In het ijzingwekkende WO II-drama The Zone of Interest speelt de Duitse acteur Christian Friedel de rol van kampcommandant Rudolf Höss. Friedel: ‘Eerlijk gezegd heb ik nog steeds moeite om Rudolf van me af te schudden.’

Hoe kan het dat gewone mensen in staat zijn tot ongewone wreedheden? Het is een vraag die je alleen kan stellen wanneer je zelf niet in ongewone omstandigheden verkeert. Want dan is het antwoord wel duidelijk: álle mensen zijn in staat tot ongewone wreedheden.

‘De banaliteit van het kwaad’ noemde filosoof Hannah Arendt dat in de jaren zestig, in een poging te verklaren waarom de Duitse bevolking tijdens de Tweede Wereldoorlog had weggekeken terwijl er miljoenen joden werden vermoord. Achteraf zeiden velen dat ze van niets hadden geweten. Of dat nou waar is of niet, dan nog is het de vraag of ze anders gehandeld zouden hebben. En: of wij anders gehandeld zouden hebben.

Macaber

Die banaliteit van het kwaad is in de cinema nog nooit zo treffend en ontluisterend helder in beeld gebracht als in Jonathan Glazers nieuwe film The Zone of Interest, die afgelopen mei bekroond werd op het festival van Cannes en nu voor het eerst in Nederland te zien is op IFFR. In The Zone of Interest volgen we de ups-and-downs van een Duits gezin. Vader werkt hard om het leven van zijn vrouw en vijf jonge kinderen zo aangenaam mogelijk te maken. En moeder is trots op haar kroost en de prachtige tuin die ze heeft aangelegd.

Dit gezin heeft trouwens echt bestaan. Het zijn Rudolf en Hedwig Höss. Die met hun kinderen leefden in een prachtig huis... pal naast de muren van vernietigingskamp Auschwitz, waarvan Rudolf Höss de commandant was. In The Zone of Interest gaan we nooit het kamp binnen, maar het onnoemelijke leed dat zich daar afspeelt is altijd aanwezig. In de ijzingwekkende soundtrack, de macabere muziek van Mica Levi, en in het ongewoon alledaagse leven van het gezin Höss. Rudolf wordt gespeeld door de Duitse acteur Christian Friedel (1979), die we begin december spreken via Zoom.

Het begon toen de Britse regisseur Jonathan Glazer u vroeg een filmpje van uzelf op te sturen. Maar Glazer zei daar niet bij waarvoor dat was. Waarom stuurde u dat filmpje überhaupt op?
Christian Friedel: ‘Haha. Toen ik zijn naam googelde, bleek ik te zijn opgegroeid met het werk van Jonathan zonder dat ik me daarvan bewust was. Ik ben namelijk een grote fan van Radiohead en Massive Attack, en hij heeft een aantal clips voor ze gemaakt die ik vroeger eindeloos bekeken heb.

Alleen dat maakte me al nieuwsgierig. Maar ik had inderdaad geen idee waar de film over zou gaan. Glazer vertelde me niets, en ik kreeg ook geen scène om te spelen. Hij wilde alleen van me weten waarom ik was gaan acteren. Om dat zo eerlijk mogelijk te kunnen doen besloot ik dat in het Duits te doen. De selfie die ik toen maakte leidde tot een afspraak, waarin hij me eindelijk vertelde waar de film over zou gaan, en waarom hij daarvoor aan mij moest denken.

Jonathan zocht voor Höss geen boosaardig ogende acteur, geen cliché-nazi. Want Höss was een bureaucraat, een heel alledaagse man, en naar verluidt een goede echtgenoot en vader. Een Amerikaanse journalist die na de oorlog met Höss gesproken had noemde hem toen opvallend onopvallend, het type schoolleraar. In Michael Hanekes Das weisse Band speelde ik een leraar, en zo was Jonathan bij mij terechtgekomen. Toen hij me dat allemaal vertelde was ik gelijk enthousiast.’

'Ik moest koud zijn in mijn ogen als ik de waarheid sprak, en warm zijn als ik loog'

Christian Friedel

Christian Friedel als kampcommandant Rudolf Höss in The Zone of Interest

Sandra Hüller, die in de film Rudolfs vrouw Hedwig speelt, was aanvankelijk niet zo enthousiast. Begreep u haar aarzeling?
‘Ik had gelijk iets van: dit moeten we doen. Deze film is belangrijk. Helemaal in de donkere, sombere tijden waarin we nu leven, waarin wegkijken en zelfdeceptie zo’n grote rol spelen. Ik was denk ik iets naïever dan Sandra, want die stelde meteen de goede vragen. Ze zei toen ook iets heel moois: “Ik wil mijn tranen niet geven aan die persoon.” En ze heeft gelijk: het is een dunne lijn, want je wilt ze natuurlijk nooit verheerlijken. Ik denk dat Sandra zich daarvan iets beter bewust was dan ik, want toen ik de film voor het eerst zag, dacht ik direct: de volgende keer moet ik mezelf beter beschermen.’

Beschermen?
‘Ja, ik was soms... Alle scènes in het huis zijn opgenomen met een tiental vaste camera’s. Alleen wij, de acteurs, liepen door het huis. De crew volgde alles op monitors in de kelder. Aan de ene kant is het voor een acteur een luxe als je zo ongestoord kan werken, aan de andere kant kun je zo ook makkelijk verdwijnen in een rol.

Ik had me natuurlijk goed op Rudolf voorbereid en had de verschrikkelijkste beelden in mijn hoofd. Jonathan zei dat ik die juist moest gebruiken. Dat ik koud moest zijn in mijn ogen als ik de waarheid sprak, en warm zijn als ik loog. Begrijp je? Dat was een heel rare cocktail. Daar komt nog bij dat we schoten in het echte Auschwitz, vlak naast het kamp. Wat heel intens was. Er waren ook scènes waar ik vooraf enorm tegenop zag. Bijvoorbeeld aan het einde, wanneer Rudolf moet overgeven. Zijn lichaam reageert op de gruwelijkheden waarvoor zijn geest zich allang heeft afgesloten. Jonathan is altijd op zoek naar de waarheid en wilde graag dat ik op dat moment ook echt zou overgeven. Maar ik had al 25 jaar niet meer overgeven. En toch deed ik het. Omdat ik het goed wilde doen. Toen ben ik misschien iets te ver gegaan.’

Jonathan Glazer spreekt geen Duits. In interviews noemt hij de familie Höss vaak Hoss. Zonder puntjes. Hoe kon hij u toch regisseren?
‘Ik heb ooit gewerkt met de Amerikaanse theaterregisseur Robert Wilson en die sprak ook geen Duits. Maar hij begreep alles. Hij begreep de toon, de emotie. Net als Jonathan. Die voelde de waarheid. Heel bijzonder. Het is ook niet zo belangrijk wat wij zeggen in de film, het is veel belangrijker wat we doen. Het gaat vooral om de lichaamstaal. Dat vertelden ze me vroeger op de toneelschool al. Dat het bouwen van een personage begint bij het lichaam. Als laatste komen pas je stem en de woorden.’

Sandra Hüller als Hedwig Höss in The Zone of Interest

Hoe zien we Rudolf Höss in uw lichaam?
‘Daar heb ik het vooraf veel met Jonathan over gehad. Die vertelde me dat er altijd spanning in het lichaam van Rudolf zit, dat hij zich nooit kan ontspannen. Hij denkt altijd maar aan zijn werk. En die spanning wordt zo groot, dat uiteindelijk – in die scène met het overgeven, waar ik het zojuist over had – zijn lichaam protesteert. Zijn lichaam vertelt hem de waarheid. Rudolf was de kampcommandant, maar de man draagt niet het uniform, het uniform draagt de man. Dat uniform en Rudolfs akelige kapsel hebben me als acteur trouwens ook enorm geholpen bij het vinden van het personage.’

Ik sprak ooit met acteur Viggo Mortensen, die voor een rol ook een nazi-uniform aan moest trekken, en die vertelde me toen dat hij op slag veranderde toen hij dat uniform aan had.
‘Het veranderde mij ook. Ik herinner me nog de eerste keer dat ik het aan had en Jonathan en ik alle twee heel nerveus werden. Want ik was als Rudolf ineens een ander mens geworden. Eerlijk gezegd heb ik nog steeds moeite om Rudolf van me af te schudden.’

Hij is nog niet weg?
‘Nog niet helemaal. Het helpt me om zoals nu over de film te praten, om na vertoningen Q&A’s met het publiek te doen. Want het doet me goed om met anderen over die donkerte te praten die in ons allemaal zit. Ik weet nog dat Jonathan tijdens de opnamen tegen me zei, dat in ieder mens twee wolven zitten. Een goede en een slechte. En dat de wolf die je het meeste voedt zal bepalen wie je bent. Ik ben nu weer gewoon Christian Friedel, maar ik ben bang dat er nog steeds een beetje Rudolf over is.’

The Zone of Interest

The Zone of Interest draait momenteel in de Nederlandse bioscopen.

Meer over The Zone of Interest

elke vrijdag