VPRO Gids 15

11 april t/m 17 april
Pagina 4 - ‘Voor de leeuwen’
4

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

Voor de leeuwen

Hugo Hoes

Hoe is het tegenwoordig om leraar te zijn? Voor de zesdelige serie 100 dagen voor de klas gingen Tim den Besten en Nicolaas Veul aan de slag op ISG Arcus in Lelystad. ‘Wel bitchen op alle regels en grenzen.’

Nicolaas Veul en Tim den Besten

Een trimester voor de klas. Dat is best lang.
Nicolaas Veul: ‘Heel vaak is televisie natuurlijk dat je er even snel in gaat, wat verhalen haalt en weer vertrekt met je ploeg.’
Tim den Besten: ‘Wij toch niet!’
NV: ‘Nee maar in het algemeen wordt televisie zo gemaakt. Wij hebben er honderd dagen van gemaakt als format-technische afbakening. Plus een cursus voor zij-instromers om te zien of het iets voor je is.’
Een eerste selectie.
NV: ‘Nee geen eerste selectie. Meer voor jezelf, al krijg je wel een advies. En als je denkt: dit is wat voor mij, ga je als zij-instromer ook al snel aan de slag in het onderwijs. Tegelijkertijd studeer je. Dus we dachten: dan is het voor ons ook mogelijk.’
TdB: ‘En dan is het ook geen gek experiment.’
Jullie hebben het wel volgehouden.
TdB: ‘Dat is ook zo grappig. Veel vrienden zeiden: dat ga je niet volhouden. Maar die spanning zat er nul in. Sterker nog, we konden niet eens drie minuten te laat komen. Stoppen behoorde niet tot de mogelijkheden.’
 ‘Je geeft een presentatie aan een publiek dat daar meestal niet op zit te wachten’
Nicolaas Veul
NV: ‘Het ging er niet om of we het zouden volhouden, maar om wat het betekent om docent te zijn. Daarom honderd dagen. Dan kunnen de kinderen aan je wennen en kunnen de docenten zien dat je de handen echt uit de mouwen steekt. Niet zozeer: houden die twee gekkies het vol?’
Hadden jullie ervaring in lesgeven?
TdB: ‘Ik dacht dat het wel iets voor mij zou zijn. Over het algemeen vind ik kinderen en jongeren leuk en ik kan ook wel een praatje houden. Ik presenteer en ik dacht dat je een soort presentator van een klas zou zijn. En dáár heeft het natuurlijk níks mee te maken. Nu vind ik dat heel dom, maar daar heb ik me eerst een beetje op verkeken. Ik dacht: ik ga daar staan, zeg hallo en goedemorgen en vertel een leuk verhaal.’
NV: ‘Grapje hier, grapje daar.’
Bijzonder naïef.
TdB: ‘Wat dat betreft besefte ik niet goed wat het betekent om leraar te zijn.’
NV: ‘Ik wist zeker dat ik geen leraar wilde worden en had er beter over nagedacht. Op de school voor journalistiek geef ik weleens een gastles en ik weet dat je dit alleen goed kunt doen als je het serieus voorbereidt. Dat kost veel tijd en zelfs dan is het nog spannend. Hier geef je een presentatie aan een publiek dat daar meestal ook nog eens niet op zit te wachten. In korte tijd heb ik daar ook veel nieuwe kennis voor moeten vergaren. Vooral voor geschiedenis. Van jager-verzamelaars in de bronstijd tot het ontstaan van de democratie. Maatschappijleer was makkelijker. Ik gaf maatschappijleer aan 3 en 4 vmbo, en geschiedenis aan havo, vwo en gymnasium.’
Tim gaf Nederlands.
TdB: ‘Voor zover dat ging. Aan 2 en 4 vmbo.’
Hoe zijn jullie voorbereid?
TdB:In de zomer hebben we allebei een cursus gevolgd. Nicolaas een tiendaagse, maar ik was toen op vakantie en kon dus niet.’
Je kon niet? Je ging op vakantie.
TdB: ‘Het was mijn enige vakantie in twee jaar en die stond al heel lang. Een huwelijksreis van een vriend, waar we met een hele groep…’
Ja ja, is al goed.
TdB: ‘Toen hebben ze voor mij een andere cursus gevonden. Zin in lesgeven, die is bedoeld om te kijken of het wat voor je is. Dat is geen lesje in lesgeven.’
NV: ‘En we hebben meegekeken met de docenten die ons begeleidden. Ze hebben het hele traject uitgelegd en ons verteld over de stof en de boeken.’
TdB: ‘Tijdens elke les stond er ook een begeleider achter in de klas.’
NV: ‘Je glijdt erin. Eerst een kennismaking in de lerarenkamer, daarna een rondleiding en het introductieprogramma voor de beginnende docenten op het Arcus. Wat moet je weten? Waar loop je tegenaan? Hoe zit het didactisch en pedagogisch? Wat zijn de verschillende rollen van de leraar? Waar moet je op letten?’
TdB: ‘Elke maandagmiddag was er ook een nieuwkomersbijeenkomst om ervaringen uit te wisselen met ouwe rotten. Voordat je de eerste les geeft, heb je al best wel vaak achter in de klas gezeten. Dus de kinderen hebben je ook al gezien. Je bent voorgesteld.’
NV: ‘Zo van: dit is mijnheer Den Besten, die kijkt mee en loopt hier rond om jullie vragen te beantwoorden. We hebben wel een maand meegekeken.’
TdB: ‘Maar inderdaad, op een gegeven moment geef je je eerste les. Die heb ik ook teruggezien. Stond ik daar met enorme zweetplekken van angst. Ik ben heel erg jolig begonnen, zo van: hallo allemaal. Pure onzekerheid, in de hoop dat ze je aardig en leuk vinden. Die eerste les stond ik daar niet als een leraar, daar ben ik niet meer voorbijgekomen. Ze zeggen: voor de kerstvakantie moeten leerlingen je haten, daarna mogen ze van je houden. Dus heel streng beginnen en jezelf neerzetten, dan kun je daarna de teugels misschien laten vieren en af en toe een grapje maken. Ik ben omgekeerd begonnen.’
NV: ‘Er werd ook gezegd dat je niet per se streng hoeft te zijn, wel consequent. Je hoeft niet die lul te zijn, maar wel bitchen op alle regels en grenzen die er zijn. Dat geldt vooral op het vmbo, daar is het relatie voor prestatie. Op het gymnasium was het prestatie voor relatie. Daar moet je heel veel kennis hebben en goede opdrachten geven. Die kinderen wilden allemaal meer weten en als ik zei “nú is het stil”, dan was het stil.’
TdB: ‘Bij Nicolaas zat iedereen altijd keurig klaar. Schriften en boeken op tafel en met gevouwen handen wachten op wat de leraar gaat vertellen. Mijn eerste les was chaos. Als ik het opnieuw moest doen, zou ik het ook totaal anders aanpakken, maar dat is het experiment. Je kunt op je bek gaan.’
NV: ‘Gymnasium 1 was echt een lieve en keurige klas. Ik ben een controlfreak en ging me ook heel goed voorbereiden. Elke les een nieuwe powerpoint. Ik begon wel goed, maar was ook heel zenuwachtig.’
Jullie waren geen gewone nieuwe leraren.
NV: ‘We waren ook niet echt bezig met het maken van een televisieprogramma.’
TdB: ‘Voor hen waren we natuurlijk wel de jongens van de televisie. Er is sowieso altijd opwinding als er nieuwe mensen in de klas zijn. De meisjes gingen hun haar extra goed doen en de jongens deden wat stoerder dan normaal. Wij zijn zelf gewend aan camera’s en kunnen dus niet goed voor de rest spreken, maar volgens mij lette men daar na verloop van tijd niet meer op.’
NV: ‘We hebben ook best veel lesgegeven zonder dat er gefilmd werd, of maar heel even.’
Werden jullie niet extra op de proef gesteld door de leerlingen.
Beiden: ‘Jawel, zeker.’

TdB: ‘Bjorn, mijn begeleider, zei ook dat dat niet alleen gebeurde omdat we nieuw en van de televisie zijn, maar ook omdat we tijdelijke leerkrachten zijn. We blijven niet en dat is ook een reden om ons uit te proberen. Er zijn trouwens wel duizend redenen om dat te doen en dat hebben ze ook zeker gedaan. Constant je autoriteit ondermijnen. Je laat een kruimel vallen en ze proberen er een taart van te maken.’

Vind je dat gek?
TdB: ‘Nee hoor. Ik sta aan de kant van de leerlingen, absoluut. Ik heb de neiging om overal maar een grapje van te maken. Zo’n lesuur is eigenlijk een elastiek dat je oprekt en als je het loslaat ben je je hele les kwijt. Dat kan iemand je vertellen, maar dan snap je het nog niet helemaal. Totdat je voor de klas een grapje maakt en alle leerlingen vervolgens hun concentratie verliezen en ook grapjes gaan maken omdat de leraar het ook doet.’
Dan ben je ze kwijt.
NV: ‘Ik heb ook wel meegemaakt dat ze meteen nadat ik was begonnen al weg waren. “Saai dit. OMG zo stom. Duurt lang.” Iemand had een keer een goudvis meegenomen in een plastic zak. Die was zogenaamd jarig. Dat was al heel ontregelend en trok alle aandacht. Dan ben je al snel de paniekerige leraar. Ik zei: “Oké, ik zing “Lang zal ze leven” en dan zetten we hem weg.” Die pubers dachten ook: waar is hij nou mee bezig? Geen idee hoe daar weer uit te komen. Dan ben je de controle al helemaal kwijt.’
TdB: ‘Begin van het einde.’
NV: ‘Dan moet je er eigenlijk heel snel iemand uit gooien om te laten zien wat de regels zijn. Zo kun je het terugpakken, maar dat is moeilijk als je al op je bek ligt. Zeg je: “Jij eruit”, dan is het meteen van: “Hoezo ik?” Ondertussen begint de rest van de klas te zingen, “Naar links, naar rechts” van Snollebollekes.’
‘Als ik leraar was, zou ik juist niet mezelf moeten zijn. Je hebt niets aan een springerige en jolige leraar.’
Tim den Besten
Afschuwelijk
NV: ‘Je allergrootste nachtmerrie.’
TdB: ‘Ze proberen altijd iets van de les af te snoepen en tijd te rekken. Als Nicolaas een liedje voor een goudvis gaat zingen, ben je weer vijf minuten verder. Die spanning is er constant, terwijl je ook de leuke leraar wilt zijn met wie je een grapje kunt maken of een informeel gesprekje kunt voeren.’
NV: ‘Sterk zijn en de roedel constant blijven leiden.’
Jullie hebben er dus ook leerlingen uit gestuurd?
Beiden: ‘Zeker!’
NV: ‘In, ahum, onze tijd had je nog duidelijke hiërarchie in het klaslokaal, top-down, en die is verdwenen. Ook met je vinger wijzen of leerlingen lang streng aankijken is niet meer van deze tijd. Verticaal respect heeft plaats gemaakt voor horizontaal respect. Iedereen is gelijk.’
Knap lastig voor nieuwkomers.
NV: ‘Zeker en dat is soms ook de reden waarom ze het niet redden. Vanzelfsprekende autoriteit bestaat niet meer en je moet van goeden huize komen om respect te krijgen. Ze vergelijken het met taekwondo: je pakt een arm en beweegt mee. Iemand ten overstaan van de hele groep hardop corrigeren of wegsturen is ook uit den boze. Je loopt even met iemand mee, neemt hem apart en zegt dan dat ie moet vertrekken. Anders werkt het niet. Respect en leiderschap zijn belangrijk en daar zijn ook tools voor. Een goede truc is doen alsof je ogen in je rug hebt en dus alles in de smiezen hebt.’
TdB: ‘Het is echt een moeras. Je krijgt wel te horen hoe het moet, maar veel leraren zeggen verschillende dingen. De een zegt: als ik de klas in ga, kom ik op als een acteur en speel ik een rol. Een ander zegt: je moet jezelf zijn. Ik snap dat wel. Als ik leraar was, zou ik juist niet mezelf moeten zijn. Je hebt niets aan een springerige en jolige leraar. Het hangt ervan af hoe dicht je karakter ligt bij dat wat een leraar moet zijn. We zijn ook bij elkaars lessen geweest. Ik zag daar een Nicolaas zoals ik hem alleen van ruzies ken.’
NV: ‘Ook al ben je streng, uiteindelijk doe je het voor de veiligheid van de kinderen. Zo worden ze serieus genomen.’
TdB: ‘Dat willen ze ook. Ik kreeg via mijn begeleider een tussentijdse beoordeling van mijn leerlingen. Negentig procent zei: mijnheer Den Besten is niet streng genoeg en wil te aardig gevonden worden.’
Dat klopte wel.
TdB: ‘Helemaal. Nicolaas zei dat hij nooit leraar wilde worden, maar mij leek het wel wat, mocht ik geen televisie meer maken. Daar ben ik wel van teruggekomen. Niet dat lesgeven niet leuk is, maar het is niets voor mij. Niks, nul.’
 NV: ‘In het eerste jaar valt een kwart af. Het is gewoon heel pittig.’
Je weet toch al snel of lesgeven iets voor je is?
NV: ‘Dat is dus niet waar. Veel docenten krijgen nog buikpijn als ze aan hun eerste jaar terugdenken. Na vier jaar krijg je het pas een beetje in de vingers, werd ons verteld.’
TdB: ‘Iedereen in de docentenkamer had meelij met ons.’
Maar er ging ook heel veel goed.
NV: ‘Als je goed voorbereid aan een les Grieks of filosofie begint en je komt met een originele taak, dan krijg je heel veel terug. Ik was vaak uren bezig met het voorbereiden van een les en dat is natuurlijk ook niet vol te houden. Bij het vmbo is het moeilijker, omdat ze ervan uitgaan dat de les saai is. Voor hen had ik een keer een opdracht waarbij ze moesten uitzoeken wat hun mobiel wist over de locaties waar ze waren geweest. Dat werkte wel, dan heb je een leuk gesprek met goede energie.’
TdB: ‘Nicolaas is daar heel goed in. Hij was ook altijd beter voorbereid. Soms te goed, want je kunt niet in elke les vier uur voorbereiding steken. Maar goed, ik deed het tegenovergestelde. Ik had ook te weinig fantasie om dat soort extra dingen te bedenken. Ik bleef bij het boek, deed alles klassikaal en kon er geen leuke twist aan geven.’
Hadden jullie dit ook alleen kunnen doen?
NV: ‘Ik denk het niet. Nu had je een controlfreak en iemand die graag geliefd wil zijn. Dat zijn twee instapmodellen van beginnende leraren die de school vaak meemaakt.’
Ook zoals Tim?
TdB: ‘Ook zoals Tim?! Ik ben misschien de naïeve, maar ik denk dat veel mensen die naar de zij-instromerscursus gaan net zo naïef of misschien nog wel naïever zijn dan ik.’
NV: ‘Je kent het vak ook niet. Ik wist ook niet dat het zo zwaar was. Die naïviteit herkent de school wel. En ook dat je dan een klap in je gezicht krijgt.’
TdB: ‘Mag ik nog even? Het gekke is, voor al mijn andere werk hoef ik mij nooit voor te bereiden. Als ik dat wel doe, gaat het vaak mis. Hier moet je je juist heel goed voorbereiden. Maar voor ik hier als een clown word afgeschilderd, ik heb ook echt wel lessen gegeven waarvan mijn begeleiders zeiden: dit was een toples!’

Tim den Besten is woensdag 15 april te gast in Nooit meer slapen om te vertellen over 100 dagen voor de klas (NPO Radio 1, 0.00-1.00 uur).

100 dagen voor de klas
NPO 3, donderdag 20.50-21.50 uur