De eigenzinnige filmmaker Gianfranco Rosi, gaat in zijn documentaires nooit op zoek gaat naar antwoorden. Sterker nog, hij stelt niet eens vragen. Want: ‘Het leven is veel gecompliceerder dan een antwoord.’

‘Tijd is de belangrijkste investering die ik doe,’ zegt de Italiaans-Amerikaanse documentairemaker Gianfranco Rosi aan de telefoon vanuit New York. ‘Een groot deel van mijn werk bestaat eruit om eerst langdurig aanwezig te zijn bij de mensen die ik ga filmen. Soms ben ik daar meerdere maanden, een half jaar, voordat ik überhaupt de camera oppak.’

De 56-jarige Rosi heeft dan ook niet veel documentaires gemaakt. Maar wat hij heeft gemaakt, is indrukwekkend. Zoals Sacro GRA uit 2013, een prachtige mozaïekfilm over het leven buiten de ringweg van Rome – en de eerste documentaire die met een Gouden Leeuw werd onderscheiden op het festival van Venetië. Of het hartverscheurende Fuocoammare (2016), waarin hij het dagelijkse leven op het Italiaanse eiland Lampedusa plaatst naast de humanitaire ramp die zich voltrekt op de gammele, met vluchtelingen volgepropte bootjes, die meestal al zinken voordat ze Lampedusa hebben bereikt. Fuocoammare won de Gouden Beer in Berlijn en leverde Rosi een Oscarnominatie op. Op IDFA draaide dit jaar niet alleen een retrospectief met al zijn oude docu­men­taires (zes in totaal), maar ook zijn nieuwe documentaire, Notturno.

'Wanneer je daar bent denk je niet aan de gevaren, maar achteraf vraag je je af: wat heb ik in godsnaam gedaan?'

Gianfranco Rosi

Still uit Notturno (2020)

Rattatat

In Notturno gaat Rosi op zoek naar de plekken waar de bootvluchtelingen uit Fuocoammare vandaan komen. Die vindt hij aan de kunstmatige, na de Eerste Wereldoorlog getrokken grenzen van Syrië, Libanon, Irak en Koerdistan. Je zou Notturno een logisch vervolg op Fuocoammare kunnen noemen, maar bij Rosi is niets logisch. Hij zoomt niet in op de diverse oorlogen die daar woeden, maar op de effecten die die de oorlogen hebben op het dagelijkse leven van de bewoners van die gebieden. En Rosi is ook niet op zoek naar antwoorden; sterker nog, hij stelt niet eens vragen.

‘Wanneer je iemand een vraag stelt,’ legt Rosi uit, ‘zal die proberen daar antwoord op te geven. Maar het leven is veel gecompliceerder dan een antwoord. Ik ben in mijn documentaires op zoek naar intimiteit, naar diepgang. Daarom breng ik zoveel tijd met mijn hoofdpersonen door. Zo probeer ik de essentie van wat ze doen te vangen in beelden. Neem de moeder in de gevangenis die rouwt om haar verdwenen zoon. Dan weet ik dat ik getuige ben van een heel wezenlijk moment. Het komt dan niet eens in mij op om haar een vraag te stellen.’

In Notturno is de oorlog wel steeds aanwezig, maar alleen op de achtergrond; als het ‘rattatat’ van mitrailleurvuur, of brandende oliepompen. ‘Ik wilde geen documentaire over oorlog maken. Die zijn er al genoeg. Ik wil de echo van de oorlog laten zien in de herinneringen van mensen. Toch kwam ik soms heel dichtbij het oorlogsgeweld. Ik was in door IS gecontroleerd gebied, waar gevochten werd en waar bendes rondzwierven die me wilden kidnappen omdat ik geld voor ze waard ben. Wanneer je daar bent denk je niet aan de gevaren, maar achteraf vraag je je af: wat heb ik in godsnaam gedaan? Hoe heb ik dat allemaal kunnen filmen? En pas dan...’ zegt Rosi, een beetje lacherig, ‘merk je dat je symptomen van PTSS vertoont. Ik ga niet overdag naar mijn werk en kom ’s avonds weer thuis bij vrouw en kinderen [Rosi is tweemaal gescheiden en leeft nu alleen, red.]. Ik ben drie jaar op een extreme plek en dat heeft een enorme impact. Daarom beschouw ik ook elke documentaire die ik maak als mijn laatste. Maar dan krijg ik toch weer een idee, en begint alles opnieuw.’

Still uit Notturno (2020)

Verliefd

De mensen in zijn documentaires komt Rosi tegen wanneer hij zich op een nieuwe plek vestigt. ‘Stel je een kamer voor met honderd mensen. Dan zijn er soms maar een of twee met wie je je verbonden voelt. Zo gaat het ook met de mensen in mijn films. Het is bijna alsof ik verliefd op ze word. En dan voel ik de noodzaak hun verhaal te vertellen, of dieper op hun verhaal in te gaan. Dus begin je een gesprek. En dan ontstaat er vertrouwen en een soort solidariteit. Die wegvalt wanneer ik de camera oppak [Rosi filmt alles zelf, red.]. Want de camera verdeelt. Daarom is filmen voor mij zo’n pijnlijk proces. Zodra ik mijn camera pak, en soms doe ik dat pas na zes maanden met iemand te hebben doorgebracht, scheid ik me van ze af. Want wanneer je ergens een camera neerzet verandert dat de omgeving. Altijd. Ik geloof niet in de objectiviteit van de camera, of dat de camera onzichtbaar kan zijn. Sommige makers vinden ook dat de camera moet bewegen, en dat de lenzen een beetje vuil moeten zijn, omdat je alleen dan dichter bij de werkelijkheid komt. Daar geloof ik niets van. Ik geloof in het frame, waarbinnen het verhaal zich afspeelt.’

Omdat Rosi zoveel tijd met zijn personages heeft doorgebracht, en goed op de hoogte is van hun dagelijkse bezigheden, weet hij waar hij de camera moet neerzetten. Daarom lijkt het soms alsof hij ze regisseert. Maar dat blijkt niet het geval. ‘Ze gaan gewoon hun gang. Ze zien wel dat ik een camera in mijn handen heb, en ze hebben ook een microfoon op die altijd aanstaat, maar soms volg ik ze vier, vijf dagen zonder dat ik één seconde opneem. Met de jonge Ali, die zich aan jagers verhuurt als spotter, ben ik een maand lang meegegaan, terwijl ik de camera maar een paar keer aanzette. Dan moet je wachten en hopen dat er iets verrassends, iets wezenlijks gebeurt.’

Zou Rosi niet zelf een speelfilm willen maken? Zijn documentaires zitten immers vol film­tech­nieken en er staan drie speelfilms in zijn Top 10. ‘Alsjeblieft niet,’ zegt hij lachend. ‘Als ik van tevoren zou weten wat het verhaal moest worden, als ik me aan een script zou moeten houden en al wist wat ik moest gaan filmen, zou ik dat dodelijk saai vinden. Ik wil dat elke dag weer opnieuw ontdekken. Ik wil elke dag opnieuw verrast kunnen worden. Ik hou ervan om met helemaal niets te beginnen en dan pas na twee, drie jaar te ontdekken wat het verhaal was. De wereld die ik in die tijd om mij heen heb verzameld is zoveel mooier en groter dan ik ooit zelf had kunnen verzinnen.’

Notturno is vanaf donderdag 3 december te zien in de bioscoop en op Picl