wil jij een verhaal dat verder gaat?

help ons vooruit!

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

De keeper beschouwd

Hugo Hoes

In de prachtige Teledoc Keeper laat Johan Kramer (Joh an Primero, The Other Final) de wereld van de doelverdediger zien. ‘Keepers vieren hun feestje alleen.’

Ik las dat u zichzelf heeft vernoemd naar Johan Neeskens. Dat is een grap toch?
Johan Kramer (1964): ‘Nee, dat is echt waar. In mijn paspoort staat nog steeds Jan Jasper. Het is bizar, maar toen ik een jaar of zeven, acht was, was ik helemaal gek van Johan Neeskens. Mijn vriendjes waren bijna allemaal gek van Johan Cruijff, maar Neeskens was mijn held. Dat ging zover dat ik op een gegeven moment voor de klas ben gaan staan en zei: voortaan wil ik Johan heten. Best opmerkelijk, omdat ik eigenlijk heel verlegen was, misschien nog wel een beetje.
Toen ik later zelf kinderen kreeg realiseerde ik me pas dat je als ouder heel lang nadenkt over een naam, maar mijn ouders zeiden eigenlijk meteen: “Nou ja, oké. Als je zo wilt heten is dat prima.” Ze lieten die andere naam meteen los. Dat is in retrospectief ook wel grappig. Misschien omdat het in de buurt zat van Jan, mijn roepnaam.’

Johan Kramer

Schrijvers, verslaggevers en regisseurs die iets met voetbal doen hebben soms zelf ook gevoetbald. En meestal naar eigen zeggen ‘niet onverdienstelijk’. U ook?
‘Uiteraard. Ik was gek van voetbal. Tot mijn veertiende was profvoetballer worden de enige optie in mijn leven. Ging ook best wel goed, ik speelde op het hoogste jeugdniveau. Maar toen ik zag dat sommige vriendjes beter waren, kreeg ik een ander idee: voetbaljournalist worden. Dan kon ik in ieder geval in de buurt van die voetballers zijn en erover schrijven. Ik was soms meer met de verslagen voor het clubblad bezig dan met het voetballen zelf. Na een nogal teleurstellend verlopen bezoek aan de open dag van de School voor Journalistiek heb ik dat plan van de ene op de andere dag uit mijn hoofd gezet. Toen ik later ging filmen bleek ik toch de juiste keuze te hebben gemaakt: films maken over voetbal. Ben ik toch nog een beetje dichtbij.’
‘Als keeper kun je het ook bijna niet goed doen. De dramatiek daaromheen is heel interessant voor een film.’
Johan Kramer

Wat was de eerste?
‘Waarschijnlijk een commercial voor Nike want daar heb ik de afgelopen twintig jaar veel voor gedaan. Mijn grootste voetbalproject was The Other Final, een documentaire over een wedstrijd tussen de twee destijds laagst geklasseerde voetballanden, Bhutan en Montserrat. [4-0, Dorji 4’ 67’ 78’, Chhetri 76’, red.] Tot die tijd had ik een communicatiebureau en ik wilde al langer regisseren, maar vond het moeilijk om het bureau achter me te laten. Na deze documentaire wist ik dat dit mijn nieuwe leven moest zijn, fulltime regisseren. Dat was het laatste zetje dat ik nodig had en daarom is het voor mij de belangrijkste film.’

En nu Keeper.
‘Keepers vond ik altijd al interessant. Als je in het weekend door Nederland rijdt, zie je van die prachtige voetbalvelden. Aan de ene kant staan 21 mannen bij elkaar, kijk je de andere kant op dan zie je een man alleen in een roze of geel pakje. Dan denk je: hoe is het zo gekomen dat hij dit is gaan doen? Een ontroerend beeld: een man in een doel en maar wachten. Als keeper kun je het ook bijna niet goed doen. Een spits kan vijf open kansen missen, maar als hij in de laatste minuut een doelpunt maakt is hij de held. Als een keeper 89 minuten alles pakt, maar één balletje door zijn benen laat gaan, krijgt hij dat het hele seizoen te horen. De dramatiek daaromheen is heel interessant voor een film. Die heb ik gezocht bij de amateurs, want daar zit meer romantiek. Met een prof erbij zou de kans groot zijn dat die alle aandacht zou opeisen.’

Ik was vroeger reserve of keeper.
‘Zo ging het overal. Wie op het schoolplein overbleef bij het poten moest op doel. Dat waren altijd degenen die niet goed konden voetballen. Ze offeren zich op voor het team. Dat zit ook in hun gedrag. Het vooroordeel is dat het enorme solisten zijn, maar ik heb gemerkt dat ze juist heel sociaal zijn. De links- of rechtsbuiten is een solist. Egocentrisch en vooral bezig met zijn eigen acties. De keeper is er voor zijn team.’

Keeper heeft ook wel wat van een wedstrijd.
‘Je kijkt eigenlijk naar een wedstrijd die bestaat uit heel veel verschillende momenten. Zo begint het en eindigt het. Je wordt meegenomen in het leven van keepers. Ik wilde een heel voetbalseizoen op het veld staan om alle jaargetijden mee te maken. Veel kou lijden en veel wachten. Het was een kwestie geduld maar als we op een opnamedag langs drie of vier clubs gingen, hadden we altijd wel een paar juweeltjes.’

Wel fijn voor een filmer dat keepers op hun plek blijven.
Zeker. Dat scheelt een hoop en maakt het overzichtelijk. Ik houd heel erg van symmetrie en rechtheid in beeld. Het doelgebied van de keeper is ook recht met rechte lijnen en hoeken. Mooi om dat in de film zelf ook te doen. Meestal stond ik recht aan de zijkant of recht achter het doel te kijken. Dat is een beetje de visuele taal van een keeper. Nooit met de camera schuin naar het doel. Ook de film zelf is uitgerekt. Op cinemascoopformaat, met een heel breed en uitgerekt kader. Dat zie je bijvoorbeeld ook bij Tarantino, met zwarte balken boven en onder. Zo kon ik precies de maten en verhoudingen aanhouden van het doel. Die komen overeen met ons beeld, maar dat is meer voor filmkenners. Daar zal het grote publiek niet van wakker liggen.’
De doelverdedigers in Keeper zijn nogal verschillend.
‘Ik had een wensenlijstje van vijf ideale hoofdpersonen. Daar stond onder meer de oudste keeper van Nederland op, een jonge keeper die net begonnen was en ook wilde ik graag een Syrische vluchteling die keept. Dan ga je zoeken.’
En zo werd Tarek gevonden.
‘Die dan ook nog eens in het nationale team van Syrië blijkt te hebben gekeept. Net als zijn vader. Dat is zijn grote inspiratiebron en als jongetje zat hij vaak achter het doel naar zijn vader te kijken. Nu speelt hij hier bij de amateurs.’
Hij lijkt wel hogerop te kunnen.
‘Dat zou hij graag willen, maar hij is al begin dertig en een grote carrière zit er op die leeftijd niet meer in. Zijn grote droom is keeperstrainer worden.’
Oud-keepers worden soms keeperstrainer, maar zelden hoofdtrainer.
‘Nee, dat is raar. Keepers hebben goed overzicht en vanuit die ervaring kunnen ze heel goed een team coachen. Eigenlijk doen ze ook niet anders maar er is toch een vooroordeel. Ik heb Johan Derksen ook weleens horen zeggen dat een trainer die keeper is geweest niet serieus wordt genomen. Wat dat betreft zit de voetbalwereld vol clichés. Ze kijken eigenlijk altijd hoe het geweest is in plaats van hoe het kan zijn. Dat is wel een beetje jammer.’
De 74-jarige Jan, de oudste keeper van Nederland, speelt zijn afscheidswedstrijd.
‘Ja, maar bij première van de film fluisterde hij dat hij toch af en toe al weer inviel als keeper. Hij kan het niet laten.’
De jongste is acht.
‘Lenny. We wilden iemand die net besloten had om keeper te worden en het liefst van buiten de Randstad. Hij woont op Terschelling en moet om de week om zes uur opstaan om met de boot naar uitwedstrijden te gaan. Fantastisch. Dat wilde ik graag meemaken.’
Niet al je keepers zijn nog amateurs. Selena Babb werd prof.
‘Dat is voor een filmer een cadeautje. In de film krijgt ze eerst heel veel tegendoelpunten en tegenslag, ook omdat ze in een matig team speelde. Maar ik zag op de training al hoe ontzettend goed en gedreven ze was. Dat Selena in de draaiperiode naar een topclub in Roemenië ging was wel een verrassende wending. Inmiddels speelt ze op het hoogste niveau in Spanje bij Sporting de Huelva. Moet ze tegen Barcelona met Lieke Martens.’
De handschoenen zijn belangrijker dan de kicksen, toch?
‘In gewone sportzaken hangt altijd heel veel voor voetballers, keepers komen er bekaaid af. Maar, dat wist ik ook niet, er zijn ook sportzaken speciaal voor keepers. Zie je een wand met vijftig soorten handschoenen. Als Jan daar op zijn oude dag een paar mag uitzoeken is hij als een kind in de snoepwinkel. Hoe beter hun spullen hoe zekerder ze ervan zijn dat ze geen blunders begaan. Ze spugen ook allemaal in hun handschoenen. Mijn hoofdpersonen ook. Dat zag ik ook pas nadat we er heel veel hadden gefilmd. Een keer kwam een keeper mij na een wedstrijd waar we gefilmd hadden ook even de hand schudden. Met zijn handschoenen nog aan. Toen heb ik even beleefd gegroet en ben daarna snel naar het toilet gerend om mijn handen te wassen.’
‘Een keeper moet in zijn doelgebied blijven. Dat is zijn omgeving.’
Een doelpunt meevieren met je team, dat doe je niet.
‘Keepers vieren hun feestje alleen. Dat maakt ze een beetje eenzaam, maar ik snap dat wel. Of zo’n keeper die in de laatste minuut bij een achterstand mee naar voren rent als er een hoekschop is. Nee, dat hoort niet en klopt niet, ik vind dat altijd heel ergerlijk. Hij moet in zijn doelgebied blijven. Dat is zijn omgeving.’
Een penalty tegen is bijna een cadeautje voor een keeper.
‘Dat is het moment om legendarisch te worden door een wonderbaarlijke redding te verrichten. En het maakt niet uit als je hem mist. Daar gaat iedereen toch al van uit. Overigens winnen ze liever met 1-0 dan met 8-3. Dat vinden ze vreselijk terwijl 8-3 voor het team en het publiek natuurlijk een geweldige uitslag is. Maar het gaat om die nul.’
Hebben keepers buiten het veld ook specifieke gemeenschappelijke kenmerken?
‘Individualistisch. Unieke persoonlijkheden met iets eigens. Het zijn geen rechtsbacks. Rechtsbacks zijn de saaiste mensen van Nederland. Die zitten op een administratiekantoor. Keepers zijn outsiders. Op een leuke manier. Niet verknipt, maar zichzelf.’

trailer: Keeper

Teledoc: Keeper
NPO 2, Maandag 15 Juni 20.05-21.30 uur

terug naar de gids