VPRO Gids 12

20 maart t/m 26 maart
Pagina 10 - ‘Grote woondromen op Minitopia’
papier
10

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

Grote woondromen op Minitopia

Hugo Hoes

VPRO Tegenlicht gaat op zoek naar innovatieve manieren om de woningnood te verlichten. Onder meer op Minitopia, een voormalige milieustraat in ’s-Hertogenbosch waar huizen demontabel, licht en duurzaam zijn. De VPRO Gids nam er een kijkje. ‘Wat heb ik eigenlijk nodig? Bijna niets.’

Pieter Bardoel

‘Vrienden zeggen dat mijn huis op een kratje Bavaria lijkt, en daar hebben ze vanwege de vorm en kleur wel een beetje gelijk in,’ zegt Thijs van der Aalst lachend. De werktuigbouwkundige staat op een ladder en probeert met spanbanden de stalen luiken op de eerste verdieping van zijn blauwe containerwoning vast te zetten. Je zou het een bijzonder huis kunnen noemen, maar hier op Minitopia in Den Bosch is dat een beetje raar. Níéts is hier gewoon.

De tijdelijke wijk is een project van bureau Rezone van architect Rolf van Boxmeer en ontwerper openbare ruimte Tessa Peters. Toekomstbestendig wonen is hun specialisme en missie en dat betekent vooral duurzaam en flexibel, met een grote inbreng van de bewoners. Geen grote financiële bijdrage, wel wat betreft creatieve ideeën en zelfwerkzaamheid. Hoe ze daarbij te werk zijn gegaan staat in het fraaie net verschenen Minitopia – Ruimte voor je woonwens. Leuker is het natuurlijk om er zelf even te gaan kijken. Zeker bij mooi weer. De slagboom, een herinnering aan de milieustraat die hier zat, staat toch altijd open.

Rolf van Boxmeer en Tessa Peters

Rolf van Boxmeer en Tessa Peters

Dertig totaal verschillende woningen staan er op Minitopia, al hebben ze ook enkele belangrijke overeenkomsten. Ze zijn licht en makkelijk te demonteren, zodat ze na een verhuizing weer elders zijn op te bouwen. Bovendien zijn ze geselecteerd op duurzaam materiaalgebruik. Sommige bewoners hebben hun stulp zelf gebouwd, andere kozen deels voor het gemak van prefab. Huizen luisteren naar namen als Sterrenwacht, Stropaleis of Razzle Dazzle en de ruime staplaatsen kosten 300 euro per maand. De ruimte tussen de woningen is royaal en blijkt gebaseerd op brandweervoorschriften. De onderlinge afstand voorkomt dat iedereen zelf schuttingen optrekt. Een Gammakwaal die elke nieuwbouwwijk treft en haaks staat op het bevorderen van gemeenschapszin.

Anders denken

Allemaal bijzonder leuk en heel aardig, maar het is wel tijdelijk. Toch bevordert juist dit aspect innovatief en verrassend bouwen. Want hier zet je geen huis van baksteen neer. Dat is zonde van het materiaal en weggegooid geld als het na vijf jaar gesloopt wordt. Op tijdelijk Minitopia zet je een woning neer die later mee kan verhuizen naar een nieuwe stek. Light living is de door Van Boxmeer bedachte term voor deze woonvorm. Dat is zeker niet dé oplossing voor het huisvestingsprobleem, maar het laat wel zien dat betaalbaar duurzaam en flexibel bouwen mogelijk is.

‘Ik was hier om iemand te helpen bij een klus. Toen keek ik om me heen en dacht: ik ga een huis van staal bouwen’

Thijs van der Aalst

Mits je je handen uit de mouwen wil steken, zoals Van der Aalst. ‘Ik was hier eerst om iemand te helpen bij een klus. Toen keek ik om me heen en dacht: ik ga een huis van staal bouwen.’ Hij kocht zes containers, ‘een rare markt’, stapelde ze op elkaar en begon te schuren en te verven. ‘Omdat hier al veel aardse kleuren waren, zoals groen en bruin, heb ik voor boerenkielblauw gekozen. Past goed bij zeecontainers.’ Dat staal ‘dampdicht’ materiaal is, zorgde nog wel voor uitdagingen in verband met vochtontwikkeling en die zijn nog niet allemaal verdwenen. Ruim twaalf liter blauwe verf smeerde Van der Aalst weg en een klein deel van het blauwe oppervlak heeft alweer losgelaten. ‘Dat is op de plek waar ik niet geschuurd had, dus je ziet dat het nut heeft.’ Wie problemen zo positief benadert is hier op zijn plaats. Wonen op een testlocatie vereist tenslotte anders denken.

Ploggen

 Voor 13A, ’t Pak[op]huis, staan analist bio-informatica Edwin van Zon en zijn vriendin Iris Hijne, afgestudeerd werktuigbouwkundige, synchroon te strijken. Knaloranje verf, die opmerkelijk goed matcht met het oranje werktenue van Van Zon. ‘Dit potje hadden we nog staan en gebruiken we als grondverf voor de bekisting van een nieuwe plantenbak.’ Het is niet zo dat ze dag en nacht klussen, maar omdat ze tot de laatst gekomen Minitopianen horen zijn ze nog druk. En passant helpt Iris een wijdverbreid misverstand de wereld uit. ‘Een studie werktuigbouwkunde betekent niet per se dat je handig bent, al denkt iedereen dat wel.’ Als relatieve nieuwkomers hebben ze nog niet veel gemeenschappelijke activiteiten meegemaakt. ‘Van de week had iemand een karretje geregeld om compost te halen en toen werd wel meteen aangeboden om voor meer bewoners te halen.’ De vogelhuisjes op hun voorgevel detoneren nogal met de omgeving. Vijftien aan elkaar vastzittende identieke exemplaren met elk zelfs een eigen huisnummertje. Een Vinex-straatje voor vogels op een vrijwonenterrein. ‘Die komen nog van mijn vader,’ zegt Iris. ‘Hij wilde ervan af.’

Edwin van Zon en Iris Hijne

Een buurvrouw in sportkleding loopt voorbij met een afvalknijper en een vuilniszak. De Minitopiaan gaat ploggen – een combinatie van joggen en zwerfafval opruimen – op het sportveld van de naastgelegen nieuwbouwwijk. Daar zien we de ironie wel van in.

Het contrast tussen beide buurten is enorm. Robuuste eenvormigheid versus lichte diversiteit. De aarden wal rond de nieuwbouw is op één plek weer afgegraven. Een wijkdoorbraak om onderlinge interactie te stimuleren en een shortcut te bieden. Waar voorheen de milieustraat liep, is nog goed te zien. Rezone had graag gewild dat Milieustraat ook de officiële straatnaam was geworden, maar dat vond men op het stadhuis niet zo’n goed idee. De plek waar gewicht en prijs werden bepaald voor de ontdoeners is nu gezamenlijke ruimte De weegbrug, waar bezoekers vóór corona ook een bakkie konden doen. Een idyllisch ogend heuveltje naast het terrein blijkt een afgedekte vuilnisbelt en de kluisachtige oude opslagplek voor zwaar chemisch afval is nu opbergruimte.

Blufmail

Stuiterend met een basketbal loopt een jongeman richting zijn groene huis. Hij heeft een balletje gegooid op het schoongeraapte sportveldje. De basketballer heet Frank van Beuningen en woont met zijn vriendin Nanne Duffhues in twee gekoppelde containers. Dat kwam zo. Grafisch vormgever Frank en orthopedagoog Nanne zochten avontuur. Ze namen ontslag, zegden de huur op en vertrokken naar Zuid-Amerika. Voor hoelang wisten ze niet. Best radicaal en ze hadden er misschien nog wel gezeten als Nanne bij de Andes in Peru geen hoogteziekte had gekregen. Dit maakte abrupt een einde aan hun droom en na een half jaar waren ze weer ‘thuis’, al was dat noodgedwongen bij de ouders van Nanne.

Frank en Nanne

‘Een studie werktuigbouwkunde betekent niet dat je handig bent, al denkt iedereen dat wel’ 

Iris Hijne

Totdat ze hoorden van Minitopia. Frank: ‘Ik heb toen een blufmail naar Rezone geschreven met een plan voor een huis op wielen. Misschien kun je dat beter niet opschrijven, alhoewel, ik woon hier nu toch.’ Die wielen kwamen er niet, maar Frank koesterde een jongensdroom. ‘Eigenlijk wilde ik altijd al in een container wonen. Misschien omdat mijn vader staalbewerker was.’ Op naar Rotterdam, want iedereen weet dat je daar moet zijn voor de beste bakken. ‘We zijn in allerlei verschillende exemplaren gaan staan om te ervaren hoe het voelt in een container. Best raar. Gek genoeg konden we ook maar weinig informatie vinden over een huis maken van een container,’ aldus Nanne. Inmiddels weten ze alles over condensvorming en koudebrug en dankzij pa’s staalvaardigheid is alles gelukt. Bij hun voordeur hangt een enorm lange handgeschreven klussenlijst. Die is nog lang niet afgewerkt, al staan er wel steeds meer doorhalingen op. Een grote wandkaart van Zuid-Amerika herinnert aan de avontuurlijke reis die ze uiteindelijk op Minitopia bracht.

Frank en Nanne

‘Eigenlijk wilde ik altijd al in een container wonen. Misschien omdat mijn vader staalbewerker was’ 

Frank van Beuningen

Verspreid over het hele terrein liggen nog gebutste, oude, dikke stelconplaten. Fietsbanden en blote voeten zijn daar niet gek op en dit ongerief is een terugkerend punt op het bewonersoverleg. Lekrijden is eigen schuld. Een bord bij de ingang maant fietsers namelijk af te stappen. Veel passanten komen hier trouwens niet. De meeste bezoekers zijn kijkers, net als in een openluchtmuseum. Op de voorste bewonersparkeerplaats staan meer bestelwagens dan vierdeursauto’s. Handig vervoer voor doeners. Opvallend veel bewoners houden (van) kippen.

Huis van de toekomst

Er kan veel hier, maar niet alles. Een huis van zand door aanhangers van de Earth Movement zag men bij Rezone niet zitten. Past niet goed bij het Nederlandse weer en dat gold ook voor het plan om een joert, een ronde Mongoolse nomadentent, te betrekken. Het compromis werd een houten joert. In Ulaanbaatar kan men er vast om lachen.

Minitopia, Pieter Bardoel

Minitopia, Pieter Bardoel

De Kameleon van Pieter Bardoel is de kleurrijkste woning op het terrein. Terwijl deze dieren erom bekendstaan dat ze de kleur van hun omgeving aannemen, valt dit huis op door de kleurencombinatie rood, geel en groen. Dat blijken de kleuren te zijn van het gelijknamige bootje uit de boeken van Hotze de Vries. Bardoel belandde na zijn scheiding op Minitopia. ‘Ik dacht: wat heb ik eigenlijk nodig? Dat was bijna niets. Twee tassen met kleding en wat keukenspullen.’ Hij ontwierp zijn huis op de computer, bestelde het benodigde op maat gezaagde hout en met drie personen zette hij in een dag zijn huis in elkaar. Daar kwam een dikke laag geperst houtvezel tegenaan en daarna ging er een oud vrachtwagendoek als canvasjasje omheen. Vandaar die kleuren. Bardoel is de overtreffende trap van handig. Niet alleen het huis is van een van zijn rechterhanden, ook de energiezuinige een stijlvolle inrichting bedacht en maakte hij zelf. Na demontage kan het in een andere vorm weer in elkaar gezet worden. De Kameleon zit vol duurzaam vernuft en doet ook dienst als modelwoning. Handig, want de bouwkundig ingenieur ontwerpt in zijn op eenhoog gevestigde tekenstudio ook huizen en inrichtingen voor anderen. Alles is circulair te gebruiken in dit huis van de toekomst.

Huismussen

Het toeval wil dat er deze maand op Minitopia twee plekken vrij komen voor nieuwe bewoners. Een lege terp voor een zelfbouwer en wie minder graag zijn handjes laat wapperen kan voor 90.000 euro het fraaie zogeheten Loodshuis kopen. Overbieden mag, maar dan moet het huis wel weg van Minitopia. Met dit beding wordt speculatie voorkomen. Het moet wel leuk blijven. Nu gebleken is dat deze woonvorm werkt en aanslaat krijgen meer gemeenten belangstelling. Tessa Peters en Rolf van Boxmeer hebben inmiddels tientallen groepen bestuurders rondgeleid en je moet haast wel een hart van baksteen hebben wil je niet gecharmeerd raken van dit moderne Asterixdorp. Daarom komt er dit jaar in Eindhoven Noord een terrein beschikbaar met honderd kavels voor vrij wonen, Minitopia XL.

Stijn Mertens: ‘Het is een natuurrijke gevel. Lekker voor hommels, bijen, vlinders en vleermuizen. En ja, soms hoor ik ook geknabbel’

Er staan niet alleen tiny houses, er is ook een Stiny House. Dat is geen spelfout, maar een stukje branding van Stijn Mertens. De duurzaamheidsvlogger woont bij de ingang van Minitopia en leeft zo veel mogelijk met de natuur. Zijn buitenmuur zit vol nissen en overal hangen vogelhuisjes in allerlei kleuren. Mertens: ‘Het is een natuurrijke gevel. Lekker voor hommels, bijen, vlinders en vleermuizen. En ja, soms hoor ik ook geknabbel.’ Hij schetst enthousiast en aanstekelijk de voordelen en de noodzaak van natuurlijk wonen en leven. Dat is kortom, goed voor iedereen behalve de eikenprocessierups, maar ‘die hoort hier niet’.

Stijn Mertens

Stijn Mertens

Elke dag begint hij met een duik in de vaart tegenover zijn huis. ‘Kijk om je heen. Zo’n uitzicht heb je alleen in een huis van drie miljoen. Dat heb ik niet, maar het uitzicht wel.’ Als we hem wijzen op het verschil in vogelhuisjes tussen die op 13A en hier leren we meteen weer iets. ‘Daar zitten waarschijnlijk huismussen in. Die zitten graag bij elkaar.’ Voordat we thuis een balletje gaan opwerpen over verhuizen naar een terp vragen we de oprichters waarom ze zelf niet in dit paradijsje wonen. Peters: ‘Je moet nooit bij je werk gaan wonen. Als ’s nachts de stroom uitvalt of er is een keer geen water, bellen ze jou als eerste uit bed.’

Kijk en praat woensdag 24 maart om 20.30 uur online mee tijdens de Meet Up-livecast ‘Wonen buiten de box’ van VPRO Tegenlicht via dezwijger.nl/live. Met o.a. filmmaker Bregtje van der Haak. Meer informatie via bit.ly/TMU198

VPRO Tegenlicht
NPO 2, zondag 22.10-23.00 uur

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →