Als in de Vlaamse dramaserie Black-out de stroom plotseling uitvalt moet de premier kiezen: haar ontvoerde dochter levend terug óf elektriciteit voor haar volk. ‘De communicatie verloopt hier vaak verkeerd.’

cadeautje

Je leest dit artikel uit de VPRO Gids gratis op VPRO Cinema. Wil je meer lezen over oa documentaires, podcasts en boeken? Neem dan een digitaal abonnement.

Stel je een wereld voor zonder elektriciteit. Geen licht. Geen telefoonverbinding. Geen beeldschermen. Geen Netflix. Het klinkt als een droomscenario voor iemand die aan de eettafel vaak vergeefs probeert contact met andere gezinsleden te krijgen. Eindelijk gelegenheid om weer naar elkaar toe te groeien. Maar zonder stroom steken er toch wat complicaties de kop op. Pinnen? Geen optie. Het huis verwarmen? Vergeet het maar. En in ziekenhuizen zijn de problemen binnen enkele dagen niet meer te overzien.

Niet bepaald een vrolijk stemmend scenario, zeker niet in tijden van lockdown. Toch is dit het uitgangspunt van de tiendelige Vlaamse miniserie Black-out. België komt van het ene op het andere moment in het donker te zitten als een kerncentrale het begeeft. Premier Annemie Hildebrand (Sara De Roo) is de aangewezen persoon om de boel weer draaiende te krijgen. Kleine complicatie: haar dochter is ontvoerd door de figuren die de kerncentrale onklaar hebben gemaakt. Gaat het licht weer aan, dan sterft haar dochter.

De Vlaamse acteur Geert Van Rampelberg speelt hoofd terrorismebestrijding Michaël Dendoncker, de stille steun en toeverlaat van de premier. Aan Dendoncker de taak om de saboteurs van de kerncentrale te vinden voordat de situatie verder escaleert, en om de dochter van de premier levend terug te vinden. Hij stuit op groen-rechtse activisten die banden lijken te hebben met een groter terroristisch netwerk. Ondertussen worden de zaken echter ook nog eens stevig belemmerd door politieke intriges en schimmige complotjes in het Vlaamse parlement. 

‘Geen regering of antiterreureenheid kan zich hierop voorbereiden. De reflex is: wat moeten we in vredesnaam doen?’

Geert Van Rampelberg

Trauma

Soms lijkt de geest van Kiefer Sutherlands Jack Bauer uit actieserie 24 even aanwezig in Van Rampelbergs personage, maar dat is toeval volgens de Belgische acteur. ‘Het is niet voor het eerst dat ik een agent of commissaris speel. Ik vind het een erg fijne genre-oefening, daarin kun je altijd een beetje variëren. In Black-out is het onderzoek zo grootschalig dat er veel vlees overblijft om mee te spelen voor mij. 24 heb ik overigens bewust niet opnieuw bekeken, omdat het eerste scenario van Black-out mij er wel aan deed denken. En je wilt natuurlijk niet gaan kopiëren. Uiteindelijk gaat de vergelijking niet echt op, het zijn toch twee totaal verschillende series. In 24 kampt het hoofdpersonage bijvoorbeeld met persoonlijke problemen en een trauma. Dat is bij Dendoncker niet het geval.’

Het is ook wel verfrissend, nu zo ongeveer elke detective of agent een gecompliceerde antiheld is die vaak ook nog persoonlijk bij de zaak betrokken is. Van Rampelbergs personage is eerder een klassieke agent die steeds drie stappen achterloopt op de daders. ‘Het verhaal speelt in deze serie de hoofdrol, veel meer dan de personages. De agenten worden in de serie dan ook vaak afgeschilderd als klungels die achter de feiten aanlopen.’ 

Van Rampelberg sprak voor eerdere rollen vaker met agenten om zich voor te bereiden, maar dit had voor zijn rol in Black-out waarschijnlijk weinig zin gehad. Als de coronacrisis iets heeft laten zien, is het immers wel dat je je toch nooit afdoende kunt wapenen tegen de weerbarstige praktijk. ‘De vraag wat een ramp doet met de bevolking en autoriteiten is mooi door de serie verweven. Er is geen regering of antiterreureenheid die zich op zo’n situatie kan voorbereiden. Iedereen reageert vanuit de reflex: wat moeten we in vredesnaam doen? De politieke situatie in België helpt ook niet mee, de communicatie verloopt hier vaak helemaal verkeerd. Dat zie je in de serie ook terug, evenals partijpolitiek, spelletjes achter de schermen, bewindslieden die uit de wind worden gehouden. Daarmee raakt Black-out ook vaak aan de politieke realiteit.’

Tolstoj

Kijkend naar de serie ga je je afvragen wat je zelf zou doen als de stroom zou uitvallen. Back to basics? In paniek de grens oversteken? Of met een kaarsje erbij eindelijk eens aan die dikke pil van Tolstoj beginnen? Van Rampelberg: ‘Ik zou zelf waarschijnlijk vooral veel gaan barbecueën. Mijn eerste reflex zou vrij avontuurlijk zijn. Maar ik zou ook wel snel stuiten op de plotse beperkingen, het wegvallen van vormen van communicatie. Je denkt vaak: het zal hier in de westerse wereld zo’n vaart niet lopen omdat het veilig en goed geregeld is. Maar het kan heel snel omslaan. Moet je je voorstellen wat er zou gebeuren als internet en telefonie nu ineens zouden wegvallen. Dan zouden mensen nog veel meer geïsoleerd raken dan momenteel al het geval is.’ 

Gelukkig kunnen kijkers in deze donkere dagen hun hart nu ophalen aan andermans duistere tijden. De verwachtingen zijn bovendien hooggespannen, omdat Black-out eerder dit jaar werd genomineerd voor de prestigieuze Prix Europa, en geselecteerd werd voor diverse festivals. Een teken dat ook de internationale markt klaar is voor Belgisch drama? Van Rampelberg denkt van wel. ‘Er zijn genoeg Belgische series die nu kunnen wedijveren met grote Netflixtitels. We zijn zeer creatief geworden: met minder middelen vertellen we sterke verhalen. Er zijn steeds meer jonge, talentvolle regisseurs die midden in de wereld staan en willen en kúnnen concurreren met internationale producties. Dat is voor ons als acteurs ook fijn. Het verhaal van deze serie is bovendien vrij universeel: het licht kan overal zomaar uitvallen.’

Black-out is vanaf zondag 22 november wekelijks te zien op Één (20:50-21:35)