In de documentaire Un pays qui se tient sage laat de Franse journalist/filmmaker David Dufresne betrokkenen reageren op het (politie)geweld tijdens de gelehesjesrellen in 2018 en 2019.

cadeautje

Je leest dit artikel uit de VPRO Gids gratis op VPRO Cinema. Wil je meer lezen over oa documentaires, podcasts en boeken? Neem dan een digitaal abonnement.

David Dufresne

David Dufresne

De eerste keer dat de Franse journalist/filmmaker David Dufresne (1968) in aanraking kwam met de politie was hij vijftien jaar oud. ‘Ik maakte toen een fanzine over punkrock,’ zegt hij eind februari aan de telefoon, ‘en op een dag werd er op de deur gebonkt. Mijn moeder deed open en de politie wilde weten waar ik was, want ik was een terrorist. Wat bleek: een paar gasten uit het noorden van Frankrijk waren opgepakt tijdens een demonstratie, een van hen was fan van mijn blaadje en mijn naam stond in zijn agenda. Dat liep voor mij nog met een sisser af, maar in de jaren daarna heb ik tijdens demonstraties regelmatig hard moeten rennen voor de oproerpolitie en kreeg ik ook harde klappen met de wapenstok. Ik was een jaar of achttien toen Malik Oussekine, een heel bekende zaak in Frankrijk, onder verdachte omstandigheden om het leven kwam terwijl hij in handen van de politie was. In mijn documentaire laat ik de gedenksteen ter nagedachtenis aan zijn dood zien. Dat ik me bezighoud met de politie is dus niet toevallig, het is emotioneel, fysiek en persoonlijk.’

 ‘De film heeft een persoonlijke visie, mijn visie, maar dan verteld door andere mensen’

DAVID DUFRESNE

Toch is Dufresnes documentaire Un pays qui se tient sage (‘een land dat zich goed gedraagt’, Engelse titel: The Monopoly of Violence) geen activistisch pamflet geworden, maar een intelligente, bedachtzame bespiegeling over geweld, de rol van de politie en de toekomst van de democratie.

Zeker een dozijn betrokkenen kijken in tweetallen naar beelden van uit de hand gelopen protesten van de gelehesjesbeweging in 2018 en 2019. Daarna gaan ze in gesprek over wat ze zojuist hebben gezien. De beelden zijn geschoten op mobieltjes, maar worden levensgroot geprojecteerd zodat de kijker zich midden in de rellen waant.

Wat we zien van de vele verwondingen tijdens die rellen is heftig, maar het had ongetwijfeld nog veel heftiger gekund. Waar trok u de grens?
Dufresne: ‘Het moest geen horrorfilm worden. Zonder Florent, mijn editor, was de film ook vast bloederiger geworden. Voor ik aan de film begon hield ik op Twitter al jarenlang bij hoeveel slachtoffers er bij de rellen vielen en plaatste ik elke dag wel een filmpje over politiegeweld. Zo heb ik honderden uren vol verschrikkelijke beelden voorbij zien komen. Zoveel, dat ik er langzaam gewend aan begon te raken. Florent gelukkig niet en zo kon hij optreden als bewaker van de goede smaak.’

U interviewt de betrokkenen niet, maar laat ze met elkaar in gesprek gaan. Waarom?
‘Ik wist al snel dat dit geen film vol talking heads moest worden. Je weet wel: ik ben expert in dit, ik ben expert in dat, en ik ben expert in de experts. Ik wilde dat mensen met elkaar in gesprek zouden gaan. Zo bleef ik als maker wel op de achtergrond, maar vergis je niet: dit is een documentaire, geen objectieve reportage. De film heeft een persoonlijke visie, mijn visie, maar dan verteld door andere mensen.’

Beeld uit Un pays qui se tient sage

In de film weten we nooit wie precies aan het woord is. Soms kunnen we hun rol raden, bijvoorbeeld wanneer we iemand met een ooglapje zien, maar u vermeldt nooit wie we zien en horen. Waarom niet?
‘Omdat ik wil dat je eerst luistert naar wat iemand te zeggen heeft. Dat je je laat verrassen en niet gelijk je mening klaar hebt als je ziet wat iemands rol of functie was. En dan blijk je het ineens eens te zijn met een politieman. O shit! Herinner je die man die filmregisseur Pier Paolo Pasolini citeert? Pasolini zei ooit dat hij liever met de politie omging, omdat dat de zonen van arbeiders zijn, dan met studenten, die zonen van advocaten zijn. Die man is voorzitter van een politiebond en hard rechts. Mijn vijand, zeg maar. We vliegen elkaar ook iedere dag op Twitter wel in de haren. Maar dat uitgerekend hij Pasolini aanhaalt verraste me wel.’

Hoe verder we in de documentaire komen, hoe meer het accent verschuift van de rol van de politie naar de rol van de staat. De conclusie van een van de sprekers is dat in een democratie consensus gevaarlijker is dan dissensus. Je kunt geen democratie hebben zonder onenigheid...
‘Die opmerking is voor mij en de producent de belangrijkste zin in de hele documentaire! Kijk maar naar dat gesprek tussen president Poetin en onze president Macron. Daarin roept Poetin Macron ter verantwoording voor het extreme geweld tijdens de demonstraties. Bij ons zie je zoiets niet op straat, zegt Poetin. Nee logisch, in Rusland worden mensen al opgepakt voordat ze kunnen demonstreren. Zo zie je inderdaad geen onenigheid, maar je betaalt daar als gemeenschap wel een hoge prijs voor. En in het Westen lijken we ook die kant op te willen gaan.’

Uw film was net klaar voor de BLM-protesten en de coronacrisis. Zijn dat ontwikkelingen die het afglijden naar een autoritaire staat versnellen of juist afremmen?
‘Zie het als een voetbalwedstrijd, waarin het nu rust is. De wedstrijd is nog niet voorbij en we weten dus niet wie gaat winnen. Aan de ene kant is er veel debat over wat de rol van de politie moet zijn en wat democratie is, en dat is fantastisch. Eindelijk! Maar de antwoorden op die vragen zijn, zeker in Frankrijk, soms idioot. Macron werd gekozen als president zodat we geen alt-right-president zouden krijgen. En nu ontpopt Macron zich juist als iemand van alt-right! Maar de wedstrijd is nog niet voorbij, en mijn film is wat de coach in de rust tegen de spelers kan zeggen. Haha.’

Als we bij deze analogie blijven: wat is dan nu de stand?
‘Mmm... 1-1. Maar zij hebben de scheidsrechter aan hun kant. Gelukkig hebben wij de VAR, want met al die filmpjes die we met onze mobieltjes schieten kunnen we laten zien wat er echt gebeurd is.’

Un pays qui se tient sage is nu te zien op Picl