Dankzij het razend populaire vierde seizoen wordt het debat onder serieliefhebbers opnieuw bepaald door Stranger Things. Is dit terecht of is de Netflixreeks toch vooral een nostalgische jarentachtigtrip?

cadeautje

Je leest dit artikel uit de VPRO Gids gratis op VPRO Cinema. Wil je meer lezen over oa documentaires, podcasts en boeken? Neem dan een digitaal abonnement.

De nostalgiemachine van Hollywood draait als nooit tevoren. Kijk alleen maar naar de twee grootste blockbusters van deze filmzomer: Top Gun: Maverick en Jurassic World: Dominion. De laatste film gebruikt de aanwezigheid van de cast uit de originele Jurassic Park-film uit 1993 als voornaamste lokkertje, terwijl Top Gun: Maverick voortbouwt op de erfenis van een film die inmiddels 36 jaar (!) geleden uitkwam.

Hollywood borduurt het liefst voort op kaskrakers, want – zo is de gedachte – waarom zou je miljoenen uitgeven om nieuwe dingen te bedenken als iets anders zich al lang en breed heeft bewezen? De blockbusterfilm is voor veel bioscoopbezoekers vergelijkbaar met het jaarlijkse tripje naar die ene camping in Zuid-Frankrijk: je komt telkens dezelfde mensen tegen en de weg naar het restaurant en het buitenzwembad kun je op de tast vinden. Of het desondanks de moeite waard is, hangt af van de vraag of de makers hebben geprobeerd het oude interessant te maken (zoals in het wervelende Top Gun: Maverick) óf dat ze ervanuit zijn gegaan dat meer van hetzelfde wel voldoende is (zoals in het armoedige Jurassic World: Dominion).

Makers die vinden dat een film of serie niet louter op nostalgie kan drijven, komen vaak voor een dilemma te staan, want al te veel afwijken van het origineel kan het publiek afschrikken. In het gunstigste geval weten ze het beste van twee werelden te verenigen en een zeer geslaagd voorbeeld van zo’n acrobatische toer is de Netflixserie Stranger Things, waarin nostalgie en een spannend, nieuw verhaal elkaar perfect in evenwicht lijken te houden.

Winona Ryder als Joyce Byers en Brett Gelman als Murray Bauman in het vierde seizoen van Stranger Things

Winona Ryder

Mocht deze nostalgiestorm uw huis gepasseerd zijn: Stranger Things speelt in de jaren tachtig in het (fictieve) Amerikaanse dorpje Hawkins, waar een groep kinderen allerlei onverklaarbare dingen ontdekt. Er is een mysterieus wetenschappelijk laboratorium, tieners verdwijnen spoorloos en er blijkt – letterlijk – een poort te zijn naar de onderwereld – een apocalyptische plek, die ook wel The Upside Down wordt genoemd. De kinderen besluiten het kwaad te gaan bestrijden, waarbij een grote rol is weggelegd voor de mysterieuze Eleven, een weesmeisje dat opgroeide in het laboratorium en over superkrachten beschikt.

Hoewel dit op papier leest als een lekker akelig griezelverhaal viel Stranger Things vooral op doordat de serie de zoveelste jarentachtigrevival veroorzaakte. In visueel opzicht wordt dan ook alles uit de kast getrokken om het decennium tot leven te brengen: de kapsels en kleren zijn spuuglelijk en veel scènes spelen zich af in rollerskatepaleizen, enorme shoppingmalls en speelhallen. Ook elders zijn de eighties volop aanwezig, bijvoorbeeld in de cast – er zijn grote rollen voor jarentachtigacteurs als Winona Ryder en Paul Reiser – en in de politieke thema’s (Koude Oorlog-paranoia).

Joe Keery als Steve Harrington en Maya Hawke als Robin Buckley

Freddy Krueger

De makers van Stranger Things – de gebroeders Matt en Ross Duffer – halen hun inspiratie vooral uit de videotheken van hun jeugd. De broers laten er geen twijfel over bestaan dat de films van Steven Spielberg (E.T.Indiana Jones), de boekverfilmingen van Stephen King (Stand by Me) en andere jarentachtigklassiekers (GhostbustersThe Goonies) hun belangrijkste ijkpunten zijn. Voor de plot van het onlangs gelanceerde vierde seizoen – dat opgesplitst is in twee delen – hebben ze zich laten beïnvloeden door de Nightmare on Elm Street-films (over Freddy Krueger, een monsterlijke figuur die mensen vermoordt door binnen te dringen in hun dromen). De Duffer-broers hebben dit uitgangspunt op geheel eigen wijze verwerkt in het verhaal, maar het gastrolletje van Krueger-vertolker Robert Englund laat er geen enkele twijfel over bestaan waar ze de mosterd gehaald hebben.

Het is illustratief voor de werkwijze van de gebroeders Duffer, die in elk seizoen talloze films, muziek en boeken uit de jaren tachtig gebruiken om hun verhaal aan op te hangen. Stranger Things heeft daardoor vaak iets weg van een jukebox vol greatest hits die verschillende generaties aanspreekt. Oudere kijkers kunnen immers genieten van de verwijzingen naar hun jeugd, terwijl jongeren worden vermaakt met een spannend verhaal dat ze ook laat kennismaken met culturele mijlpalen uit een periode die ze niet hebben meegemaakt.

Kate Bush

De invloed van de serie reikt bovendien ver voorbij het tv-scherm. Kijk alleen maar naar de muzikale hitlijsten, waar Running up That Hill van Kate Bush al wekenlang in de hoogste regionen bivakkeert. Het liedje (uit 1985!) speelt een cruciale rol in het vierde seizoen, waarin een van de hoofdpersonages vermoord dreigt te worden door een monster dat het onderbewustzijn binnen kan dringen. Het lijkt einde verhaal voor dit personage, totdat haar vrienden ontdekken dat er tóch een ontsnappingsroute is: als ze haar lievelingsmuziek draaien, kan zij zelf weer toegang krijgen tot haar onderbewuste. Ontsnappen aan de dood dankzij ‘Running up That Hill’ – het is nu al een van de meest iconische scènes uit de recente seriegeschiedenis.

Nadat de aflevering online was gekomen, dook ‘Running up That Hill’ niet alleen op in de hitlijsten, het nummer werd ook een fenomeen onder jongeren. Het is een perfect voorbeeld van de invloed van Stranger Things: de makers zetten een oude single om in een slim plotmechanisme en bevredigen zo de hang naar nostalgie van de oudere kijker, zonder jongeren – die waarschijnlijk amper bekend waren met het werk van Bush – van zich te vervreemden. En dit werkt uitstekend, want Stranger Things is zowel onder millennials als onder leden van de generaties X en Z de populairste Netflixserie. De reeks heeft iets van een machine die moeiteloos allerlei elementen uit de popcultuur recyclet. Het is een jukebox met greatest hits, maar de makers weten de ‘nummers’ meestal op zo’n voortreffelijke manier te mixen dat je tóch het idee hebt naar iets nieuws te kijken. En hoewel de seizoenen steeds exuberanter worden – qua verhaallijnen, de cast en de lengte van de afleveringen –, blijft het fijn om die jukebox aan te slingeren. Uiteindelijk ontdekken we in al die nostalgie toch altijd weer iets nieuws.

De vier seizoenen van Stranger Things zijn te streamen op Netflix

Meer over Stranger Things