VPRO Gids 3

16 januari t/m 22 januari
Pagina 34 - ‘Geef het prinsje de ruimte’
34

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

Geef het prinsje de ruimte

Willem Pekelder

Erik van Muiswinkel maakte een nieuwe vertaling van De kleine prins en raakte steeds meer door het boek bevangen. ‘Je bent pas volwassen als je het kind in jezelf toelaat.’

Erik van Muiswinkel

Met een grote bruine tas wandelt Erik van Muiswinkel uitgeverij Ad. Donker binnen. In die tas krioelt het van de ‘kleine prinsjes’. Uit Portugal en Luxemburg, Brazilië en Spanje. Het valies gaat open, en een Keulse prins wipt er als eerste uit. In plat dialect met zijn kopje net boven de rand galmt hij: ‘De Pänz müsse met de jrosze Lück vill Jedold han.’ Alras wordt hij overstemd door een Drents prinsje dat in zijn eigen dialect precies hetzelfde roept: ‘Kinder moeten veul geduld hebben met groten.’

Om de rust te herstellen knipt de Haarlemse cabaretier zijn reistas maar vlug dicht en zegt: ‘Ik heb ongeveer tachtig verschillende edities van De kleine prins. Niet alleen in het Drents en Keuls, maar ook in het Armeens, Thais en ga zo maar door. Een van de bijzonderste is een exemplaar dat ik kocht op Sicilië. Om en om wisselen de pagina’s elkaar af in het Siciliaans en het Hawaïaans. Een bizarre misdruk. En kijk deze eens,’ zegt Van Muiswinkel, terwijl hij een Arabische versie uit Egypte tevoorschijn tovert, ‘De kleine prins in stripvorm.’

Van het boek, in 1943 geschreven door de Franse piloot Antoine de Saint-Exupéry, zijn wereldwijd zo’n tachtig miljoen exemplaren verkocht. Op de Bijbel na is De kleine prins het meest vertaalde boek ter wereld: ongeveer 400 talen en dialecten. De uitgeverij had, nadat ze in 1951, precies zeventig jaar geleden, de Nederlandse rechten verkreeg, het werk nooit meer opnieuw laten vertalen. Totdat de huidige uitgever, Jos Exler, aanliep tegen Van Muiswinkels voorstelling De oplossing, een filosofische zoektocht naar zin waarin het verhaal van De Saint-Exupéry een belangrijke rol speelt. Hij kreeg opdracht voor een vertaling, die sinds eind vorig jaar in de winkels ligt.

Menselijk onverstand

‘Ik ben zo veel mogelijk trouw gebleven aan de Franse oertekst,’ vertelt Van Muiswinkel in het stadspaleisje van de Rotterdamse uitgever, ‘maar heb wél geprobeerd de tekst naar de eenentwintigste eeuw te halen. ‘”Bonjour” bijvoorbeeld vertaal ik een paar keer met “hallo” in plaats van “goedendag”. Van typische schrijftaal heb ik wat meer spreektaal gemaakt. Ik besef dat ik daarbij soms op het randje balanceer. Zo gebruik ik een keer de uitdrukking: “Grote mensen zijn helemaal van de pot gerukt.” Ik heb daar twee weken op gekauwd, maar die pot is er uiteindelijk toch in gebleven. De vertaling wordt, naar mijn smaak, nergens te popi.’

‘De Saint-Exupéry was een goede verhalenverteller, maar ik vermoed dat zijn boek per ongeluk is ontstaan. Hij had geen recept voor een well-made play.’

Erik van Muiswinkel

Wie het boek van de Franse edelman kent, weet dat de volwassen personages inderdaad van de pot zijn gerukt. De menselijke dwaasheid mag in de loop der eeuwen door vele auteurs zijn bezongen – van Prediker in de Bijbel tot Erasmus in Lof der zotheid en Nietzsche in Also sprach Zarathustra –, maar weinigen deden het zo overtuigend als de Franse bestsellerauteur. De kleine prins treft tijdens zijn zwerftocht langs de planeten telkens weer een ándere variant van menselijk onverstand aan. Zoals de zakenman die sterren verzamelt.

Meer VPRO Boekengids?

We lezen in de Van Muiswinkel-editie het volgende tweegesprek met de kleine prins: ‘Wat heb je eraan om de sterren te bezitten?’ ‘Dat ik er rijk van word.’ ’En wat heb je eraan om heel rijk te zijn?’ ‘Dat kan ik andere sterren kopen, als iemand die ontdekt.’ Waarop de kleine prins zegt dat hij zelf drie vulkanen bezit die hij wekelijks uitveegt en een bloem die hij dagelijks water geeft. ‘Voor mijn vulkaantjes en mijn bloem heeft het nut dat ik ze bezit. Maar jij hebt geen nut voor de sterren.’

Giftige pen

Is dát het geheim van het meesterwerkje, die ‘kinderlijke’ wijsheid tegenover de volwassen zotternij? ‘Het zit hem denk ik vooral in de toegankelijke schrijfstijl, het eenvoudige, niet-literaire taalgebruik,’ zegt Van Muiswinkel. ‘Waarbij ik me overigens afvraag of De Saint-Exupéry zelf “zijn” geheim heeft doorgrond. Wat hij heeft gedaan is vooral zijn levenservaringen bundelen. Zo stortte hij neer met zijn vliegtuig in de woestijn, net zoals de verteller van het boek. Het drankgebruik van de schrijver komt terug in de drinker die de kleine prins halverwege het verhaal ontmoet. De Saint-Exupéry was een goede verhalenverteller, maar ik vermoed dat zijn boek min of meer per ongeluk is ontstaan. Hij had niet het recept in handen voor een well-made play.’

‘Het vertalen heeft iets sluimerend in mij wakker gekust: kinderen zijn geen andere wezens, geen onaffe volwassenen.’

De vertaler haalt het originele manuscript van De kleine prins uit zijn tas. ‘In Parijs voor veertig euro op de kop getikt,’ glimlacht hij. ‘Zie je al die koffie- en colavlekken? Het boek is in een soort panische wanhoop geschreven. De Saint-Exupéry werkte hele nachten door en zette het verhaal in zo’n drie maanden op papier. Aan vrienden die langskwamen, las hij ’s nachts hele stukken voor, ook al wilden ze naar bed. De schrijver woonde op dat moment in New York, waar hij naartoe was gevlucht voor de Duitsers. Hij was erg ongelukkig en alles en iedereen beu, wat je hier en daar ook goed kan merken aan zijn giftige pen. Hij vond het niet erg om te sterven, wat een jaar na publicatie inderdaad gebeurde toen hij omkwam als vliegenier van de luchtmacht. In de tekst is voelbaar dat de auteur zijn dood zag aankomen.’

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

Van Muiswinkels fascinatie voor het boek ontstond vrij recentelijk. ‘Als kind vond ik het maar een vreemd verhaaltje waar ik niet veel mee had. Dat is lang zo gebleven. Totdat ik vijftien jaar geleden in Zuid-Frankrijk een editie tegenkwam in plaatselijk dialect. Ik raakte geboeid door het grote aantal talen waarin het werk was verschenen, en ben vanaf dat ogenblik gaan verzamelen. Maar pas toen ik het vier jaar geleden herlas vanwege mijn voorstelling De oplossing begreep ik ineens wat de schrijver precies bedoelde.’

Vriendschap

‘Waar De Saint-Exupéry voor pleit is: kinderen serieus nemen en gelijkwaardig behandelen. We zijn allemaal kind geweest, maar we herinneren het ons niet meer. Die diepe waarheid voelen lezers over heel de wereld aan, en het troost hen. Het is niet alleen een moralistisch sprookje, zoals ik lang had gedacht, maar vooral ook een filosofisch verhaal, verteld vanuit het perspectief van een kind. Kinderen kijken heel anders naar de wereld dan volwassenen. Of, zoals het in de oorspronkelijke vertaling werd verwoord: het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar. Dat “wezenlijke” vond ik wat te ambtelijk, en ik heb ervan gemaakt: je kan alleen goed zien met je hart, waar het echt om gaat kan je niet zien met je ogen. Het vertalen heeft iets sluimerend in mij wakker gekust: kinderen zijn geen andere wezens, geen onaffe volwassenen. En: je bent pas volwassen als je het kind in jezelf toelaat.’

Een meesterwerk dat zich moeilijk laat veroveren, meent de 59-jarige kleinkunstenaar. ‘Het verwijt is weleens dat De kleine prins escapistisch is, maar dat is onzin. Het boek onttrekt zich aan elke genre-indeling. Het eerste deel is een vertelling van een in de Sahara gestrande vliegenier, het middenstuk een satirische, Monty Python-achtige ontmoeting van de kleine prins met allerlei dwaze volwassenen en het derde deel een filosofisch slotakkoord, waarin het prinsje zich laat bijten door de slang en sterft. Dat is Seneca! Ik ben een rationalist, geen romanticus, dit verhaal zou me eigenlijk tegen de borst moeten stuiten. Maar de schoonheid heeft me met huid en haar verslonden. Het is zoet en bitter tegelijk. De verteller die aan het slot de kleine prins in zijn armen neemt, het doet me, ofschoon ik niet religieus ben, denken aan de kruisafname van Christus. En dat het prinsje dan tegen de vliegenier zegt: “Als ik er niet meer ben, kijk dan naar de sterren waar ik woon, en waar ik voor je lach. Je zal blij zijn dat je me hebt gekend, je zal altijd mijn vriend blijven.”’

Van Muiswinkel, afrondend: ‘In De kleine prins is sprake van een bron in de woestijn waar een schat ligt begraven. Aan het eind van het boek snap je wat daarmee wordt bedoeld. Die schat, dat is vriendschap.’

Erik van Muiswinkels verzameling ‘kleine prinsen’ is vermoedelijk nog tot eind februari te zien in het Kleinste Museum van Haarlem aan de Gedempte Oude Gracht 119. Tijdens de lockdown kan men de collectie ook door de etalageruit bewonderen.

Antoine de Saint-Exupéry 
De kleine prins 

(oorspr. Le petit prince, vertaald door Erik van Muiswinkel)


uitgeverij Ad. Donker