wil jij een verhaal dat verder gaat?

help ons vooruit!

Cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Nu 12 weken voor slechts 10 euro. Ik wil meer lezen →

De biljartfluisteraar

Hans van Wetering

Biljarten was ooit een grote tv-sport, maar het Europees Kampioenschap dat deze week van start gaat is alleen online te volgen. Is het voorgoed gedaan met biljarten op tv? Op bezoek bij biljartlegende Ben de Graaf.

Ben de Graaf, biljarten

In de tuin staat een schuur. In de schuur staat een biljart. Ben de Graaf (82) haalt zijn keu uit het foedraal. ‘Ik weet altijd wel hoe een stoot moet, maar dat betekent nog niet dat je hem maakt. Deze keu kostte 750 gulden, het materiaal is goed, daar ligt het niet aan, maar de geest laat het afweten. Het is moeilijk om je erbij neer te leggen dat je achteruit gaat.’
De Graaf was lange jaren chef-sport van de Volkskrant en tussen 1960 en 2002 was hij de fluisterende biljartverslaggever van de NOS. De Graaf stond bekend om zijn nietsontziende kritiek. Ben Azijn luidde zijn bijnaam. Toen hij tijdens het WK voetbal van 1974 aanmerkingen had op het harde spel van Oranje werd hij door spelers in het zwembad gegooid. Hij heeft plezier in zijn grimmigheid, schreef Kees Fens ooit in een liefdevol portret, hij koestert zijn afzijdigheid. De Graaf juichte niet mee met de vleiers in het bos, maar hield ze een spiegel voor, en wat ze daarin zagen beviel ze allerminst. Maar eenmaal achter de microfoon bij een biljartwedstrijd verdween die grimmigheid, en werd De Graaf weer die fluisteraar van het groene laken.
In Seoul heb je hele straten waar alleen maar biljarttenten staan
Ben de Graaf
De tijd dat de NOS urenlang live verslag deed van biljartwedstrijden ligt ver achter ons. Sinds De Graaf vertrok, is er vrijwel geen carambolebiljarten meer op televisie. Snooker, het Britse broertje, wordt in marathonsessies op tv uitgezonden, maar de liefhebber van het ‘gewone’ carambolebiljart is aangewezen op een enkel onlinekanaal.
Het verdwijnen van biljarten op tv wordt vaak in verband gebracht met de achteruitgang van de sport zelf. Biljarten is vanouds een kroegsport. Een café zonder biljarttafel was niet compleet. Biljarten kon overal, en iedereen kwam er van jongs af mee in aanraking. Maar de maatschappij veranderde. In stedelijke gebieden maakten ouderwetse kroegen plaats voor grand cafés: waar tot voor kort Perzische kleedjes op de tafels lagen, prepareren nu barista's met hipsterbaardjes hun latte macchiato's. Kroegen hadden te lijden onder de ontvolking van het platteland. De economische crisis hakte erin. Tussen 2000 en 2018 verdween landelijk een op de vijf kroegen. Vooral in de provincies Noord-Holland, Limburg en Noord-Brabant, niet toevallig de heartlands van de biljartsport, was sprake van een slachting. Het rookverbod in de horeca was een volgende klap. Niet zelden werden biljarttafels geofferd aan de inrichting van een rookruimte.

Driebander

‘Jammer eigenlijk,’ zegt De Graaf terwijl hij zijn pijp nog eens aansteekt. ‘Vroeger, als je aan het biljarten was, hing er een lekkere walm van bier en rook. Dat hoorde er een beetje bij. Dat verbod heeft niet geholpen.’ De omvang van de tafel speelt eveneens een rol. ‘Een biljarttafel neemt veel ruimte in, maar als twee mensen een uur staan te biljarten, levert dat maar een paar euro op. Dan kan een caféhouder beter wat extra tafeltjes neerzetten en de mensen laten eten. Dat is vooral in de steden het geval, waar de vierkantemeterprijzen hoog zijn.
Veel caféhouders die een biljart handhaven, zijn zelf liefhebbers. Ik speel competitie in IJmuiden, met mijn twee kleinzoons. Als wij een wedstrijd spelen, is daar niemand behalve wij drieën en de drie leden van het team van de tegenstander. De caféhouder houdt de stand bij en zijn vrouw brengt blokjes kaas en worst, waardoor je vette vingers krijgt die dan weer aan het biljart komen, wat slecht is voor het biljart, maar goed, dat moeten zij weten. Hij houdt de tafel verder in uitstekende conditie hoor.’
In de hoek staat een piano. Aan de muur hangt een wedstrijdklok. Bekers van gewonnen prijzen. De Graaf was zelf een verdienstelijk driebander. ‘Kijk, deze ga ik spelen praktisch zonder effect, maar die witte loopt naar rood, dat is het gevaar, het gevaar van een klos [Van Dale: 'mislukte stoot waarbij de speelbal alvorens de derde bal te raken de tweede bal twee keer raakt en daardoor uit zijn baan wordt getikt', red.]. De Graaf stoot, mist; een klos. ‘Zie je het! Zie je het! Anders zit ie erop. Ik weet dat de witte naar rood loopt, waarom doe ik het dan toch?!’
Omdat u hoopt dat het net goed gaat?
‘Biljarten moet niet gebaseerd zijn op hoop, je moet weten wat je doet.’ Er zijn steeds minder plekken om te biljarten, zegt De Graaf, de jeugd komt er daardoor minder mee in aanraking, er is sprake van vergrijzing. ‘Het biljarten gaat langzaam achteruit, net als het lidmaatschap van de PvdA en het CDA.’
Dat heeft met elkaar te maken?
De Graaf grinnikt: ‘ik was destijds de enige op de Volkskrant-redactie die CDA stemde, dat deed ik erom, het CDA is ook een club van niks natuurlijk.’

Koningsklasse

Een volgende stoot, raak ditmaal. ‘Het is niet hopeloos hoor, er zijn ook jongeren die opstaan. Maar de overheid zou meer moeten doen, accommodaties beschikbaar moeten stellen. Dat doet ze voor andere sporten ook. Er worden toch ook overal volleybalveldjes aangelegd?’
De biljartsport mag dan als gevolg van die bovenstaande ontwikkelingen een moeilijke tijd hebben doorgemaakt, een voldoende verklaring voor de afwezigheid van biljarten op televisie is het niet. Want de biljartsport is in Nederland nog steeds een grote sport, zegt De Graaf. De Biljartbond kent zo’n 32.000 leden, waarvan ruim 26.000 carambolebiljarters (de rest betreft snooker- en poolspelers). Tel daar de leden van de talloze niet aangesloten ‘zwarte’ biljartbondjes bij op, dan kom je al op zo’n 90.000 wedstrijdspelers. Het is dan ineens qua grootte de twaalfde sport van Nederland. Biljarten is bovendien een sport met naar verhouding veel beoefenaars die helemaal geen lid zijn van een vereniging, zo blijkt uit de sportdeelname-index van NOC*NSF.
Tussen de 200.000 en 400.000 recreatieve biljarters beoefenen hun sport op regelmatige basis, in voetbalkantines, in zorginstellingen en buurthuizen. In 64 procent van de ongeveer negenduizend kroegen die ons land nog telt, staat bovendien nog gewoon een biljart waar ‘enthousiast gebruik van wordt gemaakt’ (enquête Koninklijke Horeca Nederland in 2018). Ter vergelijking: schaatsen is in de wintermaanden niet van het scherm te meppen, maar de schaatsbond telt slechts 40.000 leden, waarvan nauwelijks 8000 wedstrijdrijders. Volleybal is maar net iets groter dan biljarten. Curling, nog zoiets, dat mag zich in groeiende tv-aandacht verheugen. Het aantal leden van de Curlingbond: 141.
De meeste mensen vinden mij natuurlijk een enorme zeikerd
Ben de Graaf
Aan de grootte van de sport ligt het dus niet. Komt het dan misschien doordat Nederlanders er weinig van bakken? Niet dus. Dick Jaspers is meervoudig (en regerend) wereldkampioen driebanden, de koningsklasse van het spel. Therese Klompenhouwer, The Queen, is wereldkampioen driebanden bij de vrouwen. Is de reden wellicht dat de sport slechts in een zeer klein aantal landen wordt beoefend? Ook niet. De hele wereld biljart. Er waren wereldkampioenen driebanden uit vijftien verschillende landen, uit traditionele biljartgrootmachten als België (de onverslaanbare Raymond Ceulemans) en Nederland (Rini van Bracht, Dick Jaspers), maar ook uit landen als Turkije (Semih Saygıner, ‘de Turkse prins’) Japan (Nobuaki Kobayashi!), Egypte, Argentinië en, recent, Zuid-Korea. Is het lastig in beeld te brengen dan? Integendeel, het succes van snooker (bij Eurosport) spreekt voor zich.

Dwarskijker

De Graaf heeft de verklaring ook niet paraat. ‘Toen ik bij Studio sport wegging, dachten ze waarschijnlijk: ha, nu zijn we van het biljarten af. De meeste mensen vinden mij natuurlijk een enorme zeikerd.’ Hij lacht. ‘Er wordt gekozen voor makkelijke sporten. Dat zie ik wel. Voetbal, schaatsen, een beetje wielrennen. Dan is de massa tevreden. De publieke omroep verwaarloost zijn taak, hij zou een representatief beeld van de Nederlandse sportwereld moeten laten zien.’ En dat is jammer, want tv-aandacht zorgt voor aanwas van spelers, voor interesse bij sponsors en daardoor weer voor meer tv-tijd, meer nieuwe spelers en meer reclame-inkomsten: het vliegwieleffect. ‘Hockey stelt niet veel voor. Je slaat met een stok tegen een balletje. Mijn vrouw was keeper. Er kwam geen hond kijken. Toen kwam het op tv en werd het plotseling populair.’
De Graaf schept nog steeds zichtbaar plezier in zijn rol van dwarskijker. Geen meel in de mond ook. Over poolen: ‘Als je met je keu een ram geeft, valt er altijd wel een bal in een gat. Dat is niet zo moeilijk.’ Over Formule 1: ‘Die hardrijder, Verstappen, is een waardeloos voorbeeld voor anderen natuurlijk.’
In uw tijd als chef-sport was autosport in de Volkskrant taboe.
Hij lacht. ‘Het mag van mij best in de krant staan, maar niet op de sportpagina, het hoort bij de ongelukken.’
De Graaf loopt rond de tafel. Peinst over het stootbeeld. Aarzelt. ‘Kijk, deze bal is in principe vrij eenvoudig, maar er zit een klosje in. Ik ga hem maar een beetje snel spelen, in de hoop dat ie niet klost.’ Hij stoot. ‘Ha, zie je, klos!’ De keu wordt nog eens gekrijt. Volgende bal.
‘Maar wat in Nederland gebeurt is ook niet echt zo belangrijk hoor. Het is een snipper. Elders gaat het juist heel goed met biljarten. In landen als Zuid-Korea en Vietnam is het enorm populair aan het worden. Je hebt er sportnetten waar alleen maar biljart wordt uitgezonden. Als je door Seoul loopt heb je hele straten waar alleen maar biljarttenten staan, waar de hele dag door wordt gebiljart, door jongeren.’
Zover is het in Nederland nog niet, maar enige hoop op een wederopstanding van het tv-biljart mag worden gekoesterd. Eurosport zendt sinds maart eenmaal per maand een uur lang driebanden uit. Om de potentie te testen, heet het desgevraagd. De biljartbond geeft aan dat nog andere mediaprojecten in ontwikkeling zijn. Bij het WK driebanden in Veghel, in oktober, zal groot worden uitgepakt. Er zijn projecten gaande met jeugd op scholen, waarbij biljarten en wiskunde met elkaar worden verbonden: smartpool is al een groot succes, smartbiljart wordt in oktober gelanceerd.

Carambole

Het biljarten zelf ondertussen is ook mediagenieker gemaakt. Kortere sets, shot-time-klokken in beeld (De Graaf: ‘Je moet binnen veertig seconden stoten, anders mag de ander van acquit, dat is linke soep’), er wordt geëxperimenteerd met dubbelspelen.
Dit kan met een losse band, is eenvoudig, toch?
‘Maar hij kan missen hoor.’ Hij speelt en door een klos maakt hij toch de carambole. ‘Een zwijntje… Deze is veel lastiger. Dit moet zonder effect.’ Hij mist. ‘Waardeloos! Veel te zacht man! Moet je nou kijken hoe het ligt! Zo ploeter je maar door.’
U vindt het nog wel leuk?
‘Ja, elke bal is interessant, het is alleen jammer dat je het zo slecht uitvoert. Twijfel is dodelijk, ik denk vaak: wat nou als het klost, wat nou als ik iets weggeef. Maar je moet fanatiek zijn, een blind geloof hebben in je eigen superioriteit. Eigenlijk zijn dat waardeloze eigenschappen. Want je bent een heel nietig verschijnsel. Je bent er even en dan is het voorbij. Je stelt niets voor. Fanatisme is een vorm van zelfoverschatting, maar je hebt het wel nodig om te winnen. Ik heb het niet meer. Mijn spel kun je nu typeren als "net niet".’ 
‘Kijk, dit wordt een prachtige vijfbander, mits ie niet klost.’ Raak, over zes banden zelfs. ‘Is niet moeilijk hoor, maar het ziet er spectaculair uit. Leuk voor het publiek.’ Hij zet de keu weg in het daarvoor bestemde rek.
‘Winnen geeft een goed gevoel, dat heb ik altijd heel sterk gehad, maar het is ook een beetje verderfelijk. Als jij wint, verliest de ander. Ik verlies tegenwoordig steeds vaker. Ik probeer mezelf er nu maar van te overtuigen dat wanneer ik verlies, ik een ander toch een beetje gelukkig maak. Die gaat na zo’n partij ’s avonds prettig slapen, want die heeft Ben de Graaf geklopt, die praatjesmaker van vroeger.’
Het EK biljarten vindt plaats van 28 april t/m 7 mei. Uitzending via kozoom.com .
 
terug naar de gids