Veelzijdig surrealist Louis Lehmann is bijna tien jaar dood en daar nog altijd tegen. Hij kon alles – maar alleen op zijn eigen manier.

In Rotterdam woonde een jongetje dat nooit buiten mocht spelen. Te gevaarlijk, vond zijn moeder. Andere kinderen zag hij alleen door het raam. ‘Die waren aan het hoepelen en tollen, dat kón blijkbaar,' memoreerde Louis Lehmann (1920-2012) jaren later. ‘Maar ik kon daar niet bij.’

De rest van zijn lange leven was een inhaalslag, als dichter, danser, muzikant (acht instrumenten), tekenaar, scheepsarcheoloog, reizend polyglot (acht talen) en componist; was er eigenlijk iets waar hij géén talent voor had? Ja: er gewoon bijhoren, zoals iedereen. Hij wou zo graag, maar het lukte niet. Zijn ongemak bij mensen, vooroorlogse dictie, unieke denksprongen, onvermogen tot liegen en onverslaanbare eruditie zaten in de weg.

Vanwege zijn tiende sterfjaar verscheen een biografie: De dichter die het niet wilde zijn van Jaap van der Bent. Al voor de oorlog gold Lehmann als aanstormend poëet en wonderkind, bejubeld door Menno ter Braak. Zelf vond Louis er niks bijzonders aan. Zijn surrealistische verzen kwamen vanzelf, kostten geen enkele moeite:

Mijn geest staat als met röntgenstralen

van achtren door mijn hoofd geperst

Hij volgt haast al mijn grillig dwalen,

wordt uit zijn bronnen steeds ververst.

Ondanks alle bewondering en de Jan Campert-prijs voor poëzie in 1964 zag Louis zijn dichterschap zelfs als hindernis. Hij kreeg maar geen baan en leefde in armoede. Ten slotte wou hij geen dichter meer heten, studeerde scheepsarcheologie en specialiseerde zich in roeischepen uit de oudheid. Maar: nog steeds geen baan.

Intussen verdiepte zijn muziekkennis zich steeds verder, van tango en ragtime tot zeventiende-eeuwse Engelse muziek en alles op MTV. Vanaf 1995 bood VPRO’s Wim Noordhoek hem een vaste rubriek in radioprogramma De avonden, ‘De Muziek van Louis Lehmann’, vol zeldzame opnamen en verfrissende theorieën. Zoals over ‘natte’ en ‘droge’ muziek, een hoogstpersoonlijk onderscheid dat hij maakte, dwars door alle genres heen.

Lehmann benaderde mensen in wie hij iets herkende, zoals pianist Guus Janssen die hij in het Bimhuis hoorde spelen. Janssen werd de vertolker van zijn composities. Werden ze ook vrienden? Janssen: ‘Moeilijke vraag, wat is een vriend? Bij de geboorte van onze dochters stuurde Louis een zelfgetekend kaartje, waarop hij voor ons huis aan de Prins Hendrikkade staat en naar boven roept: Gefeliciteerd! Dat vond ik ontroerend.’

Het is misschien een veelzeggend beeld. Gebruikte Lehmann zijn vele gaven om steeds weer bruggen te bouwen, als dat jongetje achter glas dat contact zoekt?

Vandaag verschijnt ‘De perfecte amateur’ in de podcast Docs online, waarin Marten Minkema spreekt met Alida Beekhuis, Jaap van der Bent, Guus Janssen en gitarist en bewonderaar Pieter Mulder en archiefmateriaal laat horen van Wim Noordhoek in gesprek met Lehmann. Kern is diens muziek, want muziek achtte hij de hoogste van alle kunsten.

De podcast is vanaf vandaag te beluisteren via hier of via je favoriete podcastapp.