VPRO Gids 40

3 oktober t/m 9 oktober
Pagina 34 - ‘Naïef en oprecht’
34

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

Naïef en oprecht

Katja de Bruin

Een aankomend diplomaat vindt aansluiting bij een groepje Haarlemse wereldverbeteraars. Zo wekt Merijn de Boer in zijn roman De Saamhorigheidsgroep het linkse levensgevoel van de jaren tachtig tot leven. ‘Ik zie het totaal niet als een afrekening.’

Merlijn de Boer, 1982

Merijn de Boer (1982) had net zijn eerste verjaardag achter de rug toen hij op de schouders van een baardige actievoerder meeliep in de grootste demonstratie ooit in Nederland gehouden. Het Komitee Kruisraketten Nee bracht in oktober 1983 ruim een half miljoen mensen op de been in Den Haag. Baby Merijn droeg voor de gelegenheid een truitje met het bekende Oplandmannetje dat een kernraket omverschopt. Dat truitje was gebreid door een van de leden van de Saamhorigheidsgroep; een clubje linkse wereldverbeteraars die tien procent van hun inkomen afdroegen aan projecten in de Derde Wereld. Zijn ouders waren lid.

In zijn roman De Saamhorigheidsgroep wekt De Boer de jaren tachtig in al hun glorie tot leven: zure regen, Wees Wijs met de Waddenzee, het conflict tussen de unita en de mpla in Angola, E.T., Hans van den Broek en Roxy-sigaretten. Voor vijftigplussers zal deze roman een feest van herkenning zijn. Voor De Boer zelf is het een tijd die hij zich niet bewust herinnert. Zijn vijfde boek is, hoe gek het ook klinkt, een historische roman.

Hoofdpersoon is Bernhard, die via zijn studievriend Felix bij de Saamhorigheidsgroep terechtkomt. Bernhard werkt bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en zal over een maand of wat naar Angola worden uitgezonden, zijn eerste post als diplomaat. Hij sluit zich niet uit idealisme aan bij de groep, maar omdat hij in de ban raakt van Liza, een van de leden. Bovendien is hij aangenaam getroffen door het warme onthaal op de eerste bijeenkomst die hij bijwoont. Zonder reserves wordt hij opgenomen in deze vriendengroep, die samen wandelt, fietst, knutselt, danst en kampeert.

Zijsporen

De Boer voert een stoet aan personages op, de een nog kleurrijker dan de ander: Bronno de humorloze voorzitter, die elk gesprek onmiddellijk naar de situatie in Nicaragua of El Salvador weet te sturen; de geile Ralph die dol is op zijn vrouw, maar ook graag zo nu en dan uit een ander raam kijkt, en Tristan met zijn lange staart die zo graag een kind wil maar onvruchtbaar is.

Het toeval wil dat Bernhard in de ban raakt van Tristans vrouw Liza. Hun driehoeksverhouding loopt als rode draad door het verhaal, dat tal van vermakelijke zijsporen kent. Er zijn kleine bijrollen voor een louche garagehouder en een criminele patjepeeër, maar de motor van het boek is de dynamiek tussen de leden van de Saamhorigheidsgroep.

‘Ik wilde dit boek al heel lang schrijven,’ vertelt Merijn de Boer daags voor zijn terugkeer naar zijn woonplaats Jeruzalem, waar zijn vrouw werkzaam is als diplomaat. Een groot deel van zijn roman schreef hij op de Olijfberg, waar zijn dochter naar de crèche gaat. Zodra hij haar had afgeleverd, ging hij op het terras van een café daar vlakbij zitten schrijven.

‘Ik had toch enige koudwatervrees. Dit is het milieu van mijn ouders, hier kom ik vandaan. Lukt me dat wel?’

Merijn de Boer

‘De Saamhorigheidsgroep heet echt zo, en ik merkte dat als ik erover vertelde mensen altijd geïntrigeerd waren en er meer over wilden weten. Ik wilde er al heel lang over schrijven, maar had toch enige koudwatervrees. Dit is het milieu van mijn ouders, hier kom ik vandaan. Lukt me dat wel? Bovendien vond ik het lastig om over een tijd te schrijven die ik niet zelf heb meegemaakt, maar mijn vrouw zei dat ik niet zo bang moest zijn. De Saamhorigheidsgroep stond weliswaar model voor de sfeer en het decor, maar het verhaal is helemaal verzonnen en de personages zijn niet herleidbaar tot echte mensen. De leden zijn nog steeds de vrienden van mijn moeder, die ik al mijn hele leven ken en op wie ik heel erg ben gesteld.’

Buitenstaander

De Boer had duidelijk plezier in het neerzetten van de jaren tachtig. Dat doet hij in treffende details die terloops in het verhaal verwerkt zijn. Zo laat hij iemand in de trein niet gewoon de NRC lezen, maar het katern ‘Mens & Bedrijf’ en maakt Bernhard zijn contributie over met behulp van een overschrijvingskaart van de Postbank.

‘Ik was me er erg van bewust dat je een historische roman vooral niet helemaal vol moet stoppen met details. Schrijvers willen vaak laten zien wat ze allemaal hebben uitgezocht, maar ik heb geprobeerd me in te houden en niet voortdurend te strooien met feitjes over de jaren tachtig.

Een ander probleem was dat deze mensen heel idealistisch en activistisch waren en ik niet. Dus ik had het perspectief van een buitenstaander nodig. Zo kwam ik op het idee van Bernhard, die helemaal niet zo begaan is met de Derde Wereld en op een wat spottende manier naar die groep kijkt.’

Het was niet moeilijk geweest van de groepsleden karikaturen te maken. Bronno, die in een duur Japans restaurant zijn zelfgesmeerde boterhammen tevoorschijn haalt en kraanwater bestelt, komt er dichtbij. Toch slaagt De Boer erin van deze naïeve Haarlemse wereldverbeteraars overtuigende, menselijke figuren te maken om wie het niet alleen lekker lachen is, maar met wie je oprecht gaat meeleven.

‘De spot is niet vilein. Ik zie het ook totaal niet als een afrekening.’

‘Ik moest zorgen dat ik het niet te grappig maakte. De balans tussen ironie en menselijkheid moest precies goed zijn. Al te melige scènes heb ik geschrapt en geen van de personages is echt onsympathiek, op Ralph na misschien. Ik schrijf wel met spot over deze mensen, maar uiteindelijk trekken ze wel aan het langste eind. Bernhard, die zelf ontworteld is en een egoïstisch leven heeft geleid, ziet in het laatste hoofdstuk hoe energiek en gezond de andere leden zijn, dankzij hun altruïstische leven en hun levenslange vriendschap. Bovendien is de spot niet vilein, meer zoals ik in het dagelijks leven grapjes maak met mensen op wie ik gesteld ben. Ik zie het ook totaal niet als een afrekening.’

Links-rechtsdenken

Wie het werk van J.J. Voskuil kent, zal geregeld aan Maarten en vooral Nicolien Koning moeten denken. Hun rabiate afkeer van auto’s, bewuste kinderloosheid vanwege de overbevolking en weerzin tegen alles wat in hun ogen ‘rechts’ is, zien we bij de leden van de Saamhorigheidsgroep terug. Die zijn behalve tegen de monarchie, kernwapens, Shell, de Navo en de strafbaarstelling van pedofilie ook tegen witbrood en vanillevla. Er is weinig voor nodig om door hen als ‘bal’ bestempeld te worden.

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

‘Ik ben heel erg geïnspireerd door Voskuil. In de vijfde klas ben ik blijven zitten en kreeg ik een lerares Nederlands die mij interesse voor literatuur heeft bijgebracht. In dezelfde periode kreeg ik van mijn broer Bij nader inzien van Voskuil. Dat maakte enorme indruk. Daarna heb ik Het Bureau gelezen en ook alles van Frida Vogels. De Voskuilwereld zit heel erg in mij. Dialogen schrijven heb ik van hem geleerd, hij is daar ongelofelijk goed in. Dat links-rechtsdenken komt bij Maarten en Nicolien ook voortdurend terug. Op zeker moment hebben ze het over een nummer van Tracy Chapman waarin het over fast cars gaat. Tracy Chapman vonden ze dus heel rechts, puur op basis van dat nummer.’

De Saamhorigheidsgroep is grotendeels gesitueerd in Haarlem, waar De Boer opgroeide, maar er zijn ook delen die zich afspelen in New York, waar hij anderhalf jaar woonde, en Jeruzalem, waar hij nu woont. Zijn kennis van die steden gebruikt hij door straten en locaties consequent bij naam te noemen, wat de geloofwaardigheid van het verhaal enorm vergroot.

Was het niet lastig om over het Haarlem van de jaren tachtig te schrijven terwijl je op de Olijfberg zat?

‘Het milieu ken ik door en door omdat ik er zelf in ben opgegroeid en ik ken Haarlem heel goed. Bovendien ben ik totaal geen researcher. Te veel research zou mij platleggen. Ik ben een intuïtieve schrijver. Maar natuurlijk mis je door die afstand wel eens iets. Vorige week werd ik op de fiets in Haarlem ingehaald door een babyboomer met zo’n broekklem om. Dat is zo’n kneuterige, oer-Hollandse uitvinding, die had ik graag in mijn boek verwerkt, want een broekklem is echt wat voor de leden van de Saamhorigheidsgroep.’

Merlijn de Boer 

De Saamhorigheidsgroep

uitgeverij Querido