VPRO Gids 48

28 november t/m 4 december
Pagina 10 - ‘Klassenscheiding’
10

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

Klassenscheiding

Lieke van den Krommenacker

Lukt het scholen eigenlijk wel om elk kind een kans te geven? In de documentaireserie Klassen gaan Ester Gould en Sarah Sylbing op zoek naar het antwoord op deze vraag. ‘Er wordt altijd gezegd: iedereen kan er komen, als je maar je best doet.’

Ester Gould en Sarah Sylbing

‘Wees geen schapie.’ Hij zegt het nadrukkelijk en op ernstige toon, met een innemend Noord-Hollands accent. Gehurkt zit de man – lang, kaal hoofd, tatoeages op zijn armen – tussen de kinderen van groep acht van basisschool De Vier Windstreken. Eric heet hij. Hij is afgestudeerd aan de ‘criminele universiteit’ en zeer ervaringsdeskundig in het maken van foute keuzes.

Samen met agent Zwarts is Eric op bezoek in de klas van juf Astrid. Ze geven een gastles. Over veiligheid gaat het, over de coffeeshop naast de deur en over intimidatie. Eric heeft een boodschap. Zwicht niet voor groepsdruk, zegt hij. Nooit. En: als je een droom hebt, hou er dan aan vast. Uit zijn hele lichaamstaal spreekt de nijpende kracht van een gebalde vuist. ‘Op jullie leeftijd ging het bij mij mis.’

 ‘Ik denk dat een documentaireserie soms meer impact heeft dan een beleidsstuk of een onderzoek’

Ester Gould

Eric en agent Zwarts maken hun opwachting in aflevering 3 van Klassen (Human), de nieuwe zevendelige documentaireserie van Sarah Sylbing en Ester Gould die vanaf 30 november te zien is op NPO 1. Vier jaar na het bekroonde en meeslepende Schuldig (2016), waarbij wekelijks ruim een miljoen kijkers meeleefden met de verwikkelingen van een aantal schuldenaren in de Amsterdamse Vogelbuurt, brengen Gould en Sylbing de kansenongelijkheid in het onderwijs in beeld.

Kan school het verschil maken? Kunnen we als samenleving elk kind omarmen? En zijn de kinderen die toch door de mazen van ons schoolsysteem in de goot druppelen de prijs die we voor ditzelfde systeem moeten betalen? Het zijn de vragen die Gould en Sylbing bewogen opnieuw diep in de haarvaten van een ingewikkeld sociaal-maatschappelijk vraagstuk te kruipen.

Eindadvies

Net als bij Schuldig strijken de makers neer in Amsterdam-Noord. En ook nu volgen Gould en Sylbing een aantal hoofdpersonages, in en buiten het klaslokaal deze keer. Kinderen op de middelbare school en kinderen uit groep 8; zo goed als te groot voor op schoot, maar nog zo klein voor het (aanstaande) eindadvies voor de middelbare school dat van invloed zal zijn op de rest van hun leven.

Het is niet moeilijk om rap verknocht te raken aan de bijdehante Anyssa (10), de ontwapenende Yunuscan (10), de stille-wateren-diepe-gronden-Gianny (13) en de goedlachse Viggo (11). In de traditie van de fictieseries op Netflix en HBO, met veel beeldende scènes, een verhelderende voice-over en een dijk van een soundtrack, slepen Gould en Sylbing je mee in de hoofden en harten van de hoofdrolspelers.

Allemaal hebben ze wat te verliezen. Een plek op de school van keuze, vrijheid, een vwo-advies, veiligheid. Een toekomst.

En wat te denken van juf Astrid, juf Jolanda en meester Thijs? Schoolbestuurder Mirjam Leinders en wethouder Marjolein Moorman? Natuurlijk is de lens ook op hen gericht, deze buitengewoon betrokken volwassenen die steeds weer het wezenlijke uit de onderzoeksrapporten, leerlingvolgsystemen en statistieken filteren en vooropstellen: het kind. Dat dag in, dag uit moet dealen met een belabberde thuissituatie, de verleidingen van de straat, hun eigen hoge verwachtingen of die van de wereld om hen heen.

Subtiele optelsom

Ook voor Gould en Sylbing ligt de lat hoog. Schuldig veroverde heel Nederland. Zowel de kijkers als de pers waren lovend; de serie won de Zilveren Nipkowschrijf en de twee makers kregen de titel Journalist van het Jaar. Er volgden speciale uitzendingen van onder meer De wereld draait door en Pauw en er werden Kamervragen gesteld aan toenmalig staatssecretaris Jetta Klijnsma.

‘Nu spring je op je elfde door een hoepel. Als we dat willen, hebben we superleerkrachten nodig die kwetsbare thuissituaties compenseren.’

Sarah Sylbing

Sylbing: ‘We hoopten op een mentaliteitsverandering. Schuldenaren zijn niet alleen schuldig. Ze zitten vast in het alles vermorzelende systeem dat we hebben opgetuigd.’ Gould, zittend naast Sylbing tijdens hetzelfde Zoomgesprek, knikt. ‘Ik denk dat een documentaireserie, maar hetzelfde geldt voor fictie, soms meer impact heeft dan een beleidsstuk of een onderzoek. De beweging in de politiek is misschien minimaal, maar iedereen had het erover. Ook de taxichauffeur op de hoek. Je kunt dingen in beweging krijgen, dat is de kracht. Daar zijn we met Schuldig maximaal in geslaagd.’

Anders dan bij Schuldig openbaart het drama van Klassen zich niet in duidelijk aanwijsbare oorzaken zoals stapels onbetaalde rekeningen en een constante dreiging van uithuiszetting. ‘Vreselijk,’ zegt Sylbing, ‘maar voor zo’n serie natuurlijk een “heerlijk” startpunt.’ In Klassen hangt de kinderen – gelukkig – niet zo’n duidelijk zwaard van Damocles boven het hoofd. Het is een subtiele optelsom van factoren die ervoor zorgt dat iemand het wel of niet redt. ‘Voor ons als makers is dat ook spannend: is de serie dramatisch genoeg?’

Plantsoenendienst

Gould en Sylbing, die elkaar kennen van de UvA-master Journalistiek (2005), werkten al samen toen hipsters op de pont naar Noord nog een zeldzaamheid waren. De Vogelbuurt was nog een klassieke achterstandswijk toen zij hun documentaire 50 Cent opnamen.

Hoofdrolspeler Giovanni, toen acht, bracht hen mede op het spoor van Klassen. ‘Hij groeide op in een omgeving waar ouders in blijf-van-mijn-lijfhuizen zaten en een moeder door een vader werd vermoord,’ zegt Sylbing. ‘Zijn juf zei gewoon hardop dat de plantsoenendienst voor de hele klas het hoogst haalbare was.’ Gould: ‘Dat vonden we zó’n schrijnend en tegelijkertijd interessant gegeven. Je kunt een kind toch niet op die leeftijd al opgeven?’ Sylbing: ‘Na tien jaar filmen zien wij dat dit helaas ook vaak de realiteit is.’

Ruim een jaar lang verdiepten Gould en Sylbing zich in het thema om inzicht te krijgen in het abstracte stelsel van statistische waarheden dat ten grondslag ligt aan de kansenongelijkheid. Gould: ‘Als in het rapport van de Onderwijsinspectie staat dat kinderen steeds vaker het diploma van hun ouders overerven, willen wij weten: hoe kómt dat nou?’

En dus klopten ze op deuren. Zetten vraagtekens bij de cijfers. Zochten naar de weeffouten in de enorme lapjesdeken. Ze spraken met onderwijsinspecteurs, schooldirecteuren, beleidsmakers – plus alles en iedereen daartussenin. ‘We wilden alle perspectieven horen om te begrijpen waar en waarom het schoolsysteem vastloopt,’ zegt Gould.

Sprookje

‘Het begint al bij wel of niet naar de voorschoolse opvang gaan,’ licht Sylbing toe. En dan: naar welke basisschool. Afhankelijk hiervan start een leerling al op zijn vierde met een voorsprong of met een achterstand. Die zomaar kan duren tot je afstudeert – of niet.

Dan is een bindend schooladvies in groep 8 betwistbaar. Sylbing: ‘In het huidige systeem spring je op je elfde door een hoepel. Als dat is waar we aan vast willen houden, hebben we superleerkrachten nodig om kwetsbare thuissituaties te compenseren.’

‘De school kan écht het verschil maken. Dat wilden we laten zien.’

Ester Gould

Die zijn er. Ze werken avonden door, onderhouden buiten school contact met de kinderen. Ze zeggen: bij ons lopen we harder, met liefde. We krijgen er zo veel plezier voor terug.

Gould: ‘Maar, is dat wat we willen?’

Dat er in het onderwijs wel degelijk sprake is van klassenverschillen lijdt bij de twee geen twijfel. Gould: ‘Als je rondwandelt in de werkelijkheid zie je dat lang niet iedereen zich in dat comfortabele midden begeeft. Alleen ontkennen we de klassen. We vertellen onszelf het sprookje dat er gelijke kansen zijn voor iedereen. Dat iedereen er kan komen, als je maar had genoeg je best doet. Die ontkenning drijft ons. En dat school écht het verschil kan maken. Dat wilden we laten zien.’

Lang dachten ze na over de precieze vertelvorm. De problematiek op was te complex om het verhaal op één school te vertellen. En het onderwijs te gesegregeerd. Daarom filmden Gould en Sylbing op acht basis- en middelbare scholen. Sylbing: ‘Dat was voor de vertelling niet ideaal. Je bent in principe altijd op zoek naar eenheid van plaats en tijd.’ Ze lacht, kijkt met een schuin oog naar haar compagnon. ‘Ik hoop dat we ermee wegkomen.’

Perfect decor

Geïnspireerd door de veelgeprezen Amerikaanse misdaadserie The Wire (2002-2008) goten de makers hun vertelling niet in een klassieke documentaire mal, maar kozen ze voor karaktergedreven, verhalende non-fictie. Ze zitten dicht op de huid van hun personages, alsof ze geen vreemden zijn, maar vrienden.

En wat Baltimore is voor de makers van The Wire is Amsterdam-Noord voor Gould en Sylbing: de arena waar ze steeds naar terugkeren. Waar elke straathoek een ander vergezicht biedt. Noord was daarvoor perfect, stelt Sylbing. ‘Allereerst omdat hier mensen in alle denkbare soorten en maten wonen. Van volkse types tot yuppen, arm, rijk, oud, jong, zwart, wit, hoog- en laagopgeleid.’

Dit brede scala aan bewoners hielp het duo om de ongelijkheid in de ruimste zin van het woord vast te leggen. ‘We wilden ook de oeroude discussie over zwarte en witte scholen voorkomen, waarbij alles alleen om kleur draait,’ zegt Gould. ‘We dachten eerst wel: laten we buiten Amsterdam-Noord kijken, om de voor de hand liggende redenen. Want ja, waarom moeten mensen steeds naar Amsterdam kijken?’

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

Sylbing: ‘We zijn ook naar andere plekken geweest hoor, zoals Zaandam.’ Ze wisselen een blik, schieten beiden in de lach. Sylbing, schaamtevol: ‘Nou, zo staan we er weer lekker op. Dat ligt naast Amsterdam.’

Hun omzwervingen ten spijt, de reis eindigde steeds weer in Noord.

Als je de klassenmaatschappij in het Nederlandse onderwijs wilt onderzoeken, waar dan beter dan op een plek waar je op je eigen schouders kunt staan? Sylbing: ‘Wij lopen hier al vijftien jaar rond, hè. We hebben een netwerk, kennen de arena en hoeven niet alles opnieuw uit te leggen.’

Knokken

En zelfs in thuishaven Noord was het knokken om alles voor elkaar te krijgen; om interessante en leuke personages te vinden die een toevoeging waren voor het verhaal en ook nog wilden meewerken. Daarbij, zie in een heel stadsdeel op al die scholen maar eens toestemming te krijgen van de besturen, directeuren, leerkrachten, kinderen, hun ouders, de ouders van álle andere kinderen uit die klas om een jaar lang vrijuit te filmen.

Erg lastig was de zoektocht naar een kansrijke basisschool en hoogopgeleide ouders. ‘Elke ouder snapt aan welke kant van de kloof hij zit,’ zegt Sylbing. ‘Om dan gestrest op tv te komen als je kind niet terechtkomt op een van de vijf gewenste scholen… maar het gebeurt, dus we wilden het hebben.’

Ze boksten het voor elkaar.

En toen kwam corona.

Zes weken vertraging, veel onzekerheid. ‘Onze hele vertelling op de schop,’ zegt Sylbing. Maar ook: een virus dat een vergrootglas legde op het fundament van de serie: ongelijkheid. Kortom, ook de lege schoolgebouwen, uitgestorven pleinen en Zoomlessen moesten worden gevangen. Sylbing: ‘Iedereen nam die onlineafslag, dus wij ook. We zijn zo veel mogelijk blijven filmen en produceren.’

Tot overmaat van ramp wilde Human de uitzending met drie weken vervroegen. Sylbing: ‘Toen ik dat hoorde kon ik alleen nog maar sputteren. Ester heeft toen gezegd: dat kan niet.’ Gould: ‘Ik ga niet drieënhalf jaar werk op de valreep afraffelen, dat weiger ik.’

Hoe pathetisch het misschien ook klinkt: al die tijd gaven Gould en Sylbing een groot deel van hun leven aan dit project. Voor even waren deze kinderen ook hun kinderen, voor wie ze zich verantwoordelijk voelen. Kinderen die zich in de klas, bij de juf, agent Zwarts en Eric veilig weten. Maar daarbuiten?

Gould: ‘Ik weet dat wij ze omarmen. Maar doet de rest van Nederland dat ook straks? Kijk, wij kunnen stutten, ze liefde geven, na afloop bij ze blijven. Maar Twitter hebben we niet onder controle. Met die bibber in mijn benen fiets ik ’s avonds wel naar huis.’

Klassen
NPO 1, maandag 21.35-22.35 uur

In de hoofdrollen

Anyssa (10)

De Vier Windstreken

Officieel woont ze bij haar moeder, maar in de praktijk is Anyssa bij haar opa en oma. Daar heeft ze haar eigen kamer. Veel van wat ze eet en draagt komt van de voedsel- en kledingbank. Ze is slim, goedgebekt en heeft niks te klagen, vindt ze. Wel leiden problemen thuis, zoals afgesloten wifi of een neergestoken oom, haar af van school. De onvoldoendes stapelen zich op.

Yunuscan (10)

De Vier Windstreken

Op avonden dat zijn hele familie het huis uit is, bijvoorbeeld voor een bruiloft, werkt de goedmoedige Yunuscan op de computer aan zijn taalachterstand. Zijn motto: je leeft maar één keer, dus groep 8 is niet het jaar voor lang leve de lol. Hij zet alles op alles om zijn vmbo-t-advies om te buigen naar een havo-advies.

Viggo (11)

De Weidevogel

Zijn hele klas wil naar het vwo, dus hij ook. Maar voorlopig moet de montere Viggo het doen met een havo-/vwo-advies. Mooi balen. Want naar welke school je gaat, is belangrijk voor de rest van je leven. En straks zit hij op een andere school dan zijn drie beste vrienden.

Gianny (13)

Het Hogelant

Zijn juf heeft ‘z’n ma lijp omgepraat’, vindt Gianny. En dus zit hij ondanks zijn hoge Cito-score met tegenzin op Het Hogelant, een vmbo-basis- en kaderschool met zorg. Al is hij meer af- dan aanwezig. De straat lonkt. In zijn eerste jaar miste hij 270 uur. Lukt het Gianny om uit handen van de politie te blijven?

Meester Thijs

Het Hogelant

Hij lijkt het woord ‘toegewijd’ te hebben uitgevonden. Het liefst zou meester Thijs zijn leerlingen meenemen naar de camping in Frankrijk, zodat ze ook eens onbezorgd kunnen zijn. Uit alle macht probeert hij Gianny bij de les en op het rechte pad te houden. Tot ook zijn grens is bereikt.

Juf Astrid en juf Jolanda

De Vier Windstreken

Deze twee superjuffen zijn onvermoeibaar. Zweedse raadsels verzinnen als huiswerk, gastlessen organiseren en voorlichtingsdagen op touw zetten: alles doen ze om het beste uit ‘hun’ kinderen te halen en ze een veilig ‘thuis’ te bieden. Maar is het genoeg om het verschil te kunnen maken?

Marjolein Moorman

wethouder gemeente Amsterdam

De strijd voor kansengelijkheid in het onderwijs dreef Marjolein Moorman de politiek in. Al tien jaar zet ze haar eigen gezinsleven op zijn kop voor haar missie: elk kind de kans geven die het verdient, ongeacht het opleidings- of welvaartsniveau van hun ouders. De wethouder is fervent voorstander van een schooladvies op latere leeftijd.