VPRO Gids 9

27 februari t/m 5 maart
Pagina 34 - ‘De verveling omkeren’
papier
34

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

De verveling omkeren

Katja de Bruin

Ronald Snijders (1975) maakte een podcast over zijn ‘blikopener’ K. Schippers (1936). ‘Levenskunstenaar is een verschrikkelijk woord, maar je zou wel willen leven zoals hij.’

K. Schippers, Ronald Snijders en interviewer Jellie Brouwer op de Avond van de Stadsdichter, Amsterdam 2017

Als je wilt weten hoe Ronald Snijders zichzelf omschrijft, is het handig op zijn website normalemensen.nl te kijken. Onder het kopje ‘Wie is Ronald?’ zie je dat hij zichzelf absurdist, schrijver en programmamaker noemt. De welkomsttekst op zijn site is een goede illustratie van dat absurdisme: ‘Als u deze website leuk vindt: er zijn nog veel meer websites op internet. Elk met een eigen opmaak en inhoud.’

Ronald Snijders ziet het absurde in het alledaagse. Dat deelt hij met K. Schippers, al net zo’n ongrijpbare figuur als Snijders. Er is onmiskenbare verwantschap tussen deze twee heren, al dateert de een van 1975 en de ander van 1936. Snijders noemt Schippers niet alleen zijn oudste vriend, maar ook zijn ‘blikopener’, iemand die hem leerde anders naar dingen te kijken.

Nu K. Schippers, die eigenlijk Gerard Stigter heet, ernstig ziek is, wilde zijn jonge vriend nog graag een mooi, lang gesprek met hem voeren. Dat gesprek werd begin januari gevoerd en vormt de basis voor de NPO Docs-podcast Leven volgens K. Schippers. Dit is de man die al zestig jaar gedichten, romans, verhalen, essays en kinderboeken schrijft, die documentaires maakte, memorabele kunstkritieken schreef, en die de laatste jaren steeds vaker verdwenen vrienden uitzwaaide. Afgelopen oktober nog stond hij in De Groene stil bij het overlijden van filmmaker Kees Hin, met wie hij niet alleen hetzelfde geboortejaar deelde, maar ook hetzelfde trappenhuis. En o ja, ze maakten ook samen films. Zoals Screen, uit 2015, een eerbetoon aan het filmscherm (‘geen film kan zonder en toch zie je het nooit alleen’), waarin ze witte bioscoopdoeken lieten zien.

Tijdschrift voor teksten

In 1966 werd Schippers, toen dertig, uitvoerig geïnterviewd door Jaco Groot, die een paar jaar later uitgeverij De Harmonie zou oprichten. J. Bernlef, G. Brands en K. Schippers hadden op dat moment 44 nummers van Barbarber uitgebracht, het tijdschrift dat door Simon Carmiggelt ‘één van de schaarse verrukkingen mijns levens, verreweg het gekste blad ter aarde’ werd genoemd, en dat inmiddels een cultstatus heeft.

In dat interview vertelt Schippers onder meer hoe hij aan zijn pseudoniem kwam (‘die K. betekent verder niets, ik vond dat toen de aardigste letter van het alfabet’), wie zijn favoriete schrijvers zijn (‘wat ik echt met plezier lees, is De Grote Boze Wolf uit Donald Duck en de Echo, het Amsterdams advertentieweekblad’) en zijn blik op de wereld (‘Voor mij betekent op zich geen enkel onderwerp iets. Alleen de stijl telt. Een muis die door de kamer loopt is even belangrijk als een veldslag of een driehoeksverhouding’).

Het legendarische tijdschrift Barbarbar

Het legendarische tijdschrift Barbarbar

Jaco Groot, de uitgever van Ronald Snijders en attendeerde hem op dat interview. Het leek Snijders mooi om te kijken hoe Schippers 55 jaar later denkt over leven en werk. Dat gaan we horen in Leven volgens K. Schippers. Maar eerst vertelt Snijders hoe K. Schippers al jaren op allerlei manieren in zijn leven opduikt. Via André van Duin, die liefhebber was van Laurel en Hardy, waardoor Snijders ook fan werd, waarna hij ontdekte dat een zekere K. Schippers in 1968 de Stichting Laurel en Hardy Fonds had opgericht. Vervolgens kreeg hij van vrienden zomaar het Barbarberalfabet cadeau, een boek over het ‘tijdschrift voor teksten’, opgericht in 1958. Hij had nog nooit van Barbarber gehoord, maar was er gelijk verrukt van. Dus toen VPRO’s Atlantis in 1990 een uitzending maakte waarin K. Schippers, G. Brands en J. Bernlef, gezeten in een appelboomgaard, vertellen over hun liefde voor Jacques Tati, Buster Keaton en jazz, stond de videorecorder op scherp. De VHS-band heeft hij nog.

Wat raakte hem zo in dat Barbarberuniversum? ‘Het waren hele wonderlijke teksten. Ja, nu verwacht je van mij allemaal volzinnen zeker? Over waarom ik dat zo goed vond.’ Na enig nadenken: ‘Het gaat over de eenvoud, en het absurde daarvan. Er zit een soort vervreemding in met de suggestie van humor, maar ze gaan nooit direct voor de harde lach. En er zat geen oordeel in. Wacht, ik pak het er even bij.’

Omdat we aan het beeldbellen zijn, zien we hoe Snijders Barbarberalfabet pakt, begint te bladeren en onmiddellijk zit te schudden van het lachen. We roepen hem tot de orde. Nogmaals: wat sprak hem zo aan in het werk van K. Schippers? ‘De kern van zijn werk is dat bij hem alles in aanmerking komt om iets te zijn. Hij zoekt de schoonheid niet per se in het drama, maar juist in het anti-drama. Wat er altijd is, dat wordt ineens wat. Dat raakt mij enorm. Want als je dat kunt zien is alles amusant, en dan verveel je je dus nooit. Dan keer je de verveling om. Zijn bekendste gedicht is: als je goed om je heen kijkt, zie je dat alles gekleurd is. Dat is het hele gedicht. Dan ga je toch meteen anders kijken. Een ander gedicht van hem heet Bij Loosdrecht. Als dit Ierland was, zou ik beter kijken.’

Vrijheid van geest

Snijders vertelt hoe Schippers opgroeide in Amsterdam-West, in de Van Speijkstraat, ‘een hele deprimerende straat’. In de jaren vijftig, de jaren van de wederopbouw, lag saaiheid overal op de loer.

‘Toen kwam hij in aanraking met de jazz, met Laurel en Hardy, met Marcel Duchamp, en dat was een openbaring voor hem. Zo kon je dus ook in het leven staan. De verveling omkeren. Zelf zegt hij dat er toen een bron is aangeboord die nooit is opgedroogd. Sinds 1963 heeft hij bijna elk jaar een boek gepubliceerd, poëzie, of een roman, of een essaybundel. En hij heeft altijd zijn eigen koers gevaren. Levenskunstenaar is een verschrikkelijk woord, maar je zou wel willen leven zoals hij, met die vrijheid van geest. Hij legt zich niet bij het leven neer. Ook niet bij de dood trouwens. “Ik laat me niet naaien door het bestaan”, zegt hij dan heel stoer op z’n Amsterdams. Ongeneeslijk ziek? Kom op zeg, iedereen heeft wel wat. Het is een soort variété wat hij doet, een spel met de werkelijkheid. Hij maakte zwart-witfoto’s van kleuren, liet schilderijen zien op de radio. Ik hou daar heel erg van, en ik ben erg door hem beïnvloed.’

Dus toen Snijders in 2006 zelf debuteerde, met Een normaal boek, dat hij samen met Fedor van Eldijk schreef, stuurde hij niet alleen Harry Mulisch (‘want die had nog nooit een normaal boek geschreven’) maar ook K. Schippers een exemplaar. Een paar jaar later ontmoetten ze elkaar voor het eerst, tijdens een niet-kunstmanifestatie in Amersfoort.

‘“Manifestatie van niks’’ heette dat. De opdracht was om iets in te sturen dat geen kunst was. Die inzendingen werden geëxposeerd op allerlei plekken in Amersfoort. Een jury besliste wat de meest geslaagde inzending was, en die jury bestond uit een antiquair, een vuilnisman en K. Schippers. Na afloop zaten we samen in de trein terug naar Amsterdam. Toen merkte ik hoe onvermoeibaar nieuwsgierig hij is. Hij heeft overal belangstelling voor. Als iemand niet blasé is, is hij het wel.

Hij is nu ziek, maar hij heeft het niet over doodgaan. Zijn vrienden overlijden niet, maar verdwijnen. Zo schrijft hij ook over ze, zo hou je de mogelijkheid open dat ze terugkomen. Zelf houdt hij ook alle mogelijkheden open. “Misschien verzin ik wel een truc”, zegt hij dan, “dat ze denken, wacht even, daar hebben we niet van terug!”’

Leven volgens K. Schippers is vanaf 3 maart te beluisteren via NPO Radio 1.

 

naar de vpro podcastgids
naar de vpro boekengids

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →