Opiniekrant ‘Argus’, bestierd door Rudie Kagie en Paul Arnoldussen, waagt zich op initiatief van radiodocumentairemaker Guido Spring nu ook aan een podcast. De eerste afleveringen gaan over het krantenverleden van de Amsterdamse Nieuwezijds Voorburgwal. ‘De romantiek die om de journalistiek hing, is verdwenen.’

Wie een blik werpt op de edities van het nostalgisch vormgegeven Argus komt allerlei onderwerpen tegen: waarom Noorwegen buiten de Europese Unie blijft, waarom het Vietnamese ‘napalmmeisje’ niet langer een oorlogssymbool wil zijn, een Ruslanddebat tussen filosoof Andreas Kinneging en historicus en voormalig Ruslandcorrespondent Hubert Smeets of de tournee van Rembrandts De vaandeldrager door Nederlandse provincies, aangevuld met boek- en filmrecensies. ‘Wat met plezier geschreven is, wordt ook met plezier gelezen. Dat is het idee van Argus,’ licht voormalig Vrij Nederland-redacteur Rudie Kagie toe. Samen met voormalig Parool-redacteur Paul Arnoldussen vormt hij de hoofdredactie van de tweewekelijkse opiniekrant. Argus sluit aan bij het idee van de auteurskrant, vertelt Kagie. ‘Toen ik bij Vrij Nederland werkte, hadden we elke woensdag vergadering met een stuk of dertig redacteuren. Dan deelde je gewoon mede wat je voor de komende nummers zou gaan schrijven. Ik schreef over alles wat ik leuk vond, van kunst tot economie. Dat is niet meer denkbaar, nu heb je deelredacties en portefeuilles.’

‘Journalisten hebben eenzelfde soort beroep als dirigenten of dichters. Dat blijf je’

Rudie Kagie

De stukken in Argus hoeven geen nieuwsaanleiding te hebben, maar de krant houdt wel rekening met de actualiteit. ‘We schrijven ook over stikstof en Oekraïne, en toen Remco Campert overleed hadden we daar ook meteen een stuk over,’ zegt Kagie. De schrijvers – Cisca Dresselhuys, Nicolaas Matsier en Arjan Peters, om er een paar te noemen – krijgen geen vergoeding voor hun werkzaamheden. ‘Argus wordt gemaakt door journalisten die zich de luxe kunnen permitteren daarvoor niet betaald te krijgen. Maar het is niet zo dat we een hobbyproject van gepensioneerde journalisten zijn, zoals de Volkskrant beweert. Er zijn ook dertigers en veertigers die voor ons schrijven. En bovendien: journalisten hebben eenzelfde soort beroep als dirigenten of dichters. Dat blijf je. Over Campert zeg je toch ook niet dat hij een gepensioneerde dichter was?’

Schrijfmachines

De website van Argus (arguspers.nl) ademt dezelfde sfeer als de opiniekrant: een tikje anachronistisch maar charmant. Linksboven staat het stripfiguur Argus, de journalist uit Rommeldam in Marten Toonders Bommelstrips, waarnaar de krant is vernoemd. Daaronder zie je de voorpagina van de nieuwste editie. Niets is aanklikbaar, op de website is slechts één artikel per uitgave gratis te lezen. ‘Wij geloven nog in print,’ stelt Kagie. ‘Dat is in deze tijd haast een provocatie.’ Het idee om vanuit Argus een podcast te maken kwam niet van de hoofdredactie, maar van radiodocumentairemaker Guido Spring. Hij noemt Argus een fantastische krant. ‘Het is echt een aanvulling op wat er is. Goed geschreven door gedreven journalisten, maar tegelijkertijd is het niet allemaal zo bloedserieus.’

‘Het viel mij op dat naast de drank ook de oorlog altijd door de persgeschiedenis van de Nieuwezijds Voorburgwal heen loopt’

Guido Spring

Arnoldussen en Kagie hadden wel oren naar het idee van Spring en besloten de eerste delen van de podcast te wijden aan De Nieuwezijds. Herinneringen aan een krantenboulevard, hun in juni verschenen boek over de pakweg 150 jaar dat de Amsterdamse Nieuwezijds Voorburgwal een soort Nederlandse Fleet Street – ooit het hart van de Britse pers – was. Van De Telegraaf tot de Volkskrant, van Algemeen Handelsblad tot Trouw en van De Tijd tot Het Parool en Het Vrije Volk, aangevuld met tijdschriften zoals Elsevier: tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw was de Nieuwezijds het centrum van de vaderlandse journalistiek. In de negentiende eeuw streken de eerste kranten er neer omdat een goede nieuwsvoorziening essentieel was voor het nabijgelegen beursgebouw. Het boek is ingedeeld aan de hand van een aantal adressen op en om de Nieuwezijds Voorburgwal. Sommige daarvan doen Spring, Kagie en Arnoldussen in de podcast samen aan. Zo gaan ze langs bij het voormalige pand van het katholieke dagblad De Tijd, waarin tegenwoordig het Ink Hotel gevestigd is. De schrijfmachines van weleer dienen slechts als decoratie.

Vechtpartijen

Het boek en de podcast richten zich vooral op de naoorlogse periode, zegt Kagie. ‘Dat is een hele rare tijd voor de journalistiek geweest, zo vlak na de oorlog. Die vrijgevochten, anarchistische sfeer die er heerste, zelfs bij kranten als Trouw. En bij de Volkskrant, in die tijd nog katholiek, hing nog een kruisbeeld aan de muur. Er gebeurden de meest idiote dingen op de Nieuwezijds. Vechtpartijen op redacties waren schering en inslag. Bij De Telegraaf waren de telefoons en schrijfmachines aan de bureaus vastgeschroefd, anders vlogen ze door de lucht.’ Het boek druipt van dit soort anekdotes en ze worden in de podcast smakelijk opgedist door Kagie, Arnoldussen en Spring, begeleid door het geluid van ratelende schrijfmachines. Grote drinkers spelen niet zelden een hoofdrol, zegt Kagie. ‘Dat zijn stoere verhalen van journalisten die tot elf uur ’s avonds in het roemruchte journalistencafé Scheltema zaten en daarna nog even de redactie op stommelden om de primeur te tikken waarmee de krant de volgende dag opent. Het is bijna niet meer voor te stellen, journalistiek was toen een heel ander vak.’

‘Het viel mij op dat naast de drank ook de oorlog steeds door de persgeschiedenis van de Nieuwezijds Voorburgwal loopt,’ zegt Spring. ‘Zo zaten er in een ander bekend journalistencafé, De Silveren Spieghel, tijdens de oorlog zestien onderduikers in een klein pand. Sommige van hen bleven daar na de bevrijding omdat er gebrek aan woonruimte was.’ In de oorlog maakte vooral De Telegraaf het bont, zegt Kagie. ‘De hoofdredacteur verscheen tijdens de bezettingsjaren in een SS-uniform op de redactie, dat was echt een foute man. Na de oorlog mocht De Telegraaf een aantal jaar niet verschijnen omdat de krant pro-Duits was geweest. Er was in die jaren ook altijd geroezemoes over mensen die dit of dat gedaan zouden hebben in de oorlog. Het is haast niet meer voor te stellen dat de oorlog zo bij alles betrokken werd.’

Romantiek

In zijn jonge jaren heeft Kagie weleens een ‘stukje ingeleverd’ bij dagblad De Tijd, maar daarbij blijft het wat betreft zijn eigen ervaring als journalist op de Nieuwezijds Voorburgwal. Voor het boek spraken hij en Arnoldussen tientallen journalisten die de hoogtijdagen wel hebben meegemaakt, waarvan onder anderen Cisca Dresselhuys en Frans van Lier ook aan het woord komen in de podcast. Kagie: ‘Ik geloof niet eens dat je romanticus hoeft te zijn om dit boeiend te vinden. Alleen al het feit dat de krant helemaal in lood gezet was en je daarvoor in de weer moest met stofjassen en dergelijke. Alle kranten op de Nieuwezijds hadden een eigen drukkerij met zo’n grote etalage waar je dan van buiten kon zien hoe de kranten van de pers af rolden.’

‘Het is bijna niet meer voor te stellen’ – die woorden klinken meer dan eens uit de mond van Kagie als hij het over de krantengeschiedenis van de Nieuwezijds heeft. De romantiek die er toen om de journalistiek hing, is verdwenen, constateert hij. ‘Ik kan wel zeggen dat vroeger alles leuker was, maar dat is onzin. Het grote verschil tussen nu en toen is dat de kranten ontzettend veel geld hadden. Daardoor was het wel leuk om in die tijd journalist te zijn, denk ik. Ook toen ik voor Vrij Nederland werkte was er veel mogelijk. Ik had geen vaste portefeuille, zoals journalisten nu hebben. In 1980 zei ik: ik wil graag naar Suriname om daar correspondent te worden. Nou, ik kon zo een ticket en hotel boeken: alles werd in orde gemaakt. Dat zie ik nu niet meer gebeuren. Nu hoor je vaak: kan dat interview niet gewoon via Teams? Ik geloof niet in reïncarnatie, maar als ik toch opnieuw geboren zou worden, werd ik weer journalist. Dit zou dan alleen wel iets anders zijn dan het vak dat ik beoefende.’

De Nieuwezijds, herinneringen aan een krantenboulevard

De Argus-podcast De Nieuwezijds, herinneringen aan een krantenboulevard is te beluisteren in de podcastapps.

Paul Arnoldussen en Rudie Kagie
De Nieuwezijds. Herinneringen aan een krantenboulevard

meer podcasttips

Podcast nieuwsbrief

Abonneer je op de nieuwsbrief van de VPRO Podcastgids en ontvang elke week de beste tips in je mailbox. Podcast-expert Elja Looijestijn bespreekt wekelijks een podcastparel en geeft actuele tips. Daarnaast vist ze een tijdloze titel uit het archief, die je misschien gemist hebt.