Goud zij met ons

Gerhard Busch

Al jaren is Gold Rush de bestbekeken realityserie van Discovery. Waar komt dat wereldwijde succes vandaan en wat doet dit met de plek waar de serie wordt opgenomen, het Canadese mijnstadje Dawson?

cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Ik wil meer lezen

Gold Rush

Het is net een openluchtmuseum. Dat is het eerste wat ik denk wanneer ik op 8 juli Dawson City binnenrijd. Dawson City – in de volksmond gewoon Dawson – is een mijnstadje in het noordwesten van Canada dat eind negentiende, begin twintigste eeuw het woelige middelpunt was van de grootste goldrush ooit, de Klondike Gold Rush.
Aan de waterkant van de rivier de Yukon ligt de oude raderstoomboot SS Keno, en de gebouwen aan Front Street zien er nog precies zo uit als ruim honderd jaar geleden.
Maar in de kleine week die ik er zal doorbrengen, wordt me snel duidelijk dat Dawson – in tegenstelling tot zo veel andere ‘historische dorpjes’ in Noord-Amerika – helemaal niet in de tijd bevroren is. Dawson leeft, en is een van de ongrijpbaarste plekken waar ik ooit geweest ben.
Sinds ik een jaar of zes geleden op vakantie in Californië zelf een goudklompje vond, heb ik goudkoorts. Maar dat is niet de reden waarom ik naar Dawson ben afgereisd. Dat is vanwege de razendpopulaire Discovery-serie Gold Rush, die in Dawson en de goudvelden in de directe omgeving wordt opgenomen.
De geschiedenis van Dawson vangt aan op 16 augustus 1896, wanneer in het gebied waar de Klondike-rivier uitmondt in de Yukon grote hoeveelheden goud worden gevonden. Maar het begint allemaal pas echt wanneer in juli 1897 – bijna een jaar later – twee schepen in Amerika aanleggen: de Excelsior in de haven van San Francisco en de Portland in de haven van Seattle.
Aan boord goudzoekers uit Dawson, die trots hun buit komen tonen. De kranten hebben het over goud met een totale waarde van ruim een miljoen dollar (met de goudprijzen van nu is dat ruim een miljard dollar), maar algemeen wordt aangenomen dat die eerste schattingen aan de lage kant zijn geweest.
De berichten over schepen vol goud gaan de wereld over en overal slaat de fantasie op hol. Ruim honderdduizend mensen laten alles achter en vertrekken naar het hoge noorden. Uiteindelijk zullen slechts dertig- à veertigduizend van hen het gebied ook echt bereiken. Want de weg naar het goud is lang en zwaar.

Goudpan

De weg naar Dawson is inderdaad lang, maar beduidend minder zwaar dan vroeger. Eerst vlieg ik naar Vancouver, in het zuidwesten van Canada, en daarna ga ik naar het ruim tweeduizend kilometer noordelijker gelegen Whitehorse. Voor de laatste 530 kilometer – bijna loodrecht naar boven – huur ik een auto.
Voordat ik op 8 juli naar Dawson rijd, heb ik in Whitehorse eerst nog een afspraak met Jonas Smith, de woordvoerder van de KPMA, de Klondike Placer Miners’ Association.
Whitehorse is de hoofdstad van het Yukon Territory, het gebied waarin ook Dawson ligt. Stel je niet te veel voor van Whitehorse, er wonen net iets meer dan dertigduizend mensen. Dawson is met zijn tweeduizend inwoners al de tweede stad van de Yukon, waar in totaal zo’n veertigduizend mensen wonen, en dat terwijl het gebied net zo groot is als Spanje.

Smith – een pezige man vol tatoeages – vertelt me dat placer mining de familieboerderij van het noorden is. Er zijn in de Yukon al vijfdegeneratiegoudzoekers, van wie de betovergrootvader ooit begon tijdens de goldrush. Niet voor niets staat op de nummerplaat van auto’s uit de Yukon een mannetje met een goudpan in zijn hand. Smith legt ook uit – wat ik als jarenlange fan van de serie allang weet – dat placer mining iets heel anders is dan hardrock mining, waarbij het goud uit rotsen wordt gehaald. Bij placer mining haalt men het goud – vaak kleine schilfertjes – uit de grond. ‘Wat ze doen is enorme hoeveelheden goudrijke grond ondersteboven keren en wassen, waarna het goud naar de bodem zakt zodat ze het eruit kunnen zeven.’

In de zomer krijgt Smith elke week wel een belletje van iemand die de serie op Discovery heeft gezien en bij een mijn wil komen werken. ‘Maar,’ zegt Smith, ‘slechts een enkeling redt het daar. Want het is heel anders dan bijvoorbeeld in de olie- of gasindustrie, waar je ook met grote graafmachines werkt. Daar is alles goed geregeld, maar als in Dawson iets kapotgaat, zit je op zo'n grote afstand van reserveonderdelen dat je het zelf zal moeten oplossen. En dat trekt niet iedereen.’

Ongewenste aandacht

In Gold Rush worden drie mine bosses gevolgd: de 25-jarige Parker Schnabel, de oorspronkelijk uit Friesland afkomstige Tony Beets (59), en Rick Ness (38), die eerst werkzaam was voor Parker, maar vorig seizoen voor zichzelf begon (zie kader ‘De grote drie van Gold Rush’ op p…). Zowel Tony – die al decennialang naar goud zocht voordat hij onderdeel van de serie werd – als Parker zijn lid van de KPMA. Smith: ‘Vorige week hadden we onze jaarlijkse barbecue en daar verzorgde Parker de drankjes.’ 
Toch is de serie niet erg populair onder de andere goudzoekers van de KPMA. ‘De grootste klacht is dat de serie ongewenste aandacht trekt. Wanneer ze in de serie onverantwoord met de regels omspringen, denken de toezichthouders dat elke goudzoeker dit wel zal doen en wordt er dus extra gecontroleerd. De laatste jaren zijn de onderlinge verhoudingen overigens een stuk beter geworden. Niet alleen omdat het nieuwe normaal na verloop van tijd went, ook omdat de producent van de serie – het Britse Raw TV – zijn best heeft gedaan om onderdeel van de gemeenschap in Dawson te worden.’
De 530 kilometer van Whitehorse naar Dawson kan je pas sinds halverwege de vorige eeuw over asfalt afleggen, via de Klondike Highway. Onderweg hoop ik nog op beren te stuiten – er leven meer beren in de Yukon dan mensen – maar die laten zich niet zien. Wel is er een handvol kleine en grotere natuurbranden langs de weg.
Ik kom die achtste juli laat in de avond aan, maar de zon schijnt nog volop. Dawson ligt een kleine 250 kilometer onder de poolcirkel en in de zomermaanden kan het er wel dertig graden worden en schijnt de zon twintig uur per dag. Daar staat tegenover dat het in de winter soms vijftig graden onder nul is en daglicht beperkt blijft tot vier uur.
Gerhard Busch
‘Dawson is een plek waar vreemd zijn heel gewoon is’
Paul Robitaille
Dawson ziet er op het eerste gezicht misschien uit als een openluchtmuseum, maar toch voelt het niet zo. Daarvoor is het niet aangeharkt genoeg. Een paar oude gebouwen staan leeg en de wegen in het dorp zijn onverhard en stoffig. De mensen die je er treft verschillen erg van elkaar. Ja, er zijn toeristen – vooral wat oudere, aangevoerd door de cruiseschepen van de Holland America Line – maar ook veel locals en mensen die in de goudmijnen werken. Het valt op dat iedereen nonchalant maar respectvol met elkaar omgaat.

Sourtoe Cocktail

‘Dawson is een plek waar vreemd zijn heel gewoon is,’ zegt Paul Robitaille, de baas van Dawson Visitors Information Centre. ‘Het ligt zo afgelegen dat je kunt zijn wie je wilt. Goud en toerisme zijn de twee pijlers, maar je hebt hier ook kunst en cultuur. En in tegenstelling tot veel mijnstadjes in Amerika, waar de meeste oorspronkelijke bewoners zijn vermoord of verjaagd, behoort een derde van de bevolking hier tot de First Nations, de inheemse volkeren van Canada.’
Het wereldwijde succes van de serie Gold Rush is volgens Robitaille goed voor zijn stad, want het trekt veel mensen aan en helpt zo de lokale economie. Bang dat het hier ooit een Disneypretpark wordt is hij niet. ‘Daarvoor is het toch echt te afgelegen.’
Het succes betekent ook dat veel andere programmamakers in Dawson en omgeving realityshows willen beginnen. Robitaille: ‘De meeste plannen gaan over mensen die ver van de bewoonde wereld leven. Iets als Ice Road Truckers, bijvoorbeeld, en laatst kwam iemand met het plan voor een serie over pelsjagers, Klondike Trappers. Of ik nog wat kleurrijke personages voor ze had. Er leven hier in Dawson genoeg kleurrijke types, maar die willen lang niet allemaal op televisie.
De reden waarom ze hier naartoe zijn gekomen, is vaak omdat ze juist géén aandacht willen. Zo hadden we hier bijvoorbeeld Caveman Bill, die teruggetrokken in een grot leefde. En Captain Dick Stevenson, die in 1973 in de Sourdough Saloon de Sourtoe Cocktail introduceerde. Een glas whisky met daarin een geamputeerde teen, die Stevenson had gevonden in een potje alcohol van een overleden smokkelaar. Iedereen die het glas whisky leegdronk en met zijn lippen de teen aanraakte, werd lid van de Sourtoe Cocktail Club. Er zijn hier altijd veel excentriekelingen geweest, want Dawson is een plek waar je anders kunt zijn en toch geaccepteerd wordt.’

Baggerschip

Een van die excentriekelingen kom ik in Dawson tegen. Meerdere keren zelfs. De eerste keer dat ik Sue Taylor zie is op een dredge, een enorm baggerschip waarmee aan het begin van de twintigste eeuw goudrijke grond werd opgegraven en gewassen. Sue, een rap sprekende vrouw van tegen de zestig, geeft op die dredge een rondleiding.

Een dag later zie ik Sue weer. Tijdens de Goldbottom Tour, waarbij je kan rondkijken op een actieve goudmijn (die er inderdaad precies zo uitziet als de mijnen in de serie, misschien alleen iets kleiner). Sue geeft deze keer geen rondleiding, maar helpt mee bij het goudpannen. Na de tour mogen we zelf ook even proberen goudvlokjes uit de klompen klei te wassen. Net als de old-timers, met alleen stromend water en een verroest pannetje (denk aan een koekenpan zonder steel). Sue helpt daarbij en al moet ze dit al honderden keren gedaan hebben, ze is fanatieker dan menig deelnemer. Bij elk vlokje dat gevonden wordt, lichten haar ogen op.

De laatste keer dat ik Sue tegenkom is tijdens een Pub Tour, waarin ze ons langs verschillende beroemde bars en hotels leidt en ondertussen sterke verhalen vertelt. De tocht eindigt in de eerdergenoemde Sourdough Saloon. Daar zet Sue de kapiteinspet op van de onlangs overleden Dick Stevenson en overziet de lange rij mensen die de Sourtoe Cocktail willen proeven. Omdat ik meedeed aan de Pub Tour mag ik als eerste. Ik word clublid nummer 88.316.

Risico

In Dawson slaap ik in het Triple J Hotel, dat ook de thuisbasis is van het Britse productiebedrijf Raw TV. Craig Blackhurst is producer van Raw TV en bekent dat niemand daar precies weet waarom juist Gold Rush – al vanaf het begin het bestbekeken programma op Discovery – zo’n grote hit is geworden. Hij oppert wel een paar mogelijke verklaringen. ‘Voor sommigen is het een soap, omdat ze iemand als Parker [die er al vanaf zijn vijftiende in zit, red.] in de serie hebben zien opgroeien, anderen zijn geïnteresseerd in de manier waarop het goud gewonnen wordt of vergapen zich aan de enorme machines. Maar echt iedereen houdt van de treasure hunt.

Ze zeggen wel dat goud is waar je het vindt. Een meter verderop kan helemaal niets liggen. Als producers houden we van risico, want risico is drama. En goudzoekers lopen altijd het risico dat ze helemaal niets vinden.’

Gerhard Busch
‘De grootste kracht van de serie is volgens mij dat het over families gaat'
Michelle Ross-Stanton
Michelle Ross-Stanton, die in Dawson voor Raw TV de logistiek doet, heeft nog een verklaring. ‘De grootste kracht van de serie is volgens mij dat het over families gaat. Je hebt Parker en zijn grootvader, Rick en zijn vader, Tony en zijn vrouw en kinderen. Allemaal werken ze samen. Ze leven de droom, en leven van het land. Ik weet zeker dat dit familie-element een belangrijk rol speelt in landen als Italië.’
Ross-Stanton kwam vijf jaar geleden voor Raw TV naar Dawson en leeft daar acht maanden van het jaar. Raw TV is inmiddels onderdeel van Dawson geworden (’We zijn zelfs lid van de KPMA’) en biedt werk aan zo’n vijfenzeventig tot tachtig mensen, die veelal uit Dawson zelf komen. Wanneer de natuurbranden in kracht toenemen en tot vlak bij Dawson komen, zet Ross-Stanton haar mensen bij elkaar op kamers in het Triple J Hotel, zodat hier ruimte vrijkomt voor brandweerlieden, die daarvoor op de grond van een curling-gebouw moesten slapen.

Cheechako

Het is een beslissing die burgemeester Wayne Potoroka, die ik op de laatste dag van mijn bezoek spreek, bijna vanzelfsprekend vindt. ‘Mensen die het hier redden zijn mensen die snappen dat ze iets aan de gemeenschap moeten teruggeven. We hebben hier een raar soort hiërarchie. Als je hier net bent aangekomen, ben je nog een nieuweling, een cheechako. Heb je hier een winter doorgebracht, dan word je onderdeel van de gemeenschap en ben je een sourdough. En we hebben er een handje van om mensen die hier niet horen uit te kotsen. Het gebeurt niet vaak, maar het gebeurt. Al moet je het wel heel bont maken om hier niet te kunnen aarden, want we hebben veel respect voor elkaars eigenaardigheden.’

Tijdens het interview zit ik bij de burgemeester in zijn auto en rijden we stapvoets door Dawson. We cruisen een paar keer door het stadje – zo groot is het niet – en regelmatig draait Potoroka het raam naar beneden om een praatje te beginnen met een van de inwoners. Over de zalm die weer volop aanwezig is in de rivieren, over een evenement dat is afgelast vanwege voorspeld onweer en over de bosbranden, waarmee het volgens de burgemeester wel goed gaat komen.

Op mijn vraag wat nou precies de invloed van Gold Rush op zijn stadje is antwoordt hij flegmatiek: ‘Mensen komen al meer dan een eeuw naar Dawson en iedereen heeft zijn eigen interpretatie van het gebied. Schrijvers als Jack London en Robert Service, regisseur Ridley Scott, die hier onlangs nog de miniserie Klondike maakte, en ook een serie als Gold Rush, allemaal proberen zij Dawson voor de buitenstaander te verklaren. Maar keer op keer zie ik hetzelfde gebeuren: zij veranderen ons niet, wij veranderen hen.’

De grote drie van Gold Rush

Het is 2009 en de streng religieuze Todd Hoffman is een doomsday prepper. Het Britse productiebureau Raw TV wil een programma maken over mensen die zich actief voorbereiden op het einde der tijden en spreekt daarover met Hoffman. Die vertelt terloops dat hij plannen heeft om samen met zijn vader goud te gaan zoeken.
Het is tijdens de financiële crisis en Hoffman is net failliet gegaan. Hij weet niets van goud zoeken, maar dat lijkt Raw TV juist interessant. Samen met Hoffman kan de kijker ontdekken wat er allemaal bij komt kijken. De timing is perfect. De wereld bevindt zich in een recessie, maar in Gold Rush kun je zien dat de Amerikaanse Droom nog steeds bestaat, als je maar bereid bent hard te werken. Al tijdens seizoen 1 wordt Gold Rush het bestbekeken programma op Discovery, en dat zal ook in de komende jaren zo blijven.
Hoffman begint in Alaska, maar verhuist in seizoen 2 naar Dawson. Verschillende goudzoekers komen en gaan en na een reeks teleurstellende resultaten verlaat Hoffman, die door de andere goudzoekers nooit voor vol is aangezien, na seizoen 8 de serie.
De drie mine bosses die in het tiende seizoen van Gold Rush worden gevolgd zijn Parker Schnabel – die als vijftienjarige even opdook in seizoen 1 en al vanaf seizoen 2 een van de hoofdpersonages is –, de oorspronkelijk uit Friesland afkomstige Tony Beets – de veelvuldig vloekende King of the Klondike die wordt gevolgd vanaf seizoen 4 – en Rick Ness, sinds seizoen 3 werkzaam voor Parker, maar vorig jaar voor zichzelf begonnen.
Ik spreek hen alle drie begin oktober, wanneer de grond bevroren en het mijnseizoen voorbij is, door de telefoon.

Parker Schnabel

De serie heeft tv-sterren van hen gemaakt die over de hele wereld herkend worden. De 25-jarige Parker, die we hebben zien opgroeien in Gold Rush, moest daar wel aan wennen. ‘We zitten het grootste deel van de tijd hier in een bubbel in de Klondike. Tussen andere goudzoekers, die het geen bal interesseert dat ik op televisie kom. Maar buiten de Klondike was het wel gek dat mensen op me af stapten, deden alsof ze mij kenden en persoonlijke vragen begonnen te stellen over mij en mijn familie.’

Tony Beets

Tony, de nuchterste van het drietal, maakt de plotselinge roem weinig uit. ‘Mijn leven is niet echt veranderd. Bij mij geldt nog steeds: what you see is what you get. Het enige verschil is dat ik nu overal herkend word en mensen met me op de foto willen. Wat ik eigenlijk best leuk vind. Er zijn namelijk veel aardige mensen op de wereld. Een groot verschil is wel dat er op het werk nu een man of twintig rondloopt met camera’s en god mag weten wat nog meer. Maar ik besteed niet veel aandacht meer aan die gasten. Ze zijn er en als ze een vraag stellen, geef ik daar antwoord op. Maar verder ga ik mijn eigen gang. I come first and they come second.’
De mensen van Raw TV bemoeien zich niet echt met de beslissingen van de goudzoekers. Ze doen wel suggesties. Rick: ‘Toen een lager van mijn wastrommel kapotging en alles stillag, vroegen ze of ik dacht dat Parker of Tony er misschien nog een had liggen. Ze hebben natuurlijk het liefst dat ik bij een van hen aanklop. En dat zij me dan helpen, of juist zeggen dat ik moet ophoepelen. Want dat is drama, dat is goede televisie. Als hun suggesties ergens op slaan vind ik dat prima. Zo niet, dan doe ik het niet, want ik ben geen acteur en dat weten ze. Ik werk niet voor Raw TV. Ik zoek naar goud en Raw TV maakt daar een programma over.’

Rick Ness

In tegenstelling tot Tony heeft Rick meer last van de camera’s. ‘Soms verschuil ik me in de wc om rustig wat mailtjes te kunnen beantwoorden. Om eindelijk wat privacy te hebben. We werken zeven dagen per week, en gelukkig mogen ze bij Raw TV maar vijfenhalve dag werken van hun cao. Die anderhalve dag hebben we voor onszelf, dan kun je eindelijk even ademhalen. Dan valt er een last van je af.’
De drie worden weleens moe van de camera’s, maar ze zouden het ook missen als het na seizoen 10 ineens afgelopen zou zijn. Tony nog het minst. ‘Ik had een succesvol bedrijf voor ze kwamen en ben ervan overtuigd dat ik dit zal houden als ze weer weg zijn. En wat betreft het eindigen van de serie, dat zal zo’n vaart niet lopen. Het is nog steeds de bestbekeken serie op Discovery.’
Parker zou Gold Rush het meest missen. ‘Ik zou absoluut doorgaan met goud zoeken, maar sommige crewleden zijn goede vrienden van me geworden. Ze komen hier al jarenlang en je brengt veel tijd met ze door. Hen zou ik zeker missen als er geen elfde seizoen kwam.’
En eigenlijk denkt Rick er stiekem ook zo over. ‘Ik zie ze niet graag gaan. De serie heeft veel deuren voor me geopend. Ik zei net wel dat ik het soms irritant vind, al die camera’s in je gezicht, maar als ze er niet meer waren, zou ik ze missen. Want ga maar eens twaalf uur per dag in een machine zitten en zand scheppen zonder met iemand te kunnen praten. Dat is behoorlijk saai.’
Aflevering 1 van Gold Rush wordt herhaald op zaterdag 26 oktober (11.20-12.50 uur) en op zondag 27 oktober (23.00-1.00 uur). 
Gold Rush (aflevering 2)
DISCOVERY, Maandag 20.30-22.30 uur
terug naar de gids