Terugkijktips van week 32 die je niet mag missen

Voorbij de schaamte

It's a Sin

In het veelgeprezen Britse It’s a Sin volgen we een groep homoseksuele jongeren in het Londen van de jaren tachtig. Het is voor het eerst dat de aidsepidemie een centrale rol in een miniserie heeft.

lees verder

Lees meer

De meesterlijke Britse miniserie It’s a Sin is de derde dramaserie van maker Russell T Davies die zich afspeelt in de homoscene, na Queer as Folk (1999) en Cucumber (2015). Waar Queer as Folk een viering van het vrijgezelle homoseksuele bestaan is en Cucumber een verkenning is van de hedendaagse homocultuur, is It’s a Sin de eerste serie waarin Davies hiv en aids een rol laat spelen in de levens van zijn hoofdpersonages, veertig jaar na de uitbraak van de levensverwoestende ziekte.

Toch benadrukt Davies dat It’s a Sin niet zozeer een aidsdrama is als wel een ode aan al die jongens en mannen die hun veertigste verjaardag nooit konden vieren. ‘Het is een vreselijk virus. Een kleine, gemene fucker. Maar ik denk dat we al heel veel tijd hebben besteed aan het in herinnering brengen van alle sterfbedden. Nu is het tijd om ons de levens te herinneren,’ zo vertelde hij eerder dit jaar in The New Yorker.

En dus laat Davies ons in de eerste aflevering van It’s a Sin – dat de hele jaren tachtig beslaat – kennismaken met de hedonistische Ritchie, die het homofobe Isle of Wight verlaat om te gaan studeren in Londen, de zelfverzekerde Roscoe, die het ouderlijk huis ontvlucht omdat zijn vader hem wil terugsturen naar Nigeria, en de timide Colin, die als leerling-kleermaker aan de slag gaat in een herenmodezaak. Drie jonge jongens, die aan het eind van de eerste aflevering samen een huis delen in een stad waar ze de vrijheid hebben om zichzelf en hun seksualiteit te ontdekken. Met de aidsepidemie als een dreigende donderwolk aan de horizon.

Balans

Net als in de jaren tachtig doet aids in Its a Sin zijn intrede via geruchten, roddels en gefluister. ‘Heb je het gehoord? In New York zijn 41 mannen overleden aan een nieuwe ziekte. Allemaal op dezelfde dag, allemaal homoseksueel.’ Het wordt weggelachen, niet geloofd en gezien als een Amerikaans probleem. ‘Neuk gewoon niet met Amerikanen, dan komt het wel goed,’ is het adagium. ‘Want zeg nou zelf, een virus dat alléén homo’s treft, dat kan toch niet?’

En nee, tegenwoordig weten we dat dit niet kan, maar die kennis is er op dat moment nog niet. Sterker nog, een van de sterke punten van It’s a Sin is dat de vijfdelige serie inzichtelijk maakt hoe moeilijk het is om aan betrouwbare informatie te komen in de begindagen van de epidemie. Een pamflet met summiere informatie op de muur van de wc in de homokroeg, een artikel uit een Amerikaans gaytijdschrift. Homoseksualiteit is een zonde, waardoor aids te lang wordt genegeerd, zowel in maatschappelijk als in politiek opzicht.

It’s a Sin toont feilloos hoe in die tijd de schaamte regeert. Schaamte over wat de buitenwereld er wel niet van zal denken, schaamte over het overdragen van het virus op anderen, schaamte omdat hun ouders niet weten dat hun zoon homoseksueel is. Maar ook: ouders die uit schaamte liegen over de doodsoorzaak van hun zoon, begrafenisondernemers die lichamen van aidsslachtoffers weigeren uit angst voor besmetting, jongens die moederziel alleen sterven in afgesloten ziekenhuiskamers.

Hoewel It’s a Sin een meedogenloze serie kan zijn waarbij je regelmatig moet vechten tegen de tranen is er ook volop ruimte voor humor. Tegelijkertijd zet de serie de gayscene overtuigend neer met impressies van uitbundige feesten, ondersteund door een jarentachtigsoundtrack vol klassiekers van Pet Shop Boys, Kate Bush, Kelly Marie, Bronski Beat en Culture Club. Deze balans maakt van It’s a Sin een aangrijpend en hartverscheurend meesterwerk dat we vooralsnog zonder enige aarzeling de beste serie van 2021 kunnen noemen. 

Studio Televisie

Media Inside

Gijs Groenteman en Marcel van Roosmalen zijn terug met hun televisiepraatprogramma Media Inside.

lees verder

Lees meer

G: ‘Welkom bij Media Inside. De komende vrijdagavonden bespreken Marcel en ik met twee gasten de afgelopen mediaweek. Vanavond zijn dat Vredericqke, bekend van het succesvolle Elke dag op tv en naast haar zit Jean-John, ook wel de nieuwe Jort genoemd. Hem zagen we bij Op1, wie niet, en ook wordt hij getipt als opvolger van Janine bij Zomergasten. Daarover straks meer.’

M: ‘Gaat stukken beter met die autocue.’

G: ‘Dank je. Is jou nog iets leuks opgevallen?’

M: ‘Ik heb vooral genoten van Theo. Zonder hem was ik dat hele toernooi allang vergeten. Een verademing vergeleken met al die andere analisten. En kom alsjeblieft niet aan met de BBC.’

G: ‘Theo??’

M: ‘Janssen. Theo Janssen. Beste man van het toernooi.’

G: ‘Dat EK is twee maanden geleden.’

M ‘Verder was er niet zo heel veel.’

G ‘Vredericqke?’

V: ‘Ik zat met Theo in Wie is de mol?’ Lachen met die gast. Uit Nijmegen toch?’

M ‘Arnhem!’

V: ‘Whateverrr’

G: ‘Nieuwe Jort?’

JJ: ‘Ja. Theo is een klasbak. Daar wil ik wel een keer mee stappen op de Kor..’

G: ‘Ik bedoel zie jij jezelf als de nieuwe Jort?’

JJ: ‘Ha ha. Ik dacht dat je me nieuwe Jort noemde, maar het was dus een vraag. Nee hoor.’

G: ‘Tokio, het zit er weer op. Jonathan Edwards, 20,04 meter bij de hink-stap-sprong. Een nieuw wereldrecord. Geweldig televisie toch. Jammer dat het midden in de nacht was.

M: ‘Ik ben er niet voor opgebleven. Sowieso een raar onderdeel. Heb je ooit iemand buiten het stadion zien hink-stap-springen? Nee, natuurlijk niet. Is in 1896 door een misverstand op het olympische programma gekomen. Alleen snelwandelen is dommer.’

G: ‘Vredericqke?’

V: ‘Ik vind 20.04 echt razendsnel.’

JJ: ‘Ha ha.’

G: ‘Zomergasten dan maar. Een bijzonder rijtje dit jaar. Geen politici. Ik denk dat de VPRO na alles rond Kaag daar wel even klaar mee was.’

M: ‘Theo zou een goede gast zijn.’

G: ‘Maar Zomergasten, iets voor jou John, ik bedoel Janine, Jean-John?’

V: ‘Oh em djie.’

M: ‘Wat?! Oh mijn god. NPO 3.’

JJ: ‘Zeg anders toch maar Jort. Ik ben er natuurlijk nooit zelf over begonnen, maar als Janine…

M: ‘Hans Klok. Daar heb ik zin in. Dat de gast de interviewer doorzaagt.’

G: ‘We zijn alweer aan het einde. Welterusten allemaal.’

M: ‘Ga je me dan nu eindelijk vertellen over de lesjes autocue van je moeder?’

Bloedende harten

Normal People

Marianne en Connell voelen genoeg voor elkaar, alleen slagen ze er maar niet in elkaar duidelijk te maken hoevéél. Hun worstelingen vormen de rode draad in Normal People, een twaalfdelige serie gebaseerd op Sally Rooneys gelijknamige bestseller. 

lees verder

Lees meer

Normal People vertelt een verhaal dat zo oud is als de liefde zelf. Over miscommunicatie en obstakels, verlangens en verdriet en bovenal over die eerste grote, allesverzengende liefde. Alleen gebeurt dit in deze serie op zo’n intieme manier dat de liefde van het jonge koppel Connell en Marianne voelbaar is. Net als hun pijn.

En dat maakt van Normal People een van de beste series van dit moment. Het net zo’n sensatie als het gelijknamige boek van de Ierse Sally Rooney waarop het is gebaseerd. De roman, die in 2018 uitkwam, verkocht wereldwijd meer dan een miljoen exemplaren. Enorme cijfers voor een literaire roman, boekhandelaren spraken zelfs van Rooney fever. De auteur, die in 1991 geboren is, wordt de eerste grote millennialschrijver genoemd. Rooneys uitgever ging nog een stapje verder en doopte haar ‘de Salinger voor de Snapchat-generatie’.

De televisierechten van het boek werden al voor publicatie verkocht en de BBC schoof vroeg aan bij Hulu en Screen Ireland om een serie te produceren. De zender zag in Normal People een tegenhanger van alle spectaculaire, bovennatuurlijke series die de afgelopen jaren voor jongere kijkers werden uitgebracht. Rooney schreef ook mee aan de scripts voor de serie, samen met de gelauwerde toneelschrijver Alice Birch, die daarvoor aan het tweede seizoen van Succession werkte. Normal People, dat in Amerika en Engeland vorig jaar al uitkwam, werd genomineerd voor vier Emmy Awards en Paul Mescal ontving onlangs een Bafta voor zijn rol als Connell.

En dat allemaal voor een verhaal zo oud als de liefde.

Vreemde eend

We ontmoeten de Ierse Connell (Mescal) en Marianne (Daisy Edgar-Jones) in hun laatste jaar van de middelbare school. De slimme, populaire Connell is het kind van een liefdevolle alleenstaande moeder en hij is een van de steratleten van school. Marianne is een einzelgänger uit een welgesteld maar ernstig disfunctioneel nest die zich verschuilt achter haar intelligentie.

Connells moeder werkt als huishoudelijke hulp in de villa waar Marianne met haar moeder en haar broer woont. Als Connell haar een keer ophaalt na haar werk loopt hij Marianne daar tegen het lijf. Ze ontdekken dat ze een liefde voor boeken delen en niet lang daarna delen ze ook het bed met elkaar. Maar hoewel ze vrijwel dagelijks met elkaar vrijen en een intense band opbouwen, doet Connell op school nog steeds alsof Marianne niet bestaat. Te onzeker over wat zijn vrienden zullen denken van hun ‘vriendschap’. Te bang om eerlijk te zeggen wat hij voor haar voelt. Als hij vervolgens een ander meisje meevraagt naar het schoolfeest, trekt Marianne zich helemaal terug.

Een jaar later is de situatie omgekeerd. Marianne heeft haar draai gevonden op de universiteit van Dublin. Ze is omringd door vrienden en er zijn verschillende mannen die haar aanbidden. Dit keer is het Connell die niet op z’n plek is en zijn toevlucht zoekt in boeken – totdat Marianne hem weer toelaat en hun relatie een nieuwe kans krijgt. Er gaapt nog altijd een enorm gat tussen hun posities op de sociale ladder, maar nu is hij de vreemde eend in háár wereld. En ook ditmaal gaat het mis. Niet omdat ze te weinig voor elkaar voelen, maar juist omdat het ze maar niet lukt om elkaar duidelijk te maken hoevéél ze voor elkaar voelen.

Dit scenario herhaalt zich nog een paar keer in de vier jaar die Normal People beslaat. En elke keer doet het iets meer pijn. Ook bij de kijker.

In de roman wordt het liefdesverhaal beurtelings vanuit het perspectief van Connell en Marianne verteld. En aangezien het boek heilig was voor de makers, was de vertelstructuur een van de belangrijkste maar ook een van de lastigste dingen om te vertalen naar de serie, vertelde Lenny Abrahamson – die zes van de twaalf afleveringen regisseerde – aan The New York Times. Dit werd opgelost door veel gebruik te maken van close-ups. Zo wordt er voortdurend ingezoomd: op Connells zilveren ketting en Mariannes gelakte nagels, op hun ogen en hun profiel of op de achterkant van hun hoofd. ‘Het klinkt paradoxaal, maar als gezichten moeilijk te lezen zijn, gaan kijkers in gedachten mee met de personages en krijgen ze het gevoel dat ze zelf echt aanwezig zijn in de kamer.’

Er werd gekozen voor afleveringen van een halfuur. Een lengte die normaal gesproken voorbehouden is aan sitcoms, maar wonderwel werkt voor Normal People. ‘Het zorgt ervoor dat je je op één ding kunt richten,’ zei Abrahamson in The Guardian. Zoals de eerste keer dat Connell en Marianne seks hebben, een moment in de tweede aflevering dat na een gedegen opbouw voelt als een climax. ‘Die focus had je geen uur kunnen vasthouden.’

Naakt

Over de seks was overigens nog het een en ander te doen. Want net als het boek schuwt Normal People de lichamelijke connectie tussen de twee niet. The Sun rekende uit dat de serie 41 minuten aan seksscènes bevat, waarmee het volgens de tabloid het meest gewaagde BBC-drama ooit is. Ook komen beide acteurs volledig naakt in beeld – opvallend: hun lichamen krijgen ongeveer evenveel schermtijd –, maar deze scènes worden vooral gebruikt om de vertrouwensband tussen de twee te benadrukken.

Daarbij bevinden ze zich tijdens een van de intiemste scènes niet in dezelfde ruimte, zelfs niet eens in hetzelfde land. Wanneer Marianne in Zweden studeert en Connell in een zware depressie beland is na de zelfmoord van een oude vriend kijkt ze op haar laptop hoe hij in slaap valt. Als hij de volgende ochtend wakker wordt is ze er nog. Dit gebeurt op een moment dat ze geen relatie hebben. ‘Ik heb niet zo snel een klik met mensen,’ zegt Connell tegen zijn psycholoog als ze het over Marianne hebben. Zijn blik is zo gepijnigd – Mescal speelt opmerkelijk goed – dat je alleen maar diep kunt zuchten. Naar Normal People kijken voelt een beetje als je eerste, allesoverheersende hartzeer opnieuw beleven.