Jeroen Krabbé blikt terug op zijn acteercarrière in de eerste aflevering van een nieuwe reeks VPRO Cinema Extra, het filmprogramma waarin steeds een ander aspect van het filmmaken centraal staat.

Aardig idee voor een mashupfilmpje: de vele gruwelen die Jeroen Krabbé (1944) als filmacteur heeft moeten doorstaan. Sinds zijn carrière zo’n halve eeuw geleden serieus van start ging, werd hij onder meer gemarteld en onthoofd (Soldaat van Oranje), met een schaar ontmand (De vierde man), doodgeschoten (Willem van Oranje, Jumpin’ Jack Flash, The Punisher), neergestoken en in brand gezet (No Mercy), door een pijpleiding gekatapulteerd (The Living Daylights), neergeslagen met een ijzeren staaf (The Fugitive), getroffen door een hartaanval (Ever After) en verkracht door een groep bajesklanten (Deuce Bigalow: Male Gigolo – een martelgang op zich).

De laatste jaren kennen we Krabbé in Nederland vooral als de bevlogen kunstschilder die tv-colleges geeft over zijn helden (Krabbé zoekt Van Gogh/Picasso/Gauguin/Chagall), maar er was een tijd dat ‘Dzjeroon’ werd platgebeld door Hollywood – en dan vooral wanneer er een smeuïge schurkenrol in de aanbieding was. Niet alleen in allerhande popcornfilms maar ook in gewichtige drama’s als The Prince of Tides en Farinelli werd Krabbé steeds weer gecast als rotzak – tot een rol als Satan in de miniserie Jesus aan toe. Best curieus eigenlijk, want als je hem tegenwoordig op tv ziet komt hij toch allesbehalve kwaadaardig over – een tikje hautain misschien, maar ook vriendelijk, gevoelig, enthousiasmerend.

Noa Johannes en Jeroen Krabbé in de aflevering van VPRO Cinema Extra

Waar dat imago dan vandaan komt? Het zal wel een typisch gevalletje Hollywoodluiheid zijn. Nadat Krabbé was opgevallen in diverse films van Paul Verhoeven brak hij in 1987 internationaal door als bad guy in de Bondfilm The Living Daylights. Hollywood zag dat hij dat prima deed – met meer stijl en nuance dan veel andere ‘schurkacteurs’ – en daarna begon vanzelf het typecasten. Krabbé heeft weleens laten vallen dat hij destijds ook even in de running was om Agent 007 zelf te spelen, dus voor hetzelfde geld was het allemaal heel anders gelopen…

Op den duur ging Krabbé zich meer profileren als schilder en nam hij steeds minder internationale rollen aan – het vele rondreizen en op locatie werken viel met een gezin in Amsterdam niet eindeloos vol te houden, verklaarde hij in interviews. De laatste vijftien jaar dook hij nog maar sporadisch op in iets Engelstaligs (Transporter 3!) en speelde hij vooral weer in Nederlandse producties; mooie rollen bijvoorbeeld in de serie In therapie (2011) en de tragikomedie De liefhebbers (2019).

Die laatste film is op zaterdag 6 maart te zien op NPO 2 Extra. Daarvóór gaat een nieuw seizoen van VPRO Cinema Extra van start, het filmprogramma waarin steeds een ander aspect van het filmmaken centraal staat. Na eerdere afleveringen over cinematografie, kostuumontwerp, muziek en regie gaat het vanavond over acteren – met Jeroen Krabbé als hoofdgast dus. Aan de hand van zijn eigen favoriete rollen gaat hij met presentator Noa Johannes in gesprek over zijn carrière. Ook te gast is opkomend talent Nora El Koussour, bekend van films als Layla M en De belofte van Pisa en de serie Mocro Maffia.

VPRO Cinema Extra

De uitzending met Jeroen Krabbé is op zaterdag 6 maart te zien op NPO 2 Extra (22.45-23.20 uur). Aansluitend is de aflevering online te bekijken via vpro.nl/cinema-extra, waar ook alle afleveringen uit het vorige seizoen te zien zijn.

Meer over Jeroen Krabbé