De Italiaanse klassieker L’albero degli zoccoli uit 1978 vergt wat geduld, maar schetst een zeldzaam authentiek beeld van het Italiaanse boerenleven rond 1900.

De laatste maanden voegde Netflix een paar honderd Europese films aan het aanbod toe – Frans, Roemeens, Scandinavisch; oud, nieuw, in alle mogelijke genres. Ontpopt de streamingdienst zich als arthouse-specialist? Nee, de reden is waarschijnlijk prozaïscher: een Europese wet vereist dat streamers in EU-landen minstens dertig procent Europese content moeten aanbieden. Netflix lijkt daaraan te gehoorzamen door tamelijk willekeurige filmbundels te kopen en geruisloos in de database te zetten. Het merendeel is weinig interessant, maar er zitten wel wat pareltjes tussen.

Zo bevatte een recente lading Italiaanse films zomaar de klassieker L’albero degli zoccoli uit 1978, destijds bekroond met vele prijzen, waaronder de Gouden Palm in Cannes. Dit ambitieuze drama van regisseur Ermanno Olmi (in Nederland uitgebracht als De klompenboom) speelt zich af rond 1900 op het Lombardische platteland. We volgen een jaar uit het leven van vier gezinnen van landarbeiders, die samen op een grote boerderij wonen. Ze werken zich een ongeluk en moeten vervolgens het gros van hun inkomsten afstaan aan de landeigenaar. Desondanks is er soms ruimte voor vrolijkheid: er wordt gespeeld, gezongen, gehuwd. En altijd is het katholieke geloof aanwezig, soms als troost, soms als zoveelste kwelling.

Regisseur Olmi is duidelijk geïnspireerd door het neorealisme van landgenoten als Roberto Rossellini en Vittorio De Sica. Hij voert enkel niet-professionele acteurs op, laat die in een lokaal dialect spreken, schuwt grote emoties en legt de nadruk op alledaagse routines. Zo ontstaat een film met een documentaire kwaliteit, een zeldzaam authentieke geschiedenisles. Het lome tempo en de speelduur van drie uur vragen nogal wat geduld, maar zijn nodig om het publiek in de juiste, meditatieve stemming te brengen.

Heel subtiel laat Olmi voelen hoe beperkt het milieu van de arbeiders is. Incidenteel zijn er suggesties van een buitenwereld vol politieke onrust, maar het ontbreekt de werkers aan tijd en macht om zich daarmee te bemoeien. Veelzeggend is een scène waarin een van hen een bevlogen toespraak van een revolutionair bijwoont maar de aandacht verliest omdat hij een munt op de grond ontdekt. Eerst brood, dan bezinning, zo werkt het. Al laat Olmi er geen twijfel over bestaan dat zijn personages alle reden zouden hebben om in opstand te komen. Ze klampen zich vast aan elkaar, en aan Moeder Maria, want verder steekt niemand een poot voor ze uit. Zoals wel blijkt uit de onderkoeld-navrante slotscène.