VPRO Gids 41

10 oktober t/m 16 oktober
Pagina 11 - ‘Dat kan mijn algoritme ook’
papier
11

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

Dat kan mijn algoritme ook

Bennie Mols

Kunstmatige intelligentie leert steeds beter schrijven, schilderen en musiceren. In zijn boek De code van creativiteit ontrafelt wiskundige Marcus du Sautoy het geheim van creativiteit bij mens en machine. ‘Creativiteit is niet zo mysterieus is als men denkt.’

Daniël Roozendaal maakte een portret van wiskundige Marcus du Sautoy

De Amerikaanse componist David Cope worstelde al zeven jaar met het schrijven van een opera. Zijn inspiratie droogde op. De deadline naderde. Hij kreeg nauwelijks meer een noot op papier. Cope besloot te onderzoeken of een computer hem vooruit kon helpen. Hij ontwikkelde een algoritme dat in zijn eigen stijl componeerde. Telkens wanneer hij vastliep, deed het algoritme, dat hij Emmy doopte, een suggestie voor het vervolg.

Geholpen door Emmy voltooide Cope zijn opera in twee weken, precies op tijd voor de deadline. Hij vertelde niemand over zijn digitale muze. In 1987 ging Cradle Falling in première en de opera kreeg lovende recensies. Niemand had in de gaten dat een computer stukjes uit de opera had gecomponeerd. We spreken over de jaren tachtig van de vorige eeuw. Inmiddels zijn computers een stuk slimmer.

 ‘Misschien was Bergkamp geïnspireerd door het kijken naar kunstschaatsen en zocht hij een combinatie met voetbal’

Marcus du Sautoy

Marcus du Sautoy vertelt de anekdote over Cope in zijn nieuwe boek De code van creativiteit — Hoe AI leert schrijven, schilderen en denken. Du Sautoy is hoogleraar wiskunde aan de universiteit van Oxford. Daarnaast is hij aangesteld als hoogleraar Public Understanding of Science aan dezelfde universiteit. Als enthousiaste en goed geïnformeerde verteller maakte hij voor de bbc talloze tv-series over wetenschap.

De samenwerking tussen Cope en Emmy bevat de kern van Du Sautoys nieuwe boek: kunstmatige intelligentie (ai) is een krachtig, creatief hulpmiddel – niet om menselijke creativiteit te vervangen, maar om deze uit te breiden. En nee, creativiteit is geen mysterie. Computers kunnen het best leren. Tot op zekere hoogte.

Turingtest

In de week dat zijn boek in het Nederlands verschijnt, spreek ik Du Sautoy via Skype.

‘Heb je ontdekt welke 350 woorden in mijn boek geschreven zijn door een ai?’ vraagt hij aan het begin van het gesprek. Nee, dat heb ik niet. Wil hij het onthullen? Nee, dat moet de lezer zelf maar uitzoeken. Hij vertelt dat hij het oorspronkelijke stukje dat een ai-systeem in het Engels had geschreven stilistisch slecht vond. Bij de redacteur van de Engelse editie had hij erop aangedrongen om helemaal niets te veranderen in de ietwat houterige computertekst. ‘Wat zegt het dan over mijn eigen schrijfstijl als niemand het verschil opmerkt? Dat vind ik toch wat deprimerend.’

Du Sautoy vertelt dat hij heeft getwijfeld of hij zijn boek niet ‘De code van de mens’ zou noemen in plaats van De code van creativiteit. ‘Voor mij was het schrijven van het boek in de eerste plaats een zoektocht naar waar onze eigen creativiteit vandaan komt. Dat lijkt op de manier waarop Alan Turing, een van de grondleggers van de ai, zijn zoektocht in de jaren vijftig begon. Turing wilde weten hoe menselijke intelligentie werkt en ging dat onderzoeken door te kijken of je die kunt nabootsen in een machine. Dat resulteerde in de beroemde Turingtest, die bepaalt of een machine kan denken. Ik wilde menselijke creativiteit onderzoeken door te kijken of en hoe machines creatief kunnen zijn.’

‘We zien creativiteit vaak als iets wat uit het niets voortkomt. Dat is absoluut niet waar.’

Du Sautoys eigen finest hour van creativiteit was de ontdekking van een symmetrisch wiskundig object in een hoogdimensionale ruimte, iets wat we ons niet kunnen voorstellen, maar waarmee wiskundigen in formules kunnen stoeien. ‘Ik herinner me nog steeds het moment waarop ik dat denkbeeldige object voor het eerst op papier schreef. Grote opwinding. Het was niet zomaar een nieuw object, het was zeer verrassend, waardevol en nuttig, eigenlijk alles waaraan een creatief product moet voldoen. Mijn object legde een link tussen twee totaal verschillende wiskundige werelden, die van de symmetrische objecten en de getaltheorie.’

Het object kreeg in 2012 de naam The Diamond Jubilee Group, ter ere van het zestigjarig jubileum van de Britse koningin Elizabeth. Toen de koningin een certificaat gewijd aan The Diamond Jubilee Group kreeg aangeboden door Du Sautoy, sprak hij de woorden: ‘In tegenstelling tot klokkentorens, oceaanstomers en olympische parken zal deze creatie de tand des tijds doorstaan, omdat wiskundige ontdekkingen eeuwig blijven bestaan.’

Bergkamps pirouette

Du Sautoy onderscheidt in zijn boek drie soorten creativiteit. Verkennende creativiteit is het minst verrassend. Je zoekt de randen op van wat er al is, terwijl je aan alle regels gebonden blijft. Een slimme nieuwe schaakzet bijvoorbeeld. Moeilijker is de combinerende creativiteit. Daarbij combineer je twee verschillende concepten of stijlen, bijvoorbeeld een componist die klassieke muziek met volksmuziek vermengt volgens zijn eigen, nieuwe regels. Het meest out of the box is de transformationele creativiteit. Die krijg je alleen als je een totaal nieuwe stijl of concept bedenkt, tegen bestaande regels in. Picasso met zijn kubistische stijl, of Einstein met zijn algemene relativiteitstheorie, die ruimte en tijd tegelijk liet buigen.

In zijn rol als hoogleraar Public Understanding of Science is Du Sautoy de opvolger van de vermaarde evolutionair bioloog en opperatheïst Richard Dawkins. Hoewel Du Sautoy zelf ook atheïstisch is, zet hij zich veel minder dan zijn voorganger af tegen religie. Gekscherend noemt hij het voetbal van zijn favoriete club, Arsenal, zijn eigen religie.

Ik vraag Du Sautoy hoe hij aankijkt tegen de creativiteit van voormalig Arsenalvoetballer Dennis Bergkamp, die hij vaak heeft zien spelen. In maart 2002, in een uitwedstrijd tegen Newcastle United, nam Bergkamp een verre pass in het strafschopgebied aan, terwijl hij met de rug naar het doel stond. Hij stuurde de bal subtiel met zijn rechtervoet langs de tegenstander, draaide een pirouette de andere kant op, schudde zo zijn verbouwereerde tegenstander van zich af, nam zijn eigen pirouettepass weer aan en scoorde (youtube).

Du Sautoy veert op. ‘Ik heb een t-shirt met een citaat van Bergkamp,’ zegt hij. ‘Daar staat op: “Every kick of the ball requires a thought.” Zo speelde hij ook. Aan de ene kant kun je Bergkamps goal zien als verkennende creativiteit. Hij doet niets wat buiten de regels van het voetbalspel gaat. Aan de andere kant kun je het zien als combinerende creativiteit. Misschien was hij geïnspireerd door het kijken naar kunstschaatsen en zocht hij een combinatie met voetbal. Dat vind ik een mooie interpretatie.’

Jazzimprovisatie

Sinds componist Cope in de jaren tachtig met zijn digitale muze Emmy werkte, heeft de ai een revolutie doorgemaakt. In plaats van computers vol te stoppen met van te voren zorgvuldig bedachte regels, zoals decennialang de aanpak was, kunnen computers sinds 2012 met grote netwerken van kunstmatige hersencellen zelf leren van voorbeelden. Ze ontdekken zelf regels. En dat geeft de computer nieuwe creatieve vleugels. Go-computer AlphaGo deed in 2016 een zet die in eerste instantie werd weggehoond door alle go-experts (youtube), maar waarmee de machine een van de beste menselijke spelers aller tijden versloeg. Bij nader inzien bleek de zet geniaal en een verrijking voor het eeuwenoude go-spel.

In 2018 verkocht veilinghuis Christie’s voor ruim 400.000 dollar een schilderij gemaakt door een algoritme. Het portret van Edmond de Belamy is gesigneerd door een formule, afkomstig uit de code van het algoritme. Het algoritme was getraind met 15.000 portretten vanaf de veertiende eeuw.

‘Ik zie wiskundigen als verhalenvertellers. We beginnen vaak met een stelling, net als een whodunitverhaal.’

En Emmy heeft inmiddels een opvolger in de jazz. De Fransman François Pachet programmeerde de eerste ai-jazzimprovisator, Continuator geheten. Jazzmuzikant Bernard Lubat zei hierover: ‘Het systeem laat me ideeën zien die ik had kunnen ontwikkelen, maar die me jaren zouden hebben gekost. Het systeem loopt jaren op me voor, maar toch is alles wat het speelt echt van mij.’ Jazzcritici konden improvisaties van de Continuator niet onderscheiden van die van menselijke jazzmusici. Pachet werkte lang voor Sony Labs, maar werd weggekaapt door Spotify. Creatieve ai is veel geld waard geworden.

Zelfs op Du Sautoys eigen terrein, de wiskunde, hebben computers inmiddels enkele bewijzen geproduceerd die experts niet meer konden onderscheiden van bewijzen gemaakt door menselijke wiskundigen.

artikel gaat verder onder het kader

Creativiteit en AI op het web

Marcus du Sautoy: simonyi.ox.ac.uk

AlphaGo: deepmind.com/research/alphago

AARON: aaronshome.com

The Painting Fool: thepaintingfool.com

Elgammal’s Creative Adversarial Network: sites.google.com/site/digihumanlab/home

Test hoe goed algoritmes zijn in het herkennen van afbeeldingen: cloud.google.com/vision

Beluister Experiments in Musical Intelligence van David Cope: artsites.ucsc.edu/faculty/cope

Botnik: botnik.org

The Next Rembrandt: nextrembrandt.com

Wat zegt het over de menselijke creativiteit als computers inmiddels zijn geslaagd voor Turingtests in de muziek, de schilderkunst en de wiskunde? ‘Het laat zien dat creativiteit lang niet zo mysterieus is als veel mensen denken’, zegt Du Sautoy. ‘We zien creativiteit vaak als iets wat uit het niets voortkomt. Dat is absoluut niet waar, zelfs niet voor de meeste radicale vorm van creativiteit. Picasso heeft zich eerst jarenlang in de traditionele schilderkunst ondergedompeld voordat hij ontdekte hoe hij de bestaande regels wilde breken.’

Dat algoritmen kunst kunnen maken, toont volgens Du Sautoy ook dat kunst wel degelijk een algoritmische component heeft. ‘Dit soort Turingtests laten zien dat de onderliggende algoritmen erin zijn geslaagd de regels te begrijpen die kunstenaars onbewust hebben gevolgd.’

Bibliotheek van Babel

Toch zijn er wel degelijk grote verschillen tussen computercreativiteit en menselijke creativiteit. Ja, algoritmen kunnen kunst maken, maar ze missen tot nu toe vaak net wat extra’s. Du Sautoy citeert componist Claude Debussy: ‘Kunstwerken maken de regels, regels maken geen kunstwerken.’ Aan de andere kant kunnen ook algoritmen best metaregels krijgen waarmee ze hun oorspronkelijke regels leren breken. Alleen heeft dat tot nu toe nog weinig interessants opgeleverd.

Waar ligt dat aan? Du Sautoy zoekt het antwoord in het feit dat mensen een bewustzijn en een lichaam hebben, en dat ze daarmee zijn ingebed in een sociale en culturele context. Kunstschilder Harold Cohen, die vanaf de jaren zeventig experimenteerde met zijn schilderrobot aaron, zei daarover: ‘Geen enkele machine zal de wereld ooit op dezelfde manier ervaren als een mens. Het hebben van een brein en het hebben van een leven zijn twee verschillende dingen.’

Het hebben van een leven leidt tot het hebben van verhalen. Du Sautoy benadrukt het belang van het verhalende aspect van creativiteit. Hij was een keer op een bijeenkomst met de Nigeriaanse dichter en schrijver Ben Okri. Ze spraken over de overeenkomsten tussen hun beroepen en kwamen er achter dat ze veel gemeen hadden. Du Sautoy: ‘Een verhaal legt een bepaald pad af en de verteller moet voortdurend keuzes maken in welke richting hij verder wil. Die richting wordt vaak gedreven door emotie, door intuïtie. Dat geldt voor een schrijver als Okri, maar ook voor mij als wiskundige. Ik zie wiskundigen ook als verhalenvertellers. We beginnen vaak met een stelling. Dat is precies zoals een whodunitverhaal begint. Daarna beginnen we aan het grote verhaal. Creatieve algoritmen hebben juist moeite met die grote lijn, in de muziek, maar ook in verhalende tekst.’

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

De Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges schreef ooit het verhaal ‘De bibliotheek van Babel’. Die bibliotheek bevat elk boek dat geschreven kan worden, hoe oninteressant of met hoeveel brabbelwoorden ook. Du Sautoy: ‘Sommigen denken dat wiskundigen proberen om alle bewijzen te vinden die maar mogelijk zijn. Maar dat is helemaal niet zo. We proberen niet het wiskundige equivalent van de bibliotheek van Babel te scheppen, maar eerder een bibliotheek met unieke boeken. Wiskundigen zoeken niet alle bewijzen, maar bewijzen die iets interessants te vertellen hebben. Dat is óók een boodschap uit mijn boek: wiskunde is veel creatiever en veel minder mechanisch dan veel niet-wiskundigen denken.’

Een computer die schildert, musiceert of een wiskundige stelling bewijst, lost een probleem op. Maar menselijke kunst is geen probleemoplossende activiteit, aldus Du Sautoy. ‘Kunst is een expressie van een individu. Kunst communiceert met andere mensen. En kunst kan politieke doelen hebben. Zolang machines geen bewustzijn hebben, denk ik niet dat ze iets meer kunnen zijn dan een instrument om de menselijke creativiteit verder uit te breiden.’

En daarin ligt Du Sautoys hoofdboodschap. ‘Creatieve ai is zoals de telescoop van Galileo. We kunnen dingen zien die we daarvoor niet konden zien. Ai biedt ons nieuwe ideeën die onze eigen menselijke creativiteit kunnen stimuleren.’

Marcus du Sautoy

De code van creativiteit – Hoe AI leert schrijven, schilderen en denken

Uitgeverij Nieuwezijds