Verkiezingsprogramma's

Ook op televisie is het verkiezingstijd. We hebben onze tips voor verkiezingsprogramma's op een rijtje gezet, om nog eens (terug) te kijken.

Eendrachtig vooruit

andere tijden

De gloednieuwe naoorlogse PvdA beoogde de Nederlandse politiek op te delen in ‘conservatief’ en ‘progressief’. 

Bekijk Andere Tijden.

 

 

De afgelopen jaren bereikte de polarisatie in landen als Groot-Brittannië en de Verenigde Staten grote hoogte. Beide landen hebben in feite tweepartijenstelsels, aangezien ze sinds jaar en dag gedomineerd worden door twee grote partijen die voor het gemak onderverdeeld worden in ‘progressief’ en ‘conservatief’. Op die momenten dat de twee toonaangevende partijen in de VS of Groot-Brittannië elkaar weer eens te vuur en te zwaard bestrijden, zijn we in Nederland opgelucht dat we een meerpartijenstelsel hebben, met z’n noodzaak tot coalitievorming.

Dit jaar doen liefst 37 politieke partijen mee aan de Kamerverkiezingen. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog waren dat er zelfs vijftig. In die vooroorlogse jaren keken sommigen met afgunst naar het overzichtelijke partijenlandschap in de Angelsaksische landen. Daardoor geïnspireerd stak in de Tweede Wereldoorlog de zogenaamde doorbraak-gedachte de kop op. Zodra de Duitsers verslagen waren, moest het Nederlandse politiek stelsel hervormd worden. Niet langer moesten de partijen gerangschikt worden op levensbeschouwelijke grond. De enige vraag die er nog toe deed was of een partij progressief of conservatief was.

Om het goede voorbeeld te geven hief de socialistische arbeiderspartij SDAP zichzelf op, waarna de vrijgekomen socialisten samen gingen met de liberalen van de Vrijzinnig-Democratische Bond en met de protestanten van de Christelijk-Democratische Unie. De nieuwe partij die zij samen vormden heette: Partij van de Arbeid.

Nog voor het zover was had de zogenaamde Nederlandse Volksbeweging een grote oproep in de dagbladen geplaatst. In die oproep werd geconcludeerd ‘dat de grootst mogelijke eendracht der verschillende godsdienstige en politieke richtingen thans geboden is, om de schrijnende nood te lenigen, de verwoestingen te herstellen, alle corruptie te bannen, het arbeidsproces weer op gang te brengen, en vooral het overheidsgezag op nieuw vertrouwen te grondvesten’.

De nadrukkelijk ‘progressief’ georiënteerde PvdA opende in verkiezingsjaar 1946 de aanval op de confessionele partijen, maar wist nog niet meteen het politieke landschap van aangezicht te veranderen. Van de honderd parlementszetels veroverde de partij er 29. De Katholieke Volkspartij werd de grootste met 32 zetels.

De katholieken bleven zich verzetten tegen de doorbraakgedachte van de PvdA. In 1954 verscheen een bisschoppelijk mandement met de titel ‘De katholiek in het openbare leven van deze tijd’. Hierin werd het de katholieken sterk ontraden lid te worden van de nieuwe socialistische partij: aangezien ‘een doorbraak naar de Partij van de Arbeid een even grote afbraak is van de eigen katholieke partij’.

JURGEN TIEKSTRA

Werkkamertjespolitiek

conference

In tijden van zelfisolatie is de verkiezingsconference van Freek de Jonge radicaal openhartig.

Bekijk Freek de Jonge: De loterij.

 

 

Zelfs de strengste corona- maatregelen weerhouden cabaretier Freek de Jonge (1944) er niet van in een onstilbare stroom met de mensheid te blijven communiceren. Via You- Tube, bijvoorbeeld; ten tijde van de eerste lockdown zette hij 330 video’s met zijn voorstellingen, lezingen en liedjes online – inclusief korte toelichting via een podcast. Met als toelichting: ‘Mocht u opmerkingen hebben of iets missen, treedt met ons in contact.’

Volop contact maken, dus. Maar dan, gezien de huidige voorschriften, op nieuwe manieren. Zo nodigde hij een aantal bekende en minder bekende mensen uit voor één-op-één-try-outs in zijn werkkamer, om zo toch een beetje het gevoel van publiek voor zijn neus te krijgen. Vervolgens deed hij verslag via Twitter en Facebook. Brigitte Kaandorp bleek nadien een praktisch advies te hebben (‘Je moet je scheren!’), Erik van Muiswinkel hield vooral de politieke correctheid van de conference in de gaten en met Youri Albrechts, algemeen directeur van cultureel centrum De Balie, was het volgens De Jonge ‘prettig filosoferen’. Toeschouwer wordt medespeler, en zo ontstond De loterij: de innovatieve verkiezingsconference, die vlak vóór de verkiezingen op 17 maart wordt uitgezonden. In deze persoonlijke theaterdocumentairefilm ontrafelt De Jonge de mentaliteit van Nederland. Tegelijkertijd krijgen we een radicaal openhartig inkijkje in een voorstelling-in-opbouw.

De loterij belooft niet alleen een artistiek kantelpunt in het oeuvre van De Jonge te worden, ook inhoudelijk staat er veel op het spel. Volgens hem staan we namelijk voor de belangrijkste verkiezingen sinds de Tweede Wereldoorlog; corona is slechts een voorbode van wat er nog meer op ons af gaat komen. Als we bellen met Hella de Jonge, echtgenoot en medemaker zegt zij: ‘Het wordt héél spannend.’ En dan Freek op de achtergrond: ‘Maar we verklappen niks!’

MEREL VAN OMMEN

Juist toen!

andere tijden

In een nachtelijke marathonuitzending toont Andere tijden de parallellen tussen de parlementaire geschiedenis en de verkiezingen van deze week. 

Bekijk Andere Tijden.

 

 

Zo was er in 1921 al sprake van de opkomst van buitenstaanders, toen zwerver en straatmuzikant Hadtjememaar werd verkozen in de Amsterdamse gemeenteraad. Campagnes, zoals die van Colijn in 1930, zijn qua vorm misschien veranderd, maar de boodschap blijft vaak dezelfde. Ook doen Lilianne Ploumen, Sigrid Kaag en Wopke Hoekstra er als nieuwe gezichten van hun partij goed aan om vanavond laat de tv aan te zetten, want de prestaties van eerdere nieuwelingen Balkenende (2002) en Rutte (2010) komen langs, net als het eerste televisiedebat (1966) en grote verliezers uit de parlementaire geschiedenis als Terlouw (1982) en Nijpels (1986). 

Stem wijzer

verkiezingsquiz

Diederik Ebbinge probeert in verkiezingsquiz Kiespijn orde te scheppen in de politieke chaos. Hij wordt bijgestaan door Rutger Castricum en Hanneke Groenteman. 

Bekijk Kiespijn.

 

 

Kunt u op basis van dit korte stukje voorspellen op welke partij schrijver dezes half maart gaat stemmen? In dat geval verdient u een persoonlijk afgeleverde taart, al was het maar omdat hij zelf nog geen flauw idee heeft. Gelukkig is daar nu de ‘nieuwe, allesbepalende verkiezingsquiz’ Kiespijn om wat hulp te bieden. En daarvoor is een behoorlijk illuster gezelschap opgetrommeld. Diederik Ebbinge mocht in diverse Promenade-sketches al proeven aan de geneugten van het quizmasterschap, en lijkt eindelijk klaar voor het grote werk. Ebbinge wordt geflankeerd door twee ‘objectieve teams’: ‘links’ en ‘rechts’, onder leiding van captains Hanneke Groenteman en Rutger Castricum.

De opzet daarbij is volstrekt helder. We citeren: ‘Rechts van de presentator, voor de kijkers thuis links, zit team rechts en aan de rechterkant zit team links, voor de kijkers thuis rechts, maar dus weer links van de host.’ Over de objectiviteit van zijn captains is Ebbinge in het persbericht duidelijk: ‘Links en rechts zijn sowieso achterhaalde principes, dus het lijkt me helder dat Hanneke het team rechts van mij voorzit, voor de kijker links, en Rutger team links, voor de kijkers thuis rechts. En ik zit daartussenin, zeg maar voor de kijker in het redelijke midden.’

De captains worden vergezeld door vier wekelijks wisselende gasten, die getest worden op hun (mensen)kennis, en hun improvisatie- en inschattingsvermogen. De actualiteit wordt vergeleken met de politieke geschiedenis, en de deelnemers onderzoeken vooroordelen. Is korter douchen bijvoorbeeld een typisch linkse hobby? En is de barbecue de mascotte van de rechtse rakker? Om het geheel van wat diepgang te voorzien, is de hulp ingeschakeld van wandelend opiniepanel Gijs Rademaker (EenVandaag).

Daarmee wordt het programma in de markt gezet als ‘de meest vermakelijke en ontluisterende stemwijzer van deze verkiezingen’. Om af te sluiten met quizmaster Ebbinge: ‘Als je nog geen zwevende kiezer was, ben je het na dit programma zeker.’ 

ALEX MAZEREEUW

Maakt het uit

niet-stemmers

In driedelige serie De Verloren Stem spreekt Tijs van den Brink een aantal van de tweeënhalf miljoen mensen die bij de verkiezingen niet zullen stemmen.

Bekijk De verloren stem.

 

 

Nederland telt zo’n dertien miljoen mensen die mogen stemmen tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van komende maart. De kans is echter groot dat, net als vier jaar geleden, zo’n twintig procent helemaal geen zin heeft het stembureau op te zoeken. Dat zijn een kleine 2,5 miljoen mensen, die door hun grote aantal een aardverschuiving zouden kunnen veroorzaken in het politieke landschap. Maar ze blijven thuis.

In politiek Den Haag zullen ze zich niet direct druk maken over die vaste groep thuisblijvers, die sinds de opkomstplicht in 1970 werd afgeschaft ongeveer even groot is gebleven. Het hebben van een ‘lagere’ opleiding blijkt doorgaans een goede voorspeller voor een eveneens lagere ‘stemgeneigdheid’, wijzen onderzoeken uit. Men heeft weinig fiducie in de invloed van de eigen stem op de politiek. Dat is bovendien een zelfversterkend proces, omdat politici weinig aandacht zullen besteden aan de belangen van mensen wier stem ze toch nooit krijgen.

In de driedelige reportageserie De verloren stem van de EO spreekt presentator Tijs van den Brink met mensen die niet stemmen, om meer te weten te komen over hun drijfveren. Interessante onderzoekers op dit terrein zijn bestuurskundigen Mark Bovens en Anchrit Wille, schrijvers van het boek Diplomademocratie dat een aantal jaren geleden ook in het Engels is vertaald. Volgens hen is de Tweede Kamer niet meer een echte volksvertegenwoordiging, in die zin dat de Kamerleden buitenproportioneel hoger zijn opgeleid dan het merendeel van de bevolking. Dit is niet goed voor het vertrouwen in de politiek. Alleen al omdat, aldus Bovens en Wille, de doorsnee volksvertegenwoordiger liberaler en progressiever is dan de gemiddelde kiesgerechtigde, en bovendien optimistischer over de Europese Unie en het multiculturalisme. Partijen als de PVV en Forum voor Democratie trekken deze scheefgroei weer wat recht.

JURGEN TIEKSTRA

Campagnebeeld

politici

In het televisieprogramma Ingelijst portretteert Ruud de Wild politieke kopstukken op basis van hun muzieksmaak én op een schildersdoek.

Bekijk Ingelijst.

 

De verkiezingscampagne is losgebarsten en dus schuiven politici gretig aan tafel bij populaire programma’s om zieltjes te winnen. Zo ook in het atelier van radio-dj Ruud de Wild. Voor het televisieprogramma Ingelijst (KRO-NCRV) ontvangt hij daar Thierry Baudet, Sigrid Kaag, Jesse Klaver, Lilian Marijnissen, Esther Ouwehand en Gert-Jan Segers. Uiteraard komen drijfveren en ambities aan bod, maar centraal staat de muzieksmaak van de lijsttrekkers. De Wild wil weten welke muziek hen op het lijf geschreven is, waar ze onder werktijd naar luisteren en aan welke nummers bijzondere herinneringen kleven. Volgens spindoctor Kay van de Linde, die meewerkte aan campagnes van onder anderen de Amerikaanse presidentskandidaat Al Gore en Pim Fortuyn, is zo’n programma een uitgelezen kans. Van de Linde: ‘Kijk, uiteindelijk is campagnevoeren één grote marketingexercitie, en als je denkt dat je doelgroep ’s avonds naar Ruud de Wild kijkt, dan moet je het sowieso doen.’

Aan het einde van ieder interview maakt De Wild een schilderij dat de politicus typeert. Hiermee wil hij naar eigen zeggen de gelaagdheid van zijn gast op een grafische manier weergeven. Maar volgens Van de Linde zit de kiezer niet te wachten op gelaagdheid: ‘Wanneer mensen kijken naar politici vragen ze zich vooral af: wie vertrouw ik onder deze omstandigheden? Iedereen is bang in corona-tijden, dus we zijn op zoek naar iets vertrouwds, en velen hebben dat gevoel bij Mark Rutte.’

De premier is wel opvallend afwezig in de vele praatprogramma’s. Volgens Van de Linde is dat een strategische zet: ‘Rutte voert natuurlijk iedere dag campagne. De persconferenties over corona kun je niet los zien van zijn positie als VVD-leider, en dat maakt het zo ontzettend lastig voor zijn tegenstanders.’

De spindoctor gaat hoe dan ook kijken naar De Wild, met name omdat hij benieuwd is of het zijn gasten lukt de regie over te nemen: ‘Ik zeg altijd: de journalist gaat over de vragen, maar ik ga over de antwoorden. De vraag is of deze politici het programma naar hun hand kunnen zetten om hun politieke boodschap over te brengen, in plaats van dat ze zich gewillig door Ruud de Wild naar de slachtbank laten leiden.’

ELA ÇOLAK

Gedoogschaamte

documentaire

De 2Doc Het gedoogdrama gaat over de totstandkoming van kabinet-Rutte I: de gedoogconstructie met PVV, VVD en CDA.

Bekijk Het gedoogdrama.

In oktober 2010 kwam het eerste kabinet met Mark Rutte als premier tot stand. Het was een minderheidscoalitie van VVD (31 zetels) en CDA (21 zetels), met gedoogsteun van de PVV (24 zetels). De PvdA, toen onder leiding van oud-burgemeester Job Cohen, bleef met dertig zetels in de oppositie.

Met hoofdrolspelers uit die tijd kijken journalisten Piet de Blaauw en Frénk van der Linden in documentaire Het gedoogdrama terug op de totstandkoming van het kabinet en de anderhalf jaar dat het standhield. Het was een periode waarin het CDA intern verscheurd raakte, maar waarin ook een begin gemaakt werd met grootscheepse bezuinigingen op onder meer de zorg en de belastingdienst. Door Henk Bleker, destijds de staatssecretaris van Landbouw, werd een stikstofbeleid ingezet dat in 2019 spaak liep door een uitspraak van de Raad van State. Die uitspraak was mede de oorzaak van de boerenprotesten die volgden.

Maar Frénk van der Linden concentreert zich op de ‘piepende en krakende’ gedoogconstructie zelf, vertelt hij: ‘Er is toen ongelooflijk veel discussie geweest over de vraag of je ethisch gezien wel mocht gaan regeren met de PVV. Ik realiseerde me dat het tien jaar geleden is dat zich dat allemaal voltrok en dat inmiddels Kamerverkiezingen naderen waarvan je kunt voorspellen dat populistisch rechts weer flink gaat winnen. Toen dacht ik: kan ik dit moment pakken om te kijken wat tien jaar geleden achter de schermen is gebeurd?’

‘Uit de film komt naar voren dat Ivo Opstelten, als partijvoorzitter van de VVD, en Henk Bleker, als partijvoorzitter van het CDA, al in het allervroegste stadium tegen elkaar hebben gezegd: de VVD en het CDA komen zeker samen in het kabinet. Zij stonden helemaal niet te springen om een kabinet met de PvdA. De doorslaggevende factor daarin was de multiculti-context en de islam. Geert Wilders had daar enorm op getamboereerd en flink op gescoord. Ruud Lubbers heeft toen als informateur die gedoogconstructie verzonnen, met de PVV die het kabinet zou tolereren, maar er geen onderdeel van zou uitmaken.’  

‘Het echte nieuws in de film zit in het feit dat één partijprominent van het CDA spijt als haren op zijn hoofd heeft gekregen van de gedoogconstructie. In de film zit onder anderen Gerd Leers, toen de CDA-minister van Immigratiezaken. Hij vertelt dat hij verschillende keren door die persoon op het departement is bezocht en door hem is opgeroepen om het kabinet tot ontploffing te brengen.’ Wie dat is geweest, wil Frénk van der Linden voorlopig nog voor zich houden.

Naast Leers komen in de film aan het woord: Kathleen Ferrier en Henk Bleker (CDA), Ivo Opstelten en Fred Teeven (VVD), Job Cohen (PvdA) en Hero Brinkman (oud-PVV).

JURGEN TIEKSTRA

Willem of Pim

andere tijden

Dat in 2004 Pim Fortuyn in aanmerking kwam voor de titel ‘grootste Nederlander aller tijden’ was een teken des tijds.

Bekijk Andere Tijden.

Wie is de grootste Nederlander aller tijden? Het antwoord meteen maar verklappen: Pim Fortuyn. Nee, nee, geen gemaar, dat is democratisch zo bepaald in het KRO-televisiespektakel De grootste Nederlander uit 2004. Uit een door historici samengestelde longlist van honderd kandidaten kon het publiek destijds stemmen op hun favoriet. Voor de ruim twee uur durende live finale bleef een toptien over, met voor elke finalist een ambassadeur die het historische belang van bijvoorbeeld Antoni van Leeuwenhoek (André Kuipers), Anne Frank (Xandra Schutte) en Johan Cruyff (Michael van Praag) verdedigde.

Hoor ik u daar sputteren over Thorbecke, Spinoza, Van Oldenbarnevelt? Nee, die hebben de finale niet gehaald. Willem van Oranje dan? Ja die wel, maar de vader des vaderlands werd dus voorbijgestreefd door professor Pim. De gezichten van Jacobine Geel en Wouter Bos – ambassadeurs van respectievelijk Willem van Oranje en Willem Drees – spraken boekdelen. Maar ook Fortuyns ambassadeur Yoeri Albrecht keek bepaald niet vrolijk toen hij het podium op werd geroepen om de ‘prijs’ in ontvangst te nemen. Hij zag de winst vooral als een teken van wat er momenteel mis is met de ‘toplaag van dit land’ die niet naar het volk luistert. En met deze toptien, vervolgde hij, moesten de ministers van onderwijs van de laatste twintig jaar ‘zich kapotschamen’. ‘We hadden toch wel op een vrolijk einde gehoopt,’ sputterde presentator Sven Kockelmann. Dat zat er helaas niet in. Om de chaos compleet te maken kwam na de uitzending aan het licht dat er iets mis was gegaan met de telling. Willem van Oranje bleek uiteindelijk tóch meer stemmen te hebben gekregen dan Fortuyn.

Vanavond blikt Andere tijden terug op deze tv-show annex nationale identiteitscrisis. Researcher Hasan Evrengün: ‘Het was een manier om mensen te laten nadenken over de geschiedenis en wat ons vormt als Nederlanders. Daar was veel behoefte aan. De uitslag is dan ook een spiegel van de tijd. Het land was in rep en roer na 9/11 en de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Nu zou de toptien er heel anders uitzien, met meer vrouwen bijvoorbeeld.’

DAAN SCHNEIDER