Terugkijktips van week 24 die je niet mag missen

Geef terug

Bloedland

De driedelige serie Bloedland legt de emotionele strijd om land in Zuid-Afrika bloot.

lees verder

Lees meer

De Afrikaner boerin Marguerite Hattingh draagt steevast een pistool en een walkietalkie bij zich. Samen met haar man Louis leert ze hun vier kinderen schieten, uit voorzorg. Want een ‘plaasmoord’ (een dodelijke overal op een boerderij) kan altijd plaatsvinden. Helemaal als je een blanke Afrikaner bent, van wie anderen vinden dat je je dankzij de Apartheid verkregen boerderij en boerenland moet afstaan aan de zwarte bevolking.

EO-presentator Johan Eikelboom rijdt in de driedelige reportageserie Bloedland door Zuid-Afrika, om met bewoners te praten over de landherverdeling die na de vrijlating van anc-leider Nelson Mandela in 1990 is beloofd. Maar die herverderling is dertig jaar na dato nog altijd niet goed op gang gekomen. Volgens de Zuid-Afrikaanse hoogleraar Ruth Hall, die in de openingsaflevering van Bloedland kort aan het woord komt, was in 2018 op z’n hoogst een kleine tien procent van het betreffende land herverdeeld. Een jaar eerder concludeerde een onderzoekscommissie dat de Zuid-Afrikaanse staat gefaald heeft in haar ambitie om een einde te maken aan deze agrarische erfenis van de Apartheid.

Het was in 1910 dat de Unie van Zuid-Afrika ontstond, als onderdeel van het Britse Rijk. In de jaren ervoor hadden de Britten de Afrikaner boeren verslagen, die als nakomelingen gelden van vroegere Nederlandse kolonisten. Niet lang na het ontstaan van het nieuwe land werd de Natives Land Act aangenomen, die als gevolg had dat 87 procent van het Zuid-Afrikaanse land vrij kwam voor blanke eigenaren, terwijl duizenden zwarte gezinnen van hun grond werden verwijderd. Nadat Mandela in 1994 president was geworden, was het de bedoeling om een plan van de Wereldbank uit te voeren, dat inhield dat dertig procent van het commerciële boerenland in 1999 herverdeeld zou zijn. Uiteindelijk lukte dat met slechts één procent. Redenen voor de mislukking, en voor die van de jaren erna, waren een gebrek aan overheidsbudget, corruptie, zwakke instituties, maar ook: politieke onwil.

Nog een probleem dat Ruth Hall benoemt: slechts een klein deel van de huidige blanke boeren dankt zijn of haar bezit nog aan de Apartheid. Een flink deel van de boeren heeft z’n eigendom na 1994 verkocht.

Kán die koets nog?

NOS De Gouden Koets

De Gouden Koets is na jaren restauratie te zien in het Amsterdam Museum. Of hij daarna weer gaat rijden, is nog de vraag.

lees verder

Lees meer

Het is het meest exclusieve vervoermiddel van Nederland: de Gouden Koets. Alleen de koninklijke familie mag in dit uit 1898 stammende rijtuig plaatsnemen – en dan nog alleen op Prinsjesdag en bij speciale gelegenheden.

De Gouden Koets is ook omstreden. Dit komt door de schildering Hulde der koloniën, te zien op de linkerzijkant van het rijtuig. Producten en inwoners van de overzeese gebieden liggen op dit paneel aan de voeten van de Nederlandse Maagd, een verbeelding van ons land. Een pijnlijke herinnering aan het koloniaal verleden en de slavernij, stellen critici. In 2011 werd er een petitie gestart om de Gouden Koets niet meer te gebruiken, maar in een museum neer te zetten.

‘Of dat ook zal gebeuren is nog een spannende cliffhanger,’ vertelt Esmeralda Böhm, eindredacteur van de documentaire nos De Gouden Koets. ‘De koning beslist uiteindelijk of het rijtuig in gebruik blijft. Maar de regering zou de koning natuurlijk wel een dringend advies kunnen geven. Dat kan gaan over de maatschappelijke discussie over de schildering op de koets, maar ook over veiligheid: denk aan de theelichtjeshoudergooier van een aantal jaar geleden.’

De documentaire laat de restauratie van de Gouden Koets zien, die al in 2015 van start ging en nu eindelijk klaar is. Maar het programma besteedt ook aandacht aan die grote vraag: kán de Gouden Koets nog?

De Koets staat in elk geval de komende acht maanden in een museum: morgen opent de koning een tentoonstelling in het Amsterdam Museum rondom het rijtuig. Bezoekers worden daar nadrukkelijk uitgenodigd ook hun eigen mening te geven over de toekomst van de Gouden Koets.

Na het einde van deze tentoonstelling, in februari 2022, zal de koning het lot van zijn Koets bekendmaken. Aangezien het de Majesteit zes jaar terug heeft behaagd om de restauratie zó te laten uitvoeren dat het kunststuk ook nog daadwerkelijk en veilig kan rijden, lijkt hij een voorkeur te hebben voor alles bij het oude houden. Maar wie weet verrast de Hoogheid ons nog. We blijven zijn Koets volgen.

Vervalsen is een kunst

A Genuine Forger

Meestervalser Guy Ribes deelt de fijne kneepjes van het vak in de documentaire A Genuine Forger.

lees verder

Lees meer

‘Als je een expert wilt misleiden, moet je hem laten twijfelen,’ vertelt de beruchte oplichter Guy Ribes (1948), terwijl hij aan een tekening werkt die afkomstig lijkt van Picasso anno 1914. Geen kopie: de tekening is geheel bedacht door Ribes, die net als de grootmeester eerst zo’n tien keer schetst voordat hij zijn eindresultaat bereikt.

Het lef waarmee deze Fransman dertig jaar lang zijn vervalste werken van Picasso en andere grootheden verkocht voor immense bedragen, evenals de laconieke houding waarmee hij terugblikt op zijn kleurrijke leven, levert opzienbarende scènes op in de documentaire A Genuine Forger (2015). Je vraagt je voortdurend af waarom Ribes, die prachtig kan schilderen, niet gekozen heeft voor een carrière als kunstenaar. Wat dreef hem om duizenden werken, zogenaamd van onder meer Chagall, Matisse en Van Dongen, met vervalste certificaten op de markt te brengen? En waarom heeft hij de miljoenen die dat opleverde onmiddellijk verkwanseld?

In zijn lange documentaire laat regisseur Jean-Luc Léon vooral Ribes zelf aan het woord. De geduldige kijker wordt beloond met een onthullend relaas van de vervalser, waarin hij, immer voorzien van een pijp en een guitige blik, tot in detail uitlegt hoe hij experts decennialang voor de gek wist te houden. Enkele kunstexperts komen ook aan het woord, evenals een van Ribes’ slachtoffers en een politiecommandant die Ribes bij een inval in 2005 arresteerde.

Ribes werd in 2010 veroordeeld tot drie jaar cel, maar zijn reputatie leverde hem snel daarna nieuwe mogelijkheden op. Voor de Franse film Renoir (2012) bootste Ribes het werk na van deze befaamde schilder, dit keer op geheel legale wijze, en met journalist en heimelijke bewonderaar Jean-Baptiste Péretié schreef hij het boek Zelfportret van een vervalser (2015).

Péretié zit ook in de documentaire: met Ribes bladert hij door veilingcatalogi waarin diens nepkunst staat. Wanneer Péretié hem vraagt of hij door zal gaan met zijn oplichterij, raakt de journalist duidelijk ontgoocheld door het antwoord – en bekruipt je als kijker de vraag hoe vaak je zelf in een galerie of museum bent bedonderd door deze meestervervalser.