In de Franse film Mandibules proberen twee nietsnutten een gigantische vlieg af te richten. Typisch een verhaal van absurdist Quentin Dupieux.

cadeautje

Je leest dit artikel uit de VPRO Gids gratis op VPRO Cinema. Wil je meer lezen over oa documentaires, podcasts en boeken? Neem dan een digitaal abonnement.

‘Beschrijf een droom, verlies een lezer,’ zou de Amerikaanse auteur Henry James ooit hebben gezegd. Verstandig advies, niet alleen aan schrijvers, maar aan alle verhalenvertellers. Want hoewel een droom voor de dromer zelf fascinerend kan zijn, is het aanhoren van andermans dromen meestal onverdraaglijk saai. Wat allicht vooral te maken heeft met het grenzeloze speelveld: interessant drama vereist regels, beperkingen, consequenties.

Toch zijn er vertellers die ermee wegkomen, en ook nog met veel succes. Cineasten als David Lynch, Terry Gilliam, Charlie Kaufman en Yorgos Lanthimos bijvoorbeeld, die werkelijkheden creëren waarin niets onmogelijk is: natuurwetten worden verbroken, personages veranderen van gedaante, de raarste wendingen worden als normaal gepresenteerd. Noem het surrealisme, absurdisme, fantasy – het zijn hoe dan ook films die je het gevoel geven in een droom te zijn beland.

Nog ietsje minder bekend dan deze vakgenoten, maar uit hetzelfde hout gesneden, is de Franse filmmaker Quentin Dupieux. Het afgelopen decennium werkte hij gestaag aan een oeuvre vol kleine, curieuze cultkomedies. Sommige nam hij op in Frankrijk, andere in de VS. Zijn doorbraakfilm Rubber (2010) gaat over een paranormaal begaafde autoband die moordend door Amerika trekt. En opvolger Wrong (2012) is een aaneenschakeling van gekkigheid: het regent in een kantoor, een wekker gaat af om 7.60 uur, een palmboom in een tuin wordt opeens een spar.

Op zijn best is Dupieux een unieke verteller, die weet te verrassen, ontregelen en amuseren tegelijk

Beeld uit Rubber (2010) van Quentin Dupieux

Mr. Oizo

Dupieux (1974) begon zijn carrière in de jaren negentig als electromuzikant Mr. Oizo. In 1999 scoorde hij een wereldhit met het nummer Flat Beat, dat werd gebruikt in een reeks spijkerbroekreclames. Die filmpjes, met de gele pop Flat Eric in de hoofdrol, waren ook door Dupieux geregisseerd. Later, toen hij zich primair op cinema ging richten, bleef hij ook altijd multitasken: hij schrijft, regisseert, filmt én monteert zijn films steevast zelf. En vaak levert Mr. Oizo de soundtrack.

In alle eerlijkheid: al die inspanning levert niet enkel pareltjes op. Soms vallen Dupieux’ grappen wel erg flauw uit, zoals in de platte politieklucht Wrong Cops (2013). Maar op zijn best is hij een unieke verteller, die weet te verrassen, ontregelen en amuseren tegelijk. Neem het hitchcockiaanse Deerskin (2019), waarin een uitgebluste veertiger (sterk vertolkt door Jean Dujardin) een gevaarlijke obsessie ontwikkelt voor een afzichtelijk leren jasje. Alles loopt door elkaar – satire, drama, horror – en toch is het één consistent geheel.

Vanzelfsprekend wordt Dupieux in interviews vaak gevraagd waar hij zijn maffe ideeën toch vandaan haalt. En al even vanzelfsprekend antwoordt hij dan dat hij het zelf ook niet weet, dat hij de hele dag door rare invallen heeft en dat sommige daarvan om de een of andere reden blijven hangen. Tegen MTV zei hij ooit: ‘Ik ben sterk beïnvloed door surrealisten, van Luis Buñuel tot Monty Python. Zoals Buñuel en Dalí zich in hun films lieten leiden door dromen, zo probeer ik ook de controle los te laten en gewoon mijn fantasie te volgen. Daarbij heb ik niet de ambitie om een perfecte film te maken, of om het dadaïsme opnieuw uit te vinden of zo. Ik wil alleen maar iets simpels overbrengen, namelijk dat het leven absurd is. Het gewone, alledaagse leven is volstrekt absurd, en daar kan ik erg van genieten.’

Grégoire Ludig en David Marsais in Mandibules (2019)

Dumb and Dumber

In zijn nieuwe film Mandibules (de titel betekent ‘kaken’ en wordt pas laat in de film verklaard) voert Dupieux twee niet al te snuggere vrienden op die een auto stelen en in de kofferbak een vlieg aantreffen met het formaat van een flinke hond. Daar schrikken ze even van, maar al snel besluiten ze het beest te gaan africhten, in de hoop er geld mee te kunnen verdienen.

Melig? Zeker. De stuntelende hoofdpersonen (gespeeld door David Marsais en Grégoire Ludig, in Frankrijk een bekend komisch duo) lijken zo weggelopen uit de farce Dumb and Dumber. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de hysterische bijrol van Adèle Exarchopoulos (uit La vie dAdèle), die een vrouw met hersenbeschadiging speelt. Toch werkt het allemaal wel. Vanwege de onweerstaanbaar opgewekte toon, en de verrassend aandoenlijke reuzenvlieg (een pop bestuurd door Dave Chapman, die eerder Muppets en Star Wars-figuren tot leven wekte). Maar het is vooral weer die droomlogica die beklijft: het verhaal blijft maar onverwachte zijpaden inslaan, toewerkend naar een perfecte climax.

Daarbij lijkt Dupieux zich goed bewust van het risico waar Henry James op wees: met een verhaal dat alle kanten op schiet kun je de aandacht niet eindeloos vasthouden. Niet voor niets hebben zijn films meestal een uitzonderlijk korte speelduur. Mandibules komt, inclusief aftiteling, uit op 77 minuten. En dat is precies lang genoeg.

Mandibules is vanaf 24 juni te zien in de bioscoop