Het uiterst secuur gemaakte The Vast of Night is een van de fijnste filmverrassingen van dit jaar. Debuterend regisseur Andrew Patterson haalt met minimale middelen het maximale uit zijn film, die zich laat ervaren als een geavanceerd hoorspel mét visuele flair.

‘Alles wat we deden, was al eens eerder gedaan.’ Andrew Patterson wist zelf maar al te goed dat veel aspecten van zijn debuutfilm The Vast of Night al talloze malen te zien waren in eerdere genregenoten. En dus moest Patterson inventief te werk gaan. ‘We moesten iets nieuws doen binnen bestaande genreconventies. We wilden mensen daarom bijvoorbeeld laten praten zoals dialogen écht klinken in kleine Amerikaanse dorpjes: naturel en zonder ‘jouw beurt, mijn beurt-achtige’ gesprekjes. Daarmee konden we karakters meer nuance geven dan in een serie als The Twilight Zone.’

Authenticiteit binnen bekende kaders: dat is alles waar het volgens de 38-jarige regisseur om draait in The Vast of Night, de parel die eind mei vrij geruisloos op Amazon Prime verscheen, maar door critici juichend werd ontvangen. Bepaald niet onterecht, want Pattersons’ filmdebuut is een minimalistische, maar zeldzaam geslaagde knipoog naar The Twilight Zone en de betere B-films in het sciencefictiongenre. Tieners Everett en Fay (sterk gespeeld door Jake Horowitz en Sierra McCormick) bestieren in de door paranoia gedomineerde jaren vijftig een radiozender in een klein dorpje in New Mexico. Op een avond krijgen ze unheimische signalen door. Zijn het de Russen? Aliens? Is het een complot van de CIA? Of ligt het gecompliceerder dan dat?

Jake Horowitz en Sierra McCormick in The Vast of Night

Een nieuw geluid

Patterson - hiervoor vooral bezig met het draaien van commerciële reclamefilmpjes in Oklahoma - financierde de film vrijwel volledig uit eigen zak. Puur zodat ‘niemand over zijn schouder zou meekijken’, vertelde hij eerder dit jaar aan IndieWire. Het budget? Nog geen 700.000 dollar: een schijntje in de Amerikaanse filmindustrie. The Vast of Night is in dat opzicht bijna een volledige ‘doe het zelf-film’: Patterson regisseerde, schreef (onder een pseudoniem), monteerde én produceerde. Hij gebruikte zijn eigen licht en camera’s, dong af bij motels om crewleden goedkoper te laten overnachten en behield voortdurend volledige creatieve vrijheid. En dat betaalt zich uit.

Wat de film namelijk bovenal bijzonder maakt, is hoe ongelooflijk veel sfeer Patterson oproept met weinig middelen. Een cruciale hoofdrol is daarbij weggelegd voor het geluid. Illustratief is bijvoorbeeld de nachtelijke sequentie waarin Fay een vreemd signaal doorkrijgt. Ze heeft geen idee wat ze hoort, of waar het geluid vandaan komt. Even later beginnen mensen in paniek te bellen, omdat ze iets vreemds gezien hebben. In The Anatomy of a Scene - een videoreeks van The New York Times waarin een regisseur een scène uit zijn of haar film bespreekt - stelt Patterson dat het geluid per se ‘volstrekt nieuw’ moest zijn. Er werd een jaar gesleuteld en gemonteerd om een geluid te creëren dat volstrekt ondefinieerbaar was, zowel voor Fay als voor de kijker.

Jake Horowitz in The Vast of Night

Sfeervol in elke scène

Het zijn precies die aanpak en dat oog voor detail die The Vast of Night zo onderscheidend maken. Zodat de film bij vlagen zelfs bijna aanvoelt als een uiterst geavanceerd hoorspel. Monologen kunnen tien minuten duren, waarbij we hooguit één personage in beeld zien. Illustratief is bijvoorbeeld de scène waarin Everett een telefoontje aanneemt van een vreemdeling die een verhaal vertelt over een schimmige samenzwering van de regering. We zien de man niet, maar horen alleen zijn stem. Het scherm gaat soms zelfs even op zwart, puur zodat Patterson ons dwingt om écht te luisteren, zonder dat er bijvoorbeeld close-ups van de personages bij komen kijken. In dat opzicht doet de film denken aan het magnifieke Deense drama Den skyldige: ook zo’n film waarin het maximale werd gedaan binnen een uiterst minimalistisch kader.

Maar laat duidelijk zijn dat The Vast of Night meer is dan een hoorspel met bewegend beeld. Ook op visueel vlak overtuigt Patterson. Zo zit er halverwege de film een tracking shot, waarin de camera in één take door de verlaten straten van het dorpje raast. Onheilspellend op een Lynchiaanse manier, en tegelijkertijd zo wervelend dat Stanley Kubrick en Alejandro González Iñárritu er bijna jaloers op zouden kunnen zijn.

The Vast of Night is daarmee een zeldzaam geslaagde stijloefening: sfeervol in elke scène, retro en tegelijkertijd fris, maar ook een bijzonder geslaagde exercitie in spanningsopbouw. En het is eeuwig zonde dat we de film alleen op ons eigen, kleine schermpje kunnen bekijken. Dat vreemde geluid, die knappe camerabewegingen en die adembenemende sfeer zouden in een bioscoopzaal nog veel beter tot hun recht komen. Maar die tweede kans komt vast snel, want één ding is zeker: van die Andrew Patterson gaan we in de toekomst nog verdomd veel horen.

The Vast of Night is te zien op Amazon Prime Video