VPRO Gids 7

15 februari t/m 21 februari
Pagina 12 - ‘De schrijvende Meijer’
12

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

De schrijvende Meijer

Dirk-Jan Arensman

Het is een kwarteeuw geleden dat journalist, presentator en auteur Ischa Meijer overleed. Zijn geschreven oeuvre was alleen nog antiquarisch verkrijgbaar, goed dus dat er twee boeken met een selectie uit zijn werk verschijnen. 

Ischa Meijer 1976

‘Het is onverteerbaar,’ schrijft Gijs Groenteman in een nieuwe inleiding bij de oral biography Ischa (2005), uitgebracht toen het onderwerp tien jaar dood was en heruitgegeven nu hij dus alweer een kwarteeuw geleden overleed, ‘dat er sindsdien steeds meer mensen bij zijn gekomen die nooit met Ischa op dezelfde wereldbol hebben geleefd, terwijl het aantal mensen dat dat genoegen wél heeft gesmaakt alsmaar kleiner wordt.’
Want, vervolgt hij, het fenomeen Israël Chajiem Meijer (1943-1995) is aan niet-tijdgenoten nauwelijks uit te leggen. ‘Natuurlijk, je kan zijn interviews terugzien, of zijn boeken lezen, of door zijn radioarchief struinen. Dan kom je veel prachtige dingen tegen, maar raak je volgens mij nog niet de kern van zijn talent. Want dat was zijn persoonlijkheid, zijn aanwezigheid in Amsterdam en in Nederland. Je moest het live meemaken om het te snappen.’
Een invoelbaar staaltje melancholie. Van heimwee naar een markante provocateur. Een legendarisch scherpe interviewer. Boegbeeld en beeldenstormer van de trauma’s van de zogenoemde ‘tweede generatie’. Chroniqueur van zijn eigen tijd ook, op radio, televisie en in de schrijvende pers. Een man, kortom, van wie je denkt: was ie er nog maar.

Vergetelheid

Maar ondertussen doet Groenteman zijn eigen boek wel tekort. (Zijn prozamozaïek, vakkundig samengesteld uit uitspraken van dertig familieleden en (ex-)intimi, vormt nog steeds een fascinerend complex en levendig portret.) En Meijers nagelaten werk vermoedelijk evenzeer, gelukkig.
Want als de kern van zijn talent daarin ontbrak, hoelang zou het dan nog bekeken, beluisterd of gelezen worden? Was hij dan niet een wel erg vluchtig fenomeen, nu al balancerend op de rand van de vergetelheid?
Tot voor kort leek het er voor wat zijn geschreven oeuvre betreft een beetje op. De postume verzamelbundels De interviewer (1999) en De interviewer en de schrijvers (2003) zijn alleen nog antiquarisch te verkrijgen, net als een bloemlezing als Een jongetje dat alles goed zou maken (1996).
Heruitgaven van oudere titels? Ook alweer uit de boekhandels verdwenen. Goed nieuws daarom dat er dezer dagen twee boeken verschijnen die, al valt op beide wel wat aan te merken, de schrijvende Meijer langer levend houden.
Tot voor kort leek het er voor wat zijn geschreven oeuvre betreft op dat Ischa een wel erg vluchtig fenomeen was

Afrekening

In Zó, en niet anders zijn om te beginnen zijn drie werken van wat lagere adem bijeengebracht, waarvan alleen Een rabbijn in de tropen (1977) vooral het overslaan waard is.
Zelfs had hij volgens ex-geliefde Els Timmerman in Ischa hoge verwachtingen van de roman, geïnspireerd op de Surinaamse tijd van vader Jaap Meijer (1912-1993) en zijn eigen journalistenbestaan. Een Under the Vulcano-achtig meesterwerk moest het worden. (‘Nu zou hij zich als belangrijk literator manifesteren, dat idee.’) Het werd een puberale miskleun, warrig en hopeloos onleuk, waarvan hij naar verluidt achteraf ook vond dat het beter ongepubliceerd was gebleven.
Oneindig veel beter is Hoeren (1979). Een mengeling van een minutieus en openhartig memoir van een hoerenloper, opgewonden door de rituele dans en zijn eigen inwisselbaarheid, en een documentaire over het leven van de dames die hij bezoekt.
Maar het krachtigst is ongetwijfeld Brief aan mijn moeder (1974). Die ziedende afrekening met de ‘opvoeding’ waarop zijn mede door hun krampachtig verzwegen ervaringen in concentratiekamp Bergen-Belsen verknipte ouders hem trakteerden.
Een boekje vol schrijnende scènes rond twee mensen die elkaar in een eenzame wurggreep hielden, terwijl hij als hinderlijk aanwezige gezinszondebok ‘een uiterst nuttige functie’ vervulde. Met telkens in cursief moeders als verwijtend ervaren opmerkingen (‘Jou heb ik door het kamp gesleept’), gevolgd door een verlaat weerwoord en huiveringwekkende herinneringen aan hoe hij als ‘mislukt genie’ werd getreiterd, buitengesloten en verstoten.
Goed, Meijers stijl doet soms misschien wat plechtstatig aan. (Openingszin: ‘Moeder, het kost moeite mij tot U te richten; ik kan me niet herinneren dat er tussen ons een vertrouwelijke band bestaan heeft.’) Maar hij riep de pijn van opgroeien in de schaduw van de oorlog en het monsterlijke ego van zijn vader beklemmend knap op.

Leedadel

Diezelfde thematiek speelt ook een allesoverheersende rol in Ik heb niets tegen antisemieten, ik lééf ervan, de in Privé-domein uitgegeven bloemlezing, samengesteld door Ronit Palache (1984).
Hoopgevend: Palache beschrijft hoe zij pas zeven jaar na zijn dood, als leerling aan de School voor Journalistiek, kennismaakte met Ischa’s werk, en er meteen volkomen verrukt van was.
‘In mijn jeugd [in een Joods milieu] werd weinig écht verteld over de oorlog,’ verklaart ze haar affiniteit. ‘Veel werd verbloemd of “per ongeluk” vergeten, taboes maakten nooit plaats voor openheid van zaken.’
Wat zijn oeuvre tot ‘een verademing’ maakte: ‘Hij had van deze problematiek een hoofdthema gemaakt, een aanklacht tegen de leugen om bestwil: benoemen in plaats van verbergen.’ Waarbij ook bijtend geestig de ‘vuile was’ werd buiten gehangen, zoals in dit fragment uit de VPRO Radiocolumn ‘Leerkracht’, over de hiërarchie binnen de ‘leedadel’: ‘Bergen-Belsen kon niet op tegen Sobibor en op een of andere mysterieuze wijze stond Auschwitz bovenaan het lijstje als onbetwiste leider van deze competitie.

Oproep

Wat is uw favoriete Ischa-interview? Stuur uw keuze, vergezeld van een korte argumentatie en/of herinnering, naar ischa@vpro.nl. De opmerkelijkste reacties plaatsen we op de programmapagina bij de podcast. En wie weet vragen we u in de laatste aflevering van de podcastserie om uw verhaal te komen vertellen.

 

Tussen haakjes: degenen die in Theresienstadt hadden gezeten telden helemáál niet mee, stonden nog ónder de onderduikers, waren op de keper beschouwd eigenlijk fout geweest.’

Neveneffecten

Die autobiografische radiominiatuurtjes, ‘Korte maar krachtige herinneringen’, hier in de eerste afdeling opgenomen, behoren stuk voor stuk tot Meijers allerbeste proza. Ontroerend, humoristisch en met perfect gevoel voor timing geschreven. Zoals er in deze kloeke verzameling uiteraard meer moois voorbijkomt.
Van het bekende prachtsonnet ‘Victorieplein’ (‘Soms loop ik ’s nachts naar het Victorieplein,/Als kind heb ik daar namelijk gewoond./Aan vaders hand zijn zoon te zijn,/Op moeders schoot te zijn beloond’) tot de niet eerder gepubliceerde ‘Brief aan Geert van Oorschot’, zijn befaamde ‘Keefmanlezing’ (1987) en een ruime selectie ‘De Dikke Man’-cursiefjes. (Al moet je bij die laatste wel tegen wat bloemrijke zinnen en eigenzinnig werkwoordgebruik kunnen, ‘toonloosde hij’.)
Een liefdevol opgericht monumentje, dus.
Maar Palaches besluit om zich exclusief op ‘het Joodse element’ te richten, op kwesties die de motor achter Ischa’s gedrevenheid en geldingsdrang vormden, heeft ook wat ongelukkige neveneffecten.
Zo is er een bescheiden greep fragmenten uit Meijers weinig geslaagde toneelwerk, schijnbaar vooral omdat ook daarin dat element vooropstaat. In de interviewafdeling (woordspelige titel: ‘Op de keppel beschouwd’) staan enkel passages waarin het expliciet over het Joods-zijn gaat. En wie niet beter weet, gaat wellicht denken dat deze veelzijdige journalist überhaupt maar één onderwerp hád. Alsof hij niet ook geïnteresseerd was in politiek, sport en literatuur. Een gevreesd (en gehaat) toneelcriticus was. Nog altijd lezenswaardige gesprekken publiceerde met Carmiggelt, Shaffy, Schmidt, Cruijff, Wally Tax, Hazes…
Maar goed, in de inleiding staat veel daarvan wel vermeld. En de komende tijd zal het vast op nog veel meer plekken worden herhaald, vergezeld van verzuchtingen over onverteerbaar gemis. 

Ischa op de radio

De VPRO maakt Een dik uur Ischa op de radio, een vijftiendelige podcast met de fraaiste interviews die Ischa Meijer in de jaren zeventig en tachtig maakte voor de VPRO Radio. Daarnaast spreekt Anton de Goede met Ramsey Nasr, Annet Mooij, Jeroen Meijer en vele anderen.
Tom Rooduijn maakte een radiodocumentaire over het toneelwerk van Ischa Meijer, Ischa op de planken. Van zijn eerste – niet opgevoerde – toneelstuk, Nod via Izzy M. en Der sympathische Jude, tot en met Ons dorp, de schoonheid en het leven, een parodie op Fassbinders De stad, het vuil en de dood. Ook zijn fragmenten uit zijn onemanshows te horen. Met onder anderen Hans van Manen, Jan Ritsema (regisseur van Izzy M.), Jenny Arean en Meijers pianist Jan Robijns. 
Podcast en documentaire zijn te beluisteren via vpro.nl/ischa.
Ronit Palache stelde een Privé-domein samen onder de titel Ik heb niets tegen antisemieten, ik lééf ervan (De Arbeiderspers) waarin ze teksten van Ischa verzamelde over Joodse kwesties. In Nooit meer slapen vertelt ze erover.

Ronit Palache (samenstelling en inleiding)
Ik heb niets tegen antisemieten, ik lééf ervan
Uitgeverij De Arbeiderspers

Gijs Groenteman
Ischa. Verhalen van vrienden, familie en vrouwen
Uitgeverij Prometheus