VPRO Gids 5

30 januari t/m 5 februari
Pagina 24 - ‘Hoe zat dat ook alweer? ’
papier
24

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

Hoe zat dat ook alweer? 

Hugo Hoes

De Clipphangers van NTR Schooltv bestaan tien jaar: vrolijke animaties die in iets meer dan een minuut vertellen hoe het zit met bijvoorbeeld aambeien, anarchisme, Michael Jackson of stikstof. ‘Corona waait wel over, dacht ik.’

‘Soms weet ik van tevoren dat een Clipphanger het goed gaat doen. Bijvoorbeeld die over het verschil tussen “me” en “mijn”, want daar ergert iedereen zich aan. En dat was ook zo. Die ging als een gek,’ zegt Marjolein Knuit van de NTR. Zij is als redacteur bij Schooltv verantwoordelijk voor de animatievideo’s, waarvan tien jaar geleden de eerste verscheen. Inmiddels staan bijna 400 video’s online en omdat een Clipphanger hooguit anderhalve minuut duurt, zou je ze in een dag allemaal kunnen bekijken. Daarna is je algemene ontwikkeling verveelvoudigd en zou de finale van De slimste mens of een ander televisiequizje haalbaar moeten zijn. Maar bingen is zonde. Daarvoor zijn deze verantwoorde snacks te verfijnd. Het is geen fastfood.

Marjolein Knuit

Marjolein Knuit

De Clipphanger is populair. Zo is de animatie over muggenbeten ruim 650.000 keer bekeken, die over ADHD 450.000 keer en die over ’t kofschip 200.000 keer. Veel jongeren, de primaire doelgroep, moeten hun basiskennis over allerlei onderwerpen hier hebben opgedaan. Voor de lol of omdat het moest voor school. De meeste onderwerpen sluiten aan bij schoolvakken, maar dat is geen vereiste. James Bond en Johan Cruijff zijn zeker niet de enige uitzonderingen. Veel kan, mits het onderwerp niet te specifiek, popiejopie of beperkt houdbaar is. Actueel zijn ze nooit; de productie duurt enige maanden. Opvallend vaak wordt om een ‘Bob Ross’ verzocht.

Michiel Eijsbouts

Michiel Eijsbouts

Elke Clipphanger begint met research op de redactie. De uitkomst daarvan belandt samengevat in een documentje van maximaal 2000 woorden in de mailbox van tekstschrijver Michiel Eijsbouts. Hij heeft alle 388 voice-overs geschreven én ingesproken. Jonge televisiekijkers kennen hem van de Beste vrienden quiz. Eijsbouts: ‘Ik lees het en leg het daarna weg. Een week later schrijf ik op wat ik nog weet. Dat is mijn geheim. André Hazes zou ik wel uit mijn hoofd kunnen doen, maar Mussolini niet. Om subtiliteiten in de tekst aan te kunnen brengen moet je ook veel meer van het onderwerp weten. Sowieso zijn er altijd vijf feitjes die erin moeten. De voice-overtekst bestaat uit maximaal 200 woorden, drie alinea’s die eindigen met een grapje of knipoog. Een lichte toets.’

 ‘Jonge kijkers moeten niet met vragen blijven zitten. Dus geen open eindjes en altijd een lichtpuntje bij zware onderwerpen.’

Michiel Eijsbouts

Grapjes zijn leuk, maar ze hebben nog een functie. ‘Rijm, alliteratie en grapjes zorgen ervoor dat informatie beter onthouden wordt. Bij een onderwerp als kippenvel is dat makkelijker dan bij slavernij.’

Lichtpuntje

Met heel jonge kijkers houdt Eijsbouts ook rekening. ‘Je moet ervoor zorgen dat die na het kijken niet met vragen blijven zitten. Toen ik klein was speelde de plaatsing van de kruisraketten en ik dacht dat die echt gebruikt zouden worden. Daar lag ik wakker van. Dus geen open eindjes en altijd een lichtpuntje bij zware onderwerpen.’

Dat Hitler behandeld werd zonder de Holocaust was dan ook een bewuste keuze. ‘Te omvangrijk met geen enkel lichtpuntje. Slavernij is net zo erg, maar daarvan kun je nog zeggen dat die is afgeschaft.’

Wie in 200 woorden op aantrekkelijke en prikkelende wijze grote thema’s uitlegt moet goed op zijn tellen passen. Want het publiek is breed en op internet zijn de tenen lang.

Michael Jackson een béétje raar noemen gaat sommige jonge kijkers al te ver, maar vervelend wordt het bijvoorbeeld als boze boeren hun stem verheffen. Dat gebeurde nadat stikstof werd ‘geclipphangerd’. Knuit: ‘Misschien naïef, maar dat daar zo veel boze reacties op kwamen kwam voor ons totaal onverwacht. Alsof wij boeren in een kwaad daglicht willen plaatsen. Wij maken gewoon een objectief filmpje.’

Als in een korte animatie een onderwerp wordt uitgelegd, helpt het om kenmerken van personen en beroepsgroepen uit te vergroten. Mede daardoor zijn er volgens redacteur Knuit altijd wel mensen boos over hoe ze worden afgebeeld. Eén keer heeft dat zelfs geleid tot het verwijderen van een Clipphanger. ‘We hadden een aflevering over het gebruik van eetstokjes. Daarin zag je onder meer een rijtje volledig identieke Aziaten met stokjes eten. Na verloop van tijd kregen we commentaar over dat stereotiepe beeld. Dat is met de directie besproken, waarna besloten is om de video offline te halen.’

Voortschrijdend inzicht

De een zal het politiek correct noemen, de ander voortschrijdend inzicht. Maar tijden veranderen en soms moet een animator daar nog aan wennen blijkt uit een ander voorbeeld. Dat heeft de Clipphanger niet gehaald, dus kan Knuit er wel om lachen. ‘Er was een scène waarin een buurman over de heg kwijlend naar zijn knappe buurvrouw stond te kijken. Nogal seksistisch, dus daar is toen een giraffe van gemaakt. Slaat nergens op, maar op een andere manier grappig en beter dan de blonde, rondborstige buurvrouw die geobjectiveerd wordt. Je wil niet politiek correct zijn, maar ook niet plat.’

Als Eijsbouts zijn tekst klaar heeft kijkt de redactie er nog een keertje na en vervolgens spreekt hij hem in. Niet in een studio in Hilversum, maar in de kelderbox van zijn flat, tussen de fietsen en verhuisdozen. ‘Klinkt heel goed daar en het is makkelijk voor mij, maar als een buurman doortrekt moet het over.’ Naar eigen zeggen is hij een ‘one-taker’ al worden soms wel ademhalinkjes weggeknipt. ‘Je kunt geen zin over de vulkaan Eyjafjallajökull uitspreken zonder tussendoor even adem te halen.’

 ‘Een woordgrap wil ik graag aandikken met een tekening, maar juist dan moet je je inhouden, anders wordt het té’

Erik Butter

Bij veel programma’s is de voice-over het sluitstuk van de productie. Hier is het omgekeerde het geval. De tekst is het scenario waar animatoren mee aan de slag moeten. ‘Als uiteindelijk iets niet lekker loopt aan het filmpje hoef ik niets te veranderen, maar moet de animator een nieuwe tekening maken. Het verhaal is de basis.’

Volgens Eijsbouts heeft hij de beste positie. ‘Stel, ik schrijf: “je wordt wakker en hoort een F16-straaljager.” Voor mij geen moeite om die te noemen, maar misschien best lastig om te tekenen. Of als ik zeg: “Na de Tweede Oorlog kwam het Warschaupact.” Dan moet de tekenaar gaan uitzoeken wie dat pact hebben gesloten en hoe de kaart van Europa er toen uitzag. Daar klagen ze soms over op de borrel.’

Vieze dingen

Al jarenlang verzorgt hetzelfde handjevol tekenaars de beelden bij de Clipphanger. Per onderwerp wordt gekeken wiens stijl daar het beste bij past. ‘Onderwerpen die een beetje viezig zijn, zoals aambeien, gaan meestal naar Erik Butter,’ zegt Knuit, ‘want die kan heel goed vieze dingen tekenen.’

Erik Butter

Erik Butter

Als Erik Butter hoort dat dit wordt gezien als zijn specialisme moet hij lachen. ‘Nu je het zegt. Ik krijg wel vaak medische onderwerpen, zoals zwangerschap of sproetjes.’ Zestig Clipphanger-animaties heeft Butter al gemaakt en daar zitten vaak bekende mensen tussen, zoals Johan Cruijff, James Bond en Michael Jackson. ‘Ik kan personen goed lijkend tekenen. Leuke personages met lekker veel expressie, het liefst een beetje overdreven.’ Hij doet gemiddeld anderhalve week over een Clipphanger en de door Eijsbouts genoemde F16’s zijn volgens hem niet zo moeilijk. ‘De Aston Martin van James Bond was wel tricky en ik weet niet of het perspectief daarvan helemaal klopt.’ De tekenaar moet ook oppassen dat hij niet te ver gaat. ‘Als er een woordgrap in de tekst zit wil ik die graag aandikken met een tekening, maar juist dan moet je je inhouden, anders wordt het té. Daarom kan ik beter op de saaie, ik bedoel interessante stukken een visuele grap maken.’

Een visueel grapje boven op een taalgrap werkt niet. Eijsbouts: ‘Ik geef een voorzet en je hoopt dat de animator die inkopt.’

Dit jubileumjaar verschijnen onder meer nog animaties over de Tweede Kamerverkiezingen, racisme en een koortslip. Opvallend genoeg is er nog geen over corona. ‘We dachten: hoelang gaat dat nou helemaal duren? Waait wel over en dan zitten wij met een Clipphanger die niet meer relevant is. Als we die wel hadden laten maken was die trouwens nu al achterhaald. Maar pandemie is in de maak. Dat is tijdlozer en kunnen we over vijf jaar nog gebruiken.’

De animaties van Clipphanger zijn te bekijken op schooltv.nl/programma/clipphanger en op YouTube (youtube.com/user/clipphanger).

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →