VPRO Gids 18

2 mei t/m 8 mei
Pagina 4 - ‘Zevenhonderd vragen en veel geduld’
4

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

Zevenhonderd vragen en veel geduld

Cecile Elffers

Missie NS kijkt achter de schermen bij de Nederlandse Spoorwegen en Displaced Pieces  is een portret van de Libanese kunstenaar Rayyane Tabet. Hoe gaat documentairemaker Catherine van Campen te werk? ‘Ik begin altijd met een onschuldige vraag.’

Catherine van Campen

Het is een vreemde ervaring om tijdens de coronacrisis naar Missie NS te kijken. Deze documentaire laat je de Nederlandse Spoorwegen van binnenuit zien: op het hoofdkantoor tijdens talloze peptalks, trainingen en blabla-bijeenkomsten van de marketingafdeling (‘lustreizigers’ versus ‘mustreizigers’, de ‘emotionele reis van de klant’), maar ook op de ruigere werkvloer van de conducteurs in de trein. Het is een heel sterke film, die op een tragikomische maar ook liefdevolle manier de ziel van dit oer-Hollandse bedrijf weet te vangen. Maar je raakt ondertussen afgeleid door het feit dat dit nu allemaal niet meer mág, niet meer bestaat: in een volle trein zitten, of op een afgeladen station rondlopen. Waarna een vreemd soort treinwee je overvalt. Hoe zou regisseur Catherine van Campen (1970) dat ervaren? We vragen het haar, telefonisch uiteraard.
Verlangt u, als u Missie NS nu ziet, ook terug naar een ritje in een volle trein?
‘Ja, zeker! Waar ik vroeger mopperde over de drukte, denk ik nu: o, ik wil weer in zo’n volle trein… Een heel gekke ervaring. Er was ook een Trouw-recensent die dat over Missie NS schreef. We willen allemaal opeens terug naar die goeie ouwe drukte van de NS.’
‘De enige onderwerpen die ik van de NS niet mocht behandelen, waren suïcide en de aanbesteding’
De uitzenddatum van Missie NS eind maart werd uitgesteld vanwege het overlijden van Liesbeth List, maar omdat de film toen heel even online stond waren er toch al veel recensies en kijkers. Het onderwerp NS leeft echt, hè?
‘Ja, ook op het Nederlands Film Festival waar de film in première ging was hij steeds uitverkocht. Zo’n enorm bedrijf, dat een beetje van ons allemaal is, kan echt iets vertellen over Nederland – dat was ook mijn startpunt bij dit project, in 2016 al. Ik had geluk dat er toen net een nieuw bestuur zat. Met de komst van president-directeur Roger van Boxtel en directeur communicatie Bartho Boer besloot de NS om voor het eerst de deur open te zetten. Jarenlang zat die potdicht voor de buitenwereld, ik weet dat regisseur Michiel van Erp ook heel lang geprobeerd heeft toegang te krijgen. Dat hoorde ik trouwens pas later, hoor.’
Die deur ging voor u ver open: er zitten flink wat tenenkrommende scènes in Missie NS. Hoe hebt u dat voor elkaar gekregen?
‘Het NS-bestuur handelde vanuit de gedachte dat eerlijk zijn, ook over dat wat minder fraai is, je bij het publiek veel meer goodwill oplevert dan alles afschermen. Maar toen Bartho Boer de film terugkeek zei hij wel: het voelt of je in mijn huis bent geweest en kamers bent binnengegaan die ik niet had willen laten zien… Ja, het is wel bijzonder dat ze het gedaan hebben. Niet dat het makkelijk ging: het heeft me echt wel zes, zeven maanden langer gekost dan beoogd, maanden waarin ik steeds weer de Raad van Bestuur moest bellen van: “Jullie zeggen wel dat het oké is, maar hier ligt weer een manager dwars.” Dus qua bureaucratie was het nog heel moeilijk om al die scènes uiteindelijk voor elkaar te krijgen.’
Ook in uw veelgeprezen film Garage 2.0 uit 2015, over hoe een familiebedrijf probeert te overleven, zitten scènes waarvan je denkt: hoe lukt het haar toch om daarbij te zijn! Wat is uw geheim?
‘Ik begin altijd met een onschuldige vraag: mag ik eens bij een vergadering van jullie over nieuwe NS-slogans zitten? Via kleine afdelingen met kleine verhaallijnen vertel ik uiteindelijk een groter verhaal. Dat was bij Garage 2.0 ook zo: dat ik de secretaresse van de baas mocht filmen was een gouden greep. Zij líjkt geen hoofdrol te spelen in het bedrijf, maar als je goed kijkt hoe er met zo'n vrouw wordt omgegaan, dan zegt dat enorm veel. Het is een kwestie van geduld, van blijven vragen of je nog wat langer mag blijven meekijken. Op die manier kan, volgens mij, iedereen zo’n verhaal vertellen.’
In een scène zien we hoe een reclamefilmpje met een lesbisch koppeltje erin, waar de NS veel lof mee oogstte, intern bekritiseerd wordt. Een manager vindt dat de NS zich beter op ‘de dwarsdoorsnee van Nederland’ kan richten in plaats van op ‘exoten’.
‘Ja, van deze scène kreeg de NS echt buikpijn. Die uitspraak klinkt natuurlijk heel homofoob, maar wat hij eigenlijk bedoelde was: waarom laten we in zo’n NS-spotje nou niet iets meer zien hoe het er echt aan toe gaat? Waarom zie je nooit een te volle trein in de spits? Dat is misschien niet erg duidelijk, meer voor de goede verstaander. Maar dat is wel waarom ik die quote erin heb gelaten, want die tegenstelling – het “verhaal” van de NS versus de werkelijkheid – speelt ook een hoofdrol in mijn film. En die commercial werd een verhaallijn voor me omdat hij een en al feelgood is en ook nog bij toeval tot stand komt: dat er in die trein twee meisjes verliefd op elkaar worden is omdat de regisseur dat een leuk idee vond, niet omdat de NS had bedacht dat ze iets aan emancipatie wilden doen. Dat verbaasde me van zo'n groot bedrijf wel, dat lees je ook tussen de regels door. Ik vind het heel sportief dat ze niet hebben gevraagd of die scène eruit kon. De enige onderwerpen die ik van de NS niet mocht behandelen, waren suïcide en de aanbesteding. En ik mocht Roger van Boxtel niet in zijn auto filmen.’
‘Het liefst zou ik nu een film maken over ons economisch systeem’
Over het ‘verhaal’ van de NS gesproken: zelf erger ik me als forens enorm aan het feit dat ‘heeft tien minuten vertraging’ is vervangen door ‘komt over tien minuten aan’. En aan dat gekmakende ‘we komen dan-en-dan aan, precies volgens dienstregeling’.
‘Ooo ja die vind ik ook zo irritant, die “volgens dienstregeling”. Maar dat is inderdaad het vertellen van een ander verhaal, in de hoop dat dat dan in je brein blijft hangen: Hé, de NS heeft weer op tijd gepresteerd. En waarschijnlijk werkt het nog ook. Ik prik erdoorheen, dus ik word er ook boos om, ik denk: benoem het nou gewoon zoals het is! Het ís vertraging... Helaas heb ik geen scènes kunnen schieten die over dit taalbeleid gaan, omdat die slag net was gemaakt toen ik begon. Ik had héél graag bij de vergaderingen daarover gezeten, dat is natuurlijk smullen.’
Uw film Displaced Pieces: A Spy Story, die deze week in Het uur van de wolf te zien is, is een totaal ander soort documentaire, over de Libanese kunstenaar Rayyane Tabet en zijn kunstwerk over de geroofde opgegraven kunst uit Tell Halaf, Syrië, waar zijn eigen overgrootvader de tolk was voor de Duitse archeoloog Max von Oppenheim. Hoe is dit verhaal op uw pad gekomen?
‘Ik kreeg de kans om in opdracht het kunst- en wetenschapfonds Ammodo een kunstenaarsportret te maken, en dit verhaal greep me meteen: bizar dat nou net de overgrootvader van deze kunstenaar zo’n gekke positie had als tolk én mogelijk spion van die Max von Oppenheim. Zodra ik naar Libanon ging, werd het me ook duidelijk dat Rayyane Tabet een ambitieuze jongen is die maar één droom heeft: doorbreken als kunstenaar. Hij is permanent aan het werk of op reis, vandaar ook dat er Skypegesprekken tussen ons tweeën in de film zitten. De film gaat ook over grenzen en over erfgoed: van wie zijn opgravingen? Waarom worden ze verscheept en versleept, zijn ze veiliger in het Westen? Nee dus, dat blijkt wel uit de film. En hoe erg is het eigenlijk als het origineel kapot of kwijt is, als je nog een goede replica hebt? Of een afdruk: Rayyane maakt rubbings, afdrukken op papier van de verschillende opgravingen.’
Kan een replica echt een origineel kunstwerk vervangen?
‘Rayyanes standpunt is dat verwoesting niet erg is, omdat het een cyclus is: alles wordt eerst gemaakt, dan verwoest, dan weer opgebouwd. Dat vind ik een heel inspirerend idee. Tegelijkertijd realiseer ik me dat die filosofie van hem voortkomt uit zijn heftige jeugd, hij groeide op in de Libanese burgeroorlog. Hoewel hij altijd een afstandelijke kijk op alles heeft, was hij in tranen toen hij mijn film voor het eerst bekeek. Het was de eerste keer dat ik hem emotioneel zag. Dat kwam doordat zijn nichtjes in de film zitten, maar volgens mij ook doordat je aan het einde op archiefbeeld twee kinderen ziet in zo’n verwoeste stad. Het is natuurlijk traumatiserend als je als kind in een burgeroorlog opgroeit. Dus heeft Rayyane zo’n beetje de luiken dichtgedaan en voor een heel ambitieuze, rationele benadering van het leven gekozen. Maar daaronder zit evengoed gewoon een mens die geraakt wordt.’
Uit deze laatste twee documentaires van u blijkt wel hoe breed uw interessegebied is. Wat kunnen we nog van u verwachten?
‘Ik ben inderdaad niet honkvast qua onderwerpen. Van mijn voornemen om me te specialiseren in milieufilms is bijvoorbeeld niks terechtgekomen, haha. Het liefst zou ik nu een film maken over ons economisch systeem, maar dat thema is zo groot dat ik niet echt weet hoe ik dat moet aanpakken. Maar zeker nu met de coronacrisis is het een heel interessant onderwerp. Ik heb sowieso zo veel vragen over hoe Nederland dit aanpakt, dat is eigenlijk het enige waar ik nu aan denk. Bij alles wat er beslist wordt door het RIVM denk ik: o, ik wou dat ik bij dat Outbreak Management Team kon zitten! En dat ik dan zevenhonderd vragen mocht stellen aan meneer Van Dissel.’

Missie NS wordt maandag 22 juni om 20.00 uur uitgezonden in 2Doc op NPO 2.