Na een tikje trage start ontpopte de sitcom Superstore (2016-2021) zich tot een serie die de tijdgeest feilloos aanvoelt.

cadeautje

Je leest dit artikel uit de VPRO Gids gratis op VPRO Cinema. Wil je meer lezen over oa documentaires, podcasts en boeken? Neem dan een digitaal abonnement.

Superstore begon in 2015 als een typische workplace sitcom, een comedyserie die speelt op de werkplek – in dit geval een Amerikaanse megawinkel waarin alles verkocht wordt, van iPads tot tomatensoep - en draait om de interacties tussen collega’s. Superstore had een klassieke ‘probleem van de week’ afleverings-structuur en een herkenbaar palet aan personages: de goedbedoelende maar incompetente baas, de streber, de ietwat simpele tiener die per ongeluk zwanger is geworden van haar middelbareschoolvriendje, de vreemde chef die een huis vol vogels heeft en de twee collega’s met een overduidelijke chemie die – zo weet je vanaf aflevering één – goed zullen zijn voor een jaren lange ‘will they, won’t they’-dans in de traditie van Sam en Diane uit Cheers.

Ondanks dat Superstore uit de koker van Justin Spitzer kwam die eerder aan de immens succesvolle Amerikaanse versie van The Office (ook een workplace sitcom) had meegeschreven, en actrice America Ferrera, bekend van Ugly Betty, als trekpleister had, was de ontvangst in het begin lauwtjes. ‘Getalenteerde cast maar verder een beetje dunnetjes,’ oordeelden de Amerikaanse critici in 2015 na de eerste paar afleveringen.

Zes jaar en zes seizoenen later hebben diezelfde critici een draai van bijna 180 graden gemaakt. Toen Superstore eerder dit jaar eindigde, werd de serie in de media uitgezwaaid met woorden als ‘actueel’, ‘aangrijpend’, ‘immens grappig’ en ‘een van de beste workplace sitcoms uit de geschiedenis’.

Een transformatie die vooral komt omdat Superstore feilloos wist mee te gaan met de veranderende tijden. De zes seizoenen die de sitcom liep, vielen samen met het presidentschap van Trump, de opkomst van de Black Lives Matter-beweging, het #MeToo-tijdperk en het eerste jaar van de alles ontwrichtende pandemie. Onderwerpen die de serie niet schuwde. Net als verhaallijnen die het enorme gapende gat benadrukten tussen de ‘mensen in pakken’ in de grote (in dit geval Amerikaanse) ondernemingen en de mensen die in de winkels, magazijnen en fabrieken werken. Zoals medewerkers die één dag na hun bevalling alweer terug op de werkvloer moeten zijn, last hebben van leeftijdsdiscriminatie of een inval van immigratiedienst ICE. En er was de pandemie, waarin de werknemers plots ‘essentieel’ werden genoemd, maar geen goede bescherming kregen om zich te wapenen tegen de eventueel besmettelijke, wc-rollen hamsterende klanten.

Dat Superstore deze redelijk zware onderwerpen wist aan te stippen zonder aan luchtigheid, humor of kijkplezier in te boeten, is een verdienste. En een van de beste redenen om de serie te kijken. De andere reden is dat het heel simpel een leuke wegkijkserie is.

De eerste vijf seizoenen van Superstore zijn nu te zien op Netflix en Amazon Prime