VPRO Gids 6

6 februari t/m 12 februari
Pagina 10 - ‘The show must go on’
papier
10

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

The show must go on

Arja van den Bergh en Lieke van den Krommenacker

Een ode aan het liveoptreden, dat is het nieuwe VPRO-programma On Stage. Alles draait om de hoofdartiest en een stoet aan meegebrachte gasten, die ons acht afleveringen lang zullen geven wat we zo hebben gemist. ‘Live verdwijnt weer en is altijd anders.’

‘Dit hadden we véél eerder moeten doen,’ zegt een enthousiaste Henny Vrienten als hij voor On Stage wordt gevraagd. Programmamaker David Kleijwegt is eindredacteur van het nieuwe VPRO-programma en stond net als de Doe Maar-frontman te popelen om aan de opnames te beginnen. Het was een desastreus jaar voor de kunsten en natuurlijk had er eerder aandacht voor moeten zijn, maar goed, nu komt die broodnodige ode aan cultuur, en meer in het bijzonder aan het liveoptreden, dan tóch. On Stage wordt gepresenteerd door Nadia Moussaid, en opgenomen in de grote zaal van het Utrechtse TivoliVredenburg.

‘Sinds ik begon als popjournalist in 1985 heb ik me gelaafd aan en gevoed met de culturele sector. Nu wil ik iets terugdoen,’ zegt Kleijwegt gedreven in een telefoongesprek. In elk van de acht afleveringen staat een bijzondere artiest centraal, die tevens de rol van gastcurator vervult en een gevolg aan buitengewone en spraakmakende gasten mag meebrengen. Zo zal On Stage de optredende artiesten, die overigens netjes worden betaald, in al hun facetten vieren, en ons, het publiek, geven wat we het hele jaar zo ontzettend hebben gemist. 

De VPRO Gids sprak alvast vier hoofdartiesten die een uitnodiging kregen van Kleijwegt en zijn team, en die elk ruim vijftig minuten acte de présence mogen geven in een programma over alles wat kunst vermag. Als voorproefje vroegen we singer-songwriter Lucky Fonz III, Dool- frontvrouw Ryanne van Dorst, dj Joost van Bellen en Henny Vrienten: wat is het dat een live gig zo magisch maakt?

Lucky Fonz III, singer-songwriter

‘Pinkpop 2016, dat was wel een van mijn vetste optredens. Terwijl ik een peesontsteking had. Gitaarspelen deed echt vreselijk pijn. Maar ja, toch zonder pijnstillers dat podium op, met die mitella. Lekker dramatisch, haha. En toen begon ik te spelen, voor zo’n achtduizend man. De sfeer was zó goed! Mensen lachten om m’n grapjes, de zaal werd voller en voller, en iedereen zong mee, als een soort voetbalkoor. Dat gaf zo’n kick. Na afloop was ik zeker tien seconden high en gelukkig van de adrenaline voordat ik weer als door een bliksemschicht werd getroffen. Ik viel bijna om van de pijn in m’n arm. Terwijl het hele publiek schreeuwde: toegift, toegift! Dat is het gewoon: banale dingen bestáán niet op het podium.

Ik zie mezelf als een liveartiest. Of eigenlijk: een omhooggevallen kroegzanger.

Lucky Fonz III

Ik denk dat ik nog meer van optreden houd dan de meeste andere artiesten. Sommige vinden het een beetje leuk, andere helemaal niet. Ik vind het echt fantástisch. Dus toen alles ineens wegviel, en daarmee ook de helft van mijn inkomen, kwam ik erachter dat mijn hele zelfbeeld werd bepaald door het geven van liveoptredens. Dat was mijn leven. En zo zie ik mezelf nog steeds, als een liveartiest. Of eigenlijk: een omhooggevallen kroegzanger. Want ik kom oorspronkelijk uit de folktraditie hè – Engelse en Schotse folk. Daar gaat het om tussen de mensen staan en in kroegen spelen. Niet zo’n rockster zijn op een groot podium, maar lekker samen zingen. Die sfeer neem ik ook altijd mee naar grotere optredens. En dat maakt ze, denk ik, ook bijzonder.

Ik was altijd zo gefocust op optreden dat ik nu wel meer tijd heb om mezelf op andere gebieden te ontwikkelen. Wat kan ik nog meer, naast optreden? Ik doe nu wat ik eerder alleen maar on the side deed. Ik ben ook tekstdichter voor componisten en publiceer weleens korte verhalen. Laatst gaf ik een onlineworkshop over tekstschrijven. Héél erg leuk. Kreeg er ook gelijk die warme kick van optreden van.

Maar als ik eerlijk ben, mis ik het allemaal heel erg. Niet eens dat het om mij draait, daar op dat podium. Dit is wat ik zo bijzonder vind: een héle zaal die naar het trillen van die dunne snaar op je houten plankje luistert. Duizenden mensen die lachen om hetzelfde grapje. Dat is gewoon spectaculair: je voelt een soort verbondenheid die je met níets anders kan vergelijken.’

Ryanne van Dorst, frontvrouw Dool

‘Op het podium staan en optreden is van jongs af aan een soort escapisme voor me, het is bijna religieus, of sacraal. Ik herinner me een optreden op Metaldays in Slovenië, een festival in de prachtigste vallei. Het was tropisch warm, vanaf het podium zagen we festivalgangers cocktails drinken in de rivier Isonzo, tegen een achtergrond van besneeuwde bergtoppen. Halverwege de set begonnen we “Oweynagat” te spelen, een nummer over de geesten van het hiernamaals en de deur naar de onderwereld. Terwijl we het refrein inzetten, pakten donkere wolken zich samen. Binnen een minuut sloeg het weer radicaal om: regen, onweer, omverwaaiende tenten. Alsof we dat met onze muziek hadden opgeroepen. Op zo’n moment voelen band en publiek zich één.

Nummers worden geboren op een plaat, maar gaan pas leven als je ze voor publiek speelt

Ryanne van Dorst

Dat is de magie van optreden: je samen verliezen in de donkerte of lichtheid van de muziek en het moment. De studio is altijd een momentopname die eeuwig blijft bestaan. Live verdwijnt weer en is ook steeds anders. Nummers worden geboren op een plaat, maar gaan pas leven als je ze voor publiek gaat spelen. Op het podium groeien ze. Ze veranderen, worden volwassen. Dat is zo’n machtig proces. Ik kan niet wachten om deze cyclus met onze laatste plaat, Summerland, af te maken. Spelen voor publiek is zo belangrijk, ook al kan het nu nog niet echt. Daarom ben ik zo blij dat we On Stage gaan doen.

Op het podium kan ik doen wat ik wil, daar voel ik me thuis. Het is de plek waar mijn onzekerheden verdwijnen. Ik kom uit Maassluis, een klein stadje waar ik rondliep als tiener; een tomboy met warrig groen haar, piercings en een gescheurde spijkerbroek. Niemand begreep dat echt, ik werd raar aangekeken. Nu komen mensen juist voor wie wij zijn. Blijkbaar kunnen wij iets dat zij willen zien, dat geeft een goed gevoel.

Ik heb geen idee hoe het zal zijn om straks weer op een podium te staan, ik denk heel beladen en emotioneel. Dool is een liveband pur sang. Ons laatste liveoptreden was op Dokkum Open Air, 29 juni 2019. De heetste dag van het jaar. Na een minuut spelen was de hele band uitgeput en rood aangelopen. Het publiek zweette weg op het zanderige terrein, halverwege voelde ik mijn hele lichaam koud worden. Maar eenmaal op dat podium is er geen houden meer aan. De adrenaline is allesoverheersend, die kan wonden doen helen.’

Joost van Bellen, dj en housepionier

‘Weet je waar ik naar uitkijk? Keiharde muziek horen. Mensen op een toneel dingen zien doen. Van ballet tot een klassiek orkest. Waanzinnige dansers, visuals en dj’s. Maar ook: me tussen mensen begeven en meegenieten. Ik ben niet zo spiritueel, maar voordat ik zelf het podium op ga, sta ik helemaal op scherp. Voel ik gewoon alle energie. En word ik ook door die energie gevoed. Als het dan vervolgens goed gaat, explodeert het. Creëer je een soort orgasme.

Het is het allermooiste wat er is: vreemden op een dansvloer zover krijgen dat ze elkaar omarmen. Dat escapisme is gewoon heel belangrijk

Joost van Bellen

Ik wil mensen graag een goede tijd bezorgen. Hen ook op het verkeerde been zetten, verrassen. Het klinkt gek, maar ik houd meer van mensen bij elkaar brengen dan van muziek. Muziek is een tool waarmee je mensen in beweging zet, geestelijk of lichamelijk. Iets als het licht hoort daar dan ook bij, net als de sfeer in een club, of de decors. Dat had ik al toen ik vijf jaar oud was, als ik een heel circus opzette in de achtertuin. Die circusdirecteur van toen ben ik nog steeds. Alles samen laten komen, dat maakt het voor mij aantrekkelijk.

Voor mij en mijn vrienden uit het nacht- en festivalleven was het afgelopen jaar als koorddansen boven een afgrond. Toch heeft het me ook veel gebracht. Introspectie: wie ben ik? En wil ik dit wel blijven doen, nachtenlang van gig naar gig? Ik schrijf hier nu ook een roman over. Sta om acht uur op, soms eerder zelfs. Dat is in veertig jaar niet gebeurd. Laatst schreef ik op de Westerstraat, zat ik op zo’n stenen bordesje. Kwam er iemand langs: “Hey dj, hoe gaat ie?” Zei ik: “Nou, kut. Maar zal ik een plaatje opzetten?” Er hingen twee plantenbakken aan het ijzerwerk. Dus ik doen alsof ik een plaatje ging draaien, handen in de lucht en zo. Stonden er ineens twaalf man te dansen op straat! Ik zag de politie al aankomen, hoofdschuddend. Dus zelfs toen er geen muziek klonk, in de ochtend, was er ineens die dansvloer, en deed iedereen alsof we weer aan het uitgaan waren.

Het is het allermooiste wat er is: totale vreemden op een dansvloer zover krijgen dat ze elkaar ineens omarmen. Dat mensen toleranter worden. Dat ze even in het moment mogen leven, en zich geen zorgen hoeven te maken over dingen die spelen, of die nog gaan komen. Dat escapisme is gewoon heel erg belangrijk. Dat hebben we allemaal nodig.’

Henny Vrienten, componist, zanger en bassist

‘Niet live kunnen optreden is net zoiets als op het strand zwembewegingen maken, maar niet de zee in kunnen. En in die zee liggen, daar gaat het juist om. Mijn vak draait om bezieling, om waarachtigheid. Er is niks mooiers dan uit een dood stuk hout een melodie halen die mensen raakt.

We zijn natuurlijk ook oude mannen, maar in ons huppelen nog de jongetjes van toen

Henny Vrienten

Wat me zeer aan het hart gaat, is dat jonge muzikanten nu noodgedwongen op pauze staan. De meest dynamische liedjes maak je als je jong bent. Als je nog het hardst schreeuwt met het gelijk van de onwetendheid. Je flapt er van alles uit en dan ga je later weleens kijken of het klopt. Heel lang geleden speelden we met Doe Maar op een festival gesponsord door Marlboro in Paradiso. Ik kwam op en riep iets als: “Welkom allemaal, op dit feestje mede mogelijk gemaakt door uw longkanker!” Dat werd me niet erg in dank afgenomen. Maar het is de charme van dat jongehondengedoe.

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

De echte romantiek schuilt ook in die worsteling op weg naar het muzikantendom. Ik was zestien en zat in een beatbandje, waarvan er toen honderden waren. En daar gingen we, in zo’n Volkswagenbusje dat er toen lang niet zo kek uitzag als nu. De installatie, de hele band, de technici en álle fans pasten erin. Dan hobbelden we naar een optreden amper twintig kilometer verderop, in Aarle-Rixtel of zo.

Nu, al die jaren later, komen mensen nog steeds naar dat ene bandje waar ik uiteindelijk in terechtkwam. Vijftien jaar nadat we stopten, in 1984, verkochten we met ons reünieconcert zestien keer Ahoy uit. Toen hebben we gezegd: we bestaan weer. Twee jaar geleden, na afloop van ons laatste Doe Maar-optreden in een reeks van vier in Carré, zei een van mijn zoons: “Pap, je hebt ’m genaild, je zweefde twintig centimeter boven de grond.” Er zijn momenten in een muzikantenleven dat de zwaartekracht niet meespeelt.

Ik zit hier thuis weleens een dag te componeren. Dan verdwijn ik in mijn hoofd, maar ook in dat lijf van vroeger. En schrik ik me dood als ik daarna in de spiegel kijk en die oude man zie. Dat zijn we met Doe Maar en Vreemde Kostgangers nu natuurlijk ook: oude mannen. Maar ín ons huppelen nog die jongetjes van toen, die nooit zijn opgehouden met spelen. Die vonk, die zit en blijft er tot de laatste snik.’

On Stage
NPO 2, zondag 19.25-20.20 uur