Boekentips

Drie aanraders


Boekentips in de week van 18 april

Buitenstaandersblik

In de ‘Toelichting van de schrijfster’ legt de Italiaanse Arianna Farinelli, universitair docente aan Baruch College in New York, uit dat ze het idee voor haar debuutroman American Gothic (Prometheus) kreeg toen ze las over een Afro-Amerikaanse jongen die rekruteerder werd voor IS. Aangeroerde thema’s: ‘massadetentie, racisme, rechten van minderheden, nationalisme, islamofobie’… Klinkt wel erg droog en woke? Het verhaal van politicologe Bruna die tijdens de verkiezingsnacht van 2016 zwanger blijkt van haar minnaar, de net als jihadstrijder naar Mosul vertrokken zwarte student Yunus, is dat éérste in elk geval allerminst. Bruna’s confrontaties met haar hilarisch bemoeizuchtige Italo-Amerikaanse schoonouders zijn even onderhoudend en scherp als haar buitenstaandersblik op Trumpiaans Amerika. Yunus’ ontroerende dagboek/afscheidsbrief is zelfs een James Baldwinachtig meesterstukje.

DIRK-JAN ARENSMAN

Gereserveerde toon

‘Ik heb in te veel kamers gezeten waar de doos tissues prominent op tafel stond, of waar een waxinelichtje aangestoken werd voor het gesprek begon.’ Aan het woord is Wytske Versteeg, wier roman Quarantaine pijlsnel herdrukt werd wegens actualiteitswaarde. Haar nieuwste boek, Verdwijnpunt (Querido), is geen roman maar een even hard als intiem document waarin ze verslag doet van pijn, verdriet en trauma. Dat klinkt zwaar, en dat is het ook. Versteeg werd als kind jarenlang misbruikt door haar opa en verbrak als gevolg daarvan het contact met haar ouders. Toch lukt het haar, mede dankzij een goede therapeut en haar creatieve talent, om overeind te blijven. Min of meer. Dankzij haar gereserveerde toon blijft het dragelijk.

KATJA DE BRUIN

Stilzwijgen

Toen Uwe Timm (1940) een kleuter was, vocht zijn zestien jaar oudere broer als SS’er aan het Oostfront, waar hij in Oekraïne aan zijn verwondingen bezweek. Tot zes weken voor zijn dood hield hij een notitieboekje bij. Op basis van diens ultrakorte, zakelijke aantekeningen en eigen naspeuringen reconstrueert Timm in Mijn broer bijvoorbeeld (Podium) wie Karl-Heinz moet zijn geweest: een afwezige en brave jongen. Als nakomer en moederskindje lukte het Timm pas in 2003 om over het ouderlijk milieu te schrijven. Vader Timm, die ook aan het Oostfront vocht, mislukte na de oorlog als bontwerker en vader. In nauwkeurige bewoordingen, waarbij de oorlogs- en burgermanseufemismen schuin zijn gedrukt, beschrijft Timm lijden, falen en naoorlogs stilzwijgen.

MAARTEN VAN BRACHT

terug naar de gids