VPRO Gids 20

15 mei t/m 21 mei
Pagina 10 - ‘Wat De Oost ons leren kan’
papier
10

Wat De Oost ons leren kan

Diederik Samwel

Filmdocent Jazzy Taihuttu woonde op Java en Bali toen ze regieassistent was bij De Oost. Daar vatte ze het plan op om een educatief programma samen te stellen rondom de film: De wereld van ‘De Oost’. ‘Het is geen traditionele geschiedenisles.’

Martijn Lakemeier als Johan

Toen de 39-jarige regisseur Jim Taihuttu hoorde dat zijn overgrootvader in 1946 in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) had gevochten, kwam dat als verrassing. Op school had Taihuttu nooit iets geleerd over de periode na de oorlog in Indonesië. En thuis werd er eigenlijk nooit over gesproken. Laat staan over wat in Nederland de ‘politionele acties’ werden genoemd. Daarmee werd verwezen naar twee kortdurende militaire operaties om de opstand onder de bevolking neer te drukken. Terwijl er in werkelijkheid bijna vier jaar lang een grote Nederlandse troepenmacht aanwezig was om te vechten – waarbij ook oorlogsmisdaden werden begaan– voor het behoud van de kolonie.

Vóór de onafhankelijkheid van Indonesië in december 1949 door Nederland werd erkend, vielen ruim honderdduizend doden. Onder hen zo’n 5000 Nederlandse soldaten. Taihuttu kon er niet over uit dat hij hier maar weinig vanaf wist en besloot een speelfilm te maken over dit verzwegen hoofdstuk uit de vaderlandse geschiedenis. In De Oost kiest hij voor het perspectief van de fictieve Nederlandse soldaat Johan (Martijn Lakemeier) die zich aansluit bij de elitetroepen van de allerminst verzonnen kapitein Raymond Westerling. Hun missie: het toenmalige Zuid-Celebes (nu Sulawesi) van opstandelingen zuiveren.

‘We behandelen feit en fictie. Hoe werkt beeld daarin? Welke dramatische effecten bereik je met muziek of cameravoering?’

Jazzy Taihuttu

In de film zijn gruwelijke beelden te zien van de koelbloedige terechtstelling van Indonesische verzetsstrijders. Tegelijkertijd krijgt de kijker een indruk van de belevingswereld van jonge soldaten die geen idee hadden van de tropische guerrillaoorlog waarin ze terechtkwamen. Terwijl ze, nauwelijks bekomen van de oorlogstijd in eigen land en vaak afkomstig uit de provincie, nog volop bezig waren zichzelf te ontdekken en volwassen te worden.

Twee perspectieven

Jazzy Taihuttu (29) de jongere zus van Jim, werkte en woonde een jaar op Java en Bali als researcher en regieassistent. Ze moest wennen aan het vochtige, grillige klimaat en overleefde een schorpioenensteek, maar geleidelijk aan begon ze zich steeds meer thuis te voelen. Toen ze zich vervolgens onderdompelde in het huidige Indonesië kreeg ze gaandeweg ook een steeds scherper beeld van de bewogen geschiedenis. Het drong vooral tot haar door dat je op verschillende manieren kunt terugkijken op gebeurtenissen die 75 jaar hebben plaatsgevonden. Zo herinneren sommige soldaten zich hun periode in het leger als de mooiste tijd van hun leven. Misschien geldt dat ook voor de militairen die naar Indië gingen en nooit in gevechtssituaties verzeild raakten. ‘Ik probeerde me voor te stellen hoe het voor jongens van rond de twintig moet zijn geweest om daar als soldaat rond te lopen. Voor hen was het sowieso een groot avontuur om naar een ver tropisch land te reizen, maar sommigen hebben dingen meegemaakt die ze nooit zullen vergeten.’

Marwan Kenzari als kapitein Raymond Westerling

Marwan Kenzari als kapitein Raymond Westerling

Daartegenover staat de invalshoek van de Indonesische bevolking. Hoe kijkt de huidige generatie terug op wat hun voorouders is aangedaan? Indonesië kent weliswaar een rijke traditie van oorlogsfilms – met belanda’s (Nederlanders) steevast als karikaturen –, maar de benadering in De Oost was nieuw voor hen.

Tijdens de draaidagen kwamen beide perspectieven samen, op een filmset die akelig realistisch bleek. Aan de ene kant soldaten die niet beter wisten en onder het bevel stonden van de meedogenloze kapitein Westerling (Marwan Kenzari), aan de andere kant Indonesische dorpsbewoners. Hun rollen werden gespeeld door ervaren figuranten, vertelt Taihuttu. ‘Veel families met ouders en kinderen. De Nederlandse acteurs moesten hen aan de haren verslepen en ander geweld gebruiken. Tussen de takes door vroegen ze de figuranten voortdurend of het allemaal wel kon.’

het artikel gaat verder onder het kader

‘Het zwaarste filmproject ooit’

Filmproducent Sander Verdonk haalt zijn handen door zijn haar. ‘Ooit was het blond, geloof ik.’ Hij is nog altijd aan het bijkomen van het ‘by far zwaarste filmproject’ waar hij aan meewerkte. Ervaring genoeg met draaien in het buitenland, maar wat ze op Java moesten doorstaan… En dan hebben we het over een crew van 200 tot soms 700 mensen. Gedoe met visa en verzekeringen, de tijdrace tegen de moesson, het wantrouwen bij de Indonesische autoriteiten. ‘Heel lastig om grip op te krijgen. Ze konden moeilijk geloven dat wij, Nederlanders, daadwerkelijk een kritische film zouden maken over onze rol in deze oorlog. Wat hen betreft zijn Nederlanders nooit kritisch geweest over zichzelf.’

De draaiperiodes zal hij niet gauw vergeten. Als Verdonk ’s ochtends in Amsterdam opstond om met zijn productiebedrijf New Amsterdam de geldstromen enigszins onder controle te houden, was er vanwege het tijdsverschil alweer iets ontspoord of ontploft op de set. Tot vijf keer toe moest de productie opnieuw in gang gezet worden. Daar kwam vervolgens de lockdown met gesloten bioscopen nog eens bij, wat onder meer tot gevolg had dat niet alle partijen aan hun betalingsverplichtingen konden voldoen.

 

Begin dit jaar werd de producent gered. De Amerikaanse streamingdienst Prime Video van Amazon brengt De Oost op 13 mei uit in de Benelux en Duitsland. Vanwege de pandemie zijn de bioscopen nog dicht en daardoor zit een feestelijke première er niet in.

Toch blijft Verdonk optimistisch. ‘Wie had een jaar geleden gedacht dat De Oost zou uitkomen op een streamingplatform? Maar hopelijk is de film vanaf eind mei of begin juni alsnog te zien op het grote scherm in de bioscooptheaters. Want daar is het absoluut een film voor.’

De sfeer op de set kon nog zo vrolijk en luchtig zijn, op die draaidagen was het zwaar, zegt Taihuttu. ‘Dan lag er over de hele dag een donkere wolk. Zeker wanneer je besefte dat die executies echt hebben plaatsgevonden. We gingen met een bedrukt gevoel naar huis, daar zaten we bijna te huilen achter het scherm.’

Feit en fictie

Hoewel Taihuttu zich voortdurend realiseerde dat het om fictie ging, was het toch een bijzondere gewaarwording om het verleden zo dicht te benaderen en vast te leggen. En om daarover in gesprek te gaan met Indonesische crewleden en figuranten. ‘Mooi en wrang tegelijk. Driekwart eeuw later werkten we samen met mensen voor wie het verleden op een heel andere manier doorwerkt.’