VPRO Gids 6

6 februari t/m 12 februari
Pagina 34 - ‘Een liefde in Indië’
papier
34

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

Een liefde in Indië

Katja de Bruin

In De tuinen van Buitenzorg neemt Jan Brokken ons mee naar het leven dat Han en Olga leidden voordat ze zijn ouders werden. Hoewel hij allerlei zijpaden inslaat, is Olga het middelpunt van het rijke boek. ‘Hoe heeft zij die andere maatschappij beleefd?’

Lang had tante Nora geaarzeld. Moest ze de brieven die haar zus Olga haar zestig jaar geleden vanuit Indië stuurde wel aan neef Jan, Olga’s jongste zoon, afstaan? Jan was immers schrijver geworden en zou in de brieven van zijn moeder ongetwijfeld materiaal zien voor een boek. Zou Olga dat niet vreselijk hebben gevonden?

Uiteindelijk kwam tante Nora tot de slotsom dat het een onvergeeflijke zonde zou zijn om het bundeltje te verbranden – negenendertig brieven van gemiddeld vijf kantjes. ‘Ze schreef zo graag… en ja, dan is alles echt weg, alsof ze nooit heeft bestaan.’

Dat schrijft Jan Brokken dertig jaar nadat hij de brieven van zijn moeder kreeg in De tuinen van Buitenzorg, een boek waarin veel vertrouwde Brokkenthema’s samenkomen en dat, zoals hij zelf zegt, ‘een ode is aan mijn grote inspiratiebron’.

Al die jaren hadden de brieven met hem meegereisd, de hele wereld over, tot hij op een ochtend op de radio een pianostuk hoorde dat ‘De tuinen van Buitenzorg’ heette. De vijf minuten die het stuk duurde, waren voldoende om hem mee te voeren naar de beroemde botanische tuin, vijftig kilometer ten zuiden van Jakarta, die nu Kebun Raya Bogor heet. Ooit was dit de plek waar zijn vader les kreeg aan de Hogere Theologische School en zijn moeder badminton speelde tussen de palmen.

De pasgetrouwde Han en Olga Brokken waren in 1935 in Nederlands-Indië aangekomen. Hij was 25, zij 23. Theoloog Han ging in opdracht van een zendingstheoloog onderzoek doen naar de islamitische bekeringsbeweging op Saleier, een eilandje ten zuiden van Celebes. Terwijl hij zich voorbereidde op zijn wetenschappelijke werk leerde Olga, die maar twee jaar huishoudschool had gehad, niet alleen Maleis maar ook Makassaars en Boeginees.

‘Na een hele lange reis door de wereld ben ik teruggekomen bij het vertrekpunt, en dat is mijn moeder’

Jan Brokken
Jan Brokken

Jan Brokken

Toen ze zich eenmaal verstaanbaar kon maken, was het haar Pfaff-naaimachine die de sleutel bleek tot de lokale bevolking. Vier dagen per week gaf ze naailes aan Makassaarse vrouwen, die het jonge echtpaar in ruil daarvoor uitnodigden voor etentjes, bruiloften en begrafenissen.

Gedetailleerde brieven

In De tuinen van Buitenzorg neemt Jan Brokken ons mee naar het avontuurlijke tropische leven dat Han en Olga leidden voordat ze zijn ouders werden. Zoals we dat van hem gewend zijn, slaat hij ook nu weer allerlei zijpaden in, om na een petite histoire over de Joods-Litouwse componist Godowsky, de musicoloog Paul Seelig of de briljante taalgeleerde professor Cenze, weer terug te keren naar Olga. Want tussen al die interessante uitstapjes blijft zij het middelpunt van dit rijke boek, dat dankzij Brokkens jaloersmakend elegante stijl weer een feest voor zijn lezers is.

‘Ik denk dat veel van mijn oeuvre verklaard wordt door dit boek,’ vertelt hij vanuit zijn huis aan de Frans-Atlantische kust. ‘Na een hele lange reis door de wereld ben ik teruggekomen bij het vertrekpunt. Dat vertrekpunt is mijn moeder. Ik kon dit boek schrijven dankzij de brieven die zij aan haar zus schreef. Mijn moeder en haar zus scheelden nog geen jaar en haar zus was bovendien verloofd met de studievriend van mijn vader. Ze hadden een hele hechte band en wilden met z’n vieren naar Indië gaan. Mijn ouders gingen eerst en zij zouden daarna komen. Mede daarom waren de brieven die mijn moeder schreef heel gedetailleerd. Ze wilde haar zus, die toen nog verloofd was, voorbereiden op het leven dat haar te wachten stond. Daarnaast schrijft ze over hoe het is om jonggetrouwd te zijn, hoe het is om met een man te leven, om te vrijen in de tropen. Het is heel persoonlijk, waardoor ik me totaal kon vereenzelvigen met mijn moeder voordat ze mijn moeder werd.

Ik had niet verwacht dat ze zo’n gepassioneerde verhouding hadden. Ze hielden ontzettend veel van elkaar en hebben elkaar door een heel moeilijke periode geholpen. Het is ook een boek over liefde, Een liefde in Indië had het ook kunnen heten.’

Nachtmerrie

Toen Jan Brokken opgroeide, als zoon van de dominee in Rhoon, was hij de enige die niet in Indië was geweest. Zijn ouders hadden er jaren gewoond en zijn beide broers werden er geboren. Hoewel hij al heel jong nieuwsgierig was naar dat Indische leven, voelde hij ook dat hij er niet bij hoorde. Zijn belangstelling was zo groot dat zijn moeder hem waarschuwde niet in hun verleden te verdwalen. Het Indische avontuur waar zijn ouders vol enthousiasme aan waren begonnen, eindigde in een nachtmerrie. In 1942 werden Olga en haar twee jonge zoontjes geïnterneerd in een vrouwenkamp terwijl Han 200 kilometer verderop in een ander kamp belandde.

‘Voor mijn broers begon Indië pas in het kamp. Hun eerste herinneringen liggen daar. Het werd tot tweemaal toe gebombardeerd door de Amerikanen, die dachten dat het een Japans legerkamp was en het bestookten met napalm en brandbommen. Dat waren verschrikkelijke herinneringen. Mijn vader is behandeld voor een KZ-syndroom [concentratiekampsyndroom, red.], mijn moeder heeft een hartziekte opgelopen in het kamp en mijn broers hebben ongelofelijke angsten overgehouden aan het kamp. Indië was iets heel moois en puurs, maar het is geëindigd in een hel.

‘Het waren niet allemaal gefrustreerde apen die naar de koloniën gingen om daar een lui leventje te leiden. Dat wordt weleens vergeten’

Mijn ouders zwolgen niet in de sfeer van tempo doeloe. Ze woonden niet in grote huizen met vier bedienden. Maar in die eerste zeven jaar ging er wel een totaal nieuwe wereld voor hen open. Dit boek is een zoektocht naar hoe een 23-jarige vrouw die in 1935 naar Nederlands-Indië ging het sluitstuk van het kolonialisme beleefde. Hoe heeft zij die andere maatschappij waarin ze terechtkwam beleefd? Wat was haar houding ten opzichte van de Makassar? De Boeginezen? De Javanen? De manier van denken, voelen en leven; alles was er anders. Dat was voor mijn ouders een ongelofelijke ontdekkingstocht. Ze leerden nieuwe werelden kennen en traden in contact met hele oude, rijke beschavingen.’

Verlichtingsidealen

Brokken brengt in zijn boek niet alleen een ode aan zijn moeder, maar schrijft ook gloedvol over botanici, taalwetenschappers en theologen die oprechte belangstelling hadden voor al die andere volken, geloven en culturen. Anton Abraham Cenze, die behalve vele Indische talen ook Turks, Russisch en Perzisch sprak. Benjamin Frederik Matthes, die vriendschap sloot met een uitzonderlijk geletterde Boeginese prinses en dankzij haar het epos La Galigo leerde kennen, dat 2551 pagina’s telt. Nicolaas Adriani, die een studie over het animistische heidendom als godsdienst publiceerde, wat tot grote ophef onder de zendelingen leidde.

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

‘Niemand kent die mensen meer, maar ik wilde laten zien dat er niet alleen geplunderd en geroofd is. Er waren ook mensen als Cenze en Matthes en Adriani, die daar uit oprechte belangstelling naartoe gingen en die van mening waren dat wij van hen konden leren in plaats van dat zij alles van ons moesten overnemen. In die zin is het ook een ode aan de idealen van de verlichting, dat mensen elkaar kunnen begrijpen als ze daarvoor moeite doen. In de hele discussie over kolonialisme en imperialisme is dat wel eens vergeten. Het waren niet allemaal gefrustreerde apen die naar de koloniën gingen om daar een lui, makkelijk leventje te leiden. Je hebt mensen die naar andere landen gaan om te overheersen en mensen die gaan om te ontdekken.

Het mooie is dat mijn ouders zich allebei afvroegen: waarom zijn we hier eigenlijk? Wat kunnen wij deze mensen leren? Naarmate ze meer ontdekten, werden ze bescheidener en gingen ze zich afvragen wat hun rol eigenlijk was. Mijn moeder zei altijd dat Indonesië het mooiste land ter wereld was omdat ieder eiland totaal anders is, met zijn eigen rijke cultuur en gedachtengoed. Dit boek is ook een diepe buiging naar deze Indische werelden en culturen.’

Tante Nora gaf Olga’s brieven indertijd aan neef Jan, omdat hij volgens haar nog altijd op zoek was naar zijn moeder. ‘En je hebt nog altijd niet ontdekt wie ze eigenlijk was.’ We mogen tante Nora dankbaar zijn, want dankzij haar weten wij het nu ook.

Op YouTube is een uitvoering te beluisteren van het door Leopold Godowsky zelf gespeelde ‘The Gardens of Buitenzorg’, de compositie die Jan Brokken inspireerde tot dit boek.

Jan Brokken
De tuinen van Buitenzorg
Uitgeverij AtlasContact