Van Rowan Atkinson tot David Lynch: talloze filmmakers lieten zich inspireren door het werk van de Franse cineast Jacques Tati. Zijn hele oeuvre is nu, prachtig gerestaureerd, te zien op de Eye Film Player.

cadeautje

Je leest dit artikel uit de VPRO Gids gratis op VPRO Cinema. Wil je meer lezen over oa documentaires, podcasts en boeken? Neem dan een digitaal abonnement.

François, de wat simpele postbode van een Frans plattelandsdorpje, heeft een documentaire gezien over een hypermodern postbedrijf in Amerika. Geïntimideerd besluit hij zijn eigen bezorgmethode radicaal te gaan versnellen, met de ene na de andere blunder als gevolg. Als hij ten slotte met fiets en al in de plomp is beland, krijgt hij een lift naar huis op de trage kar van een stokoud vrouwtje.

‘Ik wilde gewoon net zo snel zijn als de Amerikanen,’ jammert François.

‘Laat die Amerikanen toch, jongen,’ zegt de vrouw. ‘Zij kunnen de aarde heus niet sneller laten draaien.’

In Jour de fête, Jacques Tati’s eerste speelfilm uit 1949, snijdt de cineast een thema aan dat hem zijn hele carrière zou blijven bezighouden: het oude versus het nieuwe. Of specifieker: het eenvoudige, klassiek-Franse leven versus de jachtige, opgeklopte, uit Amerika overgewaaide moderniteit.

Zes lange films maakte Tati in totaal, en die zijn nu allemaal te zien zijn op de Eye Film Player. Samen vormen ze een fascinerend oeuvre, dat thematisch constant blijft maar qua vorm een rigoureuze ontwikkeling doormaakt. Als regisseur, scenarist, producent én hoofdrolspeler van al zijn films is Tati een filmauteur pur sang, die talloze vakgenoten heeft beïnvloed.

Still uit Jour de fête (1949)

Chaplin en Keaton

Jacques Tati (eigenlijk Tatischeff, naar zijn Russische vader) werd in 1907 geboren in Parijs. Aanvankelijk ambieerde hij een carrière als rugbyspeler, tot hij zijn talent ontdekte om teamgenoten te laten lachen, en de switch naar het theater maakte. Als mimeacteur rolde hij vanzelf de – toen nog veelal stille – cinema in. Toen hij als soldaat in WO II een poos schuilde in het charmante Franse dorpje Sainte-Sévère-sur-Indre kreeg hij prompt een idee voor een eigen speelfilm – Jour de fête dus, die hij een paar jaar later in datzelfde dorpje opnam. Het werd een geslaagde slapstickfilm in de traditie van Charlie Chaplin en Buster Keaton, heel beheerst en een tikje melancholiek verteld.

Tati perfectioneerde dit recept in opvolger Les vacances de Monsieur Hulot (1953), misschien wel zijn beste, of in ieder geval zijn grappigste film. Hoofdpersoon Hulot – lange regenjas, lullig hoedje, pijp, paraplu – is een zwijgzame, eigenzinnige maar welwillende kluns die vol verwondering door het leven gaat. Na dit avontuur in een chique badplaats zou hij opnieuw opduiken in Tati’s drie volgende films en uitgroeien tot een iconisch filmpersonage. Zonder Monsieur Hulot zou er nooit een Mr. Bean zijn geweest, heeft komiek Rowan Atkinson meer dan eens bekend. De komedie Mr. Bean’s Holiday is zelfs één grote ode aan Tati’s vakantiefilm – die overigens vooral aantoont hoe goed het origineel is.

Tati’s ambitie om Hollywood naar de kroon te steken wekt ontzag, maar doet ook verlangen naar de eenvoud van zijn eerste films

Still uit Les vacances de Monsieur Hulot (1953)

Beeldgrappen

Een andere filmmaker die graag met Tati-verwijzingen strooit, is Amerikaan Wes Anderson. Wie de trailer van diens aanstaande film The French Dispatch bekijkt, kan bijvoorbeeld een appartement herkennen dat duidelijk is gemodelleerd naar de woning van Monsieur Hulot in het met een Oscar bekroonde Mon oncle (1958).

Deze derde film van Tati borduurt inhoudelijk verder op zijn vaste thema’s – we zien Monsieur Hulot stuntelen in en rondom de moderne villa van zijn bekakte zwager – maar is visueel van een bijzondere klasse. Tati filmt voor het eerst in kleur, heeft zijn decors tot in de puntjes verzorgd en richt zich met subtiele beeldgrappen niet meer primair op de vette lach. De bewuste villa, met een bespottelijke fontein in de vorm van een vis, is welhaast een personage op zich.

Het internationale succes van Mon oncle bood Tati de kans om nog ambitieuzer en experimenteler te gaan werken. Zijn volgende productie moest zijn magnum opus worden, besloot hij, een visueel spektakelstuk waarvoor hij kosten noch moeite zou sparen. Playtime, zoals de film ging heten, zou zich afspelen in een futuristisch, door Amerikaanse toeristen overspoeld Parijs, waar good old Hulot – en met hem de kijker – van de ene verbazing in de andere valt. Vlak buiten de hoofdstad liet Tati een filmset van Hollywoodproporties bouwen, een stuk van een stadscentrum, inclusief snelweg en enorme gevels van winkels en kantoorpanden. Het filmen nam maar liefst drie jaar in beslag en verliep rampzalig: de set werd verwoest door een storm, financiers trokken zich terug, de kosten rezen de pan uit. En intussen bleef perfectionist Tati maar aanpassingen maken. Ten slotte was er een bemiddeling van premier Georges Pompidou nodig om de productie van de ondergang te redden.

Still uit Traffic (1971)

Bert Haanstra

Playtime (1967) wordt tegenwoordig beschouwd als een klassieker, maar gold destijds als een flop. Het publiek bleef weg, Tati ging failliet en moest zijn huis en zelfs zijn filmrechten verkopen. Hij wist later nog één film te maken rond Monsieur Hulot, de weinig geïnspireerde klucht Trafic (1971), die zich deels afspeelt in Amsterdam en mede werd geschreven door Bert Haanstra. En daarna volgde nog de tv-productie Parade (1973), een soort circusregistratie die wellicht beter kan worden vergeten. In 1982 overleed Tati, waarna zijn kinderen zijn films terugkochten, om ze minutieus te laten restaureren. Het zijn deze prachtige restauraties die worden vertoond op de site van Eye.

Al met al is het een wat treurige afloop van een imposante carrière. Al lijkt Playtime voor Tati zelf alle offers wel waard te zijn geweest: hij bleef altijd aan de film refereren als zijn ultieme creatie. Het is ook zeker een unieke productie: hoogst origineel, visueel overweldigend, prettig vervreemdend. Dat regisseurs als David Lynch, Terry Gilliam en Roy Andersson ermee weglopen, verbaast geen moment.

Toch is het ook wel begrijpelijk dat het grote publiek er destijds weinig mee kon. Playtime is zeldzaam abstracte cinema, vol ellenlange massascènes waar held Hulot als een soort Wally (van de zoekboeken) doorheen zwerft. Tati’s ambitie om als Europese kunstfilmer Hollywood naar de kroon te steken wekt ontzag, maar doet ook enigszins verlangen naar de eenvoud van zijn eerste films. Naar postbode François, die leert dat hij zich niet gek moet laten maken. ‘Laat die Amerikanen toch, jongen.’

Eye Film Player

De Eye Film Player is een streamingdienst waarmee je een groeiende selectie films uit de collectie van Eye Filmmuseum kunt bekijken. Veel van de films op de Eye Film Player (Nederlandse speelfilms, documentaires en klassiekers uit de wereldcinema) zijn gratis te bekijken, zonder account. Voor de huurfilms betaal je een klein bedrag ter vergoeding van de makers en rechthebbenden.

Op Eye Film Player zijn zes gerestaureerde films van Jacques Tati te bekijken: Jour de fête (1949), Les vacances de Monsieur Hulot (1953), Mon oncle (1958), Playtime (1967), Trafic (1971), Parade (1974)

Zie: player.eyefilm.nl/nl/tati