Wiel

Hugo Blom

Er stond een fietswiel tegen mijn huis. Nog een mooi wiel ook, geen spatje roest, alle spaken zaten erin, het rubber van de buitenband vertoonde geen barstje. 

Het stond precies tussen het huis van de buurman en dat van mij in, en nadat we het wiel een paar weken hadden genegeerd, drong het zich toch op als gespreksonderwerp. ‘Nee, niet van mij,’ zeiden we over het wiel. En: ‘Het is een mooi wiel.’ Met tot slot natuurlijk: ‘Toch zonde om zomaar weg te gooien.’ Omdat we ook allebei geen fiets zonder wiel hadden, lieten we het staan.
terug naar de gids