Het waargebeurde verhaal over een jonge neppriester in Polen zou bij de meeste regisseurs een komedie worden, maar Jan Komasa maakte er een hard en aangrijpend drama van.

‘Corona is het beste wat me had kunnen overkomen,’ zegt de Poolse regisseur Jan Komasa (1981). Om er meteen aan toe te voegen: ‘Maar ik had deze interventie echt nodig. Eindelijk had ik weer tijd voor mijn vrouw en kinderen, die ik zes maanden lang nauwelijks had gezien.’ 

Nadat zijn film Corpus Christi vorig jaar september op het festival van Venetië in première was gegaan, kreeg Komasa het razenddruk. Met het afronden van alweer een nieuwe film – The Hater, nu te zien op Netflix –, maar vooral met de promotie voor Corpus Christi, die begin dit jaar werd genomineerd voor de Oscar voor beste niet-Engelstalige film.

Corpus Christi legde het uiteindelijk af tegen Bong Joon Ho’s sensationele Parasite, maar zou een waardige winnaar geweest zijn. De film vertelt het verhaal van de jonge delinquent Daniel, die de jeugdinrichting ontvlucht en zich in een door trauma’s verscheurd plattelandsdorpje voordoet als priester. Daar zorgt hij met zijn eigenzinnige aanpak en dwarse morele opvattingen voor veel opschudding.

‘Ik kreeg het script voor Corpus Christi van mijn producent, die me vroeg er eens naar te kijken,’ vertelt Komasa eind augustus aan de telefoon. ‘Het is gebaseerd op een ware gebeurtenis en ik vond het een interessant idee. Normaal gesproken zou een film over een neppriester een komedie opleveren, maar hier lag een serieus verhaal onder. Dat vond ik mooi, omdat het anders was.’

Bartosz Bielenia als jonge delinquent en neppriester Daniel in Corpus Christi

Heeft u veel veranderd aan dat script?
Komasa: ‘Het kon wat mij betreft nog iets scherper. Het miste wat wij in Polen “de klauw” noemen. Iets wat je vastgrijpt. De jeugdinrichting en het trauma dat het dorpje in de ban hield stonden al wel in het script, maar ik heb het allemaal nog wat heftiger gemaakt. Het verleden van Daniel werd concreter en ik voegde in het begin en aan het eind meer geweld toe.’

Dat geweld is bij u heel direct en bloederig. Waarom?
‘Ik ben niet zo groot en sterk en ben daarom, denk ik, gefascineerd door hoe geweld werkt. Toen ik nog klein was maakte ik al bloederige stripverhalen. En in veel van mijn films zit geweld. Niet zoals het pulpgeweld in de Tarantinofilms, niet om te entertainen, het zit in mijn films omdat ik het zo voel. Ik denk oprecht dat je in het leven altijd maar één stap verwijderd bent van geweld, bloed en rampspoed. Daarom is het geweld in mijn films ook altijd abrupt. Misschien moest ik maar eens in therapie. Haha.’

Dit kan gezien worden als een antikerkfilm, want de vorige priester van het dorp pakte het trauma niet aan, terwijl lekenpriester Daniel vanuit zijn eigen moraliteit wel op zoek gaat naar verzoening. Hoe was de reactie in het streng katholieke Polen op uw film?
‘In Polen gaan vooral ouderen nog naar de kerk, onder jongeren is het kerkbezoek ingestort. Ik ben zelf ook niet religieus, maar wel spiritueel. Tijdens de research voor deze film ontdekte ik dat Polen het snelst seculariserende land ter wereld is. Van de mensen tussen de zestien en vijfentwintig jaar gaat nog maar vijftien procent naar de kerk. Ook zijn er nauwelijks nog aanmeldingen voor het seminarie. Jonge mensen gaan niet meer naar de kerk en willen er ook niet meer werken. En als ze al spiritueel zijn, beleven ze dat liever alleen. Dus ja, deze film was controversieel in Polen, maar ook heel succesvol. Er gingen meer dan 1,6 miljoen mensen naartoe. Je moet ook niet vergeten dat de katholieke kerk hier altijd een andere rol heeft gespeeld dan in de meeste landen.'

'Na de Tweede Wereldoorlog werd Polen communistisch en werden we gescheiden van de rest van Europa. Wat onnatuurlijk is, want we zijn geen Azië. We delen dezelfde energie, geschiedenis en filosofie. We liggen nota bene in het centrum van Europa. Onder het communisme was de katholieke kerk de enige plek waar we ons niet bespied voelden. Omdat de autoriteiten ons daar met rust lieten. Daarom kwamen ook veel intellectuelen naar de kerk, die zo het symbool werd van onafhankelijkheid. Daar kon je immers vrij zijn. Wat ironisch is, want de kerk heeft een hiërarchische structuur en is dus per definitie niet onafhankelijk of vrij. Na de val van het communisme verdween die rol en werd de kerk voor veel mensen overbodig. Het duurde even voor we openlijk de banden durfden te verbreken, maar nu – 25 jaar later – is het in volle gang. De hoogste tijd, als je het mij vraagt, want het grootste kwaad komt van zaken die niet besproken worden. Hoe meer debat hoe beter.’

‘Bartosz was een hengst die voor ons uit rende. En wij renden er allemaal achteraan.’

Jan Komasa

Daniel (Bartosz Bielenia) in Corpus Christi

Daniel wordt gepeeld door Bartosz Bielenia. Wie de film heeft gezien kan zich geen andere acteur in die rol voorstellen, maar wat zocht u aanvankelijk in Daniel?
‘Je krijgt een script over een jeugddelinquent die zich voordoet als een priester en dan denk je dus dat je iemand nodig hebt die honderd procent overtuigt als crimineel én als geestelijke. Maar dat bleek onmogelijk. De acteurs die ik zag waren óf perfect als delinquent, óf perfect als priester. Nooit allebei. En toen kwam Bartosz. Hij probeerde niet eens een crimineel of een priester te spelen. Hij ging gewoon zitten en begon te praten over het belang van spiritualiteit. Toen ik na de auditie alle acteurs had gezien en mijn producent me vroeg wie ik als Daniel zag, zei ik intuïtief “Bartosz”, waarop ik een blik toegeworpen kreeg van: no way! M’n producent zei: “Die was hartstikke slecht, man. Hij was in geen van beide rollen overtuigend. Hij was een hipstercrimineel en een hipsterpriester.” Bartosz droeg bij de auditie inderdaad een zwarte coltrui, had lang blond haar en was in zo’n beetje alles precies waar we niet naar op zoek waren. Maar tegelijkertijd was hij zó interessant, zó anders, zó opwindend. Hij was ondefinieerbaar, net als Daniel.’

Met zijn opengesperde, diepliggende ogen ziet Bielenia eruit als een soort junkie-Jezus...
‘Junkie-Jezus? Ja! Haha. Mijn cameraman stelde voor dat we voor deze film de camera stil zouden houden. Met camerabewegingen kun je je personages soms helpen, maar hier besloten we dat Daniel geen hulp nodig had. Dat kon alleen vanwege Bartosz’ gezicht. Omdat we alleen maar hoefden te kijken naar wat zich in zijn ogen afspeelde. Ik heb al meer films gemaakt en werk graag met jongere acteurs, maar bij Bartosz had ik voor het eerst het idee dat ik een partner op de set had. Hij had heel weinig van mij nodig. Ik vertelde hem wel dat alles wat Daniel doet aangedreven wordt door angst. En dat in hoe hij kijkt, hoe hij beweegt en hoe hij spreekt die angst ook altijd te zien moest zijn. Maar meestal bedacht hij die dingen zelf. Hij was een hengst die voor ons uit rende. En wij renden er allemaal achteraan.’

Heeft de Oscarnominatie van Corpus Christi al deuren voor u geopend in Hollywood?
‘Natuurlijk zoekt Hollywood in Europa naar talent en sturen ze me scripts en projecten. Ik lees ze allemaal. Hollywood is de laatste jaren onder invloed van niet-Amerikaanse regisseurs als Alfonso Cuarón, Alejandro Iñárritu en Christopher Nolan aan het veranderen. Hopelijk komt er door het succes van hun films meer ruimte voor eigenzinnige en onafhankelijke filmmakers. Maar de pandemie zal ook zeker invloed hebben. Niet zozeer op regisseurs, trouwens, want wij blijven verhalenvertellers. Maar de distributie zal anders worden. Net als de verhalen die mensen willen horen.’