via de commercials bij Disney en – wanneer het kindsterretje voorzichtig volwassen begint te worden – zelfs bij Martin Scorsese. Ze speelt eerst een rolletje in zijn Alice Doesn’t Live Here Anymore (1974) en twee jaar later breekt ze echt door met haar rol van tienerhoertje Iris in Taxi Driver. Jodie Foster is pas twaalf als ze die rol speelt en wanneer de film in 1976 in première gaat op het festival van Cannes is ze dertien. Daar verbaast ze de verzamelde journalisten door op de persconferentie van de film het Engels van Scorsese en hoofdrolspelers Robert de Niro en Harvey Keitel soepel naar het Frans te vertalen. Dat had ze namelijk als kind al moeten leren op het Lycée Français in Los Angeles, omdat moeder Brandy voor Jodie ooit een toekomst in Franse films in gedachten had.
Jodie Foster is een van de weinige kindsterretjes die met succes de overstap van jeugdfilms naar films voor volwassenen maakt, maar vanzelf gaat dit niet. Begin jaren tachtig begint haar carrière te kwakkelen omdat ze een studie African-American Literature aan Yale belangrijker vindt en eind jaren tachtig – na een handvol matige films – staat ze bijna op het punt om te stoppen.