VPRO Gids 20

16 mei t/m 22 mei
Pagina 5 - ‘Het nut van niksen’
5

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

Het nut van niksen

Hugo Hoes

Samen met Lona Aalders (illustraties) schreef Maartje Willems het grappige en goed gedocumenteerde niet-doeboek Niksen – Lang leve het lanterfanten. ‘Je moet het vangen.’

Lona Aalders (l) en Maartje Willems

Waar komt de fascinatie voor niksen vandaan?
Maartje Willems (37): ‘Met twee vriendinnen heb ik al een tijd een digitaal platform, Lazy Bees. Daarmee proberen we het luieren in een positiever daglicht te stellen. Ik ben graag lui en dat is niet iets wat je bij sollicitaties zegt, want dan kom je niet verder. Best jammer. Uit dat platform kwam het idee naar voren voor een boek over dit onderwerp. Best lastig, werd mij gezegd, omdat niemand zich wil profileren als lui.’
Zit wel wat in.
‘Ik vond het gek. Lui wordt vaak verward met onverschillig. Onverschillig is problematisch. Lui is niet negatief. Daar komt het niksen uit voort. Het werd bij mij thuis ook niet gewaardeerd als ik met lege handen naar de keuken liep. Dat was zonde. Dan was het: “Maar Maartje, de hele tafel staat vol afwas.” Als ik daar dan niets van meenam was dat een loze tocht van drie meter.
 ‘Het is niet zo van: ik ga nu even niksen. Het valt niet te plannen, want dan krijgt het iets geforceerds.’
Maartje Willems
Maar de afgelopen jaren werd steeds meer over lui geschreven. In de supersnelle samenleving blijkt toch behoefte te zijn om af en toe op de rem te trappen. Past ook in de slow-beweging. Langzamer leven, een eigen moestuintje en terug naar de natuur. Je weer concentreren op wezenlijke dingen.’
Zelfs The New York Times schreef uitgebreid over niksen als een Nederlands fenomeen.
‘En ook dat we daar goed in waren. Dat wierp een ander licht op het onderwerp. Opeens bleek het een trendje. Wij zijn toen verder gaan uitzoeken of het inderdaad zo Nederlands is.’
Ik hoor mijn moeder nog zeggen: zit niet zo te niksen. Dat was nooit de bedoeling.
‘Nee, het is altijd iets negatiefs. Ik heb het vaak te horen gekregen als een sneer. Als ik me verveelde moest ik altijd wat gaan verzinnen. Toen ik hiermee bezig was en het er met anderen over had, refereerden vrienden vaak aan hun kindertijd. Toen konden ze nog wel niksen. Als kind had je ook geen idee van tijd.’
Niksen is niet hetzelfde als vervelen?
‘Het is het stadium daarvoor. Dat je geen activiteit hebt en ook geen activiteit gaat verzinnen om die leegte mee op te vullen. Afwezigheid van elke andere activiteit.’
Waarom zou je het doen?
‘Je wil dat het nut heeft, hè?’
Zou fijn zijn voor onze lezers.
‘We wilden niet het zoveelste boek maken over hoe je in twee minuten per dag een mooier en gelukkiger leven krijgt. Daar wilden we van wegblijven, want je moet al zoveel doen om je leven fijner en mooier te maken. Alsof met een paar kleine veranderingen alles beter kan worden. Het mooie van niksen is juist dat het helemaal nergens toe leidt. Het dient geen enkel doel en je wordt er ook niet gelukkiger van. Of knapper of slimmer. Maar dat je gewoon even met lege handen naar de keuken kunt zonder dat het meteen wordt afgestraft.’
Kun je nog wel niksen nu je zo bewust met dit onderwerp bezig bent?
‘Ik kon het dus totaal niet. Altijd zag ik wel iets dat nog even moest gebeuren, zoals de basilicumplant redden of mijn boekenkast opruimen. Constant alles aan het optimaliseren om je heen. Nu niks ik vaker en ook wat langer.’
Hoelang?
‘Gisteren heb ik wel zeven minuten genikst. Dat is voor mijn doen lang.’
Wat is een goed niksmoment?
‘Het is niet zo van: ik heb nu een kwartiertje over en ik ga even niksen. Zo werkt het dus niet. Je betrapt jezelf eerder op niksen. Het valt niet te plannen, want dan krijgt het iets geforceerds. Je moet het vangen.’
Is het typisch Nederlands, zoals The New York Times schreef?
‘Ik denk niet dat wij Nederlanders het goed kunnen. Het wordt hier sowieso niet als iets positiefs beschouwd. Als jij bij de VPRO achter je bureau tussen je collega’s een beetje om je heen gaat zitten kijken of uit het raam gaat staren dan zal niemand zeggen: “Hugo wat goed van je. Fijn dat je even lekker aan het niksen bent.” Dan is het toch meer van: waar is hij mee bezig? Heeft hij nog wel wat omhanden? Oh, Hugo heeft het niet druk genoeg. Is er nog iets wat hij erbij kan doen?’
Herken jij mensen die aan het niksen zijn?
‘Soms. Mijn vriend was laatst aan het niksen. Dat zag ik niet meteen, omdat ik een boek zat te lezen. Hij had gewoon een kopje koffie en keek naar buiten. Dat was het. Op een gegeven moment zei ik: “Volgens mij ben je eigenlijk al een tijdje aan het niksen.” “Dat klopt,” zei hij, “en ik ben er best wel goed in.”’
Toen was het moment zeker meteen voorbij?
‘Nee hoor, hij ging er nog even mee door. Ik ben blijven kijken hoe hij verder nikste. Beetje meeliften op zijn niksstatus. Mijn vader kan het ook redelijk. Ik herinner mij dat hij een keer uit de garage kwam en halverwege stilstond en wat naar de lucht keek. Mijn moeder zei daar toen iets van. “Oh, ik was gewoon een beetje aan het niksen,” antwoordde mijn vader.’
Ga jij vandaag nog niksen?
‘Misschien. Maar wanneer ga jij het proberen?’
Even op de kalender kijken.
‘Je bent nu al af.’

Niksen – Lang leve het lanterfanten 
Spectrum