Olifanten

Hugo Blom

Er stond een olifant voor mijn neus. Mijn hartslag steeg naar 240, of 420, o was ik maar vast dood. 

Als ik dit zou overleven, wist ik in ieder geval voortaan hoe mijn reptielenbrein werkt: ik ben een bevriezer. Dat kwam in dit geval heel erg goed uit, want de instructies van de gids hadden ook geluid: doe niets. Dat is nog best ingewikkeld wanneer lichaam en geest onafhankelijk van elkaar gaan opereren. Mijn gedachten verkleinden zich tot het besef dat ik hier net zo lang zou blijven staan tot die olifant in het niets zou oplossen, mijn lichaam leek uit elkaar te barsten van spanning en mijn spieren wilden ieder een eigen kant op. Vanuit een ooghoek hield ik de olifant in de gaten, en zij mij ook dacht ik, maar een olifantenoog verraadt niets, zo klein en donker is het. Deze uitputtingsslag leek vier jaar te duren, het waren vier minuten. Toen draaide ze zich een kwartslag, stampte wat jonge boompjes plat en vervolgde haar weg.
terug naar de gids