Terugkijktips van de afgelopen week die je niet mag missen

Leven na de dood

3Lab: Huisje, boompje, weduwe

Marieke (34) en Marieke (29) werden jong weduwe. Marieke de Man, van EO’s Ik mis je, besloot een documentaire te maken over de Widowchicks.

lees verder

Lees meer

Marieke (34) en Marieke (29) waren druk bezig met het vormgeven van huisje, boompje, beestje toen hun partners overleden. Op dat moment kenden ze elkaar nog helemaal niet, maar inmiddels is er een hechte vriendschap ontstaan.

Regisseur Marieke de Man ontmoette de vrouwen vorig jaar. Via Skype, want telefoneren met drie Mariekes is lastig. De Man was meteen verrast: ‘Door mijn ervaring bij Ik mis je was ik heel voorzichtig, veel verhalen over rouw zijn toch zwaar en verdrietig. Ik merkte al snel dat ik bij deze dames echt alles mocht vragen. Er waren geen taboes en er was heel veel humor. De dood heeft ze niet kleingekregen.’

De Man had al snel door dat ze iets unieks in handen had: ‘De manier waarop zij met rouw omgingen vond ik zo bijzonder. Zo krachtig en met zoveel humor. Ik zei meteen dat ze daar iets mee moesten doen. De dames hebben wel een instagramaccount, Widowchicks, maar het mocht van mij nog veel groter: laat lotgenoten maar weten dat je bestaat en waar ze je kunnen vinden. We besloten al snel tot het maken van een documentaire. Die zou over rouw gaan, maar inmiddels gebeurde er zo veel in de levens van de Mariekes, dat het eigenlijk veel groter is geworden,’ aldus De Man.

Het leven rolt gewoon door, ook na het overlijden van je partner. Marieke (34) kreeg een nieuwe partner, is zwanger en trouwde, met als getuige de vader van haar overleden man. Marieke (29) kreeg borstkanker en moest een zwaar traject in, maar toch blijft ze levenslustig. Marieke de Man: ‘Met deze documentaire willen we laten zien dat het leven doorgaat. Met alle leuke dingen zoals een nieuwe partner en een baby, maar ook met de narigheid van Marieke (29) haar ziektetraject. Er is echt leven na de dood.’

Hoe de sneeuw oranje kleurde

Andere tijden

Andere tijden onderzoekt hoe het favoriete skioord van de Oranjes veranderde van boerendorp naar flaneerplek voor de elite. 

lees verder

Lees meer

De weersomstandigheden in de Nederlandse kerstvakanties staan bekend om hun onstuimige natheid. Toch verschijnt er daarna altijd een select groepje met een gebruind hoofd op het werk. En in hun gebronsde gezichten staan dan ook nog vaak de contouren van een bril gedrukt. Rara, hoe kan dat?

Op wintersport gaan: lang gold het als een statussymbool voor de happy few. De koninklijke familie deed het immers ook, bij voorkeur in Lech, Oostenrijk. Koningin Wilhelmina wandelde er in de sneeuw. Juliana skiede er, al haar kinderen stonden er ook op de lange latten, net als haar kleinkinderen en achterkleinkinderen. In hun kielzog kwam het gewone volk. In steeds groteren getale trokken Nederlandse toeristen naar de Alpen om zich met skiliftjes de berg op te laten slepen, om er vervolgens dan weer kirrend van plezier af te glijden. Zo veranderde de streek van simpele sneeuwdorpen met koeien in luxueuze skioorden voor mensen met een dikke portemonnee, en daarna in gewilde plekken waar iedereen graag gezien wilde worden. Andere tijden blikt terug op deze ontwikkeling in Lech.

De afgelopen jaren lijkt wintersport opnieuw een elitaire bezigheid te zijn geworden. Skigebieden worden groter, er komen nieuwe skiliften, betere accommodaties en steeds meer 4-sterrenhotels. Dat moet natuurlijk ergens terugverdiend worden. Ook niet onbelangrijk: de schoolvakanties in Duitsland, Frankrijk, België, Italië en Nederland vielen onder andere in 2019 in dezelfde periode. Dit had ook een prijsopdrijvend effect.

Wie het niet erg vindt om concessies te doen kan nog steeds redelijk betaalbaar skiën, langlaufen of bratwurst happen, terwijl de klanken van après-skihits door de bergen schallen. Je moet het dan niet erg vinden om een particulier appartement te huren in een obscuur skidorp. En je in een  tweedehands skipak van de berg af te laten glijden. Gezien worden is dan niet per se je eerste prioriteit.

Oost west, handel best

Koude Oorlog

Ook de communistische DDR was niet vies van kapitalistische praktijken. 

lees verder

Lees meer

Volgens de politiek econoom Karl Marx leidt kapitalisme met z’n vrije ondernemerschap tot uitbuiting van arbeiders en moeten de productiemiddelen daarom in handen van de staat en daarmee het volk komen. Aardig bedacht, maar het pakte zoals bekend niet zo best uit. Communistische planeconomie leidde in de praktijk tot verspilling, inefficiëntie en schaarste, waarna de staat juist weer teruggreep naar kapitalistische methoden onder het mom dat alleen zo het kapitalisme kan worden uitgebannen… Dat was in de DDR niet anders.

Al snel na de oprichting in 1949 werd handel gedreven met het kapitalistische buitenland om aan westerse valuta’s te komen – omgekeerd was geld uit Oostbloklanden in het Westen niks waard. In ‘Handjeklap’, de voorlaatste aflevering uit de uitstekende serie Koude Oorlog van de redactie van Andere tijden, is te zien hoe opportunistisch tot cynisch de DDR opereerde in de handelsrelatie met Nederland, na West-Duitsland en Frankrijk haar derde grootste handelspartner op het continent. Waarbij Nederlandse ondernemers ook niet erg moeilijk deden als het gaat om handel en handeltjes.

Het succesverhaal van de Alpenkreuzer in Nederland – er werden er hier 150.000 van verkocht – begon in een fabriekje in de Oost-Duitse provincie waar een ondernemer uit Sliedrecht een primitieve vouwwagen ontdekte, er zes per trein naar Nederland haalde, om er uiteindelijk dagelijks tientallen met ruimte winstmarge aan de man brengen. Ben Bot, de latere minister van Buitenlandse Zaken, vertelt in de uitzending dat hij verrast was over het aantal Nederlandse ondernemers in de DDR toen hij daar als zaakgelastigde in 1973 arriveerde. Nederland leverde vooral technische apparatuur en importeerde groenten en textiel die hier werden omgelabeld en naar het buitenland doorverkocht. Het DDR-ministerie van Buitenlandse Handel had een geheime afdeling Commerciële Coördinatie (‘KoKo’) die tientallen bedrijven in het Westen runde of erin deelnam, zoals Imogen in Rotterdam waarvan men zelfs grootaandeelhouder werd.

De winst werd opgestreken in westers geld dat via belastingparadijzen in Oost-Berlijn belandde. In Intershop-winkels werd ook voor de gewone DDR-burger de schijn niet opgehouden: er waren tegen uitsluitend westerse valuta westerse luxegoederen verkrijgbaar. Dat alleen de hogere partijkaders profiteerden was algemeen bekend. De bedenkelijkste praktijk was wel het door West-Duitsland laten vrijkopen van gedetineerden, waarbij altijd de roemruchte advocaat Wolfgang Vogel betrokken was. De losprijs hing af van hoeveel de DDR in een vrij te kopen persoon  had geïnvesteerd. Een verpleegster bijvoorbeeld ‘deed’ 25.000 D-Mark, een arts 60.000. Een percentage ging naar de Zwitserse bankrekening van Vogel. De DDR heeft met deze mensenhandel 3,5 miljard D-Mark binnengeharkt.