VPRO Gids 49

5 december t/m 11 december
Pagina 34 - ‘Bezielde beeldencarrousel’
papier
34

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

Bezielde beeldencarrousel

Dirk-Jan Arensman

Onlangs verscheen bij Van Oorschot De muziek van de herfst, de verzamelde verhalen van Konstantin Paustovski. Hij schreef graag over ‘eenvoudige en onbekende mensen’ en vaak is de scheidslijn tussen fictie en reisreportage flinterdun.

Konstantin Paustovski, begin jaren zestig

In het korte verhaal ‘Het stof van de Farsistaanse aarde’ leest de verteller, die opvallend sterke overeenkomsten vertoont met Konstantin Paustovski (1892-1968), in een spoorwagen onderweg naar Bakoe een paar van zijn eigen verhalen voor aan een vrouw die hij vlak daarvoor had ontmoet.

‘Eigenlijk waren het geen verhalen,’ bekent het alter ego, waarmee hij Paustovski’s latere besprekers feitelijk werk uit handen neemt. (Of, zo kun je het ook bekijken, de wapens bij voorbaat uit minder welwillende handen slaat.) ‘Ik schreef zonder precies te weten hoe deze opeenstapeling van beelden zou aflopen. De draad van het verhaal verliep in grillige lussen en werd onverwachts afgebroken wanneer ik geen zin meer had verder te schrijven. In deze brokstukken lag iets ongrijpbaars maar tegelijk boeiends. Dat gold ook voor mijn dagen, die volledig vervuld waren van een weids, onbestemd verlangen te schrijven en te vertellen over duizenden prachtige dingen die in de wereld rond ons liggen uitgestrooid.’

Even later beschrijft de man hoe hij soms het gevoel heeft dat er ‘een kunstig patroon vol betekenis en boeiende zingeving’ ontstaat uit het samenkomen van alles wat hij kent, ‘van rookpluimen van een locomotief boven sneeuwvlaktes bij het dorp Mytisjtsji’ en ‘bedauwde zonsondergangen in de brandneteltuinen van Rjazan’ tot ‘door schrapnels aan flarden geschoten rode vaandels, pantserwagens op de pleinen van Moskou’.

‘Dat was waar ik over wilde schrijven.’

Het was 1923 toen Paustovski deze woorden schreef. Het zou nog twee jaar duren voor in eigen land zijn eerste boek, Morskiye nabroski (Zeeschetsen, 1925), verscheen. En zijn onbetwiste magnum opus, de memoires Verhaal van een leven, waarvan hij de zes delen tussen 1946 en 1963 publiceerde, lag dus nog veel verder in het verschiet.

Maar in veel opzichten is het al een uitstekende typering van zijn hele oeuvre. Een oeuvre dat, zo wordt bij elk nieuw deel dat vertaler Wim Hartog ervan ontsluit duidelijker, misschien wel op de eerste plaats een bezielde carrousel van opgedane indrukken is. Volmaakt geschetste flarden van wat hij zag en meemaakte, het grote en kleine waarvoor hij oog had.

Meer VPRO Gids?

Meld je nu aan voor de twee wekelijkse nieuwsbrief van de VPRO Gids en mis niets.

Rusteloos zondzwerven

Rode draden: een romantisch, van herfstige weemoed doortrokken levensgevoel én het aloude cliché: wie veel reist, heeft veel te verhalen.

In die meesterlijke memoires viel al te lezen hoe hij tijdens de Eerste Wereldoorlog als ziekenbroeder aan het Pruisische front diende, de helse terugtocht van het Russische leger door Polen en Wit-Rusland meemaakte en getuige was van de mislukte Februarirevolutie, en vervolgens van de Oktoberrevolutie. In Goudzand (2016), de zeer succesvolle collage van verhalen, reportages, dagboekfragmenten, notities-in-telegramstijl en brieven die ook de periode ná begin jaren dertig bestreek, viel onder meer te lezen hoe hij tijdens de Tweede Wereldoorlog als verslaggever langs het zuidelijke front trok. En in beide komt Paustovski naar voren als een immer nieuwsgierige, rusteloos rondzwervende avonturier.

Geen verrassing dus dat ook in het ruim 650 pagina’s dikke De muziek van de herfst, ‘verzamelde verhalen’ waarvan maar een beperkt deel eerder verscheen in de bundels Afscheid van de zomer (1996) en Wilde rozen (2020), ‘de muze der verre omzwervingen’ nooit ver weg is.

‘Een paar losse gedachten’, een meanderende beschouwing over zijn leven en schrijverschap dat Paustovski ‘in plaats van een voorwoord’ bij zijn Verzameld werk leverde en hier dezelfde functie vervult, wemelt van de verwijzingen naar zijn reislust. (Mooi zinnetje: ‘Maar al snel kreeg ik het opnieuw wild in de benen.’) Je vindt er opsommingen in van plekken die hij bezocht, van het schiereiland Kolja en Mesjtsjora tot Midden-Azië en de Krim, en van Michajlovskoje, het geboortedorp van Poesjkin, tot een rondreis door West-Europa waarbij hij onder meer Athene, Rome, Stockholm en Rotterdam aandeed. Of hyperbolische liefdesverklaring aan Midden-Rusland (‘Heel de praal van de Golf van Napels met zijn feestmaal aan kleuren geef ik in ruil voor een van de regen natte wilgentak op de zandige oever van de Oka of voor het kronkelige riviertje de Taroeska, op de bescheiden oevers waarvan ik nu dikwijls lange perioden aaneen verblijf.’), gevolgd door een lijstje van de voornaamste werken die hij aan die streek ‘schuldig’ is.

De poëtisch getoonzette wondertjes van beschrijvingskunst zijn talrijk in De muziek van de herfst

Want, schrijft hij ook hier: ‘Aan veel van mijn verhalen liggen indrukken ten grondslag van deze talloze reizen en ontmoetingen met zeer uiteenlopende en stuk voor stuk interessante mensen.’

Lyrisch impressionisme

Talrijk zijn in De muziek van de herfst dan ook de poëtisch getoonzette wondertjes van beschrijvingskunst, die je geneigd bent eindeloos te citeren. Wanneer hij ‘Winter in Batoem’ opent met: ‘In de bergen vallen sneeuwbuien als een grijze mist en bepoederen de gebroken ruggen van het zwarte, zware bergmassief. Beneden, in de stad, tokkelen als knokkels op blik losse, dikke hagelstenen op de muren van de huizen.’ Of als hij in het fraaie ‘De amfora’ de Bulgaarse vissersplaats Sozopol kenschetst aan de hand van de neiging van kinderen om, wanneer een tekening eigenlijk klaar is, er nogal allerlei details aan toe te voegen, wat het geheel ‘verward, maar tegelijkertijd ook schilderachtig’ maakt’.

‘Sozopol leek op zulke tekeningen. Je trof er een enorme variatie aan van passages, afslagen, restanten van Byzantijnse basilieken, huizen met een bel-etage waarvan de op eikenhouten palen steunende erker boven de straat naar voren sprong, balustrades met balusters die zo door de tand des tijds afgesleten waren dat ze niet dikker dan een kaars waren, brokstukken van Griekse marmeren zuilen, stoffige olijfbomen achter lage schuttingen en vijgenbomen met grote, ruwe bladeren.’

Het is het soort lyrisch impressionisme dat van Paustovski’s decors haast zelfstandige personages maakt, in verhalen waarin de scheidslijn tussen fictie en reisreportage vaak een flinterdunne is.

Veelzeggend in dat verband: de vele titels die simpelweg een plaatsbepaling zijn. ‘De streek aan de Zee van Azov’, ‘Kertsj’, ‘Zomer in Livny’, ‘Aan de kade van Napels’, en zo verder.

Dat laatste verhaal is overigens een mooi voorbeeld van de ontroering die hij weet op te roepen met de beschrijving van ontmoetingen met het type mensen waarover hij het liefst schreef: ‘ambachtslieden, herders, veerlui, boswachters, bakenmeesters, wakers en over mijn boezemvriendjes: de dorpskinderen’. (Zoals de Grote Geschiedenis die de journalist Paustovski boekstaafde in deze verhalen op de achtergrond blijft, zo zijn de personages veelal ‘eenvoudige en onbekende mensen’. En als hij bijvoorbeeld, zoals in ‘De blokhut in het bos’, schrijft over Svjatoslav Richter, dan gaat het hem minder om die pianolegende dan om een passerende visser die, op een julinacht zijn fuiken controlerend, werd betoverd door diens muziek.)

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

Lavendelachtige geur

De verteller in ‘Aan de kade van Napels’ schenkt daar een matroesjka aan het eerste stadskind dat hij tegenkomt. Waarop het meisje in kwestie, gehuld in een versleten jurkje en ‘de overige tekenen van berustende armoede’, in een gestamelde stroom ‘grazie, signore!’s uitbarst en de jonge vrouw, ‘waarschijnlijk een boerin’, een gloeiende kus op zijn wang drukt, ‘teder en met gutturale stem’ diezelfde dankbetuiging uitspreekt en de lavendelachtige geur van haar gezicht op het zijne achterlaat.

Intriges of een plot spelen meestal een ondergeschikte rol. En als ze toch meer op de voorgrond treden, komt dat het resultaat niet ten goede.

‘De geur was verbazend stabiel en bleef lang hangen,’ schrijft Paustovski dan, om vervolgens sierlijk en gedurfd op de rand van het sentimentele te balanceren: ‘Pas in Rome, waar ik een uitstapje van een paar dagen naartoe maakte, was hij helemaal weg. Maar misschien bleef ik die geur wel zo lang ruiken omdat ik het graag wilde.’

Intriges of zoiets als een traditionele plot spelen, als ze al aanwijsbaar zijn, meestal een ondergeschikte rol. En de enkele keer dat ze meer op de voorgrond treden, komt dat het resultaat niet ten goede.

‘Het telegram’, waarin de secretaris van de kunstenaarsbond in Leningrad, ene Natasja, zich wel onder veel loftuitingen inzet voor een miskende kunstenaar, maar de zorg voor haar stervende moeder overlaat aan haar dorpsgenoten, is bijvoorbeeld nogal voorspelbaar en moralistisch. Zoals de sfeerimpressies van Vlissingen (!), ‘van alle Hollandse havens de verlatenste en stilste’, in ‘Zwarte netten’ veel meer boeien dan het wat larmoyante vissersfamiliedrama dat er ook in wordt verteld.

Uitzonderingen zijn het in opnieuw een schatkamer aan typische Paustovskizinnen, waarmee hij alle ‘duizenden prachtige dingen’ die hij verstrooid over de wereld aantrof voor je laat oplichten van het papier. Een opstapeling van beelden van een even ongrijpbare als onvergankelijke schoonheid.

Konstantin Paustovski

De muziek van de herfst. Verzamelde verhalen 

Samengesteld en vertaald door Wim Hartog

 

Uitgever Van Oorschot