Terugkijktips van week 47 die je niet mag missen

Jason veert terug

Jason

'Jason', de nieuwe documentaire van Maasja Ooms, vertelt het enorm pijnlijke, maar ook inspirerende verhaal van de getraumatiseerde jongen Jason, die strijdt tegen opsluiting in de jeugdzorg. ‘Ondanks alles was Jason ook liever thuis blijven wonen.’

lees verder

Lees meer

‘Mijn trauma’s heb ik onderverdeeld in drie bakken in mijn hoofd.’ Jason Bhugwandass vertelt het heel nonchalant bij het intakegesprek van zijn traumatherapie. Later in de indringende documentaire Jason leren we de aard van zijn jeugdtrauma’s kennen, en daarbovenop nog eens het trauma dat hij opliep door opgesloten te worden in de jeugdinstelling waar hij op zijn zeventiende belandde. Een misstand die Jason andere jongeren wil besparen: nu hij volwassen is, strijdt hij voor een ander jeugdzorgbeleid, zónder opsluiting van kwetsbare kinderen.

Maar eerst gaat Jason aan de slag met EMDR-traumatherapie, zo zien we in de aangrijpende film: vier weken lang, vijf dagen per week, vier uur per dag. Door zijn trauma’s te vertellen in combinatie met lichtjes, bliepjes, geluiden en hersenoefeningen wordt de lading van zijn herinneringen afgezwakt. Zodat Jason door kan met zijn leven: om de jeugdzorg te kunnen hervormen, wil hij psycholoog worden. Daarnaast zit hij ook nog in een gendertransitietraject – Jason werd geboren in een meisjeslichaam.

Ja, het zijn nogal wat pittige ingrediënten, die samen de documentaire Jason vormen. Toch neemt deze film je vanaf het eerste moment mee en laat je niet meer los. Dat komt door de zorgvuldige stijl van regisseur Maasja Ooms, die héél dicht op de huid van haar hoofdpersoon komt. Maar het komt zeker ook door de innemende Jason, nu 23 jaar. Een jongen die in staat blijkt om met een enorme veerkracht uit een meer dan rampzalige jeugd te komen. Die ondanks zijn trauma’s welbespraakt, zelfverzekerd en met humor zijn verhaal vertelt. Hij was een hoopje ellende, en ja, zijn armen zijn nog bezaaid met automutilatielittekens, maar nu is hij een man met een missie. Die gewoon bij Nieuwsuur gaat zitten om die missie uiteen te zetten: geen opsluiting meer in de jeugdzorg.

Jason is de derde documentaire van Maasja Ooms (1968) over de Nederlandse jeugdzorg. Alicia (2017) vertelde het verhaal van een meisje dat van jongs af aan in kindertehuizen woont en de hoop op een pleeggezin verliest. In Rotjochies (2019) volgen we ontspoorde tienerjongens die op het Franse platteland een laatste kans krijgen in een speciaal hulptraject. En nu is daar Jason, die net als de andere twee films in première gaat op documentairefestival Idfa. We spreken Maasja Ooms in de aanloop naar dit festival, terwijl ze nog druk bezig is met de kleurcorrectie van Jason.

Hoe kwam Jason op je pad?

Ooms: ‘Ik leerde hem kennen op een avond over jeugdzorg naar aanleiding van Alicia. Jason zat vooraan en hij corrigeerde zomaar een Utrechtse wethouder, echt heel dapper en mondig. Ik dacht: wie is die jongen? Er ontstond een vriendschap tussen ons en ik vroeg me af of ik een film over hem zou maken, we hebben toen ook wat testopnames gemaakt. Die waren heel geslaagd, maar hij was op dat moment erg suïcidaal en daardoor durfde ik het uiteindelijk niet aan. Ik wilde geen film maken waarin je ziet hoe een kind zich, zeg maar, de afgrond in stort. Hij was er echt heel slecht aan toe. Gelukkig kwam twee jaar later de traumabehandeling waar hij al heel lang op hoopte. We wandelden vaak samen met mijn hond, dus ik hoorde het meteen van hem en toen wilde ik wel onderzoeken of de film nu misschien toch zou lukken. Doorslaggevend bij die beslissing was dat al zijn therapeuten zeiden dat ze vertrouwen hadden in zijn behandeling. Toen dacht ik: daar kan ik op meeliften.’

Waarom wilde je Jasons verhaal vertellen?

‘Bij Alicia, jaren geleden nu, zag ik een bepaalde boosheid die me erg raakte en ontroerde. Ondanks liefdevolle behandelaars werd Alicia’s boosheid alleen maar erger; de mensen die bij jeugdzorg werken doen dat echt met een ongelooflijke betrokkenheid, en tóch werkte het averechts. Als je de geschiedenis van een kind uit het oog verliest of maar half weet, is er een grote kans dat je geen begrip meer hebt voor zijn of haar gedrag en het kind verantwoordelijk maakt voor dat gedrag – daar gaat het volgens mij mis. In Rotjochies ben ik op dat thema doorgegaan: die jongens zijn boos omdat ze niet gezien worden in hun gekwetstheid, terwijl hun ouders er vaak – veelal verwikkeld in een scheiding – een puinhoop van maken. En zo trof ik dus ook Jason heel boos aan. Boos op jeugdzorg, boos over het opsluiten. Waar Alicia een film was over hechting, ging Rotjochies over loyaliteit: het conflict tussen boos zijn op je ouders en toch niet los van hen kunnen komen. Bij Jason gaat het over zelfbeschikkingsrecht. Over een overlever bij wie van kleins af aan stelselmatig zwaar over zijn grenzen is gegaan – en dan wordt hij opgesloten. Als overlever is de eigen regie het enige wat je hebt. Verlies je die, dan raak je alles kwijt. En dat heb ik met deze film impliciet willen aankaarten. Door een verhaal te vertellen waardoor de kijker het zelf gaat voelen, zich gaat afvragen: is dit de juiste zorg die hier geboden wordt?’

Waarom gaat het zo mis in die gesloten jeugdinstellingen?

‘Het zijn natuurlijk kinderen met heel complex gedrag, maar de onmacht bij de hulpverlening werkt volgens mij ook escalerend. Hulpverleners raken zo wanhopig, dat ze jongeren de isoleercel in gooien. Er gaan zó veel mensen uit die sector weg met een burn-out omdat ze het niet aan kunnen; de problematiek van die kinderen is ook huge. En hoe meer jeugdzorg leegloopt, hoe meer jonge aanwas er komt te werken, vers van school. Je ziet dat dat optelt, dat het regime en de protocollen eigenlijk steeds meer gebaseerd worden op de onmacht van de hulpverleners. En Jason verzet zich daartegen. Nogal knap – ik denk dat de meeste kinderen murw geslagen uit die gesloten instellingen komen, zij kunnen er echt geen woorden aan geven. Jason wel: hij ziet precies wat er gebeurt, hij ziet het machtsvertoon. Machtsvertoon dat echt niet voortkomt uit slechtheid, maar puur uit onmacht.’

Hoe moet jeugdzorg jongeren als Jason wél helpen? Of komt dit eigenlijk altijd neer op een zak geld erbij, die er dan om een of andere reden nooit is?

‘Een zak geld hoeft misschien niet eens. Deze gesloten instellingen onderhouden is juist heel duur. Veel beter kun je investeren in ondersteuning van ouders. Als je ouders óók helpt met hun problemen, dan versterk je de band met hun kinderen. Zodat die eenheid weer heel wordt, in plaats van dat je de kinderen apart zet en hun het gevoel geeft dat zij fout zijn. Want dat doe je door te isoleren, je zegt daarmee toch: het is jouw schuld. En die ouders lopen ondertussen door met hun ellende. Jason was ook liever thuis blijven wonen, ondanks alles. Dat zit niet in de film, maar hij zei het zo tegen me: “Ik heb liever één geschifte gewelddadige broer, dan zeven groepsleiders die me tegen de grond werken.” Dat geweld was voor hem veel heftiger.’

Waar zie je Jason over tien jaar? Denk je dat hij de jeugdzorg tegen die tijd heeft opgeschud?

‘Nou, het zou me echt niet verbazen; hij spreekt nu al op allerlei bijeenkomsten over jeugdzorg. En hij stort zich op zijn studie psychologie. Zijn grote voorbeeld is Peer van der Helm, hoogleraar onderwijs en zorg. Ik weet niet of hij ook zoiets gaat doen, maar Peer is in elk geval zijn held. En ook al zal Jason voorlopig nog wel therapie nodig hebben, het gaat echt goed met hem. Nog niet zo lang geleden dacht hij dat hij alleen maar dood wilde, maar in feite heeft Jason een enorme levenskracht.’

Kind met gun

2Doc Idfa primeur: Raising a School Shooter

De zeventien jaar oude Dylan, vijftien jaar oude Andy en de zestien jaar oude Nicholas zijn op het eerste gezicht normale tieners.

lees verder

Lees meer

Maar alledrie namen ze ooit een pistool mee naar school. De documentaire Raising a School Shooter draait niet om de jongens, maar om hun ouders. Hoe is het als je kind de dader blijkt te zijn van een schietpartij op school?

Eerder spraken we journalist en Amerikacorrespondent Hans Klis over zulke schietpartijen. Dat artikel is hier te lezen. ‘Een school shooting telt zoveel slachtoffers, de ouders van de daders horen daar ook zeker bij.’

Kijk Luca, zo werkt Cuba

2Doc Idfa Primeur: Lessons for Luca

Waarom belandde de Cubaanse boer Ezequiel in de cel voor de verkoop van zijn eigen koe? Die vraag vormt het startschot voor een bitterzoete documentaire.

lees verder

Lees meer

Collega-redacteur Alex Mazereeuw constateerde het vorige week al in onze Idfa-bijlage: koeienfilms zijn een trend. Aan zijn rijtje CowFirst CowGunda en Vedette kan, met een beetje fantasie, ook Letters for Luca van Salvador Gieling worden toegevoegd. De koe in kwestie is hierin weliswaar niet te zien, hij is wel de oorzaak van de film. Ezequiel, de oom van Gielings van oorsprong Cubaanse vrouw Belga, kreeg namelijk een gevangenisstraf van zes jaar opgelegd voor de verkoop van zijn eigen koe.

Gieling richt zich in de eerste scène tot zijn zoontje Luca: ‘Als jij het land waar je vandaan komt echt wilt begrijpen, zul je eerst het verhaal van je oom Ezequiel moeten leren kennen.’ Hij, als Nederlandse vader, zal hem dat nooit kunnen uitleggen, zegt Gieling. En daarmee geeft hij zijn rol als regisseur deels uit handen aan zijn vrouw Belga. Het gezinnetje vertrekt naar Cuba, waar ze Belga’s vele familieleden zullen bezoeken. Salvador en Belga gaan allebei met hen in gesprek.

Enerzijds levert dat gezellige, warme momenten op: iedereen knuffelt Luca, die met grote ogen rondkijkt in het land van zijn moeder – we zien hem in de film uitgroeien van engelachtige baby tot nieuwsgierige kleuter. Anderzijds zijn de scènes confronterend, want Ezequiels ‘misstap’ heeft de familie verdeeld. Ook vragen Salvador en Belga aan de verschillende familieleden hoe vrij die zich voelen: bepaald geen onschuldige vraag in de communistische staat die zichzelf trots un pais libre noemt, maar zijn bevolking in angst laat leven. ‘Dit land is een ramp,’ antwoordt een oom van Belga onverbloemd, waar diens oudere broer nog altijd de Cubaanse vrijheid roemt: ‘Zolang je maar de juiste paden bewandelt.’

Via archiefbeeld leren we over Fidel Castro’s mislukte ambitie om van Cuba een mega-exporteur van rundvlees en koemelk te maken. El oro rojo, oftewel het rode goud, zo noemde Castro rundvlees. Maar de superproductieve raskoeien die hij introduceerde op het eiland, bleken niet bestand tegen het warme klimaat. De intensieve veeteelt waar Castro van droomde kwam niet van de grond; Belga’s familie rijdt nog steeds met paard en wagen over onverharde weggetjes.

De indringende familiegesprekken in deze documentaire zijn spannend om te volgen. Maar door de prachtig gefilmde beelden, en door de sfeervolle muziek van Ernst Reijseger, zegt Lessons for Luca ook veel zonder woorden. Een portret van een ploeterende familie vol verdriet en vol liefde – op een schitterend, maar diep tragisch eiland.