Er zijn dit jaar al talloze prachtige familiegeschiedenissen besproken op de VPRO Boekengids, maar voor het grootste familiefeest op de kalender kozen we tien titels waarin families in al hun ordinaire, gekmakende, gewelddadige en raadselachtige facetten worden belicht.

Aan ons vooraf

Giorgio Fontana

Giorgio Fontana (1981) waagde zich met Aan ons vooraf aan een ouderwets familie-epos van intimiderende omvang. Maar wie het openslaat wordt onmiddellijk gegrepen, want de vlucht van soldaat Maurizio Sartori, die deserteert uit het leger om te voorkomen dat hij gek wordt, is een ijzersterk begin van dit verhaal, dat begint in 1917 en eindigt in 2012. De uitgeputte Maurizio ontmoet op zijn vlucht boerendochter Nadia, die hem oplapt en onbedoeld zwanger raakt. Vier generaties Sartori leiden ons vervolgens door de Italiaanse geschiedenis: van oorlog naar vrede, van platteland naar stad en van armoede naar welvaart. Fontana baseerde zich op zijn eigen familiegeschiedenis en deed jaren research, maar dat gaat nergens ten koste van het verhaal. Hij is een buitengewoon fijne verteller, die je niet vermoeit met nodeloze uitweidingen of vermoeiende mooischrijverij. Wie aan Aan ons vooraf begint wacht geen opgave, maar een langdurig genoegen. (KdB)

De Arbeiderspers

Dag

Michael Cunningham

Eigenlijk, vertelde Michael Cunningham afgelopen zomer in The New York Times, had zijn volgende boek een epische familieroman moeten worden. Maar ja, toen sloeg corona toe en kon zijn zorgvuldig opgebouwde pandemieloze plot de prullenbak in. Pijnlijk. Maar Dag mag een nadrukkelijke Covid-19-context kennen, de meesterlijk geportretteerde leden van één familie staan centraal. In literaire snapshots – genomen op 5 april van de jaren 2019, 2020 en 2021 – volgen we de wederwaardigheden van de New Yorkse tijdschriftredacteur Isabel Walker, die naast gevoelig dochtertje Violet en beginnende mokpuber Nathan feitelijk een derde kind heeft aan echtgenoot en voormalig-rockster-dromend-van-een-comeback Daniel. Haar inwonende homoseksuele broer Robbie is het goedhartige gezinsanker, totdat hij een onbevredigend lerarenbestaan inruilt voor een reis naar IJsland. Terwijl Daniels even narcistische broertje, kunstenaar Garth, ondertussen worstelt met verwarrende gevoelens voor zijn platonische vriendin Chess én het kind dat zíjn donorzaad haar schonk. (On)alledaagse familieperikelen, door lockdownongemakken en virustragedies op de spits gedreven. (DJA)

Prometheus

Pineapple Street

Jenny Jackson

Sasha stamt uit een ‘bijzonder wilde familie’, waar stevig coke wordt gesnoven, bruiloften worden gecrasht en bootjes worden geënterd om lekker te joyvaren; activiteiten die door haar bijzonder chique schoonfamilie ordinair worden gevonden. Jenny Jackson schrijft in Pineapple Street over deze rijke New Yorkse vastgoedfamilie uit de categorie oud geld, waar vermogen en privileges al generaties lang vanzelfsprekend zijn. De twee dochters, dertiger Darley en twintiger Georgiana, die schoonzusje Sasha consequent ‘de golddigger’ noemen, hebben elk hun eigen lastige verhouding met dat familiegeld. Door hun nieuw verworven inzicht dreigt de familie uiteen te vallen. Jackson weet het allemaal buitengewoon smakelijk en lichtvoetig op te dienen, maar haar sociale satire is minder oppervlakkig dan je in eerste instantie denkt, want ze stelt tussen alle ironische terzijdes over Cartierarmbanden en tafeldecoraties door interessante vragen over de rol die (buitensporig veel) geld speelt in familieverhoudingen. (KdB)

Luitingh-Sijthoff

Mijn oudoom Harry

Michael Palin

‘Een verhaal over oorlog en familie’ is een tamelijk, eh, vrije vertaling van de oorspronkelijke ondertitel (‘A Tale of War and Empire’), maar ach: zo kunnen we het laatste boek van Michael Palin wel des te mooier in dit overzichtje kwijt. In Mijn oudoom Harry richt hij een monumentje op voor een weinig veelbelovend zwart schaap in de eminente Palinfamilie. Harry maakte weinig indruk op school of op de theeplantage in India waar hij emplooi vond. (‘Hij lijkt een gebrek aan intelligentie te hebben,’ aldus een rapporterende meerdere. ‘Adviseer overplaatsing.’) Hij emigreerde naar Nieuw-Zeeland, waar hij landarbeider werd. En zijn gortdroge dagboeken lezend verzucht Palin ergens: ‘Was hij maar wat poëtischer geweest.’ Gelukkig is zijn verre nazaat wél een rasverteller. En wanneer Harry als Nieuw-Zeelands soldaat in de Eerste Wereldoorlog terechtkomt in zowel de gruwelijke Gallipoliveldslag als de Slag aan de Somme, waarin hij zal sneuvelen, volgen indringende, persoonlijke loopgraafverslagen. (DJA)

Spectrum

De vijf wonden

Kirstin Valdez Quade

‘Amadeo Padilla is dit jaar Jezus’ – dat is alvast een uitstekende beginzin. Amadeo is een 33-jarige nietsnut die zich opmaakt om aan het kruis genageld te worden in de jaarlijkse processie in zijn dorp. ‘Hij voelt zich geknipt voor de rol.’ Maar dan treft hij zijn vijftienjarige dochter Angel aan op de stoep. Ze is acht maanden zwanger en heeft ruzie met haar moeder, dus trekt ze in bij haar vader. En bij oma Yolanda, die haar lapzwansige zoon zijn leven lang tot op het bot heeft verwend en daar nu de zure vruchten van plukt. De vijf wonden van Kirstin Valdez Quade begon als verhaal in de New Yorker en groeide uit tot een tragikomische roman over een ontwrichte latinofamilie in New Mexico. Een jaar lang leven we mee met hun zorgen, maar Valdez Quade weet de veelal uitzichtloze ellende te verpakken in een opmerkelijk optimistisch, zelfs vrolijk verhaal. (KdB)

Mozaïek

Derde kerstdag

Claudia de Breij

Niet iedereen is er misschien een liefhebber van, maar Kerstmis blijft toch hét feest voor familie en gezin, in al hun samengestelde diversiteit. Dat blijkt ook weer in dit prentenboekje, met tekst-op-rijm van Claudia de Breij en sfeervolle illustraties van Aimée de Jongh, waarin pubermeisje Marte reikhalzend uitkijkt naar Derde kerstdag. ‘Dan wil ik niemand om me heen / en hang ik op de bank, alleen / met mijn telefoon en een bak patat erbij (…) Dag allemaal! Vrolijk kerstfeest / zonder mij.’ Klinkt als een goed plan, nadat ze, nu haar ouders gescheiden zijn, op eerste kerstdag met haar vader en haar nieuwe, aangetrouwde broertjes naar het kerstcircus moest, en de dag erop een Limburgse kerkviering had met de andere kant van de familie, inclusief haar moeders hoogzwangere vriendin Anne. (‘Niet “een vriendin”, maar “Een Vriendin, / in de liefdeszin.) Rust wil Marte, maar dat krijgt ze niet in deze lieve, warme kerstvertelling die net als de Bijbelse oerversie eindigt in gezinsuitbreiding. (DJA)

Rap

Russisch familiealbum

Michael Ignatieff

Generaties lang leidde de aristocratische familie Ignatieff, bestaande uit politici en diplomaten, een bevoorrecht leven in Oekraïne, destijds een vanzelfsprekend onderdeel van het oude Rusland. Toen de revolutie uitbrak, ontsnapten graaf Paul, prinses Natasja en hun vijf zoons om in Canada een nieuw leven op te bouwen. Kleinzoon Michael Ignatieff, eminent historicus, auteur en politicus, schrijft in het voorwoord bij de heruitgave van Russisch familiealbum dat de oorlog in Oekraïne zijn familie, die wortels heeft in beide landen, gedwongen heeft ‘realiteiten onder ogen te zien die onze familiegeschiedenissen gemakshalve uit de weg gingen’. Ignatieff ontleende altijd een zekere status aan zijn ‘verleden van tsaristische avonturiers, overlevenden van revoluties, heroïsche ballingen’, en publiceerde na grondig onderzoek in 1987 zijn veelgeprezen familiekroniek (met stamboom, kaartjes en foto’s), waarin hij het leven van zijn grootouders in Rusland in uiterst beeldende details reconstrueert tot en met hun gedwongen vlucht. (KdB)

Cossee

Familielexicon

Natalia Ginzburg

Haar moeder Lidia, die zei dat iets ‘sjtinkt’, haar stekelige vader Giuseppe, die zijn talrijke tirades doorspekte met ‘oelewapper’ en ‘gebroddel’ of een zinnetje als ‘we zijn niet naar Bergamo gegaan voor het plattelandsleven,’ waarvan alleen zij alle particuliere connotaties doorgrondden. ‘Door een van die woorden of zinnen zouden wij, broers en zussen, elkaar herkennen in het donker van een grot, te midden van miljoenen mensen. De zinnen vormen ons Latijn, het vocabulaire van onze verleden dagen,’ schreef Natalia Ginzburg (1916-1991) in Familielexicon. Haar meesterlijke herinneringencollage, onlangs heruitgegeven in de reeks Privé-domein, hing ze dan ook losjes op aan de denkbeeldige lemma’s uit dat lexicon. Met als resultaat een in zijn rijkdom nauwelijks samen te vatten schets van een antifascistische Joodse familie in Turijn, voor, tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog, vol glasheldere, vaak in korte zinnetjes genoteerde vignetten met bijrollen voor beroemde kennissen als schrijver Cesare Pavese en industrieel Adriano Olivetti. (DJA)

De Arbeiderspers

Hoe je Babylon zegt

Safiya Sinclair

Verstokte Bob Marleyfans die ervan dromen om op Jamaica een gezellige jonko te roken met een authentieke rastaman worden in Hoe je Babylon zegt door Safiya Sinclair (1984) wreed uit de droom geholpen. Sinclair groeide op in een vroom rastafarigezin, met aan het hoofd een godsdienstwaanzinnige vader. Hij droomt van een carrière als muzikant maar verdient zijn geld noodgedwongen met het zingen van oude reggaehits voor volgevreten witte toeristen in luxe hotels. Thuis botviert hij zijn frustraties op zijn kinderen, die hij terroriseert en bij het onschuldigste vergrijp tot bloedens toe met de riem bewerkt. Hun dociele moeder kijkt toe en steekt nog maar eens een joint op, maar toch is zij degene die haar oudste dochter een onverwachte weg naar de vrijheid biedt door haar liefde voor poëzie op haar over te dragen. Sinclair tekende haar herinneringen aan haar traumatische jeugd ongefilterd maar met opvallend mededogen voor haar ouders op. (KdB)

Podium

Hoe vermoord ik mijn familie?

Bella Mackie

Voor wie na al deze thematische titels het onderwerp spuugzat is, is er de vermakelijke satirische thriller Hoe vermoord ik mijn familie? van Bella Mackie. Verteller is Grace Bernard, die wanneer haar alleenstaande moeder aan kanker overlijdt, besluit wraak te nemen op haar biologische vader, modetycoon Simon Artemis, en zijn verwende clan van wél erkende bloedverwanten. Ironisch gegeven: ze schrijft haar bekentenissen in Limehouse Prison, waar ze vastzit voor een moord die ze níét heeft gepleegd. Mackie leefde zich uit in fantasievolle moordscenario’s, variërend van quasiwurgseks in een parenclub tot de inzet van een sauna én een hackende puberjongen als moordwapens. (‘Zijn bereidheid om een meisje te straffen omdat ze niet meteen verrukt was bij het zien van een foto van zijn penis was ijzingwekkend, en dat zeg ik als iemand die zes mensen heeft vermoord.’) Maar het is vooral Grace’ eindeloze stroom van venijnige misantropische oneliners die haar kostelijk afschuwelijk maakt. (DJA)

The House of Books

de boekengids in je mailbox?